Logboek augustus 2011

Irene en meer

Geplaatst op 28-8-2011

Terwijl we dit schrijven, komt de regen met bakken uit de hemel en de wind trekt behoorlijk aan ons anker. Een staartje van orkaan Irene komt even op bezoek. De hele week al is het weer een beetje onrustig. Maandagavond beginnen we met een ontzettende onweersbui waar ook wij een beetje bang van worden. In het Spaanse Water betekent dat paniek op veel boten en de marifoon draait overuren op kanaal 72. Sommige boten slaan van hun anker of draaien 180 graden, iets wat hier vrijwel nooit gebeurt en waar blijkbaar ook niemand op rekent. Wij liggen gelukkig als een huis maar door de verandering van wind kunnen we de verre buurman wel plotseling de hand schudden. Vervelend gevolg van de bui is, dat het internet op het Spaanse water de rest van de week ‘plat’ ligt. Maar goed, gelukkig zitten we niet in New York en tussen de heftige maar korte buien door is het heerlijk weer.

Trea en Mattheüs verhuizen deze week van de boot naar een appartement, waar ze de laatste twee weken van hun vakantie door zullen brengen. Dat betekent feest voor Maren en Linde want er is een zwembad waar wij ook gebruik van mogen maken. Bovendien maken we er een logeerbed, waar Maren en Linde beurtelings mogen slapen. Aangezien het lang geleden is dat ze bij hun tante en grote neef hebben gelogeerd, is dat extra speciaal.

We bezoeken een aantal toeristische plekken op Curaçao, waaronder de struisvogel boerderij. We krijgen er een leuke en informatieve toer in een soort safaritruck. We mogen de struisvogels voeren en kunnen met ons volle gewicht op een struisvogelei gaan staan, onder het mom van: als een struisvogel er met haar dikke billen op kan gaan zitten, moet datzelfde ei ons ook kunnen dragen, toch? Het zijn vooral de nieuwsgierige en tegelijk onnozele kopjes van de vogels die op onze lachspieren werken.

Via een zgn. ‘dirt road’ gaan we een dagje naar Westpunt. Nou, dirt genoeg: in de rode stofwolken rijden we over een giga-hobbelpad (waar is het pad eigenlijk?) naar de noordwest punt van Curaçao. Na een lunch bij Kura Hulanda Lodge, op een prachtplek op de uiterste westpunt, rijden we door naar Groot Knip. Daar vinden we een prachtig strand en helderblauwe zee om af te koelen van de rit. Bij zonsondergang drinken we wat boven op een rots, met zicht op twee schildpadden die nieuwsgierig hun kopjes boven het water uitsteken als de badgasten zijn verdwenen. Westpunt blijkt een mooi, puur en ongeschonden stukje Curaçao, waar rust de boventoon voert. Héérlijk.

Terwijl de zussen een dagje ouderwets gezellig gaan shoppen in Willemstad, gaat de rest van de familie naar het Seaquarium, samen met Etienne en Denise (La Luna). Vooral het voelen/aanraken van allemaal zeewezens is bijzonder: o.a. zeesterren, zeekomkommers, conches, roggen en verpleegsterhaaien. Ook bij de dolfijnenshow is het dolle pret, hoewel het toch wel een beetje in de schaduw staat bij dolfijnen ‘in het echt’.

Hoogtepunt van de week is toch wel de vrijdagavond bij Elvis en Linda. Elvis, die op Curaçao bij het loodswezen werkt, heeft een sleepbootje geregeld en daarmee varen we rond zonsondergang door Sint Annabaai: een baai aan de zuidkust van Curaçao, die het oude centrum van Willemstad in twee delen scheidt. De baai verbindt de Caribische Zee met het Schottegat, de natuurlijke haven van Willemstad. Zo varen we o.a. langs de beroemde drijvende pontjesbrug uit 1886 en door de industriehaven. Unieke momenten en gezelligheid troef. Daarna zijn we bij Linda en Elvis thuis uitgenodigd. Ze hebben heerlijk gekookt en we tafelen tot ’s avonds laat bij hun in de tuin. Ook de kinderen vermaken zich prima want Linda heeft een school/kinderopvang thuis en er is dus speelgoed in overvloed. Wat een heerlijke verwenavond en wat een lieve, gezellige en gastvrije mensen!

