Logboek mei 2011

Oversteek Puerto Rico - Bonaire

Geplaatst op 29-5-2011

Na een mooie tijd op Puerto Rico bereiden we ons voor op de volgende stap in onze reis: de oversteek naar Bonaire. Zondagavond krijgen we nog ‘hoog bezoek’: een moederorka en haar jong duikelen, vrijwel naast de boot, door het water. Daar zijn we vervolgens de hele avond vol van…

Maandagmiddag verlaten we Puerto del Rey Marina, de grootste haven van de Cariben en onze uitvalsbasis van de afgelopen anderhalve week. We gaan voor anker bij Isla Pineras, een klein eilandje een paar mijl verderop. Daar wachten we op de juiste wind voor onze oversteek naar Bonaire. Ondertussen vermaken we ons met de voorbereidingen, zwemmen, snorkelen en koffiedrinken bij Thijs en Wilma. Officieel mogen we niet aan wal komen, omdat het eilandje oefenterrein is van de marine. We wagen ons toch even op het strand, zodat de kinderen lekker kunnen rennen (en wij ook). Daar vinden we een prachtige schelp, een horse conch, die ons altijd zal herinneren aan deze plek.

Woensdag is het dan zover: om 8 uur ‘s ochtends gaan we ankerop. We hebben 390 zeemijlen voor de boeg over de Caribische Zee, die we samen met de Luna Verde zullen afleggen. Onderweg beginnen we de dag net als anders met school. Het lesprogramma is alleen enigszins aangepast, omdat we nog moeten inschommelen. Gelukkig is de zee kalm. Er staat weinig wind en de motor doet goede dienst de eerste dag; de zeilen zijn slechts een steuntje in de rug. We ‘hannesen’ nog een beetje met de koers. Er is nl. een groot verschil tussen de ware koers en de magnetische koers, zo’n 15 graden. In Nederland is dat verschil slechts 3 graden en dat blijft nog steeds wennen. We besluiten eerst iets meer zuidelijk te varen, zodat het later beter bezeild is, als de wind gaat aantrekken. We lezen de hele dag veel, terwijl het hele repertoire van Kinderen voor Kinderen door de boot galmt en zo nu en dan doen we een spelletje ganzenbord of Uno. Wat een leven. Als we zelf pizza aan het maken zijn, zien we plotseling twee dolfijnen die lange tijd naast de boot blijven zwemmen. De pizza mislukt jammerlijk maar de dolfijnen maken veel goed.

Maren wil heel graag ‘s nachts mee wachtdraaien. Aangezien dit voorlopig de laatste twee nachten op zee zullen zijn, mag ze het deze keer proberen. Haar eerste wacht draait ze mee met Jannet. Al snel komt haar sterrenboek uit de kast bij het zien van de mooie sterrenhemel. Ze vraagt ons de oren van het hoofd over de sterren, sterrenbeelden, zon en maan, raketten en ruimtereizen en vindt het allemaal reuze interessant. Slapen? Geen sprake van! Een half uur voordat de wacht is afgelopen, valt ze als een blok in slaap. In de kuip, wel te verstaan.

Het is een rustig nachtje, met opvallend weinig deining en dat betekent dat we heerlijk kunnen slapen tussen de wachten door. ‘s Nachts verleggen we onze koers naar het zuidwesten, zodat we recht op het doel afgaan. Als even later de wind aantrekt, doen we de motor uit en gaan we volledig onder zeil varen. Dat is het echte genieten. Huib Jan ziet een grote vallende ster tijdens zijn wacht. Geluksvogel!

