Logboek oktober 2012

Nieuw-Caledonië - Nieuw-Zeeland

Geplaatst op 31-10-2012

Dag 1 – vrijdag 26 oktober
Oef… voor mij voorlopig even geen aardappelsalade meer. Vrijdagavond om kwart voor tien gaan we ankerop. We hebben er zin in! Maar die zin verdwijnt bij mij spontaan als we eenmaal op volle zee zijn. Het woelige water zorgt ervoor dat ik me, ondanks de zeeziektepleister, hartstikke beroerd voel. En de meisjes weten om die reden ook niet hoe snel ze in hun bed moeten komen. De enige min of meer stabiele factor aan boord is onze schipper. Eén vraag dringt zich steeds aan me op: doe ik dit vrijwillig? We stuiteren letterlijk over de zee en duiken niet zelden half onder water, om vervolgens gelanceerd te worden – en de inhoud van mijn maag ook. Een grote golf massief water dendert over het dek en rolt verder over de kuiptent heen, zó de kuip in. Welkom op zee. Nieuw-Zeeland krijg je niet zomaar cadeau. Na een paar uurtjes bedaart het water gelukkig een beetje. Maar voor mijn maag is het te laat. Nu maar hopen dat de vissen aardappelsalade lekker vinden…

 

Dag 2 – zaterdag 27 oktober
Langzaam maar zeker gaan we ons een beetje beter voelen maar echt energiek zijn we nog niet. Dat resulteert in een nogal luie dag: boek lezen, bijslapen, filmpje kijken, beetje hangen in de kuip. En zo is er zomaar weer een dag voorbij. Verder is het een heerlijke dag om te zeilen. We gaan steeds sneller, tot we ruim 9 knopen op de teller hebben. En de zee wordt steeds rustiger. Zo halen we Nieuw-Zeeland wel! Rond middernacht is het echter uit met de pret; de wind valt weg en dat betekent dat we bijna stil komen te liggen, met klapperende zeilen als gevolg. Tijd voor het ijzeren zeil.
Met 12Moons en Sapphire hebben we twee keer per dag contact via de kortegolfzender. We praten over koetjes en kalfjes, wisselen onze posities uit en hebben het vooral ook over de weersvoorspellingen, die nogal grillig zijn. Er is één zorgelijke ontwikkeling:volgens de gribfiles komen we over anderhalve dag terecht in een front met harde wind en hoge golven. En dat front ontwikkelt zich steeds verder, terwijl wij juist hadden gehoopt dat ‘ie wat in kracht zou afnemen. We staan voor een dilemma: gaan we een stukje afbuigen, d.w.z. om het front heen varen? Of gaan we een paar dagen schuilen bij Norfolk Island, een Australisch eilandje dat precies op de helft van onze route ligt? Morgen gaan we daarover een ei leggen.

Dag 3 – zondag 28 oktober
Na een halve dag op de motor varen, trekt aan het eind van de middag de wind behoorlijk aan en bouwen de golven op. Omdat we de wind pal op de kop hebben, wordt het ineens veel minder comfortabel aan boord. Ons besluit staat dan ook vast: we gaan schuilen bij Norfolk Island. Dat is nog een etmaal varen maar alleen al het vooruitzicht doet goed. Al motorzeilend gaan we op ons nieuwe doel af.
Tot die tijd worstelen we met water: de golven hebben de gasbun opengeslagen. Tot onze schrik drijft er een gasfles aan één slangetje in het gangboord. Huib Jan, gewapend met reddingsvest en life line, probeert te redden wat er te redden valt.
Jannet stoeit met zout water in de badkamer. We gaan zó scheef, dat het water via de afvoeren naar binnenloopt i.p.v. andersom. In een mum van tijd staat de badkamer helemaal blank met zout klotsend water, dat we zo niet weg kunnen krijgen. Daarom verleggen we tijdelijk onze koers, zodat de boot even recht komt te liggen. We pompen al het zoute water weg, spoelen de boel na met zoet water en doen vervolgens heel snel de afsluiters dicht.
Tot overmaat van ramp ontdekken we ook nog dat de kotterfok is gescheurd. Het werkt allemaal niet mee aan de moraal aan boord. Helaas hebben we geen keuze; we moeten door. Het is niet anders.