Na meer dan een jaar ‘zonder’, kunnen we weer boodschappen doen bij de Albert Heijn in Willemstad. We zouden er bijna emotioneel van worden, of in ieder geval: enthousiast. Wat is de winkel toch schoon, ruim opgezet en goed verlicht en wát een assortiment! Maar hoewel het de mooiste supermarkt is die we in lange tijd hebben gezien, vinden we zelfs hier soms lege schappen. En dat is misschien maar goed ook want onze vriezer lijkt het met volledige willekeur soms wel en dan weer niet te doen. Na veel nachtelijk gesleutel én met een bijzondere gebruiksaanwijzing (uitzetten, een nachtje af laten koelen, generator starten, vriezer weer aanzetten en tot slot vooral een schietgebedje doen) lijkt hij nu weer min of meer te werken...

Tot slot (met gepaste trots…) een citaat van Denise, 'gejat' van het weblog van de La Luna: "Het is geweldig te zien hoe Maren (6 jaar) meer onder water doorbrengt dan boven water. Wat een waterrat! En ze zwemt inmiddels ook het hele zwembad al onder water. Linde (3 jaar) doet zeker niet onder voor haar zus en snorkelt dat het een lieve lust is! Heel bijzonder hoor, zo jong al! En op het bodyboard ‘liggend surfen’ achter de dinghy, dat vindt ze ook geweldig. Grappig om te zien dat kinderen die op het water opgroeien, ook echt in het water als een vis zijn."

Link + foto's

Bezoek op Curaçao

Geplaatst op 22-8-2011

Na onze terugkomst op Bonaire maken we de Seaquest weer leef- en zeilklaar: koelkast aan, was doen (alle warme kleding van Quito kan weer diep worden weggestopt), water maken, boodschappen doen, etc. Dat laatste is overigens iedere keer weer een project op zich: iedere mini- of supermarkt is weer anders, alles staat op een andere plek en dus kost het vullen van de winkelwagen twee keer zo veel tijd als thuis. Daar komt nog bij, dat het iedere week weer de vraag is of de container met verse voorraad wel of niet is aangekomen op het eiland. Wat dus regelmatig niet gebeurt, om wat voor reden dan ook. En zo kan het bijvoorbeeld gebeuren dat er geen enkel pak halfvolle melk meer te krijgen is op het eiland, iets wat in Nederland bijna ondenkbaar is. En als de container ‘toevallig’ wél aankomt, dan betekent dat HAMSTEREN! Het is tenslotte alles of niets. Nou word je best flexibel en creatief hoor, van deze manier van boodschappen doen. Het menu gaat bijna altijd op de schop in de supermarkt. Maar we eten er echt niet minder lekker om, hooguit anders dan gepland.

Als de winkelkar eenmaal is gevuld, komt onze grootste uitdaging: de voorraad moet aan boord. We hebben meestal geen auto voor de deur, dus alles gaat in een trolley. Hij is oerlelijk maar o zo praktisch, hebben we ontdekt. Alleen past het er altijd nét niet in, dus moeten we alsnog sjouwen met zware tassen. En de supermarkt hebben ze helaas nooit direct naast de boot gebouwd, dus moeten we met onze tassen door de brandende zon lopen richting bijboot. Eenmaal daar aangekomen (als we geluk hebben is het niet al te ver) stouwen we de bijboot vol. Het is daarna altijd de vraag of we er zelf nog in passen. Maar ook daarin zijn we meesters geworden. Stapelen is het toverwoord. De volgende zorg is droog over te komen naar de Seaquest. Afhankelijk van gewicht, wind, stroming, golven, etc. lukt dat in meer of mindere mate. Alles gaat vervolgens tas voor tas op het achterdek, wat vaak meer op een behendigheidsspel lijkt door de deining en het hoogteverschil tussen boot en bijboot. Vervolgens moet onze kostbare voorraad van het achterdek naar de kuip, van de kuip naar binnen en dan… mag het eindelijk in de kastjes. Als het niet geplet is tenminste. Boodschappen doen is een dagtaak. Maar ons hoor je niet klagen. Het is gewoon onderdeel van een wereldreis.

