Logboek juli 2010

Het land van Sinterklaas

Geplaatst op 30-7-2010

We did it! We zijn aan de noordkust van Spanje, na een mooie oversteek van ruim 45 uur.

We hebben een paar heerlijke dagen gehad in Concarneau, maar op 25 juli hebben we (wederom) de trossen losgegooid voor onze oversteek richting Spanje. Op de kade werden we uitgezwaaid door Jason, Zoë en hun kinderen Collin en Grace. Samen met hen hebben we veel plezier gemaakt, de kinderen hebben veel gespeeld en we hebben ervaringen uitgewisseld en plannen gemaakt voor de Carieb. Zij zijn nl. ook op wereldreis maar doen het iets rustiger aan en maken volgend jaar pas de Atlantische oversteek. Het was goed en vooral ook leuk om mensen te ontmoeten die ook met jonge kinderen een grote zeilreis maken.

De oversteek van de Golf van Biskaye verliep heel wat voorspoediger dan tijdens onze eerste poging. Met een mooi ruim windje vlogen we de haven uit richting Spanje. Niet zelden voeren we 8 tot 9 knopen en bovendien erg comfortabel. De eerste dag brachten we door met genieten van de zee en de boot (“wat is het toch een máchtskip!”), met spelletjes Uno en met eten en drinken. Tijdens zo’n tocht maak je van iedere maaltijd een extra groot feest en zo waren we zomaar weer een paar uurtjes verder. Aan het eind van de middag werden we nog getrakteerd op een escorte dolfijnen, die vrolijk met de Seaquest meezwommen. Wow! Op dit moment had Maren lang gewacht.

De nacht verliep rustig en we konden keurig onze wachten draaien: om de buurt drie uur slapen en vervolgens drie uur opletten, lezen en genieten. Slapen lukte echter voor geen meter: we waren niet moe genoeg en het lawaai en het geschommel hielden ons wakker. Toch doken we om de beurt de kooi in om in ieder geval wat uit te rusten. Op zee was het tijdens de wachten redelijk saai. Geen drukke scheepvaartroutes en alleen maar donkere wolken, geen mooie sterrenhemels of volle maan. Een spannend boek moest de charme aan de nacht geven.

De volgende dag verliep idem; heerlijk gezeild, beetje gedommeld (wat wil je na zo’n nacht) en gevist. Dat laatste overigens zonder resultaat maar de lol was er niet minder om. We besloten op een gegeven moment wel onze koers te verleggen. Pal voor de wind, kracht 2 à 3? Dan slingert de boot alleen maar en het schiet niet op. Een beetje meer aan de wind konden we lekker zeilen en lag de Seaquest veel rustiger. In plaats van La Coruna kozen we daarom Gijón als doel.

’s Nachts roken we Spanje al vanaf zee, met de geur van cipressen of tja, wat roken we eigenlijk? Land? Om half 5 dinsdagochtend voeren we Gijón binnen. Dit was wel een spannend onderdeel van de reis want het was pikkedonker, terwijl de boulevard aan de horizon een zee van licht was. We werden dus gewoon verblind. Daar kwam nog bij dat die gekke Spanjaarden massaal hadden afgesproken, om 5 uur te gaan vissen. Er kwam ons een hele armada tegemoet! Lang leve de radar. Moe maar voldaan en vooral héél trots op onszelf hebben we heerlijk geslapen met Spaans water onder de kiel.

De volgende ochtend ging de Spaanse vlag op een bijzondere manier in top. Een paar dagen daarvoor hadden we een gesprek met Maren over de verschillende landen die we hebben aangedaan, over hun vlaggen en over hun koning(in). Maren kwam erachter dat niet ieder land een koning of koningin heeft. We begonnen bij het begin van onze reis. Nederland? Koningin Beatrix! België? Een koning. Engeland? Een koningin. Frankrijk? Geen koning maar een president. Vervolgens riep Maren: “En ik weet wie de baas van Spanje is! Sinterklaas natuurlijk!” Sindsdien lijkt het wel december aan boord want we zijn in het land van Sinterklaas. En bij het hijsen van de vlag zongen we daarom logischerwijs een sinterklaasliedje.

Gijón bleek een gezellige stad te zijn, met een mooie oude wijk, leuke terrasjes en ook ’s avonds veel gezelligheid. We hadden meteen het gevoel dat we écht in Spanje waren en besloten een dagje langer te blijven om te genieten van de sfeer. Ook werden we spontaan geïnterviewd door Nueva Espana, dé krant van Asturias. We worden nog beroemd ! Helaas kregen we die dag ook een mankementje aan boord: de pomp van de watermaker is overleden. Niet onoverkomelijk maar wel lastig. Na contact met de dealer van Hallberg Rassy besloten we het probleem op te lossen als we in La Coruna zijn.