Dag 4 – maandag 29 oktober
We motorzeilen naar Norfolk Island en willen maar één ding: daar zo snel mogelijk zijn. Dit is echt de beroerdste dag op zee die we ooit hebben beleefd. Kinderen zeeziek en mams ook… Een paar keer per minuut wordt de Seaquest omhoog getild, om vervolgens met een harde klap weer op het water te landen. Het is zo’n gevoel dat je in je buik hebt als je te hard over een te klein bruggetje rijdt. Alleen staan er nu duizenden van die bruggetjes achter elkaar en ze schommelen ook nog.
De positieve kant van het verhaal: we krijgen nóg meer respect voor de Seaquest en voor elkaar. En een extra pluim verdienen Maren en Linde, die zich als echte matrozen gedragen. Om 15.30 uur lokale tijd gooien we ons anker uit bij Norfolk Island in een baai die voor ons nu even het paradijs lijkt. We zijn helemaal brak, zout en moe maar dit hebben we toch maar weer even geflikt!

 

Dag 5 en 6 - 30 en 31 oktober (Norfolk Island)

We zijn compleet verrast. Blij verrast. Wisten wij veel dat Norfolk Island zó mooi en zó bijzonder is. Dachten we twee dagen geleden nog te schuilen bij iets wat op een verlaten koraalrif lijkt - nu weten we wel beter. We ontdekken een weids, gevarieerd en vooral groen en fris landschap en ontmoeten opvallend vriendelijke, blije en gastvrije mensen. Maar wat Norfolk vooral bijzonder maakt: het hele eiland straalt één en al energie uit. Klinkt misschien zweverig, vraag niet hoe het kan maar we profiteren er lekker even van; het is de energie die we nét even nodig hebben om onszelf op te peppen voor het vervolg van deze reis. Stiekem zouden we hier nog wel een week willen schuilen maar de boodschap van de weergoden is duidelijk: het is nu of nooit. Vóór zaterdagavond moeten we in Opua, in het noorden van Nieuw-Zeeland, zijn. We wagen het er op. Woensdagmiddag om 14.00 lichten de Seaquest en de 12 Moons het anker. Op naar het beloofde land ;-).

 

Dag 7 – donderdag 1 november
Gistermiddag, direct na ons vertrek vanaf Norfolk, werden we begroet door een paar grote dolfijnen die rond de boeg van de Seaquest dansten. De stemming zat er meteen goed in; een goed voorteken! En inderdaad: de zee heeft een compleet ander karakter gekregen, vergeleken met de situatie eerder deze week. En op een rustige zee is het leven aan boord goed.
Bob schrijft: “No dilly dally delay, because some STRONG SE winds follow the Low on Monday 5.” Tot die conclusie waren we zelf ook al gekomen en daarom proberen we de sokken erin te houden. Maar dat valt nog niet mee met 1 tot 2 knopen wind, recht van voren. Onze Volvo ronkt dan ook de hele dag door, slechts een beetje ondersteund door het grootzeil.
Hoogtepunt vandaag is de opkomst van de maan: een indrukwekkend grote roodgloeiende bol klimt vanaf de horizon omhoog, om ons vervolgens de hele nacht bij te lichten. Daar kan geen bedverhaaltje voor de meisjes tegenop.

 

Dag 8 - vrijdag 2 november
Best leuk, een zeilboot. Maar om te zeilen heb je wel wind nodig en laat het daar nou nét aan ontbreken. De gribfiles, die steeds meer wind voorspellen, zitten er volledig naast. En dus zijn we bijna continu aan het motorzeilen, om het front met harde wind bij Nieuw-Zeeland voor te blijven - als dat überhaupt komt. Ondertussen leven we aan boord alsof we in een huis wonen, zo vlak is de zee. De kajuitvloer ligt bezaaid met poppetjes, dino’s en auto’s. Normaal gesproken is dat op zee ondenkbaar maar in deze omstandigheden? Ach, als de meisjes het naar hun zin hebben, hebben we alle vier plezier.