Op Bonaire herenigen we ons met Etienne en Denise van La Luna. We hebben een paar gezellige dagen samen en gaan onder andere samen duiken. Zo kunnen we onze ervaringen delen (altijd leuk!) én we hebben een oppas voor de kinderen als we onder water zijn. Vrijdag zwaaien we ze al weer uit, als wij naar Curaçao gaan, maar we zullen ze binnenkort weer zien. We zeilen lekker voor de wind en lopen steeds bijna 9 knopen. We zijn er dan ook in ‘no time’ en 5 uurtjes later liggen voor anker op het Spaanse water, tussen de vele andere ‘yachties’. ’s Avonds spreken we af met Elvis en Linda, die op Curaçao wonen en van-alles-en-nog-wat voor ons kunnen regelen: auto, postadres, gids, crèche, etc. Maar bovendien is het erg gezellig en het is alsof we elkaar al jaren kennen.

Zaterdag is een dag waar Maren en Linde al meer dan een jaar naar uit hebben gekeken: tante Trea en Mattheüs komen! Bepakt en bezakt komen ze aan, met o.a. de nieuwe schoolpakketten van de Wereldschool. Zo kan ‘juf mem’ haar alvast voorbereiden op het nieuwe schooljaar van het Seaquest college. Maar eerst gaan we nog drie weken samen vakantie vieren op Curaçao.

Als onze gasten een beetje zijn geïnstalleerd en geacclimatiseerd, krijgt Mattheüs zijn eerste snorkelles van Huib Jan. Dat is best even wennen... Ook begint hij met de opleiding tot kapitein bijboot, wat duidelijk meer zijn interesse heeft. We maken een eerste verkenningsrondje in het mooie Willemstad (wordt vervolgd) en gaan lekker zwemmen en snorkelen op diverse strandjes.

Na een middagje strand staan we plotseling met een lekke band langs de kant van de weg. Huib Jan gaat zelf aan de slag met krik en sleutel maar de bouten zitten muurvast en dus moeten we op de wegenwacht wachten. Als die er eenmaal is, is het klusje gelukkig snel geklaard. Veel later dan gepland komen we bij de bijboot aan en daar wacht het volgende probleem: we zijn de sleutel van het slot van de bijboot ‘in de strijd’ kwijtgeraakt. Op een nabijgelegen vissersboot hebben ze gelukkig een flex, waarmee de rvs-kabel snel is doorgezaagd. Zonde! Maar we kunnen wel eindelijk aan boord komen.

Woensdag gaan we naar Klein Curaçao, zo’n 14 mijl ten zuidwesten van Curaçao. Voor vertrek willen we nog snel een snorkelset kopen voor Mattheüs. Dat ‘snel’ kunnen we wel vergeten want voor de tweede keer deze week staan we met een lekke band langs de kant van de weg; dezelfde als drie dagen daarvoor wel te verstaan, grrr! Deze keer wordt het grondig opgelost want de auto wordt later teruggebracht met vier nieuwe banden eronder.