Donderdag 29 juli voeren we verder richting Cudillero, op aanraden van de journalist van Nueva Espana. Een rustig tochtje met weinig wind en het laatste stuk hebben we dan ook op de motor gevaren. Het ankeren aan de mooring in Cudillero was een vak apart. Gelukkig kregen we tekst en uitleg in het plat-Spaans dus… Maar we liggen.

Tot slot nog even iets over dé Golf van Biskaye:
We zijn hem overgestoken en het was heel anders dan verwacht. We hadden er veel over gelezen en veel over gehoord; veelal de grote vrees voor iedere schipper. Wij hebben de Golf leren kennen als een fantastisch zeilgebied. Aan de Franse kant mooie havens met goede faciliteiten en de Fransen zijn echte zeilers. Wij denken dat wij in Nederland een watersportcultuur kennen maar deze staat in schril contrast tot de Franse zeilcultuur. Het gebied hier is ook veel uitgestrekter en de Golf van Bikaye biedt vele facetten: Rustige grote baaien met mooi vlak zeilwater, beschutte oppertjes om mooi te ankeren en elke haven is anders. Maar tegelijkertijd hebben we ook respect gekregen voor de Golf met zijn ruige rotskusten, rotspartijen in zee en de sterke stroomrafelingen langs deze rotsen. We moeten er niet aan denken motorpech te krijgen bij het binnenlopen van een haven als bijvoorbeeld Trébeurden of L’Aber Wrac’h. Ook de enorme golven die kunnen ontstaan bij relatief weinig wind verdienen respect. Dus de vrees voor de Golf willen we niet bagatelliseren (denk aan onze eerste poging voor de oversteek) maar we zien ook geen enkele reden om zo`n mooi zeilgebied te mijden. De Spaanse noordkust ligt nu aan onze voeten en ook dat beloofd veel goeds.

Link + foto's

De bestorming van de Bastille en de bestorming van Spanje?

Geplaatst op 22-7-2010

14 juli is dé feestdag van de Fransen. We lagen die dag in Vannes, een middeleeuwse stad die eigenlijk nog helemaal intact is en omringd is door een oude stadsmuur. Typisch een stad waar oud en nieuw heel goed samengaan, in alle opzichten. Het was de hele dag feest in de stad en er was overal straattheater en muziek in middeleeuwse stijl. Bovendien liep iedereen in traditionele kleding. Maren was helemaal onder de indruk: “Er zijn hier allemaal ridders!” Het was bijzonder om mee te maken en de afsluiting met vuurwerk maakte het helemaal compleet.

De volgende dag moesten we waarschijnlijk even bijkomen van het feest want alles belandde die dag in het water. Het begon ’s ochtends met de hoed van Huib Jan, die door de wind het water in werd geblazen. Gelukkig bleef deze drijven en met de pikhaak hadden we hem zo weer aan boord. ’s Middags was de paniek groter, toen de ‘brand new’ zonnebril van Jannet met één handbeweging van Linde in het water belandde. En díe bleef niet drijven... Onze Belgische buurman bood hulp: hij zou gaan duiken. Pikzwart water, ijskoud en behoorlijk diep - maar dat deerde hem niet. Nog geen 5 minuten later kwam hij weer boven, mét zonnebril! Net toen hij weer droog was, liet Huib Jan nog een parelketting van Linde in het water vallen. Onze redder aarzelde niet, sprong opnieuw in het water en binnen enkele tellen had hij ook dit sieraad gered. We hebben hem getrakteerd op een fles champagne voor zijn heldendaden.

Na twee dagen Vannes hebben we samen met de Elektra een mooi ankerplekje gezocht in de Golfe du Morbihan (voor jullie beter bekend als het Franse Eernewoude ). Onder het eiland Île aux Moines vonden we een mooi plekje. Door de getijdenstroom leek het wel wat mysterieus; onze ankerketting leek wel van elastiek. Het ene moment lag de Elektra voor ons en een kwartier later weer achter ons, dan weer ver weg en even later weer heel dichtbij. Het was even wennen maar we vonden het wel grappig en maakten ons er vooral niet druk om.

De volgende morgen hebben we het eilandje verkend, erg aardig met prachtige natuur en een echte oestercultuur. We hebben er lekker gewandeld langs het groen, langs prachtige huizen op nog mooiere plekjes, en door smalle ‘achteromsteegjes’ met mooie ruïne-achtige huisjes. Maar het mooiste was toch wel het prachtige uitzicht vanaf een rotswand op de Seaquest.

