Stad in de wolken

9-8-2011

Maandag 1 augustus gaat onze wekker om half 2 `s nachts. We gaan een weekje naar Quito, de hoofdstad van Ecuador. De stad ligt op 3000 m. hoogte in het Andesgebergte en is daarmee officieel de hoogste hoofdstad ter wereld. Al in het vliegtuig zijn we onder de indruk van het prachtige groene berglandschap en de vele vulkanen met deels besneeuwde toppen. En dat op de evenaar. Maren en Linde vinden het fantastisch om te vliegen en ze mogen even in de cockpit kijken. Ze vragen de piloot vervolgens de oren van het hoofd.

Het vliegveld van Quito ligt (nog) midden in de langgerekte stad (70 x 4 km!) en de landing is daardoor spectaculair. Als we uitstappen is de lucht meteen lekker fris, te vergelijken met een mooie voorjaarsdag in Nederland. Het is vreemd maar ook best fijn om na zo lange tijd weer in een koelere omgeving te zijn. De zon is echter verraderlijk fel door de hoge ligging en de eerste dagen hebben we alle vier een beetje last van de ijle lucht: we zijn een beetje kortademig en Linde is er zelfs misselijk van. Ze wordt door het hotelpersoneel in de watten gelegd met cocathee (inderdaad: gemaakt van…) en adviezen als ‘vandaag niet rennen’. Leg dat maar eens uit aan een driejarig meisje! Gelukkig voelt Linde het feilloos aan en na wat rust is ze weer redelijk bij de pinken.

We zien veel van Quito en omgeving in een week tijd. Zo gaan we bijvoorbeeld met de kabelbaan de helling van de Pichincha op, de (actieve) vulkaan waarop Quito is gebouwd. Alsof het nog niet genoeg is, gaan we daarmee van 3000 naar 4000 m. hoogte. Een trap oprennen is er dan even niet meer bij maar we krijgen wél een prachtig uitzicht over de stad en omringende vulkanen cadeau. Wel besluiten we wat warme kleding te kopen, want de temperatuur hebben we toch een beetje verkeerd ingeschat. Gelukkig is in Quito ‘veel voor weinig’ te koop en dat is leuk shoppen.

Het oude koloniale centrum van Quito is bezaaid met de meest prachtige gebouwen. Niet voor niets staat het gehele centrum van Quito op de wereld erfgoedlijst van de Unesco. Overigens is er in het oude Quito vrijwel geen horizontale straat te vinden en zo banen we ons, wandelend of met de taxi, een weg door de wirwar van straatjes, die meestal eerder verticaal dan horizontaal gaan. Hoogtepunten zijn o.a. de Basilico del Voto Nacional, de neogotische kathedraal die boven alles uit torent. Op de gevel van de kathedraal staan geen beelden van heiligen o.i.d. maar van inheemse reptielen en amfibieën. Ook de Iglesia de Compania de Jesus is een meesterwerk: achter de redelijk sobere façade gaat een prachtige kerk schuil, waar bijna alles met bladgoud is bedekt. Maar wat vooral bijzonder is aan Quito, zijn de vele pleintjes, restaurantjes, ijscokarretjes, snoep- en sigarettenverkopers. Leuk detail: de sigaretten worden per stuk verkocht. Overal is het gezellig druk en er wordt veel muziek gemaakt.

Een paar keer worden we spontaan aangesproken op straat en gewaarschuwd voor criminaliteit en straatrovers: we moeten de meisjes goed aan de hand houden, de camera in de tas doen (en de tas goed vasthouden…) en vooral geen achterafstraatjes ingaan. Dat is best even schrikken natuurlijk maar gelukkig merken wij er weinig van. Overal loopt politie rond en blijkbaar wordt er flink geïnvesteerd in veiligheid. Maar voor de zekerheid volgen we de adviezen toch maar op, stel je voor…

Vlak bij Quito bezoeken we Mitad del Mundo, een toeristisch maar informatief centrum op en over de evenaar. Zo staan we met één been op het noordelijk halfrond en met het andere been op het zuidelijk halfrond. Niet dat we daar ook maar iets van voelen maar het idee is leuk. Erg leuk ook zijn de proefjes, die groot en klein verbazen. Zo loopt het water op het noordelijk halfrond linksom draaiend weg uit een gootsteen. Op het zuidelijk halfrond draait het water met de wijzers van de klok mee. Tot zover bekend: het coriolis-effect. Maar precies óp de evenaar blijkt het water helemaal niet te draaien, het loopt dus recht naar beneden weg, zonder draaikolk. En een afstand van slechts een paar meter blijkt al voldoende te zijn om het water linksom, dan wel rechtsom te laten draaien! De rest van de week kijkt Maren opvallend vaak naar afvoerputjes. Een ander leuk proefje doen we met een ei: precies op de evenaar kan een ei op een spijker blijven staan, omdat de eidooier daar recht naar beneden zakt. Raar maar waar. Verder is er veel informatie te vinden over de indianen, zoals de traditie van de shrunken heads: een afgehakt mensenhoofd dat op een speciale manier is geprepareerd, waardoor het voor altijd bewaard kan blijven. Een shrunken head werd meestal gebruikt als trofee of voor rituele doeleinden. Met gepaste afschuw bekijken we zo’n gekrompen hoofd. Tegenwoordig wordt het overigens alleen nog toegepast bij dieren.

