Indianenverhalen

20-1-2012

Let op! Maandag 23 januari gaan we om ca. 23.45 uur NL tijd door de 'Gatun Locks' van het Panamakanaal. Dinsdag 24 januari gaan we om ca. 18.00 uur NL tijd door de 'Miraflores Locks', aan de andere kant van het Kanaal. We zijn live te volgen tijdens deze transits op www.pancanal.com

 

Zaterdagochtend vroeg, de ochtend na onze aankomst op de San Blas, worden we gewekt door Maren, die door de boot heen en weer rent en enthousiast roept: "Indianen! Ik zag Indianen! In een bootje!" Wij moeten even schakelen; waar zijn we ook al weer? O ja, de San Blas archipel, met haar bewoners: de Kuna Indianen. In Maren haar beleving zijn een paar stripfiguren tot leven gekomen.

Een stukje achtergrondinformatie: San Blas is de naam voor een groep van 340 eilandjes langs de kust van Panama. De bewoners, de Kuna Indianen, gebruiken liever de naam Kuna Yala, in hun eigen taal. Hoewel de eilandengroep officieel bij Panama hoort, is Kuna Yala volledig autonoom en ieder eilandje heeft een eigen bestuur. Kokosnoten vormen de belangrijkste inkomstenbron. Het is dan ook officieel verboden kokosnoten mee te nemen want iedere kokospalm en dus ook iedere kokosnoot heeft een eigenaar in Kuna Yala. Het is maar even dat we het weten! Vrouwen hebben de broek aan: zij beheren het geld. Het is heel normaal dat ook mannen zich vaak kleden als vrouw, met een rode hoofddoek, kleurrijke mola-kleding, een gouden ring in de neus en sieraden van kleurrijke kraaltjes waarmee armen en benen grotendeels zijn bedekt.

Bij Kaimou (Holandes Cays) verkennen we de omgeving: kleine eilandjes met palmbomen, witte strandjes, soms een hutje, water in allemaal blauwnuances en zo nu en dan een paar Kuna's in een 'ulu' (uitgeholde boomstam), die aan het vissen zijn, bananen of kokosnoten hebben geplukt, en/of hun waar aan ons willen verkopen. Maren en Linde genieten van de schatten die ze in de zee ontdekken: een grote zeester, schelpen en een rog die hoog uit het water opspringt. Zitten we tóch in een stripverhaal?

Op één van de eilandjes nemen we letterlijk een kijkje in de keuken van de Kuna's: in een grote ketel op een houtgestookt vuurtje pruttelen bananen, die later zullen worden gegeten met versgevangen vis. Men slaapt in hangmatten onder een eenvoudig strodak en douchen gebeurt met een bakje water, vers geput uit een gat in de grond.

We varen door naar Sugdup. Het kleine eilandje staat zó vol met hutjes, dat ze bijna letterlijk in zee vallen. Een wandeling over het eilandje is een wandeling terug in de tijd of in ieder geval in een heel ander wereldje. Het leven is er eenvoudig maar mooi. Alles is relatief schoon en opgeruimd en er wonen vriendelijke, kleurrijke en opvallend kleine mensen; Huib Jan is zoiets als de grote vriendelijke witte reus. Hutjes van bamboestokken en palmbladeren staan hutje-mutje langs steegjes van zand. En daar scharrelen we her en der ons avondeten en ontbijt bij elkaar, geholpen door iedereen die dat maar kan. Brood uit een houtgestookt oventje van de zus van de buurvrouw van een vriendin. Heerlijk! En groente die er niet echt aantrekkelijk uitziet maar des te lekkerder smaakt. We kopen nog een paar traditionele mola's: geborduurde kleurrijke stofjes, monnikenwerk in onze ogen...

Op Chimichi maken we kennis met een aantal andere 'round the world ARC-deelnemers', die hier langzaam maar zeker binnendruppelen. We zijn te gast bij een Kuna familie, drinken melk uit een kokosnoot en genieten van traditionele dans en muziek.

Donderdag verlaten we Kuna Yala weer en daarmee een bijzonder stukje op de wereld. We varen richting Colon, om ons voor te bereiden op de transit door het Panamakanaal. Na een knobbelig zeetje (de Caribische Zee stapelt zich nog steeds meer op), maken we na zes uren varen een tussenstop bij Isla Linten. Het groen van de Panamese kust is echt overweldigend. En de tropische vogel- en apengeluiden, als we voor anker liggen, maken 'dit gevoel' helemaal af. Geen stripverhaal maar een droom die realiteit is.

Automatisch op de hoogte blijven van onze reis? Meld je aan via bovenstaande rss-button!