Na een etmaal varen hebben we nog 240 mijl te gaan. Voor het ontbijt roept Linde plotseling vanuit de kuip: ‘Golfijnen!’ (Linde-taal voor dolfijnen) En inderdaad: een hele grote groep van onze vrolijk dansende zeevrienden springt rond de boot. Onze dag begint goed! Huib Jan besluit de rest van de dag binnen te blijven, omdat hij de eerste dag ontzettend is verbrand in de zon. In een vlaag van verstandsverbijstering hebben we de bimini eraf gehaald voor vertrek. Onze motivatie daarvoor? Het is handiger tijdens het zeilen en ‘s nachts kunnen we de sterrenhemel beter zien. Domdomdom natuurlijk want overdag worden we geroosterd…

In de loop van de dag wordt de zee wat knobbeliger, wat niet ten goede komt aan het comfort aan boord. We voelen ons alle vier een beetje katterig maar echte zeeziekte blijft gelukkig uit. ’s Avonds krijgen we een prachtige zonsondergang cadeau, met een heldere rood-roze-geel-blauw-paarse lucht in de mooiste patronen. De Luna Verde zit na twee dagen varen nog steeds in ons kielzog en: nog steeds in zicht en binnen marifoonbereik! Dat is best uniek op zee en het geeft een fijn gevoel van saamhorigheid, al kunnen we de problemen die zij hebben met een lekkende roerkoning en een gecrashte navigatiecomputer helaas niet oplossen.

In de loop van de tweede nacht begint de wind steeds harder aan te trekken, tot zo’n 23 knopen (max.) en we schieten met een snelheid van 9 tot 9,5 knopen naar Bonaire. Zouden we tóch bij daglicht aankomen? We gaan zo snel, dat we na twee etmalen varen nog maar 47 mijlen te gaan hebben tot de aanloop van Bonaire. Dat betekent dat we in 24 uur bijna 200 mijl hebben afgelegd! De rest van de dag verstoppen we ons zoveel mogelijk in de schaduw binnen. Het is warm, érg warm, zelfs op zee… Aan het begin van de middag roept maren ineens: ‘Land in zicht!’ We zien Bonaire voor ons opdoemen. Het venijn zit echter in de staart want de zee wordt de laatste mijlen steeds onstuimiger. Als Jannet achter het roer zit, krijgt ze tot haar schrik een volle golf over haar heen, tot grote hilariteit van de kinderen natuurlijk. Pas achter het eiland wordt de zee wat rustiger.

We leggen de Seaquest vrijdagmiddag aan de mooring bij Kralendijk, de hoofdplaats van Bonaire en de enige plek waar dit kan. Ankeren is overal strikt verboden i.v.m. het koraal. Na een prachtige maar vooral ook snelle tocht gaan we heerlijk schoon schip maken en, het allerbelangrijkste: verkoeling zoeken in het zeewater en onder de bimini!

Link + foto's

Vakantie op Puerto Rico

Geplaatst op 23-5-2011

 Maandag 16 mei verlaten we, bepakt en bezakt, voor zes dagen de Seaquest. Samen met Thijs en Wilma gaan we Puerto Rico verkennen. We nemen een week vrij van school (een verlate meivakantie) en hebben een paar leuke hotelletjes geboekt, zodat we op ons dooie gemakje een rondje over het eiland kunnen maken. Het voelt echt als een week vakantie; Maren en Linde kunnen er de nacht voor vertrek gewoon niet van slapen, zo spannend vinden ze het. Maar ja, wat wil je ook? We hebben een jaar lang alleen maar aan boord van de Seaquest geslapen!

We beginnen onze tour in Ponce, de op één na grootste plaats van Puerto Rico. Ponce is een prachtig oud stadje, met bijzondere gebouwen en smalle kruip-door-sluip-door-straatjes. De voormalige brandweerkazerne springt het meest in het oog, in Arabische bouwstijl en rood-zwarte kleur. Maar ook de kathedraal en fontein zijn een prachtig middelpunt van het stadje. Ons oude, karakteristieke en een beetje kneuterige hotel staat midden tussen al dit moois. In een bus maken we een rondrit, zodat we in één middag een goede indruk krijgen van Ponce. Als we hiervoor kaartjes willen kopen, wordt ons geduld op de proef gesteld. Het lijkt wel inklaren, zo ingewikkeld is het en zo lang duurt het. Efficiënt werken moet hier nog worden uitgevonden.

