Logboek maart 2011

St. Maarten en Antigua

Geplaatst op 28-3-2011

Deze week beginnen we wederom in Simpson Bay op St. Maarten. We zijn hier inmiddels zo lang geweest, dat we ons bijna thuis gaan voelen. Dat betekent dat het tijd wordt om door te gaan. Maar eerst nog even een leuk treffen met een paar ‘oude bekenden’: de Moonrise en de Wizard, die we al maanden niet meer hebben gezien. We besluiten dinsdag binnendoor naar Marigot te varen, dus door de lagune, waar we ze zullen treffen. Dat is een uitdaging want met 2.30 meter diepgang moeten we volgens de kaart over een ‘hobbeltje’ van 1.80. “Moet kunnen,” volgens Willem van de Flying Swan, “het is toch allemaal prut daar.” Huib Jan is het roerend met hem eens en we besluiten het te proberen. Het gaat inderdaad lang goed maar met het einddoel in zicht stranden we toch nog op de beruchte hobbel. We houden vol, d.w.z. een beetje gas en een beetje zeil erbij, dan zou het moeten kunnen… Het resulteert echter in ‘hartstikke vast’ en we komen met geen mogelijkheid meer los, ondanks alle ervaring die we daarmee hebben. Gelukkig zijn zeilers één grote familie en de hulp snelt al gauw toe vanuit alle hoeken. Maar zelfs dan blijken we nog niet zo gemakkelijk los te komen. Uiteindelijk worden we, na heel veel pk- en motorgeweld, losgetrokken door een bijbootje met 30 pk, dat met een lange lijn aan de top van onze mast is bevestigd. Het loopt weer met een sisser af… We leggen de Seaquest voor anker, nét voor het beruchte hobbeltje, en besluiten het laatste stukje maar per bijboot af te leggen.

In Marigot kletsen we kort maar gezellig bij met de Moonrise en de Wizard en ’s avonds gaan we nog een hapje eten met Hans, Annelies, Hille en Floris van de Wizard. Daarna gaan we om half 11 ’s avonds ankerop voor een nachttocht naar Antigua. We hebben bijna 100 mijlen voor de boeg en het belooft een mooie tocht te worden; een bijna volle maan verlicht de nachtelijke hemel en we hebben een goed boek klaarliggen voor tijdens de wachten. Wat kan een mens zich soms toch vergissen in de zee! De eerste paar mijltjes zeilen we nog mooi. Tijdens Huib Jan zijn wacht verschijnt er een rare squall op de radar. In het maanlicht tekenen zich angstaanjagende wolkenpartijen af aan de inmiddels grauwe hemel. De wind wakkert aan tot 30 knopen en de radarbeelden voorspellen weinig goeds. Huib Jan besluit om fors te gaan reven en dat is best even een klus in z`n eentje in het donker, ondanks ons ‘push button system’. Als hij de klus heeft geklaard komt het water inmiddels met bakken uit de hemel. Na de squall draait de wind naar het zuidoosten en dat betekent dat Antigua niet meer bezeild is. De wind blijft krachtig staan en het wordt een ‘bumpy ride’. Een goed boek? Vergeet het maar! We slapen nauwelijks en komen de volgende ochtend helemaal gebroken aan.

De ontvangst in Jolly Harbour op Antigua maakt veel goed: de La Luna, Luna Verde en Flying Swan staan ons op te wachten en we vergeten maar gauw de afgelopen nachttocht. Voor de kinderen is het feest want bij de haven is een zwembad waarvan we vrij gebruik van mogen maken. Als een aantal lokale kinderen zwemles krijgt, probeert ook Linde haar eerste borstcrawl te doen met hulp van de badmeester. Badjuffrouw Maren moedigt haar aan. Overigens hebben ze hier nog nooit gehoord van school- en rugslag. Volgens het Amerikaanse systeem (gericht op winnen i.p.v. overleven?) wordt alleen de borst- en rugcrawl aangeleerd.

De volgende ochtend varen we, na een frisse ochtendduik, door naar English Harbour. Tussen de riffen door varen we de 8 mijlen zij aan zij met de Flying Swan. English Harbour is een prachtige plek met een rijke geschiedenis. Er staan veel mooi gerestaureerde gebouwen en een ruïne van een fort uit de 18e eeuw, de tijd dat English Harbour de belangrijkste Britse haven was in de Antillen. Tegenwoordig is het een Nationaal Park en daar liggen wij middenin! Cultuur, strand, mooi en rustig ankeren én lokaal vertier ‘onder één dak’; wat wil een mens nog meer? Er is één klein minpuntje aan deze mooie plek: ’s nachts worden we geterroriseerd door muskieten, die zich goed thuis voelen tussen de mangrove in de zeer beschutte baai. Muskietennetten, muskietenspray, muskietenmelk, muskietenjachten: we halen alles uit de kast maar steeds weer weet er eentje de dans te ontspringen, om ons vervolgens de hele nacht lastig te vallen.