Het is een paar uurtjes varen naar Klein Curaçao, een klein onbewoond eilandje dat bij Curaçao hoort. Als we er arriveren, is het nog druk met dagjesmensen maar als de laatste mensen zijn vertrokken is het RUST. Een schildpad steekt nieuwsgierig zijn kopje boven het water uit en vier flamingo’s maken een droomvlucht als in een film, in het decor van een prachtige zonsondergang en dito maanopkomst. En dat alles pal naast de Seaquest. Wie doet ons wat?

De volgende ochtend maken we een wandeling over het grotendeels dorre eilandje, langs een prachtig strand, een vervallen vuurtoren en een scheepswrak aan de ruige kant van het eiland. Het is mooi op Klein Curaçao maar de Seaquest schommelt behoorlijk op haar anker. Eenmaal weer terug aan boord, draaien de evenwichtsorganen van onze gasten overuren. En dat werkt niet positief op de stemming aan boord. Daarom besluiten we ’s middags terug te varen naar Curaçao, waar iedereen weer heerlijk kan eten en slapen.

 

Vrijdagavond gaan we naar de wekelijkse borrel van alle ‘yachties’. En dat zijn er nogal wat hier. We ontmoeten er oude en nieuwe bekenden van over de hele wereld, onder het genot van lokaal eten en live muziek. Het is gezellig maar ook nuttig. Zo spreken we mensen die ons veel kunnen vertellen over de Pacific, Nieuw Zeeland en Australië. Waardevolle informatie voor het vervolg van onze reis. Binnenkort zijn we bij ze uitgenodigd aan boord voor meer informatie en dat zal ongetwijfeld ook gezellig worden. Typisch ‘yachties’!

Link + foto's

Stad in de wolken

Geplaatst op 9-8-2011

Maandag 1 augustus gaat onze wekker om half 2 `s nachts. We gaan een weekje naar Quito, de hoofdstad van Ecuador. De stad ligt op 3000 m. hoogte in het Andesgebergte en is daarmee officieel de hoogste hoofdstad ter wereld. Al in het vliegtuig zijn we onder de indruk van het prachtige groene berglandschap en de vele vulkanen met deels besneeuwde toppen. En dat op de evenaar. Maren en Linde vinden het fantastisch om te vliegen en ze mogen even in de cockpit kijken. Ze vragen de piloot vervolgens de oren van het hoofd.

Het vliegveld van Quito ligt (nog) midden in de langgerekte stad (70 x 4 km!) en de landing is daardoor spectaculair. Als we uitstappen is de lucht meteen lekker fris, te vergelijken met een mooie voorjaarsdag in Nederland. Het is vreemd maar ook best fijn om na zo lange tijd weer in een koelere omgeving te zijn. De zon is echter verraderlijk fel door de hoge ligging en de eerste dagen hebben we alle vier een beetje last van de ijle lucht: we zijn een beetje kortademig en Linde is er zelfs misselijk van. Ze wordt door het hotelpersoneel in de watten gelegd met cocathee (inderdaad: gemaakt van…) en adviezen als ‘vandaag niet rennen’. Leg dat maar eens uit aan een driejarig meisje! Gelukkig voelt Linde het feilloos aan en na wat rust is ze weer redelijk bij de pinken.

We zien veel van Quito en omgeving in een week tijd. Zo gaan we bijvoorbeeld met de kabelbaan de helling van de Pichincha op, de (actieve) vulkaan waarop Quito is gebouwd. Alsof het nog niet genoeg is, gaan we daarmee van 3000 naar 4000 m. hoogte. Een trap oprennen is er dan even niet meer bij maar we krijgen wél een prachtig uitzicht over de stad en omringende vulkanen cadeau. Wel besluiten we wat warme kleding te kopen, want de temperatuur hebben we toch een beetje verkeerd ingeschat. Gelukkig is in Quito ‘veel voor weinig’ te koop en dat is leuk shoppen.