Dat kinderen alle deuren openen in Puerto Rico, blijkt `s avonds als we een hapje gaan eten. Deze keer is het de deur van een limousine. Prinses Linde en piraat Maren worden door de ober uitgenodigd om plaats te nemen in de luxe bolide. Niet veel later zitten we er natuurlijk met z’n zessen in en worden we voor de deur van ons bescheiden hotel afgezet. Hilariteit alom. Daar slapen we die nacht voor het eerst sinds een jaar aan vaste wal en dat is best even wennen voor zeebonken zoals wij. Zowel Maren als Linde valt midden in de nacht pardoes uit bed. Linde wil maar één ding: terug naar de boot…

Dinsdag vervolgen we onze reis via de Ruta Panoramica, een lange maar vooral kronkelige weg door de groene binnenlanden van Puerto Rico. We zien veel mangobomen, bamboe en grote varens. Mango’s liggen er zó veel, dat we er een hele stad mee zouden kunnen bevoorraden. We worden zelfs bekogeld door de vallende mango’s! We rijden langs watervallen, riviertjes, een stuwmeer en door een overweldigend groen landschap. Het is ronduit schitterend!

We overnachten in een lodge bij Utuado en zijn meteen onder de indruk van deze prachtplek, verscholen tussen de groen begroeide bergtoppen. We slapen in twee hutjes zonder ramen en airco, maar wel direct aan het zwembad en omringd door prachtige bomen en planten. ’s Avonds lopen we naar onze kamers tussen de vuurvliegjes door en we vallen in slaap met krekel- en kikkergeluiden. De volgende ochtend worden we gewekt door de vogels en Jannet en Wilma gaan nog voor het ontbijt naar de yogales, terwijl de mannen en kinderen vanuit hun bed het water induiken. Wát een unieke plek en wát een rust…

Als we allemaal weer fris en fit zijn, rukken we ons los en gaan we verder met onze tour naar de grotten van Camuy. We belanden in een grote grot met stalagtieten en stalagmieten, een ondergrondse rivier en heel veel vleermuizen - zelfs een aantal scènes van Batman is er opgenomen. Als we weer buiten staan begint het te stortregenen. Helemaal doorweekt komen we bij de auto en ook onderweg ondervinden we nog hinder van de wolkbreuk. Complete rivieren stromen langs (en soms over) de weg, door het regenwater dat van de bergen afdendert.

We overnachten de laatste drie nachten van onze ‘vakantie’ in San Juan, de hoofdstad van Puerto Rico. Ons hotel, het Da’ House Hotel, staat in Old San Juan, tussen de oude stadsmuren en middenin de gezelligheid van het oude stadje. We kijken ons de ogen uit bij de prachtige koloniale gebouwen en gezellige straatjes. We bezoeken o.a. het fort (of eigenlijk: twee forten) en de stadsmuur. Het is een fort zoals een fort moet zijn: indrukwekkend groot, onneembaar hoog, zonder opsmuk en nog grotendeels intact. De leukste plek in Old San Juan voor Maren en Linde is het kindermuseum, met allerlei wetenswaardigheden en doe-dingen voor kinderen. Het regent de hele dag pijpenstelen dus ook voor ons is het is een mooie schuilplek. Na een dag cultuur snuiven en shoppen is het goed toeven in één van de vele gezellige restaurantjes / terrasjes, met voortreffelijk eten en drinken en salsamuziek op de achtergrond.

Het allermooiste van Old San Juan is toch wel de bijzondere, unieke sfeer en alle restaurants, bars en winkels doen daar aan mee; Het is een smeltkroes van culturen, een verzamelplek van artistieke mensen, van oud en nieuw, van water en land. Old San Juan is retro, klassiek en toch helemaal 2011. Het combineert het bruisende van een stad met het gemoedelijke van het platteland. Hoe leggen we dit uit?!? Wij zijn helemaal ‘in the groove…’

Op onze terugreis bezoeken we de enige echte Bacardi distilleerderij. Maren proeft voor het eerst van haar leven Bacardi, spuugt het gelukkig meteen weer uit en ze besluit dat dit tevens haar laatste keer is. Het is bijzonder om de ‘roots’ van zo’n bekend merk van dichtbij te zien. Vol van de indrukken stappen we zaterdag weer aan boord. Puerto Rico is veelzijdig, swingend en vriendelijk en wij hebben haar in ons hart gesloten!