Zondagmiddag gaan we met een aantal Nederlandse vertrekkers naar ‘the place to be’ op Antigua: Shirley Heights, een bar/restaurant boven op een rots met uitzicht op o.a. English Harbour. Zondagmiddag wordt hier iedere week een barbecue georganiseerd, met live steelbandmuziek bij een prachtige zonsondergang. Nederland is goed vertegenwoordigd: de Flying Swan, La Luna, Vivente, Fiddlesticks, Witte Raaf en wijzelf natuurlijk. Het wordt een gezellige middag/avond met oude en nieuwe bekenden en we feesten tot de buikjes goed zijn gevuld en we vol zijn van de Caribische klanken. Hoewel: die muziek verveelt ons na ruim 3 maanden in de Cariben nog steeds niet.

Link + foto's

St. Eustatius

Geplaatst op 21-3-2011

Vanuit Anse Colombier (St. Barth) maken we zondag 13 maart, voor de tweede keer in een paar weken tijd, een wandeling naar Anse Flamand. Ook nu weer is het een prachtige wandeling en het blijkt de generale te worden voor een voettocht later deze week. In de baai klussen en poetsen Ruurd en Huib Jan dat het een lieve lust is. Een ‘to do’ lijst aan boord is nooit helemaal afgewerkt maar op dit moment is deze korter dan ooit!

Maandagmiddag zeilen we verder naar St. Eustatius. We varen langs alle boten, villa’s en andere bezittingen op St. Barth van Roman Abramovich en zijn vrienden. We voelen we ons als echte paparazzi als Ruurd zijn roerende en onroerende zaken fotografeert. Van Abramovich himself overigens geen glimp.

In het donker -de zon is nét onder- gaan we voor anker in Oranjestad Baai. Pas de volgende morgen zien we hoe mooi St. Eustatius is en het sprookje wordt nog mooier als Ruurd walvissen spot; ver weg, maar tóch!

Maren vertelt: “We zouden net met de rekentoets beginnen en toen opeens riep Ruurd ‘Een walvis!’ Toen kwam Willem van de Flying Swan er aan en we vertelden dat we walvissen zagen. Willem vroeg ‘Willen jullie mee in mijn bijbootje? Dan gaan we de walvissen zoeken.’ Heit nam een fototoestel mee maar de foto’s lukten niet zo goed. De walvissen dreven op het water en ze spoten water. We zijn héél dichtbij geweest. Ze waren grijs en zwart en ze kunnen ook omhoog springen uit het water, net als de orka’s op de oceaan. Het was heel erg gaaf.”

St. Eustatius wordt ook wel ‘the Caribbean’s hidden treasure’ genoemd. Daarmee is o.i. niets teveel gezegd, ontdekken we als we ’s middags het eiland gaan verkennen. De bewoners zijn ontzettend vriendelijk en behulpzaam, het eiland kent een rijke historie en: overal zie je heel subtiel de Nederlandse verbintenis. We zijn erg verrast en onder de indruk. Als we voet aan wal zetten, krijgen we spontaan een lift aangeboden van een bewoner in een pick-up. ‘Spring maar achterop’ blijkt hier de normaalste zaak van de wereld. Dat begint goed. Eenmaal aangekomen in het dorp Oranjestad zien we hoe puur en oorspronkelijk het eiland nog is: mooie ‘gingerbread houses’, de restanten van fort Oranje, van een kerk en een synagoge en het dorp is redelijk goed onderhouden, cq. mooi gerestaureerd. En dat alles in een ‘decor’ met een Nederlands politiebureau, Nederlandse straatnamen, Nederlandstalige grafstenen en plaquettes en: overal foto’s van koningin Beatrix. Wát een mooi stukje cultureel erfgoed en wat een trots en hartelijkheid komen we tegen! We besluiten nog een paar dagen langer te blijven.

