Aves de Sotavento

25-7-2011

Maandagavond 18 juli nemen we afscheid van de Luna Verde, voor de tweede keer in korte tijd maar deze keer is het ‘echt’. Terwijl we genieten we van een heerlijk galgenmaal, kijken we uit naar onze hereniging én het gezamenlijke vervolg van onze reis over de Pacific vanaf januari 2012. Huib Jan krijgt, rijkelijk aan de vroege kant, zijn 1e verjaardagscadeau: een pilot van de Pacific – huiswerk voor het komende halfjaar.

Dinsdagmorgen om half 5 gaat de wekker aan boord van de Seaquest. Om 5 uur gaan we ankerop, om te profiteren van een klein ‘gaatje’ in de weersvoorspelling. De rest van de week lijkt er geen geschikt moment meer te komen om naar Bonaire te gaan dus het is nu of nooit. Het is nogal een opgave om in het donker het Spaanse Water uit te varen, met alle ondiepten, rifjes én een plotterkaart die nét niet helemaal klopt. Een paar keer moeten we dan ook flink ‘op de rem’, om vervolgens ‘op zicht’, gewapend met zaklamp voor op de boeg, verder te koersen. Uiteindelijk klaren we het klusje, mede dankzij dekmatroos Omi. Als we langs het puntje van Curaçao varen, krijgen we een prachtige zonsopgang cadeau, waarbij de zon zich in rode stralen een weg de lucht in baant. Niets zo mooi als het lichtspel van een op- of ondergaande zon op zee!

Tegen wind en stroom in koersen we -op de motor uiteraard- richting Bonaire. Dat is zoals verwacht wat hobbelig maar op karakter en met een beetje steun van het grootzeil gaat het eigenlijk prima. Alleen Linde wordt even later zeeziek wakker in haar bed. We zijn dan ook blij als we er aan het einde van de ochtend zijn. Gerard en Adriënne van de Blue Fin vangen ons op bij de mooring. Koffie!

De volgende uitdaging is het gastenvlaggetje van Curaçao naar beneden te krijgen. Dat is losgegaan vlak onder de eerste zaling. Maren wordt in de bootsmanstoel de mast in gehesen en aangemoedigd het vlaggetje op te halen. Onder luid gejuich en applaus van de Seaqrew + de buren staat ze even later gelukkig weer met beide beentjes op het dek.

Dan houdt onze aanhangmotor van de dinghy er mee op. Dat klinkt niet zo spannend maar voor ons betekent dat net zoiets als dat de auto ermee ophoudt. En dat betekent weer dat we moeten peddelen in een boot die daar niet echt voor is gemaakt. We regelen dan ook zo snel mogelijk een monteur. Die constateert dat er zand in de carburateur zit. Gelukkig kan hij het euvel verhelpen en Gerard en Adriënne hebben nog een reservemotortje dat we zo lang mogen lenen. Helaas houdt ook die er binnen een dag mee op… Een dag later komt onze eigen Mercury weer gerepareerd en geserviced terug aan boord. Die kan er weer even tegen.

We willen graag samen met Gerard, Adriënne, Elvis en Linda van de Blue Fin naar Aves, één van de Venezolaanse eilanden. Het is alleen wéér wachten op een geschikt moment, omdat we wederom tegen de wind in moeten. En dat zijn vaak niet de leukste tochtjes. Zaterdag wagen we het er uiteindelijk op. Het waait harder dan voorspeld maar we hebben een doel voor ogen en we zetten daarom door. Ruim 7 uren varen we tegen wind en golven in, op de motor, met de Blue Fin in ons kielzog. De zee is redelijk kalm maar toch voelt het alsof we 7 uren lang samen op een hobbelpaard zitten, oefff… Maar met het einddoel in zicht zijn we met de minuut gemotiveerder want o wat is het mooi!

Meteen bij aankomst liggen ‘de heren’ van customs and immigration op ons te wachten. De blikjes cola, pakjes paracetamol, een dozijn batterijen en een fles rum liggen al klaar, omdat dit erg positief schijnt te werken op het humeur van de beambten. We willen niet ‘het haasje’ zijn en dus houden ook wij de omkooppraktijken in stand en doen we mee met alle formaliteiten én informaliteiten. Een paar kilo lichter en een paar uren later worden we door de beambten naar de plek geleid waar we kunnen overnachten. Daar kunnen we dan eindelijk genieten van de adembenemende omgeving: groenblauw water, een hagelwit strand, mangrove en verder… niets. We staren urenlang naar een eindeloze sterrenhemel… Wát een rust!

Zondag varen we naar één van de piepkleine eilandjes die bij Aves horen: Isla Palmeras. Pal voor het strand gooien we ons anker uit. Wederom blauw water, een hagelwit strand en: een paar lokale vissers. Dat laatste biedt mogelijkheden en dus gaan we op pad, gewapend met het restant van onze omkoopwaar, in dit geval bestemd voor de ruilhandel. Elvis onderhandelt met de vissers in het plat-Spaans en even later is de deal rond: kilo’s vis, conch en kreeft zijn van ons en we krijgen een mooie schelp en een haaienkaak voor Maren op de koop toe. De vis gaan ze speciaal voor ons opvissen in een kleine vissersbootje, waarmee wij voor geen goud de zee op zouden gaan.

Terwijl we wachten op ons verse vismaaltje, gaan Maren en Linda schatzoeken op het eiland. Even later is het raak: Maren vindt een (door Linda gedropte) schat tussen het gras en ze is door het dolle heen, ook al zet ze haar vraagtekens bij de herkomst van de schat. De schat aan vis arriveert even later ook aan boord en Gerard slaat meteen aan het fileren. Als de barbecue op temperatuur is eten we onze buikjes rond met al het lekkers uit de zee. Wat een unieke plek, wat een heerlijk maal en wat een fantastisch gezelschap!

Maandag gaan we al weer ankerop, omdat omi haar vakantie er bijna op zit. Deze keer varen we pal voor de wind. Ook dat is niet ideaal want we worden continue van links naar rechts geslingerd. Als we het grootzeil proberen bij te zetten, zit het muurvast in de mast. Dat is typisch zo’n stressmomentje aan boord. Gelukkig is het zeil even later weer los en dan wapperen we als een Zeeuws meisje (voor de niet-zeilers: met het grootzeil bakboord en de genua stuurboord) naar Bonaire. Pas onder Bonaire wordt het comfortabeler zeilen; de golven zijn verdwenen en we gaan als een speer, zo’n 8 tot 9 knopen, genieten! De laatste zeemijlen van omi aan boord van de Seaquest zijn een waar cadeautje.

Automatisch op de hoogte blijven van onze reis? Meld je aan via bovenstaande rss-button!