Canouan, Bequia en St Vincent

26-1-2011

De schildpadden bij Tobago Cays zwaaien we dinsdagmorgen uit in de stromende regen, overigens nog steeds in zwembroek en bikini. Bij het eilandje Canouan gaan we voor anker op een mooie plek tussen de andere boten. Daar liggen we als een huis… denken we…

Als wij even later nietsvermoedend een pizza eten met uitzicht op de Seaquest, wordt Huib Jan een beetje onrustig. De boot lag eerder vandaag toch ergens anders? Na enige aarzeling (“Ik ben toch niet gek?!?”) zoekt Huib Jan een marifoon en dan hoort hij wat er is gebeurd: we kwamen we wel érg dicht in de buurt van een andere boot door de valwinden en de stroming die er in de baai staan. Gelukkig laten we altijd de sleutel in het contact zitten en ook de ankerlier staat nog aan, ‘just in case’. Patrick en Etienne verplaatsen de boot naar een plek, waar we ruim kunnen zwaaien en zwieren rond het anker, bijna buiten de baai wel te verstaan. De harbour master overdrijft het gebeurde én zijn rol daarin, vissend naar een flinke tip. We strijken over ons hart; je kunt de mensen hier beter maar te vriend houden. Op de ankerplek hebben we een onrustig nachtje: we gaan als een gek tekeer buiten de beschutting van een baai. Tijd om verder te gaan.

We zeilen naar Bequia, 18 mijl aan de wind op een hobbelige zee, dus een beetje stampen, maar daar kunnen we inmiddels wel tegen. We gaan voor anker in Admiralty Bay, pal voor het enige dorp dat het eiland rijk is. We zijn meteen erg gecharmeerd van Bequia; het eiland is nog redelijk authentiek, dus geen grote betonnen huizen en geen massatoerisme maar met stiekem toch wel een beetje luxe voor ons verwende Nederlanders. Die luxe is ‘ingepakt’ in charmante hotelletjes en in schuurtjes achter een woning, waar we bijvoorbeeld versgebakken brood, ‘homemade’ yoghurt en ijs én Goudse kaas kunnen kopen.

Vrijdag maken we samen met Jacques (Tin Hao) een uitstapje per taxi, een hele bijzondere deze keer, met natuurlijke airco. We bezoeken de ‘turtle sanctuary’, waar jonge zeeschildpadden opgroeien tot ze oud en sterk genoeg zijn om zelfstandig het ruime sop te kiezen. Het is mooi om te zien hoe het complex wordt gerund met bijna alleen maar liefdadigheid. Op ‘Mount Pleasant’ hebben we een prachtig uizicht over de zee en de weg er naar toe is minstens zo interessant. In het binnenland krijgen we vaak pas écht een indruk van de schoonheid van een eiland. Opgeruimd is Bequia niet bepaald: een uitgerangeerde auto bijvoorbeeld parkeert men gewoon langs de kant van de weg, tot deze is overwoekerd door de vele groene planten. Dat maakt de rotzooi toch weer tot een mooi tafereeltje.

We bezoeken het ‘whale museum’. Nou ja, museum is een beetje te veel gezegd: in een oude schuur komen we iets meer te weten over de walvisvangst op Bequia, in een gesprek met een echte ‘whale harpooner’. De walvisjacht is hier nog steeds levend, zij het op uitsluitend op traditionele wijze en op zeer kleine schaal. Hoewel wij niet echt blij worden van dode walvissen, weet de man toch enige sympathie bij ons te wekken met zijn verhaal. In ieder geval is het een interessant stukje van de cultuur hier en we proberen ons zonder oordeel in hem te verplaatsen.

Zaterdag varen we naar Wallilabou Bay, bij het eiland St Vincent. Deze baai was ooit het decor voor de film ‘Pirates of the Caribbean’ en daar zijn de restanten nu nog van te zien. Het wordt een korte maar mooie tocht van 15 mijl met prachtig zeilen. Bij aankomst in Wallilabou Bay worden we op zee al overvallen door de vele boat boys, die allemaal willen helpen een heklijn naar de wal te brengen en bovendien alles wat los en vast zit aan ons willen verkopen, van kreeften en fruit tot sieraden stenen. Een korte wandeling over St Vincent laat ons een prachtige omgeving zien met steile, grillige maar vooral ook groene bergen. Dat is ook niet verwonderlijk want regen en zon wisselen elkaar de hele dag af of eigenlijk regent het een paar keer per uur, terwijl de zon gewoon blijft schijnen. Prachtige regenbogen zijn ons deel. Het verwondert ons niet dat hier groente en fruit voor de hele Grenadines wordt verbouwd.

Zondag halen we ons anker al weer op, na afscheid te hebben genomen van de SeaMotions en Tante Rietje. We hebben 55 ‘ruwe’ zeemijlen te gaan naar St Lucia, en niet alle bemanningsleden van de Seaquest vinden de tocht even leuk. Op St Lucia maken we van zondag op maandag een korte tussenstop voor een pakketje voor Maren dat, na ruim 1,5 maand onderweg te zijn geweest, nog steeds moet arriveren. Maren is helemaal in haar nopjes als ze de doos vol verjaardagscadeautjes van Joséphine in ontvangst neemt. Daarna gaan we meteen verder naar Martinique: 15 mijlen scherp aan de wind en de Seaquest gaat weer ‘als een tierelier’. We hebben continu minimaal 8 knopen op de teller en we genieten allemaal, in tegenstelling tot de vorige tocht. Net voor het donker wordt gooien we ons anker uit bij Marin, aan de zuidkant van het eiland. In één klap zijn we weer terug in de geciviliseerde wereld. Wat was dat ook al weer?

Automatisch op de hoogte blijven van onze reis? Meld je aan via bovenstaande rss-button!