Dag 9 - zaterdag 3 november
Land in zicht! Rond het middaguur doemt Nieuw-Zeeland op aan de horizon. Goh, dit is toch wel een bijzonder moment - maar ook een beetje onwerkelijk: we zijn met onze eigen boot helemaal naar Nieuw-Zeeland gevaren! Spontaan feliciteren we elkaar. Een uur later ronden we de Noordkaap van het Noordereiland. De lucht is grijs en grauw en het begint te regenen maar dat mag de pret niet drukken. De laatste 70 mijl naar ‘Bay of Islands’ varen we in de beschutting van Nieuw-Zeeland, dus laat die harde wind maar komen! En dat doet ‘ie dan ook, waardoor we onder zeil (eindelijk…) met een snelheid van 9 tot 10 knopen richting de finish gaan. Genieten! Eenmaal in de Bay of Islands is de nacht ingevallen. De baai doet zijn naam eer aan want het is er een wirwar van kleine eilandjes, waar we tussendoor moeten manoeuvreren in het donker. De iPad(!) bewijst goede dienst met haar Navionics kaarten. We hebben via de marifoon contact met 12Moons en Sapphire, die inmiddels aan de steiger liggen. Zij doen hun mastverlichting aan en loodsen ons de goede kant op. En zo bereiken we rond middernacht veilig en wel Opua. We liggen aan de quarantaine steiger, buitengesloten van de rest van de wereld, waar we tot de volgende ochtend moeten wachten om in te klaren.

Dag 10 – zondag 4 november
Het bezoek van customs, immigration en quarantaine valt ons 100% mee. Niks ingewikkelde procedures en men is erg vriendelijk en behulpzaam. Alleen onze vuilniszak, stofzuigerzak, een zakje zonnebloempitten, verse knoflook en onze honing worden in een hermetisch afgesloten zak afgevoerd en ‘that’s it’. Ook onze houten souvenirs mogen we na een inspectieronde gelukkig houden. We hebben mazzel want de andere boten die aan de quarantaine steiger liggen worden veel grondiger geïnspecteerd. Misschien zorgen twee kleine blonde meisjes aan boord voor verzachtende omstandigheden?
Als we alle formaliteiten hebben gehad, gaan we een beetje terrein verkennen. We komen allemaal ‘oude bekenden’ tegen, cruisers die we lang geleden hebben getroffen. Het is vaak een verrassend en gezellig weerzien. Langzaam maar zeker dringt het tot ons door: we zijn in Nieuw-Zeeland, ons thuisland voor het komende halfjaar.

Link + foto's

Laatste week Île des Pins (Nieuw-Caledonië)

Geplaatst op 26-10-2012

Het lijkt wel of we elke dag een beetje meer aan Nieuw-Zeeland toe zijn. Maar het lijkt ook of de weergoden alle tijd hebben en daarom wordt ons geduld wederom op de proef gesteld. In het paradijs, dat dan weer wél.

Er is harde wind uit zuidelijke richting voorspeld: niet de ideale omstandigheden om op Île des Pins te blijven want de golven rollen dan regelrecht de baai in en echt goede alternatieven zijn er niet. We schipperen daarom wat heen en weer tussen Kuto baai en Kanumera baai, afhankelijk van waar we het meest comfortabel liggen, of eigenlijk: waar we het minst oncomfortabel liggen. Uiteindelijk resulteert dat in één behoorlijk onrustige nacht met weinig slaap - maar ook niet meer dan dat. We hebben wel erger meegemaakt.

Diezelfde weersomstandigheden zorgen er echter ook voor dat we nog steeds niet naar Nieuw-Zeeland zijn vertrokken. Bob's advies: "Take the week off and focus on enjoying the tropics." Deze keer zijn we het roerend met hem eens. De tijd begint echter een beetje te dringen, omdat oma 8 november aankomt in Nieuw-Zeeland. Maar we besluiten ons niet gek te laten maken. Veiligheid en comfort gaan boven alles (sorry oma...)

