BVI’s: Norman Island, Jost van Dyke & Tortola

28-4-2011

Ook deze week brengen we veel tijd door met Thijs en Wilma van de Luna Verde. We volgen dezelfde route (en blijven dat voorlopig doen) en hebben het erg gezellig samen. We hoppen van eilandje naar eilandje. Dat zijn stuk voor stuk kleine afstandjes, bij stralend mooi weer en op een zee die zo glad is als een spiegel. Wat is dit relaxed varen!

Dinsdag 19 april gaan we door naar Norman Island, ook wel Treasure Island genoemd. In ‘The Bight’ liggen we op een prachtplek heerlijk rustig aan de mooring. Er gaan veel verhalen rond over verborgen schatten op het eiland. Helaas… díe vinden we niet, maar wel een schat aan vissen en koraal tijdens het snorkelen bij Treasure Point. We snorkelen er bovendien in grotten en dat is een hele belevenis. Maren vindt het allemaal maar spannend. Als ze achter in een grot een doodshoofd ziet staan, vliegt ze bijna letterlijk de grot weer uit. Dit spel gaat haar te ver! Dan maar snorkelen rond de boot, waar het ook prachtig blijkt te zijn, met o.a. schildpadden, octopussen, roggen en vele kleuren en vormen koraal. Linde heeft deze week overigens een mijlpaaltje: ze durft met haar snorkelbril onder water te kijken! Apetrots is ze, dat ze nu eindelijk kan zien wat wij ook altijd zien en er gaat een (onderwater)wereld voor haar open.

Onze volgende stop maken we op een eiland, dat in eerste instantie vooral onze aandacht trekt door de naam: Jost van Dyke (genoemd naar een -jawel- Nederlandse piraat). We ankeren in Great Harbour. Het blijkt een heel aardig eilandje te zijn: er wonen slechts 200 mensen en veel meer dan een zandweg, een paar huisjes en wat restaurantjes is er niet. En dat is nou nét de charme van Jost van Dyke.

We gaan een middagje zwemmen in White Bay; de naam zegt genoeg. Het baaitje ligt vol met bootjes met Puertoricanen, die er massaal het paasweekend komen vieren. De sfeer is goed en vooral bij The Soggy Dollar Bar, “named for the soggy state of dollar bills used by those swimming ashore to pay for their drinks”, is het gezelligheid troef. Ook voor Maren en Linde is er veel vermaak want er zijn opvallend veel kinderen op het strand door het paasweekend.

Als we zaterdag ons anker ophalen, hangt er plotseling een groot rotsblok aan, oeps! Met de pikhaak krijgen we het gevaarte er uiteindelijk weer af en het valt met een reuzensmak in het water. Gelukkig geen schade aan de romp. Vanaf onze nieuwe ankerplek, een klein stukje verderop, maken we later die dag een korte maar mooie wandeling naar de ‘bubbly pool’: een natuurlijk bubbelbad, veroorzaakt door de zee die bij vloed tussen de rotsen door slaat. Hierdoor begint het water in het bassin te bruisen. En inderdaad: als we onze ogen dichtdoen, heeft het verdacht veel weg van een hot whirlpool in een ontspannen oord.

Zondag varen we door naar het laatste eiland dat we aan zullen doen op de BVI’s: Tortola. Via het gezellige ‘Soper’s Hole’ gaan we naar ‘Nanny Cay’, waar we een plek hebben gereserveerd in de marina. Er zijn twee redenen om hier te zijn: onze accu’s zijn aan vervanging toe en we willen een U.S.-visum regelen voor ons verblijf op Puerto Rico.

Woensdag gaan we daarom al vroeg uit de veren, voor een ritje met de snelferry naar Charlotte Amalie, op het eiland St. Thomas: één van de U.S.-Virgins. Het voorbereidende werk hebben we de dag ervoor al gedaan, door alle benodigde papieren via internet in te vullen. En dat zijn er nogal wat! De ferry is niet in Rederij Doeksen-stijl (we zitten tussen de koelvloeistof, filters, cartridges en poetsdoeken), hard gaat hij wél. Binnen een uur zijn we op onze plaats van bestemming. Maar dan begint het pas: reizen naar de V.S. is een serieuze zaak. Na heel veel vingerafdrukken, foto’s, vragen over het hoe en waarom van onze reis én een bagagecheck, krijgen we uiteindelijk het felbegeerde stempeltje in ons paspoort. Met dit stempeltje mogen we de komende drie maanden de V.S. bezoeken en dus óók Puerto Rico!

Charlotte Amalie is leuker dan we hadden verwacht. In historische panden zijn restaurantjes en winkeltjes gevestigd, verstopt in smalle steegjes en pleintjes. We ‘vullen’ er onze tijd, tot we om vier uur weer terug kunnen met de ferry naar Tortola. Het wordt een hobbelig ritje, waarbij onze magen op de proef worden gesteld. Een tochtje op de Seaquest is tóch comfortabeler.

Wij zijn klaar voor de Spanish Virgins en Puerto Rico! Nou ja, bijna dan. Het wachten is op de lang verwachte accu’s, die op dit moment nog ergens in een container zitten en daarna nog door de customs moeten. Dat zou snel moeten kunnen gaan maar hier weet je dat maar nooit…

Automatisch op de hoogte blijven van onze reis? Meld je aan via bovenstaande rss-button!