Het oude koloniale centrum van Quito is bezaaid met de meest prachtige gebouwen. Niet voor niets staat het gehele centrum van Quito op de wereld erfgoedlijst van de Unesco. Overigens is er in het oude Quito vrijwel geen horizontale straat te vinden en zo banen we ons, wandelend of met de taxi, een weg door de wirwar van straatjes, die meestal eerder verticaal dan horizontaal gaan. Hoogtepunten zijn o.a. de Basilico del Voto Nacional, de neogotische kathedraal die boven alles uit torent. Op de gevel van de kathedraal staan geen beelden van heiligen o.i.d. maar van inheemse reptielen en amfibieën. Ook de Iglesia de Compania de Jesus is een meesterwerk: achter de redelijk sobere façade gaat een prachtige kerk schuil, waar bijna alles met bladgoud is bedekt. Maar wat vooral bijzonder is aan Quito, zijn de vele pleintjes, restaurantjes, ijscokarretjes, snoep- en sigarettenverkopers. Leuk detail: de sigaretten worden per stuk verkocht. Overal is het gezellig druk en er wordt veel muziek gemaakt.

Een paar keer worden we spontaan aangesproken op straat en gewaarschuwd voor criminaliteit en straatrovers: we moeten de meisjes goed aan de hand houden, de camera in de tas doen (en de tas goed vasthouden…) en vooral geen achterafstraatjes ingaan. Dat is best even schrikken natuurlijk maar gelukkig merken wij er weinig van. Overal loopt politie rond en blijkbaar wordt er flink geïnvesteerd in veiligheid. Maar voor de zekerheid volgen we de adviezen toch maar op, stel je voor…

Vlak bij Quito bezoeken we Mitad del Mundo, een toeristisch maar informatief centrum op en over de evenaar. Zo staan we met één been op het noordelijk halfrond en met het andere been op het zuidelijk halfrond. Niet dat we daar ook maar iets van voelen maar het idee is leuk. Erg leuk ook zijn de proefjes, die groot en klein verbazen. Zo loopt het water op het noordelijk halfrond linksom draaiend weg uit een gootsteen. Op het zuidelijk halfrond draait het water met de wijzers van de klok mee. Tot zover bekend: het coriolis-effect. Maar precies óp de evenaar blijkt het water helemaal niet te draaien, het loopt dus recht naar beneden weg, zonder draaikolk. En een afstand van slechts een paar meter blijkt al voldoende te zijn om het water linksom, dan wel rechtsom te laten draaien! De rest van de week kijkt Maren opvallend vaak naar afvoerputjes. Een ander leuk proefje doen we met een ei: precies op de evenaar kan een ei op een spijker blijven staan, omdat de eidooier daar recht naar beneden zakt. Raar maar waar. Verder is er veel informatie te vinden over de indianen, zoals de traditie van de shrunken heads: een afgehakt mensenhoofd dat op een speciale manier is geprepareerd, waardoor het voor altijd bewaard kan blijven. Een shrunken head werd meestal gebruikt als trofee of voor rituele doeleinden. Met gepaste afschuw bekijken we zo’n gekrompen hoofd. Tegenwoordig wordt het overigens alleen nog toegepast bij dieren.

We lunchen op de meest mooie plekjes, zoals op de kraterrand van de Pululahua, waar we een magnifiek uitzicht hebben op de omgeving. Terwijl we eten van een locro de papa, een Ecuadoriaanse aardappelsoep met avocado en kaas, genieten we van het prachtige wolkenspel tussen de vulkaantoppen.

Huib Jan wordt op zijn 45e verjaardag verwend met cadeautjes in bed en zelfgemaakte slingers op de kamer. ’s Avonds gaan we eten op het dak van een restaurant in het oude centrum. Het is ontzettend koud (we zijn verwend…) maar we hebben een mooi uitzicht op o.a. de verlichte kathedraal en het eten smaakt goed. Als Huib Jan wordt toegezongen door de obers met indianentooi, is het feest compleet.