Samen met Stefan en Christine verorberen we een dikke versgevangen tonijn, die Stefan onderweg naar Île des Pins aan de haak heeft geslagen. Verder ontmoeten we deze week Wim en Riet van de Belgische boot Laissez Faire, met hun kinderen Raf, Toon en Vera: leuke en zeer welkome speelmaatjes voor Maren en Linde en bovendien in hun eigen taal! Samen beklimmen we -op een veel te warme middag- de berg die het midden van Île des Pins markeert. Na een flinke klim over rollende rode stenen worden we getrakteerd op een prachtig uitzicht over het eiland en de lagune rondom het eiland. We belonen onszelf bij terugkomst met een heerlijk verkoelende sundowner op het terras, met zicht op de Seaquest. De vriendjes zwaaien we na een paar dagen weer uit maar in Nieuw-Zeeland zullen we elkaar zeker weer zien.

Vrij onverwacht maar zeer gewenst komt vrijdagmiddag dan eindelijk het verlossende weather window. En om volop te kunnen profiteren van de weersomstandigheden gaan we vrijdagavond meteen maar ankerop. Eerst nog even boodschappen doen en een laatste borrel met de 12Moons 'zum Abschied' en dan: gaan met die banaan! In het kielzog van de 12Moons varen we de komende 800 zeemijlen naar Nieuw-Zeeland, op een voor ons nieuw (en dus best wel een beetje spannend) stukje zee. We houden jullie de komende week op de hoogte!

Link + foto's

Île des Pins, Nieuw-Caledonië

Geplaatst op 21-10-2012

Wat doe je als je in een prachtige azuurblauwe baai ligt, pal voor een wit verlaten strandje? Juist ja: Lego bouwen... Maar het regent dan ook twee dagen onafgebroken pijpenstelen en het waait een storm. Die mooie strandjes en het azuurblauwe water zijn dan een stuk minder aantrekkelijk. We blijven lekker binnen -op een paar vierkante meter-, bouwen met de Lego, doen ganzenbord, bakken koekjes, maken de mooiste tekeningen en ga zo maar door. Na twee dagen klaart het gelukkig weer op en dan is het dubbel genieten van het warme zonnetje, de blauwe zee en de witte strandjes in Baie de Kuto en Baie de Kanumera.

Weergoeroe Bob stuurt ons aan het begin van de week een mail met het bericht dat er vrijdag misschien een 'gaatje' is om naar Nieuw-Zeeland te gaan. De rest van de week richten we zo in, dat we vrijdag voorbereid kunnen vertrekken: de boot vaarklaar maken, boodschappen doen, maaltijden koken, inklaringspapieren voor Nieuw-Zeeland invullen en opsturen, etc.

Ondertussen proberen we nog zo veel mogelijk te genieten van het prachtige Île des Pins. Tijdens een wandeling over het eiland staan er opvallend veel koeien, stieren en kalfjes te grazen in de berm. Of ze staan op de weg het verkeer te ontregelen. Gelukkig is hier weinig verkeer. Overal vliegen mooi gekleurde vlinders en vogeltjes. Maar het meest in het oog springend zijn toch wel de pijnbomen die als een grote erehaag voor ons langs de kant van de weg lijken te staan.

 

We bezoeken de ruïnes van de gevangenissen waar ooit verbannelingen zaten opgesloten. Tussen 1864 en 1897 werden maar liefst 21.000 veroordeelden uit Frankrijk verscheept naar haar strafkolonie Nieuw-Caledonië; een belangrijk stukje geschiedenis dat nu symbolisch genoeg bijna helemaal overwoekerd is.

Onze boodschappen voor de oversteek sprokkelen we letterlijk bij elkaar. Op de 'markt' in het dorpje Vao, die bestaat uit slechts één halfleeg kraampje en verder alleen veel koffiedrinkende mensen, kopen we een paar miezerige worteltjes, paksoi van hetzelfde kaliber, een zak vol kabouterkropjes sla en, de hoofdprijs: een reuzenkool. Bij een klein winkeltje vinden we gelukkig nog wat aardappelen, uien en melk; in een ander winkeltje brood en yoghurt en weer ergens anders wat kaas, thee en: Hollandse knakworsten! Daar moeten we het mee doen tot Nieuw-Zeeland. Ons resterende vlees in de diepvries en een paar potjes groente in de kast gaan vanaf nu op rantsoen. Passievruchten en papayas plukken we zelf uit de boom langs de kant van de weg, bij gebrek aan vers fruit op de markt. Al met al eten we toch weer lekker en gevarieerd.