Woensdag gaan we een uitdaging aan: we gaan de vulkaan The Quill beklimmen, samen met Tjebbe en Pauli van de Minor. Dat is een pittige voettocht, niet in het minst voor Linde haar kleine beentjes, maar zeker ook voor de rest. We kiezen niet de langste route maar het is nog altijd meer dan twee uren heen én twee uren terug langs niet bepaald geplaveide paden. Gelukkig is er veel te zien: bromelia’s, vlinders en soldatenkrabben zorgen voor de nodige afleiding en het vele groen is niet alleen mooi om te zien maar het geeft gelukkig ook veel schaduw op het heetst van de dag. Op de rand van de vulkaan hebben we een prachtig uitzicht op de groen begroeide krater. Daar laten we het bij en we beginnen aan de terugreis. Als we aan het einde van de middag weer beneden zijn, belonen we onszelf met een groot glas koud drinken en we eten samen wat in een lokaal tentje om onze energievoorraad weer op peil te brengen. Overigens rennen de kinderen een uurtje later al weer vol energie (waar halen ze die toch vandaan?) rond en ze maken veel plezier met de kinderen van St. Eustatius. Wij kunnen geen boe of bah meer zeggen maar hebben een heel voldaan gevoel als we ’s avonds weer aan boord zijn.

Vrijdag moeten we dan toch écht weer ankerop om, een beetje met pijn in ons hart, deze mooie Nederlandse gemeente te verlaten. Het wordt een prachtige laatste zeiltocht voor Ruurd en Carina aan boord van de Seaquest. In Simpson Bay genieten we ’s avonds van een gezellig en heerlijk galgenmaal. Zaterdagmiddag zwaaien we ze uit op Juliana Airport, na een paar fijne weken samen op de Caribische zee.

Tja, en dan zijn we weer met z’n vieren aan boord… Een goed moment voor een goed gesprek. Op onze vraag aan Maren en Linde wat ze het mooiste eiland van de Cariben vinden, antwoord Linde beslist: Plopsaland! (ja, inderdaad, dat pretpark in België…) Maren kan eigenlijk niet kiezen: als ze maar kan zwemmen en snorkelen en het liefst in héél helderblauw water, is alles mooi.

Overigens heeft het scheepsleven de afgelopen weken weer de nodige spraakverwarring opgeleverd bij de kinderen. Als Maren in een winkel mooie kledinghaakjes ziet, zegt ze: “Kijk mem! Allemaal pikhaken!” En als ze tante Margreet op de Skype niet kan horen, weet ze de oplossing: “O, je moet gewoon de marifoon even aanzetten hoor!” Verder is de ‘schade’ gelukkig nihil…

Link + foto's

St. Maarten, Anguilla en St. Barth

Geplaatst op 13-3-2011

Deze week begeven we ons op bekend terrein – maar wel met andere bemanning: Ruurd en Carina schepen vrijdag 4 maart in op de Seaquest en zij varen twee weken met ons mee. Onze voorbereidingen liegen er weer niet om: boot schoonmaken, poetsen, wassen en: boodschappen doen. De logistiek loopt bij het laatste niet helemaal geolied: de bagage van twee mensen voor twee weken in de kofferbak is nog tot daar aan toe. Maar als daar ook nog boodschappen voor twee weken bij moeten, plus zes personen in de auto, dan wordt het toch wel een beetje krapjes. Op het parkeerterrein van de supermarkt maken we onze ‘carriers’ duidelijk dat het niet past. Ze beginnen hartelijk te lachen en vragen ons even te wachten. Vijf minuten later komt er veel lawaai aan, omgeven door rookwolken. Er stopt een aftands achtcilinder busje met ‘a friend of the boys’. Hij brengt onze boodschappen keurig naar Simpson Bay en ‘the problem is solved’ voor een fooi.

Zaterdag verruilen we Simpson Bay voor Marigot, op het Franse deel van St. Maarten. Tijdens de tocht er naar toe is er veel te zien want de Heineken St. Maarten regatta is in volle gang, ‘serious fun’ volgens de geleerden. De gekleurde zeiltjes op het water en het gevecht met de wind c.q. geen wind zorgen voor veel spektakel. In Marigot gaan we in de haven liggen naast de Flying Swan. Het serieuze gedeelte van de dag hebben we gehad, nu is het tijd voor ‘fun’. Deze keer betekent dat feest voor de mannen. Zondagmorgen is bij hun de feestvreugde ver te zoeken. De rest treft het want het is carnaval in Marigot. Dat is swingen en genieten in Caribische sferen. Jong en oud, dik en dun dost zich uit in de meest kleurrijke en uitbundige kleding en dat levert fraaie plaatjes op, terwijl de mannen hun roes uitslapen.