Het ankeren kreeg toen echter wel een erg mysterieus karakter want de Elektra lag voor het oog wel héél ver bij de Seaquest vandaan. Zou het gezichtsbedrog zijn? We wandelden rustig verder maar bij de rubberbootjes aangekomen werd Wim toch wat zenuwachtig: De Elektra lag midden in de vaargeul! Hoe lang kan zo’n kettingelastiek zijn? De dames daarom maar snel in één rubberboot en de heren achter de Elektra aan. Bij de boot aangekomen bleek dat het anker van de Elektra de turbulentie in het water niet aankon en ze was afgedreven. We ankerden haar opnieuw en toen hield ze gelukkig wel.

Op 18 juli hebben we, na drie weken samen opvaren, afscheid genomen van Wim en Margriet. Zij keren nu langzaam huiswaarts. Dat was toch wel even wennen want we hebben een mooie tijd beleefd met de Elektra en het was de laatste link met onze roots. Na uitgebreid gezwaaid te hebben lichtten ook wij het anker en zetten we koers naar het eiland Houat. Door een navigatiefoutje waren we nog even verdwaald in de Golfe du Morbihan maar dat was geen straf, de tocht was weer adembenemend mooi.

Bij Houat vonden we een mooi ankerplekje aan het strand. We beleefden daar een heerlijke stranddag en de kinderen hebben zich heerlijk vermaakt. Het was helemaal dolle pret toen heit nog ‘even’ door het toch wel koude water naar de rubberboot moest zwemmen. Het tij rijst hier altijd meer dan je denkt...

Op 20 juli gingen we naar Quiberon, om ons voor te bereiden op de oversteek van de Golf van Biskaye. We deden boodschappen, legden lifelines aan, maakten de rubberboot zeeklaar, tankten diesel en gingen vol goede moed op weg naar Spanje. De eerste uren liep alles op rolletjes. We zeilden mooi en Jannet ging eten koken. Met drie pannen op het fornuis draaide de wind echter naar SSW en hij haalde aan tot kracht 5. Dikke buien donderden op het dek en de braadworsten vlogen door de keuken. We hebben snel gegeten maar daarna hielden we beraad. We hadden geen zin om twee dagen tegen de wind in te knokken en de vette worsten begonnen ons parten te spelen. Linea recta terug naar Frankrijk! Dat was een goede keuze want nog geen kwartier later koos Huib Jan zijn braadworst een uitweg via de niet gebruikelijke route in het toilet, bah! Even later volgde de worst van Jannet. Wonder boven wonder bleven de worstjes van de kinderen op positie en de dametjes hadden het hoogste woord. Heit en mem hadden respect voor de twee jonge zeehelden. We hebben een mooie nachtelijke terugtocht gehad en rond twee uur scharrelden we tussen de rotsen door naar Concarneau. Lange leve Raymarine en z`n moderne radartechnologie. Na een half afzakkertje in veilige haven hebben we allemaal héérlijk geslapen. Nu maar wachten op een volgende kans...

Link + foto's

Elle est belle, la vie en France

Geplaatst op 14-7-2010

“Le moteur functionne très bon, merci beaucoup!” Wonder boven wonder kwam de monteur in Brest op tijd en een half uurtje later was de hele zaak gepiept. In de stromende regen verlieten wij daarom rond 16.00 uur Brest en voeren we op de motor naar Camaret sur Mer. Onderweg genoten we van de wedstrijd Nederland-Brazilië met beelden van de tv en geluid via de Wereldomroep. Dat gaf een extra dimensie aan de wedstrijd want de beelden liepen 6 seconden achter op het geluid. We wisten dus precies wanneer er een doelpunt aan zat te komen. Maren was helemaal in de ban van het WK en superblij met de overwinning op Brazilië. Wel moesten we een half uur voor de haveningang dobberen want de ontknoping van de wedstrijd was precies op het moment dat we de haven aanliepen.

 

Camaret was een leuk plaatsje, heel kneuterig en oud. Hier herenigden wij ons met Wim en Margriet van de Elektra. Verder weinig te beleven dus reden te meer om de volgende ochtend, 3 juli, te vertrekken naar Benodet. De tocht begon weer met onze trouwe Volvo maar het laatste stuk konden we prachtig zeilen. De Golf van Biskaye was op dat moment te vergelijken met het Sneekermeer: windje vier aan de wind en geen deining.

 

Onze jubelstemming bleef doorzetten want Benodet was erg mooi, met gezellige terrasjes en een mooi strand. Het weer nodigde uit om de meiden even lekker te laten rennen op het strand. Met de ‘Tender to me’ daarom op het strand af en ja hoor… linea recta weer terug want de gendarmerie dacht heel anders over het afmeren van een rubberboot op het strand dan Huib Jan de Graaf. Uiteindelijk vonden we een plekje buiten de zone interdit en met een natte onderbroek en een nat T-shirt bereikten we het strand.