En dan zijn we helemaal klaar voor vertrek. Maar... als we vrijdag zouden vertrekken, zo blijkt op de valreep, dan krijgen we volgende week vlak voor Nieuw-Zeeland 40 knopen tegenwind en 7 meter hoge golven op ons dak... Bob kan de pot op! Na wat heen en weer gemail met onze weergoeroe blijkt hij het roerend met ons eens te zijn. En dus blijven we liggen waar we liggen en dat kan nog wel eens een week gaan duren ook. Dat is overigens geen straf met dat mooie strand voor de deur en we krijgen bovendien weer gezelschap van Stefan en Christine van de 12Moons. Dus ach, ons hoor je niet klagen.

Link + foto's

Île de Mato, Baie de Prony en Île des Pins, Nieuw-Caledonië

Geplaatst op 15-10-2012

Nu alle zeilen weer uit de knoop zijn, zeilen we vanaf Île de Maître, waar we eerder waren, 30 mijl door naar Île de Mato, een kleine groene ‘puist’ in zee. We liggen er prachtig: met weids uitzicht op zee maar wel in de beschutting van een rifje. Dat is het beste van beide.

De volgende morgen gaan we in de dinghy naar het eilandje toe om de berg te beklimmen, tenminste, dat is onze bedoeling. Tussen de koraalhoofdjes door manoeuvreren we om het eilandje heen, op zoek naar een wandelpad. We worden al snel afgeleid want links en rechts schieten om de haverklap schildpadden langs de dinghy. Zeevogels op een hagelwit strandje lijken te poseren voor een mooi schilderij. Wow! Aan land gaan durven we uiteindelijk niet, omdat het afgaand water is en de kans groot is dat we dan voorlopig niet meer weg kunnen komen. Maar ach, het ritje in dinghy is eigenlijk al mooi genoeg.

We besluiten door te varen naar Baie de Prony, een grote baai aan de zuidoost kant van het hoofdeiland ‘Grande Terre’. Het wordt 15 mijl ’uniek’ zeilen, met een mooi windje op vlak water. We zigzaggen langs heel veel kleine eilandjes en rifjes die op ons pad komen en hebben daarbij geluk: de kaart klopt hier eens een keer wél. Dat is het afgelopen halfjaar wel eens anders geweest. In Baie de Prony kunnen we kiezen uit tientallen mooie ankerplekken. Tussen de roodbruine rotsen en pijnbomen door varen we een steeds smaller en ondieper wordend riviertje op, totdat we écht niet verder kunnen. Met als enige levende wezens om ons heen de tropische vogels brengen we daar de nacht door.

’s Ochtends gaan we in de dinghy verder het riviertje op, waar we na een tochtje over kristalhelder water letterlijk stuiten op een plek met honderden watervalletjes, rode rotsen en kleine natuurlijke bassins met zoet water. Van dat zoete water wordt dankbaar gebruik gemaakt door de ‘yachties’: de buurman komt net terug met een dinghy vol wasgoed, dat hij in het zoete water heeft gewassen. Wij houden het bij een heerlijk verkoelend zoetwaterbad voor onszelf. Linde kirt het uit van plezier in ‘bad’ en Maren leeft haar helemaal uit met klimmen en klauteren op de rode rotsen.

We hoppen van het ene mooie ankerbaaitje naar het andere, van het ene onbewoonde eilandje naar het andere; stuk voor stuk bijzondere plekjes. De laatste ‘grote’ sprong in Nieuw-Caledonië is die naar Île des Pins, het meest zuidelijk gelegen eiland. Dat is een tocht van 35 mijl vanaf onze ankerplek. We zeilen aan de wind met 7 tot 8 knopen op de teller en de Seaquest (én haar bemanning) is in haar element. Een heerlijke ‘generale’ voor de oversteek naar Nieuw-Zeeland!

