Elle est belle, la vie en France

14-7-2010

“Le moteur functionne très bon, merci beaucoup!” Wonder boven wonder kwam de monteur in Brest op tijd en een half uurtje later was de hele zaak gepiept. In de stromende regen verlieten wij daarom rond 16.00 uur Brest en voeren we op de motor naar Camaret sur Mer. Onderweg genoten we van de wedstrijd Nederland-Brazilië met beelden van de tv en geluid via de Wereldomroep. Dat gaf een extra dimensie aan de wedstrijd want de beelden liepen 6 seconden achter op het geluid. We wisten dus precies wanneer er een doelpunt aan zat te komen. Maren was helemaal in de ban van het WK en superblij met de overwinning op Brazilië. Wel moesten we een half uur voor de haveningang dobberen want de ontknoping van de wedstrijd was precies op het moment dat we de haven aanliepen.

 

Camaret was een leuk plaatsje, heel kneuterig en oud. Hier herenigden wij ons met Wim en Margriet van de Elektra. Verder weinig te beleven dus reden te meer om de volgende ochtend, 3 juli, te vertrekken naar Benodet. De tocht begon weer met onze trouwe Volvo maar het laatste stuk konden we prachtig zeilen. De Golf van Biskaye was op dat moment te vergelijken met het Sneekermeer: windje vier aan de wind en geen deining.

 

Onze jubelstemming bleef doorzetten want Benodet was erg mooi, met gezellige terrasjes en een mooi strand. Het weer nodigde uit om de meiden even lekker te laten rennen op het strand. Met de ‘Tender to me’ daarom op het strand af en ja hoor… linea recta weer terug want de gendarmerie dacht heel anders over het afmeren van een rubberboot op het strand dan Huib Jan de Graaf. Uiteindelijk vonden we een plekje buiten de zone interdit en met een natte onderbroek en een nat T-shirt bereikten we het strand.

 

Benodet is ook de plek waar de beroemde(?) held ‘Jacques de Thézac’ is geboren. Wij vonden dit meteen een prima naam voor de nieuwe boot van Jacques en Monique. Dus die is bij deze wat ons betreft geboren.

 

5 juli zijn we vertrokken naar Concarneau, een vestingstadje waar we eigenlijk te kort zijn geweest. Maren hadden we verteld dat er vroeger ridders binnen de vesting woonden en dat het kasteel er nog steeds stond. Ze stond te popelen om een bezoek aan de stad te brengen. Het was een prachtig vestingstadje met alleen maar oude gebouwen maar voor Maren was de teleurstelling groot: “Hmm, alleen maar winkels, ik zie helemaal geen ridderhuizen, niks aan.“ Met een drankje op het terras met Wim en Margriet konden we de teleurstelling weer ombuigen in een goed humeur.

 

Op 6 juli weer verder naar Île de Groix. Fantastisch gezeild op de genaker met schitterend weer. Nooit gedacht dat de Golf van Biskaye zo mooi kon zijn. Dan het eiland Île de Groix: een rustig eiland, dorre natuur en verder weinig te beleven – behalve dan het ankeren aan een mooring, wat hier een hele belevenis was met een boot van 53 voet. Jannet had bedacht om fietsen te huren. Huib Jan riep nog: “Laten we een snorfiets nemen want ze hebben hier bergen” maar die wanhopige poging ging teloor in het enthousiaste gejuich van Maren: “Jaaa, ik wil fietsen!” Aldus geschiedde en… er waren inderdaad heuvels…

 

Op 8 juli naar Belle Île, weer alles op de motor maar wel een mooi tochtje. Belle Île (naam zegt genoeg) was wel een nieuwsgierig eiland dus besloten we om samen met Wim en Margriet een auto te huren. En wat voor één! Het eerste kwartier hadden we alle zes spontaan de slappe lach. Het was een cabriolet met kuipstoelen en plek zat voor zes mensen. Maar het was dan ook een dure wagen. Als Huib Jan reed, begonnen we in de tweede versnelling anders kon hij zijn knie niet kwijt. Vol gas scheurden we met 60 km/uur de berg af en dan moest je alles vasthouden, anders viel hij uit elkaar. Het uitstappen was erg gemakkelijk want het portier viel vanzelf op de grond. De rem werkte zo goed dat, wanneer je één keer remde, de rem er nooit meer afging. Wat een pret! En dat voor € 25.- per dag. Toen we de voiture terugbrachten met één portier in de kofferbak en één nog in het scharnier, reageerde de eigenaar nonchalant; hij gaf eerst de borg terug en daarna haalde hij ook het andere portier uit de carrosserie. Vervolgens zette hij beide portieren in een hoek:” Zo, dan maar zonder deuren!”

 

De auto gaf ons ook de mogelijkheid om de golfbaan te bezoeken. Samen met Pro Wim en met Margriet zette Huib Jan koers naar de golfbaan. Ideale baan, geen gezeur over een GVB en Caddy Margriet mocht gewoon meewandelen. Het was een mooi parcours met veel uitdagende holes met schitterende uitzichten. Na elf holes belde Jannet , die de boot uitbrandde in een haven zonder wind en met twee oververhitte kinderen. Het werd tijd om verder te varen naar Trinité sur Mer.

 

We schrijven inmiddels 11 juli. In Trinité lagen we met de Elektra aan de moorings en genoten van de bedrijvigheid om ons heen. Fransen kunnen goed zeilen maar niet manoeuvreren en dat heeft vaak smakelijke taferelen opgeleverd. Overigens was het de Graaf zelf die voor het grootste spektakel zorgde: Hij zou wel ‘even’ van de mooring wegzeilen, maar belandde met het grootzeil vast in de mast tussen boeien die niet bedoeld zijn voor Rassy`s met een lengte van 16 meter, maar voor wedstrijd varende optimistjes. Op ruim water hadden we de boel gelukkig snel weer uit de knoop en daarna hebben we een heerlijke zeiltocht naar Vannes gehad, via de Golfe du Morbihan.

 

Je waant je hier in een soort Princenhof bij Eernewoude - maar dan 5 keer zo groot, met eilandjes, schitterende landhuizen en een tij met 8,5 mijl stroom én slootjes van 22 meter diep, afgewisseld met vaartjes van 1,5 meter diep. Vooral het varen op de enorme stroom vonden we fascinerend: Vergelijk het maar met dat je met een boot van bijna 20 meter bij Rein Pieter door de omleg vaart met een snelheid van 25 km/uur…

 

In Vannes beleven we vandaag ‘14 juillet’, hét feest van de Fransen. Hierover later meer.

 

Zie de nieuwe foto`s in het logboek!

Automatisch op de hoogte blijven van onze reis? Meld je aan via bovenstaande rss-button!