 

Benodet is ook de plek waar de beroemde(?) held ‘Jacques de Thézac’ is geboren. Wij vonden dit meteen een prima naam voor de nieuwe boot van Jacques en Monique. Dus die is bij deze wat ons betreft geboren.

 

5 juli zijn we vertrokken naar Concarneau, een vestingstadje waar we eigenlijk te kort zijn geweest. Maren hadden we verteld dat er vroeger ridders binnen de vesting woonden en dat het kasteel er nog steeds stond. Ze stond te popelen om een bezoek aan de stad te brengen. Het was een prachtig vestingstadje met alleen maar oude gebouwen maar voor Maren was de teleurstelling groot: “Hmm, alleen maar winkels, ik zie helemaal geen ridderhuizen, niks aan.“ Met een drankje op het terras met Wim en Margriet konden we de teleurstelling weer ombuigen in een goed humeur.

 

Op 6 juli weer verder naar Île de Groix. Fantastisch gezeild op de genaker met schitterend weer. Nooit gedacht dat de Golf van Biskaye zo mooi kon zijn. Dan het eiland Île de Groix: een rustig eiland, dorre natuur en verder weinig te beleven – behalve dan het ankeren aan een mooring, wat hier een hele belevenis was met een boot van 53 voet. Jannet had bedacht om fietsen te huren. Huib Jan riep nog: “Laten we een snorfiets nemen want ze hebben hier bergen” maar die wanhopige poging ging teloor in het enthousiaste gejuich van Maren: “Jaaa, ik wil fietsen!” Aldus geschiedde en… er waren inderdaad heuvels…

 

Op 8 juli naar Belle Île, weer alles op de motor maar wel een mooi tochtje. Belle Île (naam zegt genoeg) was wel een nieuwsgierig eiland dus besloten we om samen met Wim en Margriet een auto te huren. En wat voor één! Het eerste kwartier hadden we alle zes spontaan de slappe lach. Het was een cabriolet met kuipstoelen en plek zat voor zes mensen. Maar het was dan ook een dure wagen. Als Huib Jan reed, begonnen we in de tweede versnelling anders kon hij zijn knie niet kwijt. Vol gas scheurden we met 60 km/uur de berg af en dan moest je alles vasthouden, anders viel hij uit elkaar. Het uitstappen was erg gemakkelijk want het portier viel vanzelf op de grond. De rem werkte zo goed dat, wanneer je één keer remde, de rem er nooit meer afging. Wat een pret! En dat voor € 25.- per dag. Toen we de voiture terugbrachten met één portier in de kofferbak en één nog in het scharnier, reageerde de eigenaar nonchalant; hij gaf eerst de borg terug en daarna haalde hij ook het andere portier uit de carrosserie. Vervolgens zette hij beide portieren in een hoek:” Zo, dan maar zonder deuren!”

 

De auto gaf ons ook de mogelijkheid om de golfbaan te bezoeken. Samen met Pro Wim en met Margriet zette Huib Jan koers naar de golfbaan. Ideale baan, geen gezeur over een GVB en Caddy Margriet mocht gewoon meewandelen. Het was een mooi parcours met veel uitdagende holes met schitterende uitzichten. Na elf holes belde Jannet , die de boot uitbrandde in een haven zonder wind en met twee oververhitte kinderen. Het werd tijd om verder te varen naar Trinité sur Mer.

 

We schrijven inmiddels 11 juli. In Trinité lagen we met de Elektra aan de moorings en genoten van de bedrijvigheid om ons heen. Fransen kunnen goed zeilen maar niet manoeuvreren en dat heeft vaak smakelijke taferelen opgeleverd. Overigens was het de Graaf zelf die voor het grootste spektakel zorgde: Hij zou wel ‘even’ van de mooring wegzeilen, maar belandde met het grootzeil vast in de mast tussen boeien die niet bedoeld zijn voor Rassy`s met een lengte van 16 meter, maar voor wedstrijd varende optimistjes. Op ruim water hadden we de boel gelukkig snel weer uit de knoop en daarna hebben we een heerlijke zeiltocht naar Vannes gehad, via de Golfe du Morbihan.

 

Je waant je hier in een soort Princenhof bij Eernewoude - maar dan 5 keer zo groot, met eilandjes, schitterende landhuizen en een tij met 8,5 mijl stroom én slootjes van 22 meter diep, afgewisseld met vaartjes van 1,5 meter diep. Vooral het varen op de enorme stroom vonden we fascinerend: Vergelijk het maar met dat je met een boot van bijna 20 meter bij Rein Pieter door de omleg vaart met een snelheid van 25 km/uur…

 

In Vannes beleven we vandaag ‘14 juillet’, hét feest van de Fransen. Hierover later meer.

 

Zie de nieuwe foto`s in het logboek!

Link + foto's