Bij Île des Pins gaan we voor anker in Baie de Kuto. We liggen voor een prachtig strand met wit poedersuikerzand; zo’n strand waar complete families hun vrije dag zouden kunnen besteden maar het tegendeel is waar: we hebben het hele strand voor ons alleen en dat maakt het strand nog mooier. Naast de Seaquest zwemt een ‘joekel’ van een schildpad van wel anderhalve meter lang. Tjonge, daar zijn we even stil van. Zó groot hebben we ze nog niet gezien.

Er zijn weer volop mooie ankerplekken bij Île des Pins. De mooiste plekjes zijn te vinden bij de piepkleine onbewoonde eilandjes, met van die hagelwitte strandjes uit de folder. Maar ja, dat zijn ook de plekken die het minst goed bereikbaar zijn door de omliggende riffen en ondieptes. We wagen het er toch op en proberen bij Îlot Moro te komen. Door een hele smalle doorgang in het rif varen we naar binnen. Dat moet ‘op het oog’ want de kaart geeft geen doorgang aan, terwijl die er volgens de pilot wel is. Als we nog slechts 30 cm onder de kiel hebben, besluit Huib jan rechtsomkeert te gaan. Hij heeft dat besluit nog niet genomen, of we schuiven met een kleine maar toch duidelijk voelbare schok op het zand. Onze kapitein houdt in zulke situaties altijd het hoofd koel en probeert het schip 180 graden te draaien in de toch wel benarde positie. ‘As usual’ krijgt hij dat gelukkig vrij snel voor elkaar. Ikzelf sta met kromme tenen op het voordek, op zoek naar een ‘gaatje’ terug. Al slalommend komen we langzaam maar zeker weer op ruimer en vooral dieper water. Pfff…

Wat nu? We geven niet zo gauw op en hebben een leuke ankerplek op het oog in Port de Vao. Dat is in een grote lagune, dus ‘moet kunnen’ zou je denken. Maar ook hier moeten we alles uit de kast halen om veilig op de juiste plek te komen. De kaart houdt op met details weergeven (juist op het moment dat we die nou nét nodig hebben…) en dus moeten we wéér op het oog verder. De pilot heeft ons gewaarschuwd: “Keep your eyes peeled for the hundreds of reefs en route.” Dat is duidelijke taal. Als bijkomende handicap betrekt op precies het foute moment de lucht en dat zorgt ervoor dat de ondieptes en koraalhoofden nóg slechter te zien zijn. Ik sta weer voor op de punt aanwijzingen te geven. Het állerbelangrijkste attribuut daarbij is mijn zonnebril met gepolariseerde glazen. Het is echt ongelooflijk hoe goed zo’n bril werkt: ineens zie ik alle ondieptes en koraalhoofden, die ik zonder die bril gewoon over het hoofd zie – en dat ligt écht niet aan mijn ogen. Zo’n zonnebril maakt het verschil tussen varen of stranden! Stapvoets bereiken we uiteindelijk onze ankerplek voor die nacht, met uitzicht op het dorpje Vao, waar de pijnbomen hoog boven de kerktoren uittorenen; alsof ze nog eens willen bevestigen dat we op Île des Pins zijn.

p.s. de foto’s van het verblindend witte poedersuikerstrand zijn helaas spoorloos verdwenen van de camera. Foute knopje ingedrukt :-(

Link + foto's

Noumea, Nieuw-Caledonië

Geplaatst op 7-10-2012

Scheepsmaatje Maren heeft het er maar druk mee deze week. Er is weer werk aan de winkel op de Seaquest en als onze matroos íets interessant en leuk vindt, dan is het wel klusjes op en aan de boot. Huib Jan vervangt de anode bij de schroef met behulp van de duikspullen van Stefan van de 12 Moons. Maren is er, al snorkelend, als de kippen bij. Ze geeft de benodigde spullen één voor één aan en houdt ondertussen goed in de gaten of alles goed gaat met haar heit.

 

Zondagmiddag gaan we rechtsomkeert naar Noumea om de reparatie van de Genua te regelen. We zouden het misschien best even uit kunnen zingen zónder Genua maar als er iets kapot is aan de boot, dan zit onze kapitein niet rustig op al die idyllische eilandjes...