Maandagmorgen, onder schooltijd, slaan de mannen (inmiddels weer opgedroogd) aan het klussen op de steiger. Ze zagen en timmeren een bureautafel voor Maren in elkaar in de brandende zon. Na gedane arbeid varen we naar Tintemarre, een onbewoond eilandje ten noordoosten van St. Maarten. Het wordt een tochtje tussen de visboeitjes door en daar worden we altijd een beetje nerveus van, na onze ervaring hiermee in Portugal. Als we eenmaal voor anker liggen, staat de buurman druk te gebaren naar de achterkant van onze boot. Wat blijkt? We hebben twee visboeitjes én een hele lange lijn meegesleept. Oeps! Foutje… Gelukkig trekken we de staart zo los en loopt het weer met een sisser af.

Bij Tintemarre vermaken we ons een dag lang prima: we snorkelen tussen de roggen en Maren zwemt oog in oog met een grote barracuda. Ze schrikt zich echter een hoedje als hij zijn bek opent en haar zijn tanden laat zien. Nog trillend van de schrik staat ze in ‘no time’ weer aan boord. Ondertussen schommelt de Seaquest behoorlijk heen en weer op de deining van de zee. Wijzelf zijn hier inmiddels wel aan gewend maar de evenwichtsorganen van Ruurd en Carina draaien overuren. Het kluswerk wordt dinsdag dan ook voortgezet met vaste grond onder de voeten: de bureautafel wordt gelakt op het strand, onder de wuivende palmen en met uitzicht op een azuurblauwe zee. Klussen op z’n Caribisch? Zwaar werk...

Aan het einde van de dag varen we door naar Grand Case, wederom op St. Maarten. We beleven daar ’s avonds ‘le mardi de Grand Case’: het hele dorpje is autovrij gemaakt en overal is muziek, eten, kraampjes en gezelligheid. Zowel locals als toeristen komen genieten van een soort mengeling van een preuvenement, braderie en carnaval, gezelligheid troef!

We weten van de vorige keer dat we in Grand case mooi kunnen snorkelen. Dat willen we Ruurd en Carina natuurlijk niet onthouden. Bepakt en bezakt met snorkeluitrusting gaan we daarom met de bijboot naar de snorkelrots en in een zucht liggen Ruurd en Carina in de oceaan. Onder deskundige begeleiding van Maren snorkelen onze gasten er op los. Na een half uurtje komen ze uitgeput weer bij de boot aan. Carina is redelijk snel weer aan boord maar Ruurd -120 kg schoon aan de haak- komt met geen mogelijkheid terug in de dinghy. Steeds als hij er bijna is, blijft hij haken achter zijn eigen skippybal en glijdt hij linea recta terug in de oceaan. Wij liggen natuurlijk driedubbel van het lachen en vanaf nu draagt Ruurd de naam ‘Ruud de Walrus’.

Na het snorkelavontuur gaan we woensdagmiddag ankerop naar Road Bay bij Anguilla. Net voor donker gooien we ons anker uit, om te gaan cobben (barbecueën) in de kuip bij maanlicht. Donderdag verkennen we de baai verder, met onder andere een Italiaanse lunch op het strand en happy hour bij Elvis. Maren en Linde hebben dikke pret met een paar lokale kinderen. Het is onvoorstelbaar hoe snel de meisjes contact leggen met andere kinderen en taal vormt daarbij geen enkele barrière. Naast de paar woordjes Engels die ze inmiddels spreken, werkt ‘praten met handen en voeten’ ook erg goed en ze spelen net zo leuk als thuis.

Vrijdag maken we een prachtige zeiltocht naar Gustavia, de hoofdstad van St. Barth. We vinden een mooi ankerplekje tussen de andere schepen en realiseren ons dat we hier wel heel vredig liggen te dobberen, als we het nieuws horen over de tsunami in Japan.

Hoewel we onlangs nog op St. Barth zijn geweest, blijven we ons verbazen over de luxe op het eiland. Voor Maren en Linde is iedereen gelukkig hetzelfde en op een terrasje hebben ze al snel contact gelegd met een paar mensen uit Monaco, die erg gecharmeerd zijn (túúrlijk!) van onze blonde meisjes. Van het één komt het ander en even later zijn we uitgenodigd voor een verjaardagsfeestje diezelfde avond op hun megajacht. Zo’n kans grijpen we met beide handen aan en om 22.00 uur lopen we de loopbrug op van de ‘Lady Ann Magee’. We worden bijzonder en oprecht hartelijk ontvangen door onze gastheer en geplaceerd aan een mooie tafel op het partydeck, te midden van ‘the rich and famous’. De gastheer vertelt de hostess dat het ons aan niets mag ontbreken en vijf minuten later zitten we aan de Grand Cru Classé met een plateau fantastische sushi. We beleven een prachtige avond en hebben veel plezier met onze gastheer, die beslist geen snob blijkt te zijn. Onze vooroordelen gooien we bij deze overboord.

 

Foto's staan er weer bij!