Link + foto's

Spanish Virgins en Puerto Rico (part I)

Geplaatst op 15-5-2011

Het is vaak zwaar bewolkt, er staat bijna geen wind en het is drukkend warm. De zomer komt eraan. We vertoeven nog steeds op de Spanish Virgins. Vanaf Culebra varen we zaterdag 7 mei naar Culebrita, ‘aan de overkant’. Een mooi onbewoond eilandje dat volgens de Lonely Planet veel goeds belooft. De mooiste baai ligt aan de noordzijde van het eilandje. Eenmaal daar aangekomen blijkt het toch wel heel erg te rollen en we besluiten aan de andere kant van Culebrita te gaan ankeren. Als we goed en wel liggen, springen we eerst het water in om af te koelen en te snorkelen. Vooral Linde vindt het geweldig en ze wil het water niet meer uit. De volgende ochtend is het eerste wat ze vraagt: ‘Gaan we ook snorkelen vandaag?’ Ze heeft de smaak te pakken.

We zien voor de tweede keer deze week een Lion Fish (koraalduivel) zwemmen. Het is een prachtige vis om te zien maar we horen dat hij een serieuze bedreiging vormt voor de koraalriffen. De vis komt van nature voor in de Stille en Indische Oceaan. Hier hoort hij dus niet thuis, heeft hij geen natuurlijke vijanden en verstoort hij het biologisch evenwicht. Er zijn complete duikteams actief om de lion fish uit te roeien. Iedere keer als we de vis zien, kijken we ernaar met een mengeling van bewondering en afschuw.

We hebben het wel naar de zin op Culebrita. Maar ’s middags wordt onze droom wreed verstoord door een heel leger wespen. Ze ruiken het zoete water aan boord en komen heel agressief onze rust verstoren. We zetten alle middelen in die we voorhanden hebben om ze weg te jagen, Jannet wordt gestoken en na een paar uur geven we ons gewonnen en we vluchten weg; ankerop en linea recta terug naar Culebra! We missen daardoor wel de highlights van Culebrita maar dat zij dan maar zo. In alle rust (lees: zonder wespen) barbecueën we die avond achter een rif met weids uitzicht op zee.

Maandag varen we 20 mijl verder naar Vieques, weer één van de Spanish Virgins. In de hoofdplaats (dorpje dus) Esperanza vinden we een beetje de Cariben van 30 jaar geleden, stellen we ons zo voor: verlaten stranden, wilde paarden, nog weinig commercie, enz. Tot 2004 was Vieques voor 2/3 deel oefenterrein van het Amerikaanse leger en een paar jaar geleden nog kon je hier niet zomaar ergens ankeren vanwege de achtergebleven bommen. Maar inmiddels is de kust veilig en ook hier staan de ontwikkelingen niet stil, getuige de vele nieuwbouwplannen die we tegenkomen op billboards. We zijn dus net op tijd!

We bezoeken op een avond de ‘Bioluminescent Bay’, een baai vol met miljarden kleine eencellige organismen, die helder oplichten in het donker als ze bewegen. We gaan er naar toe in een aftands soort A-Team busje, over een pad dat meer gatenkaas dan weg is. Lachen gieren brullen natuurlijk. Dan gaan we verder in kajaks de baai verkennen. Hoe verder we de baai invaren, des te meer het water oplicht. We zien bijv. oplichtende visjes door het water schieten. Prachtig! Maar het allermooiste is toch wel dat we zelf kunnen zwemmen. In het donker springen we in het warme, oplichtende bad en we transformeren in een soort zwemmende, lichtgevende ruimtewezens. Heel bijzonder! Maren danst als een lichtgevende dolfijn door het water en Linde blaast bubbeltjes, die oplichten als sterren. Hoewel wij de oplichtende zee kennen van de Wadden, is het op deze manier zwemmen heel speciaal. Een werkelijk onvergetelijke ervaring!