 

Ons zeildoek is in prima staat maar het garen dat twee jaar geleden werd gebruikt, blijkt van zeer slechte kwaliteit. En dat is nu helemaal verweerd door de zon. De hele genua moet daarom opnieuw worden gestikt. Maar eerst moet het zeil naar beneden en weer is maatje Maren een welkome rechterhand voor de kapitein. We brengen het vervolgens in een goedgevulde dinghy naar de zeilmaker, om het drie dagen later gerepareerd en wel weer op te halen. Zo. Dat kan er weer even tegen.

 

Maar de klus is nog niet geklaard want we moeten het zeil op onze ankerplek weer aan boord heisen - en dat valt nog niet mee. De zwaartekracht en de onstabiele zee werken tegen. Gelukkig verzint Tompoes een list en even later takelen we de grote lap stof weer op het voordek. Maar dán moet het zeil nog gehesen worden. Klinkt eenvoudig maar het waait een storm en dan is een zeil heisen een hele uitdaging. We hebben dan ook 'in no time' de boel in de knoop en het lukt ons niet 'de boel' weer UIT de knoop te halen als het zo blijft waaien. Grrr! De sfeer aan dek is om te snijden maar uiteindelijk kunnen we niet anders dan berusten en geduldig wachten op minder wind.

 

We beleven deze week gezellige momenten samen met Stefan en Christine van de 12 Moons. De koffie, wijn en gezamenlijke maaltijden smaken goed en de kinderen worden door 'oma' Christine verwend met chocolade. Dat doet het natuurlijk goed bij de dames! 'Opa' Thijs en 'oma' Wilma zijn inmiddels veilig en wel aangekomen in Australië. We moeten voorlopig genoegen nemen met contact via de Skype. Maar goed, beter iets dan niets.

 

Halverwege de week wordt onze nachtrust wreed onderbroken: we hebben de avond daarvoor wat ankerketting binnengehaald, omdat we wel héél dicht in de buurt van onze buren kwamen. Onze kapitein maakt echter een kleine rekenfout, waardoor we aan slechts 10 meter ketting liggen, in plaats van 30 (blijkt later), en dát op een diepte van 6 meter én met harde wind... Het valt te raden: midden in de nacht slaan we van het anker. We gaan halsoverkop ons bed uit en halen halsbrekende toeren uit om schade te voorkomen. Daarbij duikelt Jannet bijna overboord in de pikkedonkere nacht maar ze kan haar op het allerlaatste moment aan 'iets' vast te klampen, waardoor ze een nat nachthemd weet te voorkomen. Maar de schrik zit er behoorlijk in. Op overdreven ruim water en met extra veel ankerketting (we nemen even geen risico's meer...) gooien we opnieuw ons anker uit, zodat we verder met een gerust hart kunnen gaan slapen.

 

Zondagmorgen in alle vroegte springen Huib Jan en maatje Maren hun bed uit. Er staat vrijwel geen wind dus: tijd voor actie, voordat de wind weer aantrekt. Het uit de knoop halen van de Genua is nu ineens een vrij eenvoudige klus geworden. Binnen 10 minuten is de Seaquest dan ook weer vaarklaar.

 

Het weer krijgt steeds meer onze aandacht, omdat we vanaf medio oktober willen gaan kijken naar een geschikt 'weather window' voor de oversteek naar Nieuw-Zeeland. Dat betekent dat we misschien over een week al vertrekken maar het kan ook zo nog drie weken duren. Vooral de timing voor het laatste stuk van die oversteek is belangrijk, omdat de zee vlak voor Nieuw-Zeeland érg venijnig kan zijn volgens de verhalen. Gelukkig krijgen we bij onze planning hulp van weergoeroe Bob, die ons via de mail van zeer bruikbare informatie voorziet.

 

Voordat we weer gaan eilandhoppen in Nieuw-Caledonië, besluiten we alvast uit te klaren in Noumea. Dat is een beetje voorbarig en het mag ook eigenlijk helemaal nog niet maar als we eenmaal op het meest zuidelijke eilandje zijn, zijn we al 60 mijl in de goede richting van Nieuw-Zeeland. En dát vinden we eigenlijk wel een aantrekkelijke gedachte, dus we wagen het erop. Maar nu nog minstens een week 'illegaal genieten' in Nieuw-Caledonië!

Link + foto's