We lunchen op de meest mooie plekjes, zoals op de kraterrand van de Pululahua, waar we een magnifiek uitzicht hebben op de omgeving. Terwijl we eten van een locro de papa, een Ecuadoriaanse aardappelsoep met avocado en kaas, genieten we van het prachtige wolkenspel tussen de vulkaantoppen.

Huib Jan wordt op zijn 45e verjaardag verwend met cadeautjes in bed en zelfgemaakte slingers op de kamer. ’s Avonds gaan we eten op het dak van een restaurant in het oude centrum. Het is ontzettend koud (we zijn verwend…) maar we hebben een mooi uitzicht op o.a. de verlichte kathedraal en het eten smaakt goed. Als Huib Jan wordt toegezongen door de obers met indianentooi, is het feest compleet.

We maken een dagtrip naar het regenwoud, Mindo National Park. De reis er naar toe door het groene Andesgebergte is minstens zo interessant als het doel. Langs de weg zien we cavia’s aan het spit, een nationale delicatesse. We vinden het maar een raar idee maar eerlijk gezegd ziet het er best wel lekker uit. Onderweg stoppen we even bij El Pahuma, waar we ons in de vlindertuin van Emmen wanen. Ook zien we prachtige rode spechten, kevertjes in alle kleuren van de regenboog, gekke zwart-gele spinnetjes en verfrissende beekjes en watervalletjes.

In Mindo bezoeken we eerst de vlindertuin: prachtige uilenvlinders maar nog mooier vinden we de kolibries. Vanuit een hangmat bekijken we deze vogeltjes in alle kleuren en ze blijven ons fascineren. Ook de diversiteit aan orchideeën is schitterend om te zien. Volgens Maren en Linde is de zgn. monkey face (zie foto’s) de mooiste.

Via een ontzettend hobbelpad vervolgen we onze reis naar een kabelbaan in het regenwoud. Wij verwachten net zoiets als een skilift, nou ja misschien iets minder luxe dan, maar niets is minder waar: in een oud verroest bakje moeten we aan een nog meer verroeste kabel naar de overkant. Het geheel wordt aangedreven door een oude Nissan automotor, ahum! Toch stappen we in (waarom eigenlijk?), met gevaar voor eigen leven. Eenmaal aan de overkant inspecteert Huib Jan de bevestiging van de kabel nog eens, die absoluut niet Kema-Keur blijkt te zijn. Maar ja, nu we eenmaal aan de overkant zijn, moeten we ook weer terug. Maar eerst gaan we via een wandelpad naar een waterval, een prachtig pad met veel groen en tropische vogels. Eenmaal bij de waterval wacht ons de laatste uitdaging: via een lange steile ladder met gladde houten treden, waarvan er ook nog een paar ontbreken, kunnen we bij een natuurlijk bassin komen. Jannet staat doodsangsten uit als Maren en Huib Jan parcours gaan verkennen. Na wijs beraad boven op de rots besluiten ze via dezelfde ladder weer rechtsomkeert te gaan – helaas de enige optie. Opgelucht kan Jannet ademhalen als het hele gezin weer veilig beneden is. En ach, de terugreis in de kabelbaan valt eigenlijk best wel mee na het hachelijke avontuur op de ladder.

Zondag is vliegerdag in Quito. De mensen gaan ‘en masse’ naar één van de vele parken of uitzichtpunten die Quito rijk is en vervolgens is jong en oud de hele dag in de weer met vliegers. Het is een vrolijk gezicht en wij kunnen natuurlijk niet achterblijven. Voor een paar dollar kopen we een compleet setje, inclusief een uur durende praktijkles door de verkoper. Gelukkig maar want anders zou onze vlieger zijn gestrand naast de vele andere vliegers, in een hoogspanningsmast of boom. Tussendoor wordt er door iedereen lekker gevoetbald of suikerspin o.i.d. gegeten, te koop bij een van de vele karretjes. Zo vieren de bewoners van Quito dus het weekend.

Op onze laatste dag gaan we met de meisjes eerst naar een pretpark, waar ze dolle pret hebben in de zweef, ballenbak, achtbaan, botsauto’s etc. Vervolgens proberen we op de ‘mercado artesenal’ nog wat souvenirs te bemachtigen: panamahoeden, alpacashawls, panfluiten, indianenbeeldjes en tassen (voor de souvenirs natuurlijk). Maren maakt meteen gebruik van haar panfluit: ze geeft een optreden met een professionele panfluitspeler en steelt daarmee de show. De markt is een kleurrijk geheel van bijzondere mensen en koopwaar. En zo willen we ons Quito en Ecuador ook herinneren: kleurrijk. Wat een prachtige stad, wat een heerlijk land!

Automatisch op de hoogte blijven van onze reis? Meld je aan via bovenstaande rss-button!