Woensdag varen we naar de westkant van Vieques, naar Green Bay. We ankeren op slechts een paar meter van het strand en bovendien hebben we vanuit de kuip uitzicht op Puerto Rico. We kijken er verlekkerd naar, als een reisdoel waarnaar we maanden hebben uitgekeken en dat nu eindelijk dichtbij komt. Donderdag gaan we dan ook al vroeg ankerop voor het laatste stukje varen naar Puerto Rico.

 
We proberen een geschikte haven te vinden voor de Luna Verde en de Seaquest maar dat is nog niet zo eenvoudig: naast de vele sportvissersboten van de locals is er niet veel plek voor 50+ voeters als wij. Bovendien willen we onze boten met een veilig gevoel achter kunnen laten als we het eiland gaan verkennen. Uiteindelijk vinden we een geschikte plek in de derde haven die we aandoen: Puerto del Rey Marina. We regelen meteen maar ‘even’ de formaliteiten en daar wacht de volgende uitdaging: we hadden op Culebra al een cruising permit moeten halen voor de Puerto Rico en de Spanish Virgins. Hoewel dit ook gewoon de U.S. is, net als St. Thomas, moeten we toch opnieuw inklaren. Raar maar waar. Door de telefoon worden we fijntjes gewezen op wat ons had kunnen gebeuren: boot in beslag genomen, boete opgelegd, etc. Gelukkig ziet men het incident door de vingers, na heel wat praat- en papierwerk. We zijn hier weer legaal.

Zaterdag maken we ons eerste uitstapje van een lang wensenlijstje op Puerto Rico: we bezoeken het tropisch regenwoud El Yunque. Bij Maren en Linde spreekt dat tot de verbeelding: gewapend met vergrootglazen, verrekijkers en ander materiaal gaan we ‘op ontdekkingstocht’. Wat is het hier groen! En wat is het groot! We durven te stellen dat El Yunque het mooiste regenwoud is dat we tot nu toe op onze reis hebben gezien. Bovendien is er een goede weg aangelegd en zelfs de wandelpaden zijn verhard (waarover Maren overigens erg teleurgesteld is ‘want in echte regenwouden loop je toch door de blubber?’). De rest is puur natuur en indrukwekkend mooi: groen groen groen, mooie watervallen en tropische vogel- en kikkergeluiden. Uiteindelijk begint het te regenen (wat kun je anders verwachten in een tropisch regenwoud?) en we schuilen, vol van de indrukken, in onze luxe huurauto, die ons weer veilig en droog naar de boot brengt. Daar smeden we onze plannen voor de komende week op Puerto Rico. Wordt vervolgd…

Link + foto's

Via de U.S.Virgins naar de Spanish Virgins

Geplaatst op 8-5-2011

Ons geduld wordt danig op de proef gesteld deze week. Accu’s? Alles gaat hier op z’n dooie gemakje. En een paar nationale feestdagen (waaronder de trouwdag van prins William en Kate) zorgen ervoor dat we nóg langer moeten wachten. Maar het wachten wordt beloond en maandag 2 mei staan de accu’s eindelijk maar toch op de steiger. Zouden ze passen? Na een dag zwoegen en zweten in de achterhut (mannenwerk…) zitten de accu’s op de plek waar ze horen en: alles werkt! We hebben weer volop stroom aan boord en dat is pure luxe na een paar weken ‘afzien’.

Dinsdagmorgen gaan we uitklaren. Dat is best nog even spannend want de stempels voor de BVI’s in onze paspoorten blijken verlopen. Gelukkig is de beambte in een goede bui en hoeven we geen boete te betalen. Maar hij verzoekt ons wel met klem nog diezelfde dag de BVI’s te verlaten. Nou, dat waren we toch al van plan. Trossen los en op naar St. Thomas! Na een kleine 20 mijl varen tussen de rotsjes door, gooien we ons anker uit bij Charlotte Amalie, waar Thijs en Wilma op ons wachten. Een prima tussenstop voordat we naar Puerto Rico gaan. De Stars & Stripes gaat in top; wat een práchtige vlag is dat toch.

