De Britse Maagden Eilanden

19-4-2011

Maandagavond 11 april gaan we om 22.00 uur ankerop. Maren en Linde slapen inmiddels als roosjes. Zij hebben ons gevraagd om ’s nachts te gaan varen “want dan kunnen we zo lekker slapen”. Voor ons is ’s nachts varen eigenlijk ook wel relaxed en omdat de wind- en weersvoorspellingen goed zijn, besluiten we maar te vertrekken. We rukken ons los van bekend terrein en varen naar het onbekende; weer een nieuwe fase in onze reis en we hebben er zin in!

Het eerste stuk varen we op de motor, met de Luna Verde in ons kielzog. Met een schoon onderwaterschip lopen we weer soepel door het water, de schroef trilt niet meer en: ons log doet het weer. Als we niet meer in de luwte van St. Maarten zijn, vangen we plots en onverwacht toch nog zo’n 14 knopen wind. We besluiten de zeilen bij te zetten en gaan met een snelheid van 8 knopen richting de British Virgin Islands, oftewel BVI’s. Het wordt een prachtige nachttocht en ’s ochtends als de zon opkomt zien we ons doel al aan de horizon. Om half 10 gooien we het anker uit bij het eiland Virgin Gorda, bij Spanish Town. Dat klinkt als een grote plaats maar in werkelijkheid bestaat het uit één straatje met een paar piepkleine winkeltjes en wat restaurantjes. De tijd heeft er een beetje stilgestaan en de sfeer is goed en vooral ontspannen. Welkom op de BVI’s…

Woensdag varen we naar de andere zijde van het eiland, naar Virgin Sound: een grote baai, die geheel is omsloten door eilandjes en riffen. Het ligt er erg beschut en dat is fijn, want het weer is wat onstuimig: veel bewolking, een paar dikke regenbuien en het is drukkend warm. Dit weertype hebben we lang niet meer gehad en het nodigt uit om ‘de boel’ aan boord weer op orde te brengen. Mail, foto archief, website, I pads, etc. zijn in een paar dagen weer helemaal up to date. Ondertussen is de sfeer nog steeds goed en we brengen gezellige uurtjes door met Thijs en Wilma met o.a. een barbecue aan boord van de Luna Verde.

Zaterdagochtend schijnt de zon weer volop en we besluiten naar Anegada te varen. De afstanden zijn hier kort maar de tocht is een cadeautje; met een mooie halve wind snijden we door het water. Eenmaal aangekomen bij Anegada, moeten we over het azuurblauwe water manoeuvrerend tussen de riffen door, op het oog wel te verstaan. Het lijkt een déja-vu van Barbuda, temeer omdat Anegada net zo vlak is en slechts een paar honderd inwoners heeft. Als we er bijna zijn, schrapen we met de kiel door het zand, tot we volledig vast liggen. Oeps! Water op… We waren ervoor gewaarschuwd maar niet geschoten is altijd mis, toch? Uiteindelijk besluiten we rechtsomkeert te gaan, na vele verwoede pogingen om over het drempeltje heen te komen. Dan maar halverwege het eiland voor anker! Als we daarbij met ons roer een rotsblok raken, zit de schrik ons wel even in de kleren. Later blijkt de schade gelukkig nihil.

We zetten voet aan wal. Samen met Thijs en Wilma wandelen we kilometers over het verblindend witte lange zandstrand. Anegada is magisch, mysterieus. Het lijkt of we in het grote niets lopen en de enige levende zielen die we tegenkomen zijn pelikanen. Uiteindelijk ‘stranden’ we bij een paar cottages, die half zijn weggezakt in de zee. Er wonen nog steeds mensen, getuige de was die aan de lijn hangt te drogen. Grote zandzakken moeten een grotere ravage zien te voorkomen maar het lijkt er sterk op dat de zee het uiteindelijk toch zal gaan winnen.

Zondag gaan we samen met Thijs en Wilma snorkelen bij Loblolly Beach, aan de noordzijde van het eiland. De onderwaterwereld blijkt er prachtig te zijn: vissen in alle kleuren van de regenboog, roggen en vooral veel en divers koraal. Linde zwemt mee op Jannet haar rug. Zij durft nog niet te snorkelen maar door het heldere water kan ook zij de roggen over de bodem zien zwemmen en ze is er helemaal vol van.

Na een prachtige avond in de kuip (windstil, volle maan en geen mens om ons heen…) gaan we maandagochtend weer ankerop. Er staat nog steeds geen wind dus het ijzeren zeil doet zijn werk op een spiegelgladde zee. Bij ‘The Baths’, aan de zuidzijde van Virgin Gorda, maken we een dagstop. De vele charterboten schrikken ons een beetje af (na de complete rust op Anegada) maar nu we er toch zijn, wagen we de gok. En het is de moeite waard: immens grote rotsblokken lijken hier zo uit de lucht te zijn gevallen. In werkelijkheid is de zachte lavasteen in de loop der eeuwen weggeslepen rond het hardere graniet. Het effect is er niet minder om: we wandelen en klimmen tussen en onder de rotsblokken door en het samenspel van rotsblokken, zonlicht en zee is geweldig mooi. Wat heeft moeder natuur toch veel moois te bieden!

Automatisch op de hoogte blijven van onze reis? Meld je aan via bovenstaande rss-button!