We maken een dagtrip naar het regenwoud, Mindo National Park. De reis er naar toe door het groene Andesgebergte is minstens zo interessant als het doel. Langs de weg zien we cavia’s aan het spit, een nationale delicatesse. We vinden het maar een raar idee maar eerlijk gezegd ziet het er best wel lekker uit. Onderweg stoppen we even bij El Pahuma, waar we ons in de vlindertuin van Emmen wanen. Ook zien we prachtige rode spechten, kevertjes in alle kleuren van de regenboog, gekke zwart-gele spinnetjes en verfrissende beekjes en watervalletjes.

In Mindo bezoeken we eerst de vlindertuin: prachtige uilenvlinders maar nog mooier vinden we de kolibries. Vanuit een hangmat bekijken we deze vogeltjes in alle kleuren en ze blijven ons fascineren. Ook de diversiteit aan orchideeën is schitterend om te zien. Volgens Maren en Linde is de zgn. monkey face (zie foto’s) de mooiste.

Via een ontzettend hobbelpad vervolgen we onze reis naar een kabelbaan in het regenwoud. Wij verwachten net zoiets als een skilift, nou ja misschien iets minder luxe dan, maar niets is minder waar: in een oud verroest bakje moeten we aan een nog meer verroeste kabel naar de overkant. Het geheel wordt aangedreven door een oude Nissan automotor, ahum! Toch stappen we in (waarom eigenlijk?), met gevaar voor eigen leven. Eenmaal aan de overkant inspecteert Huib Jan de bevestiging van de kabel nog eens, die absoluut niet Kema-Keur blijkt te zijn. Maar ja, nu we eenmaal aan de overkant zijn, moeten we ook weer terug. Maar eerst gaan we via een wandelpad naar een waterval, een prachtig pad met veel groen en tropische vogels. Eenmaal bij de waterval wacht ons de laatste uitdaging: via een lange steile ladder met gladde houten treden, waarvan er ook nog een paar ontbreken, kunnen we bij een natuurlijk bassin komen. Jannet staat doodsangsten uit als Maren en Huib Jan parcours gaan verkennen. Na wijs beraad boven op de rots besluiten ze via dezelfde ladder weer rechtsomkeert te gaan – helaas de enige optie. Opgelucht kan Jannet ademhalen als het hele gezin weer veilig beneden is. En ach, de terugreis in de kabelbaan valt eigenlijk best wel mee na het hachelijke avontuur op de ladder.

Zondag is vliegerdag in Quito. De mensen gaan ‘en masse’ naar één van de vele parken of uitzichtpunten die Quito rijk is en vervolgens is jong en oud de hele dag in de weer met vliegers. Het is een vrolijk gezicht en wij kunnen natuurlijk niet achterblijven. Voor een paar dollar kopen we een compleet setje, inclusief een uur durende praktijkles door de verkoper. Gelukkig maar want anders zou onze vlieger zijn gestrand naast de vele andere vliegers, in een hoogspanningsmast of boom. Tussendoor wordt er door iedereen lekker gevoetbald of suikerspin o.i.d. gegeten, te koop bij een van de vele karretjes. Zo vieren de bewoners van Quito dus het weekend.

Op onze laatste dag gaan we met de meisjes eerst naar een pretpark, waar ze dolle pret hebben in de zweef, ballenbak, achtbaan, botsauto’s etc. Vervolgens proberen we op de ‘mercado artesenal’ nog wat souvenirs te bemachtigen: panamahoeden, alpacashawls, panfluiten, indianenbeeldjes en tassen (voor de souvenirs natuurlijk). Maren maakt meteen gebruik van haar panfluit: ze geeft een optreden met een professionele panfluitspeler en steelt daarmee de show. De markt is een kleurrijk geheel van bijzondere mensen en koopwaar. En zo willen we ons Quito en Ecuador ook herinneren: kleurrijk. Wat een prachtige stad, wat een heerlijk land!

Link + foto's