Martinique, Dominica, Guadeloupe en Antigua

2-2-2011

Tjonge, jonge! De Seaquest kunnen we beter omdopen tot Speedquest want we hebben de vaart er behoorlijk inzitten deze week. Begin februari verwachten we nl. bezoek op Sint Maarten en dat is nog best een serieus eindje varen. We varen daarom deze week veel en zien alles in vogelvlucht.

Marin, aan de zuidkant van Martinique, is de uitvalsbasis voor veel charterboten en het is dan ook een Mekka voor de watersport. Aan luxe ontbreekt het hier niet: het assortiment in supermarkten en winkels is zeer uitgebreid en bij de restaurants is geen nee te koop. Dat was de afgelopen weken wel anders. We spreken plotseling weer Frans, betalen met Euro’s en wandelen over verharde én goed onderhouden wegen. Wat een weelde! We nemen het er maar even van.

Met een goed gevulde koelkast varen we woensdag verder naar Fort de France, de hoofdstad van Martinique. Het wordt een mooi zeiltochtje van 3 uren, net het hoekje om. Fort de France valt ons een beetje tegen. Het heeft niet de charme van het Caribisch gebied en veel luxe en vertier is er ook niet. Van beide dus net niks en we willen snel weer verder.

Vrijdag zeilen we 65 mijl verder naar Dominica, op naar de ‘Leeward Islands’! Het eilandhoppen in dit gebied is altijd bijzonder afwisselend: In de luwte van een eiland wisselen windstiltes en valwinden elkaar af en dat betekent werk aan de winkel; flink reven tijdens valwinden en vol zeil (of zelfs de motor aan) om de windstiltes door te komen. Rond de punt van een eiland begint de wind nog vreemder te doen, tot soms zelfs tegenwind. Tussen de eilanden in krijgen we ‘de volle mep’, zowel wat betreft wind als golven. Als er dan ook nog een buitje bijkomt -wat regelmatig gebeurt-, wordt het pas écht spectaculair zeilen. En dan is de Seaquest op haar best!

Op Dominica gaan we voor anker in Prince Rupert Bay. We worden verwelkomd door zeilmeisje Laura Dekker en dat vindt Maren natuurlijk helemaal geweldig. Zaterdags gaan we vroeg uit de veren voor een tocht op de Indian River met ‘mister Macaroni’. We gaan peddelend langs mooie bomen, pelikanen, een soort reiger in alle kleuren, leguanen, etc. Het is goed dat we zo vroeg zijn gegaan want op de terugweg zien we al veel minder natuurschoon.

’s Middags maken we een rondrit over Dominica. We zitten urenlang in een taxibus, veel te lang eigenlijk, maar zo krijgen we wel in één middag een indruk van dit mooie groene eiland. Hoogtepunt van de middag is een wandeling door het regenwoud naar een waterval. We zwemmen daar in het zoete, koude en heldere water en krijgen een rugmassage ‘from heaven’ op de koop toe. Jammer genoeg is onze tijd hier dan ‘op’ en moeten we verder.

Zondag gaan we ankerop richting Guadeloupe, een tocht van 40 mijl. We gaan met 9 knopen door het water. Dat schiet lekker op! Na een schitterende tocht gaan we aan de mooring bij Pigeon Island, een eilandje ten westen van Guadeloupe. Ons geduld wordt daarbij op de proef gesteld want er zijn slechts twee moorings beschikbaar en er zijn natuurlijk meer mensen die daarop azen. Maar uiteindelijk liggen we midden in het ‘Cousteau Underwater Park’ met onze Seaquest, een veelbelovende naam, en inderdaad: we kunnen er prachtig snorkelen. We besluiten hier de nacht door te brengen en nog een dag langer te genieten van de onderwaterwereld.

Dinsdagochtend maken we ons los van dit felbegeerde plekje, voor een tocht van 54 mijl naar Antigua. Het is wederom een prachtige tocht en we gaan weer als een razende roeland. We gooien ons anker uit bij Jolly Harbour, onze laatste tussenstop voordat we naar Sint Maarten gaan. Het water is blauw en we hebben uitzicht op de mooiste optrekjes maar verder zien we weinig van Antigua. We moeten door. De rest bewaren we voor later!

Automatisch op de hoogte blijven van onze reis? Meld je aan via bovenstaande rss-button!