St. Eustatius

21-3-2011

Vanuit Anse Colombier (St. Barth) maken we zondag 13 maart, voor de tweede keer in een paar weken tijd, een wandeling naar Anse Flamand. Ook nu weer is het een prachtige wandeling en het blijkt de generale te worden voor een voettocht later deze week. In de baai klussen en poetsen Ruurd en Huib Jan dat het een lieve lust is. Een ‘to do’ lijst aan boord is nooit helemaal afgewerkt maar op dit moment is deze korter dan ooit!

Maandagmiddag zeilen we verder naar St. Eustatius. We varen langs alle boten, villa’s en andere bezittingen op St. Barth van Roman Abramovich en zijn vrienden. We voelen we ons als echte paparazzi als Ruurd zijn roerende en onroerende zaken fotografeert. Van Abramovich himself overigens geen glimp.

In het donker -de zon is nét onder- gaan we voor anker in Oranjestad Baai. Pas de volgende morgen zien we hoe mooi St. Eustatius is en het sprookje wordt nog mooier als Ruurd walvissen spot; ver weg, maar tóch!

Maren vertelt: “We zouden net met de rekentoets beginnen en toen opeens riep Ruurd ‘Een walvis!’ Toen kwam Willem van de Flying Swan er aan en we vertelden dat we walvissen zagen. Willem vroeg ‘Willen jullie mee in mijn bijbootje? Dan gaan we de walvissen zoeken.’ Heit nam een fototoestel mee maar de foto’s lukten niet zo goed. De walvissen dreven op het water en ze spoten water. We zijn héél dichtbij geweest. Ze waren grijs en zwart en ze kunnen ook omhoog springen uit het water, net als de orka’s op de oceaan. Het was heel erg gaaf.”

St. Eustatius wordt ook wel ‘the Caribbean’s hidden treasure’ genoemd. Daarmee is o.i. niets teveel gezegd, ontdekken we als we ’s middags het eiland gaan verkennen. De bewoners zijn ontzettend vriendelijk en behulpzaam, het eiland kent een rijke historie en: overal zie je heel subtiel de Nederlandse verbintenis. We zijn erg verrast en onder de indruk. Als we voet aan wal zetten, krijgen we spontaan een lift aangeboden van een bewoner in een pick-up. ‘Spring maar achterop’ blijkt hier de normaalste zaak van de wereld. Dat begint goed. Eenmaal aangekomen in het dorp Oranjestad zien we hoe puur en oorspronkelijk het eiland nog is: mooie ‘gingerbread houses’, de restanten van fort Oranje, van een kerk en een synagoge en het dorp is redelijk goed onderhouden, cq. mooi gerestaureerd. En dat alles in een ‘decor’ met een Nederlands politiebureau, Nederlandse straatnamen, Nederlandstalige grafstenen en plaquettes en: overal foto’s van koningin Beatrix. Wát een mooi stukje cultureel erfgoed en wat een trots en hartelijkheid komen we tegen! We besluiten nog een paar dagen langer te blijven.

Woensdag gaan we een uitdaging aan: we gaan de vulkaan The Quill beklimmen, samen met Tjebbe en Pauli van de Minor. Dat is een pittige voettocht, niet in het minst voor Linde haar kleine beentjes, maar zeker ook voor de rest. We kiezen niet de langste route maar het is nog altijd meer dan twee uren heen én twee uren terug langs niet bepaald geplaveide paden. Gelukkig is er veel te zien: bromelia’s, vlinders en soldatenkrabben zorgen voor de nodige afleiding en het vele groen is niet alleen mooi om te zien maar het geeft gelukkig ook veel schaduw op het heetst van de dag. Op de rand van de vulkaan hebben we een prachtig uitzicht op de groen begroeide krater. Daar laten we het bij en we beginnen aan de terugreis. Als we aan het einde van de middag weer beneden zijn, belonen we onszelf met een groot glas koud drinken en we eten samen wat in een lokaal tentje om onze energievoorraad weer op peil te brengen. Overigens rennen de kinderen een uurtje later al weer vol energie (waar halen ze die toch vandaan?) rond en ze maken veel plezier met de kinderen van St. Eustatius. Wij kunnen geen boe of bah meer zeggen maar hebben een heel voldaan gevoel als we ’s avonds weer aan boord zijn.

Vrijdag moeten we dan toch écht weer ankerop om, een beetje met pijn in ons hart, deze mooie Nederlandse gemeente te verlaten. Het wordt een prachtige laatste zeiltocht voor Ruurd en Carina aan boord van de Seaquest. In Simpson Bay genieten we ’s avonds van een gezellig en heerlijk galgenmaal. Zaterdagmiddag zwaaien we ze uit op Juliana Airport, na een paar fijne weken samen op de Caribische zee.

Tja, en dan zijn we weer met z’n vieren aan boord… Een goed moment voor een goed gesprek. Op onze vraag aan Maren en Linde wat ze het mooiste eiland van de Cariben vinden, antwoord Linde beslist: Plopsaland! (ja, inderdaad, dat pretpark in België…) Maren kan eigenlijk niet kiezen: als ze maar kan zwemmen en snorkelen en het liefst in héél helderblauw water, is alles mooi.

Overigens heeft het scheepsleven de afgelopen weken weer de nodige spraakverwarring opgeleverd bij de kinderen. Als Maren in een winkel mooie kledinghaakjes ziet, zegt ze: “Kijk mem! Allemaal pikhaken!” En als ze tante Margreet op de Skype niet kan horen, weet ze de oplossing: “O, je moet gewoon de marifoon even aanzetten hoor!” Verder is de ‘schade’ gelukkig nihil…

Automatisch op de hoogte blijven van onze reis? Meld je aan via bovenstaande rss-button!