Woensdagmorgen worden we gewekt door veel lawaai rond de boot. Eerst besteden we er niet al te veel aandacht aan. Maar als het wel érg lang duurt en érg dichtbij lijkt te komen, steken we toch maar eens onze slaperige hoofden naar buiten. We schrikken ons een hoedje als we een compleet flatgebouw pal naast de Seaquest zien drijven; het cruiseschip ‘Allure of the Seas’ doet verwoede pogingen om af te meren. Een ‘lullig’ bootje uit Leeuwarden ligt alleen een beetje in de weg… Later horen we dat dit het grootste cruiseschip ter wereld is. Dat uitgerekend díe nou bijna bij ons in de davits moet hangen!

We besluiten nog een nachtje bij St. Thomas te blijven om onze voorraden weer aan te vullen. Die nacht zal ons nog lang heugen: we worden de hele nacht wakker gehouden door het carnavalsfeest, waar het hele eiland voor uitloopt. ’s Ochtends om 8 uur ziet het nog steeds zwart van de mensen en de muziek klinkt nog net zo hard als toen we gingen slapen. Nieuwsgierig als we zijn, willen we toch wel even weten wat er gaande is en we mengen ons nog voor het ontbijt in de menigte. Al snel voelen we ons niet echt op ons gemak en we willen eigenlijk het liefst linea recta terug naar de boot. Maar dat is nog niet zo eenvoudig door de mensenmassa heen. Dan zien we een schattig, maar vooral ook handig, taxibootje varen van het Marriott Hotel. Na een korte kennismaking krijgen we een rechtstreekse lift naar de Seaquest, die nog in de baai voor anker ligt. Zo luxe hebben we het nog nooit meegemaakt! Bovendien mag Maren sturen, dus het feest is compleet. Als we weer aan boord van de Seaquest zijn, willen we maar één ding: máken dat we wegkomen!

We varen wederom een kleine 20 mijl naar Culebra, één van de Spanish Virgins. In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden, hoort dit eilandje gewoon bij Puerto Rico en dus bij Amerika. Maar de Spaanse invloed is hier nog overal merkbaar. Het verbaast ons hoe anders de Spanish Virgins zijn, vergeleken met de U.S.-Virgins. Op Culebra heeft de tijd een beetje stilgestaan. Er hangt een vreemd maar ook aangenaam sfeertje en we voelen ons welkom. Het blijkt een plek te zijn voor mensen die de rat race van het moderne leven zat zijn en rust zoeken of (volgens Thijs) voor bejaarde hippies. Whatever, het zegt veel over Culebra en de mensen die we er tegenkomen.

We gaan ‘het kleine zusje van Puerto Rico’ verkennen per golfkar(!) en hebben pret voor tien. Via slingerweggetjes en heel hobbels en gaten in de weg (die extra hard aankomen in dit type bolide), komen we bij Flamenco Beach, een prachtig wit, lang, zacht strand met bijpassende blauwe zee. We zwemmen er heerlijk en wandelen over het strand, waar we op twee oude tanks stuiten: een overblijfsel uit de periode dat Culebra nog oefenterrein was voor het Amerikaanse leger. Het zijn nu een soort roestige kunstwerken geworden, die door de zee langzaam maar zeker in het niets zullen verdwijnen. Zaterdag maken we een laatste ritje over het eiland in ons luxe vervoermiddel. Deze keer zoeken we de steile en ongeplaveide paadjes op (heeft Huib Jan een neus voor…) en we komen daardoor op de mooiste plekjes terecht. We zijn benieuwd hoe Culebra en er over 10 jaar uit zal zien want het lijkt erop dat het toerisme hier een vogelvlucht gaat nemen. Jammer maar wel begrijpelijk. Wij hebben in ieder geval nog geproefd aan het échte Culebra en voelen ons erg bevoorrecht hier te zijn.

Link + foto's