De dames aan het roer

4-9-2011

Huib Jan is twee weken in Nederland en dat betekent dat er drie dames aan het roer van de Seaquest staan; voor anker in het Spaanse Water wel te verstaan, maar toch. We moeten zelf onze stroom- en waterhuishouding regelen (nee, dat komt hier niet uit de grond…), gezamenlijk de onweersbuien doorstaan, de dinghy ’s nachts uit het water halen, een nieuwe gasfles aankoppelen, etc. Gelukkig hebben we behulpzame buren, die altijd willen helpen als de nood ‘aan de vrouw’ is maar tot nu toe redden we het zonder. Zo stiekempjes hebben ook de dames al heel wat geleerd over de techniek aan boord.

Ook het kleine dagelijkse onderhoud gaat gewoon door zonder de kapitein. Onze buiskap heeft al heel wat te verduren gehad en mag wel een oppepper hebben. Nou is onze zeilende buurvrouw toevallig tentenmaker en dus is de hulp nabij. Alle ritsen, stiknaden en rafels worden in een middag gecontroleerd en waar nodig gerepareerd. De buiskap kan er voorlopig weer tegen. Ook de vlag, onze nationale trots, wordt even omgezoomd. Vroeger kochten we gewoon een nieuwe vlag als de eerste rafels verschenen maar tegenwoordig werkt dat anders. In de eerste plaats omdat de Nederlandse vlaggen hier niet voor het oprapen liggen en het scheelt natuurlijk ook in de kosten. En tja, een vlag die zoveel zeemijlen trouw met ons mee is gevaren, die dank je toch niet zomaar af?

Samen met Trea en Mattheüs vieren we de laatste week van hun én onze vakantie. Dat betekent bijvoorbeeld nieuwe strandjes verkennen en lekker zwemmen en snorkelen. Maar we gaan ook een beetje cultuur snuiven. Zo maken we een wandeling door Willemstad o.l.v. een kunsthistorica en komen we veel te weten over de geschiedenis en architectuur van de stad. Willemstad heeft opvallend veel prachtige zeventiende- en achttiende-eeuwse koloniale gebouwen. De Nederlandse kolonisten brachten al hun gewoonten en gebruiken mee, waaronder de architectuur en hun mening over hoe een ‘fatsoenlijk’ huis eruit hoort te zien. Na verloop van tijd werd dit aangepast aan het leven in een tropisch klimaat en werden Caribische elementen toegevoegd, zoals veranda’s, portalen, sierzaagwerk, arcadebogen en luiken. Overigens zijn de pasteltinten pas later ingevoerd, op verordening van een gouverneur wiens ogen pijn deden van het keiharde zonlicht dat weerkaatste op de (toen nog) witgekalkte huizen. Willemstad is daardoor één van de kleurrijkste steden van de wereld geworden.

Veel panden zijn in de laatste decennia flink in verval geraakt. Gelukkig keert het tij nu en er wordt hard gewerkt aan herstel. Een aantal panden is al prachtig gerestaureerd, met namen als ‘de suikertaart’. Opvallend veel andere zien we nog in de steigers staan, stuk voor stuk pareltjes in de dop. We zijn benieuwd hoe het er hier over 10 jaar uitziet!

Naast de historische bebouwing in Willemstad zijn de vele landhuizen en slavenhuisjes beeld- en sfeerbepalend voor Curaçao. De landhuizen (een soort feodale boerderijen) springen in het oog, omdat ze vaak op een heuvel zijn gebouwd. Daardoor had men een zo gunstig mogelijk uitzicht over de gronden en kon men profiteren van de verkoelende passaatwind. Ook kon men (via signalen) vanuit het ene landhuis het andere landhuis waarschuwen in geval van nood, bijvoorbeeld een slavenopstand. De veldslaven bouwden hun eigen eenvoudige hutten op het landgoed, van takken, slijk en stro.

Een paar landhuizen is te bezichtigen of er is bijvoorbeeld een restaurant, galerie of museum in gevestigd. Wij bezoeken Landhuis Knip, waarin een museum is gevestigd. Daar krijgen we veel en indrukwekkende informatie over de slavernij op Curaçao en over de diepe en nog steeds voelbare sporen die dit verleden heeft nagelaten: de eeuwenlange koloniale overheersing, plunderingen, slavenhandel en een slavenoproer. Waarom is hierover eigenlijk zo weinig bekend bij de gemiddelde Nederlander?

We bezoeken de synagoge Mikvé Israel-Emanuel in het centrum van Willemstad. De synagoge is mooi door eenvoud. Maar het meest bijzondere is dat er zand op de vloer ligt. De kinderen aarzelen geen moment, trekken hun schoenen uit en beginnen te spelen. Dat doen ze toch ook altijd op het strand?!? Ahum… Geduldig leggen we ze uit, dat het zand hier een ander doel dient. Verder vermaken de kinderen zich o.a. met een kookles bij Linda en met spelen op en rond de kanonnen en de toren van Fort Beekenburg. De Curaçaose muziekinstrumenten in Landhuis Knip scoren ook hoog bij de kinderen: ze bespelen bijvoorbeeld de wiri-wiri (een uitgeholde stengel, waar je met een stokje over heen ‘schraapt’), de marimba (een klankkastje met een paar metalen plaatjes), de matrimonial (een houten plank met daarop deksels van blikken), de tambu (trommel) of gewoon: een metalen spade met een stokje. Met verrassend eenvoudige materialen, die voor het oprapen liggen, werden en worden de mooiste instrumenten gemaakt.

Midden op de Pontjesbrug komen we midden in een zgn. ‘flashmob’ terecht: een grote groep mensen heeft afgesproken om allemaal op precies hetzelfde tijdstip op de pontjesbrug te zijn. Eén iemand begint ‘vanuit het niets’ te dansen, vervolgens komen er steeds meer dansers bij vanuit het publiek en in korte tijd staat er een hele grote groep een show weg te geven met een (blijkt) van tevoren ingestudeerde dans. Het zorgt voor een bizar effect en het levert een groot applaus op als alle dansers na afloop weer doorlopen alsof er nooit iets is gebeurd. Een wauw-moment!

De laatste vakantiedag van Trea en Mattheüs gaan we snorkelen bij Jan Thiel baai. Na het snorkelen genieten we, met de voetjes in het zand en bij een prachtige ondergaande zon, van ons gezamenlijke galgenmaal. Wat een heerlijke weken samen!

Automatisch op de hoogte blijven van onze reis? Meld je aan via bovenstaande rss-button!