Link + foto's

St. Barth en St. Maarten

Geplaatst op 3-3-2011

Deze week weer een bijzonder moment: Maren krijgt, net als haar klasgenootjes van de Máximaschool, haar eerste rapport van het Seaquest college. Apetrots is ze en pake en beppe kunnen meteen haar mooie prestaties bewonderen.

In Anse Marcel (St. Maarten) gooien we zaterdag 19 februari onze trossen los voor een korte overtocht naar St. Barth. We gaan 15 mijl motorzeilend naar de overkant en dat wordt een ontspannen tochtje. We gooien ons anker uit in Anse Colombier, tussen andere kleine en grote boten.

Zondag beleven we een ‘ouderwetse’ stranddag, iets wat we gek genoeg helemaal niet zo vaak doen. De kinderen spelen heerlijk in zand en zee en wij hebben ook genoeg vermaak: de ‘rich and famous’ gaan vanaf hun grote luxe jachten naar het strand en dat doen ze geheel in stijl, d.w.z. inclusief personeel, bewaking en met héél veel tassen en koelboxen vol luxe lekkers. De design strandbedjes en parasols zijn twee uur eerder reeds geïnstalleerd en alle voorzieningen zijn getroffen om ‘the boss’ met droge voeten het strand te laten bereiken. Daar zijn dan wel minstens twee bijboten van verschillende formaten voor nodig. En als het na een uurtje strand weer genoeg is, herhaalt het hele ritueel zich in omgekeerde volgorde. Al met al is het een aardige bezienswaardigheid.

Maandag maken we een wandeling over smalle en steile paadjes langs de berghelling aan de ‘ruige’ kant van het eiland. Heit wordt eerst nog even ongelukkig op het strand gelanceerd, resulterend in zoute en natte steunkousen, maar hij zet door en wil gelukkig gewoon meewandelen. Onderweg hebben we een prachtig uitzicht over de woeste zee en parelwitte stranden en dichterbij zien we veel vlinders, lelies, cactussen en mooie rotsformaties. We belonen onszelf met een lunch in Anse Flamand, voordat we aan de terugtocht beginnen.

Eenmaal terug op de boot gaan we ankerop naar Gustavia, de hoofdstad van St. Barth. Wij waren al onder de indruk van Anguilla, het jetseteiland van de Engelsen. Nou, op St. Barth doet de Franse jetset er nog een schepje bovenop: de winkels, hotels en de mensen zijn er chiquer dan chique. We belanden in een soort PC Hooft op z’n Caribisch. Alle beroemde ontwerpers hebben er een eigen ‘brand store’ mét bestaansrecht. Want leegstand en verpaupering is er niet, in tegenstelling tot veel andere Caribische eilanden. Eigenlijk geldt voor alles op St. Barth dat het minstens twee keer zo duur is als elders – maar dan heb je wel écht iets van St. Barth…

Op woensdag nemen we afscheid van dit luxe paradijs en varen we naar Oliver’s Bay op Sint Maarten. Het wordt een schitterende tocht van 12 mijl: we varen aan de wind op een vlakke zee en de Seaquest gaat als een snelle dame door het water. Bij aankomst besluiten we in de marina te gaan liggen, zodat beppe ‘even niet meer’ hoeft te schommelen. Een boot is nu eenmaal niet zo stabiel als een caravan . Bovendien mogen we gebruik maken van het zwembad bij de marina en dat betekent feest voor de kinderen. ’s Avonds gaan we gezellig en heerlijk uit eten met live muziek, op uitnodiging van pake en beppe.

Vrijdag maken pake en beppe hun laatste zeiltocht van deze vakantie naar Simpson Bay Lagoon, het begin- en eindpunt van hun reis. Deze laatste 10 mijl leggen we af over een hobbelige en ruige zee. Zo voelen pake en beppe nog even hoe het óók kan zijn op zee... In Simpson Bay Lagoon gaan we voor anker. Hoewel het hier wel hard kan waaien, liggen we rustig aan de ketting door de beschutting van de baai. We genieten nog een paar dagen van het eiland en van elkaar, gaan lekker een middagje moeder-en-dochter-shoppen, bezoeken de vlindertuin en maken een laatste eilandtour, tot het onvermijdelijke afscheid dinsdagmiddag komt. Vanaf het terras bij de Sunset bar zwaaien we de blauwe zwaan uit tot deze uit het zicht is verdwenen, terwijl we een klein traantje wegpinken. We worden gelukkig ‘opgevangen’ door Ruurd en Carina, onze volgende gasten aan boord, die inmiddels op Sint Maarten zijn gearriveerd.

Link + foto's