Neptunus aan boord! Oversteek Las Perlas - Galapagos

14-2-2012

Donderdag 9 februari om 12.00 uur klinkt het startsein door de marifoon: samen met zo'n 30 andere ARC schepen gaan we bij Isla Contadora over de startlijn voor de oversteek naar de Galapagos eilanden. Heel bijzonder! De eerste schepen beginnen meteen hun spinaker of genaker tevoorschijn te halen. Mede door al die vrolijk gekleurde zeiltjes verdeelt het peloton zich al snel in twee velden: de snelle jongens en de pleziervaarders. Hoewel wij vooral voor ons plezier varen, komen we leuk mee met de koplopers. Tja, en dan word je natuurlijk vanzelf fanatiek, helemaal omdat Marcel bij ons aan boord is en ook wel iets met wedstrijdzeilen heeft. Iedere keer weten we er een half knoopje in snelheid bij te tellen, door de genaker bij te zetten en alert te zijn op koers en zeilvoering. Dat resulteert aan het eind van de middag in een vierde positie in het totale veld, in het kielzog van de 60+ voeters en veel lichtere boten wel te verstaan.

De zee is vlak en we genieten van dolfijnen die kort na de start naast de boot komen zwemmen. Twee roggen springen verderop op uit het water. Vogels vliegen met ons mee en spelen met de wind rond de boot. Wat is het leven op zee toch heerlijk.

Het wachtlopen gaat gemoedelijk: Huib Jan, Jannet, Marcel en Karin draaien om beurten de wachten (van 9 tot 9) in blokken van drie uren. Dat betekent dat iedereen gewoon een normale nacht kan slapen, soms met een onderbreking door een wacht, maar het blijft een luxe.

De volgende ochtend blijkt op het 'netje' van de kortegolfzender dat we de juiste koers hebben gekozen. Wij hebben 's nachts constant een mooie wind gehad en bovendien stroom mee, resulterend in snelheden tot ruim 11 knopen onder zeil. Veel 'snelle jongens' hebben minder geluk en we doen daardoor nog steeds leuk mee. En dat zónder onze genaker, die we hebben binnengehaald voor de nacht!

Wel varen we regelrecht een windtrechter in, dus de kans op wind wordt steeds kleiner. Veel keus hebben we niet en we besluiten recht op ons doel af te blijven stevenen. De Pacific heet niet voor niets Pacific. Door de afnemende wind worden we steeds meer een speelbal van de golven. De zeeziektepleisters gaan achter de oren en ook de kinderen slikken een pilletje. Daarmee zijn we de rollende golven gelukkig weer de baas.

Van het laatste beetje wind proberen we zo veel mogelijk te profiteren. De genaker komt weer tevoorschijn en daarmee halen we een snelheid van ruim 8 knopen. Veel andere ARC schepen varen op dat moment al op de motor.

Net voordat de duisternis invalt, is de wind echt 'op'. Dít zijn dus de beruchte doldrums en ze zijn onverbiddelijk. Het ziet er volgens de grip files naar uit dat we tot aan de Galapagos op de motor moeten varen. In de doldrums wordt de zee weer opvallend vlak en we slapen daardoor als roosjes. Er is eerder sprake van uitslingeren dan van inslingeren op deze manier! We stellen ons voor hoe schepen hier vroeger soms wekenlang stillagen, wachtend op een zuchtje wind. Gelukkig hoeven wij geen scheurbuik te lijden: de koelkast is goed gevuld met vitamientjes en bovendien is ons ijzeren zeil gewillig.

Ook op de motor gaan we als in een sneltrein over de noordelijke Pacific. Omdat de zee hier net het Pikmeer is, kunnen we alles doen en laten wat we willen. Dolfijnen spotten (al weer!) bijvoorbeeld. Of een goed boek lezen. We verslinden ze en hebben er de nodige gesprekken/discussies over. Alle klokken aan boord zetten we een uur terug. We zijn weer een stukje verder van huis en hebben nu 7 uur tijdsverschil met Nederland.

Zondagmorgen kunnen we toch weer -onverwacht- een zeiltje bijzetten. Het waait 10 knopen en dat is nét genoeg om een beetje vaart te maken. Wéér worden we getrakteerd op dolfijnen naast de boot en we spotten zelfs een walvis op kleine afstand! Pas aan het einde van de middag laat de wind het opnieuw afweten. Met een beetje tegenzin slingeren we de motor weer aan. Maar ja, stilliggen is ook niks.

Overal om ons heen stapelen wolken zich de hele dag op. De squalls zien er dreigend uit maar op de één of andere manier ontspringen we steeds de dans. Rond middernacht laat moedertje natuur echter zien dat je niet met haar kunt sollen en we krijgen een ongelooflijk dikke squall op ons dak. En nog één. En nog één. En nóg één... Gelukkig zitten wij lekker droog onder de buiskap.

Een klein vogeltje zoekt zijn toevlucht op de Seaquest. Blijkbaar is het moe van de lange vlucht en wil het uitrusten. Wij hebben weer wat afleiding en kunnen er wel om lachen, tot het naar binnen wil vliegen. Daar steken we gauw een stokje voor. Met wat verse broodkruimels achter de kiezen vervolgt onze tijdelijke opstapper na een paar uur weer zijn reis door de lucht. Maar vergeten is het ons niet want de volgende ochtend komt het weer aan boord. Heel lang blijft het vogeltje op dezelfde plek zitten, tot het plotseling omvalt en rare stuiptrekkingen begint te maken. Kort daarna overlijdt het... We moeten afscheid nemen van onze verstekeling met een zeemansgraf.

Maandagmiddag naderen we de evenaar met rasse schreden. En dat kunnen we niet zomaar voorbij laten gaan! Maren is verkleed als Neptunus en Linde als zeemeermin. Ze zitten helemaal in hun rol: Neptunus heet ons welkom aan de andere kant van de wereld en wenst ons een behouden vaart. En dan... Champagne! Als we net de evenaar zijn gepasseerd, worden we verwelkomd door een mooie vogel met een helderblauwe snavel en helderblauwe poten, de blue-footed booby, die van de Galapagos eilanden komt. De vogel blijft alsmaar rondjes vliegen om de Seaquest heen. Een bijzonder welkom!

Onderweg doet zich een probleem voor: onze accu's zijn oververhit en daardoor dreigen ze het loodje te leggen. De plastic behuizingen beginnen te rimpelen door de oververhitting en dat is geen goed teken. Bovendien: waar vinden we midden op de Pacific eventueel nieuwe accu's? Hopelijk zijn we er net op tijd bij; de accu's zijn inmiddels weer afgekoeld. We zijn er nog niet helemaal gerust op maar voorlopig zullen we het hiermee moeten doen.

Ook onze plotter slaat op tilt. Waardoor, dat is een groot raadsel. Maar na een reset-opdracht doet hij het gelukkig weer. Helaas gaat het een dag later wéér mis. We bellen met Raymarine en proberen de oorzaak te vinden. Misschien is het een kabeltje? Na een zweetpartij van Huib Jan helemaal onder in een kastje, gaan we het weer proberen, op hoop van zegen. Of is een wereldreis misschien gewoon teveel gevraagd voor zo'n 'ding'?

Maandag- op dinsdagnacht naderen we de Galapagos, veel eerder dan verwacht. Een paar uur voor aankomst (we zien nog niets!) beginnen we land te ruiken. Dat is altijd weer bijzonder na een paar dagen op zee. Dinsdag 14 februari om 03.05 uur lokale tijd gaan we over de finishlijn en gooien we als tweede ARC-boot ons anker uit bij Isla San Cristobal. Als we goed en wel liggen, horen en zien we zeehonden langs de boot zwemmen. Dan dringt het pas écht tot ons door, hoe uniek het is dat we met eigen boot op de Galapagos zijn!

Automatisch op de hoogte blijven van onze reis? Meld je aan via bovenstaande rss-button!