Marquesas, Frans-Polynesie: Hiva Oa en Nuku Hiva

31-3-2012

Onze zintuigen draaien overuren door alle indrukken die we opdoen in dit voor ons compleet nieuwe werelddeel, midden in de Stille Oceaan. Groen, groot en indrukwekkend. We zijn er stil van. Dat stilzwijgen is overigens veelal noodgedwongen want de tongbrekers in de Polynesische taal zijn niet van de lucht. En juist dat geeft een extra dimensie aan deze toch al zo exotische oorden.

We liggen voor anker in de Tahauku baai bij het eiland Hiva Oa, na een oceaanoversteek van 18 dagen. Het eerste wat we doen als we zijn gearriveerd, is het water inspringen om af te koelen. Het zwemmen is heerlijk maar afkoelen is er niet bij want het water blijkt hier vies warm te zijn, alsof we in een warm bad springen. Maar ach, we klagen niet! Tijdens een eerste rondje zwemmen rond de boot krijgt Huib Jan bijna een hartverzakking: de aangroei op ons onderwaterschip is gigantisch na een kleine drie weken op de Pacific. De kapitein schaamt zich diep voor zijn eigen Seaquest en er zit maar één ding op: poetsen! Al zwemmend verwijderen Ido en Huib Jan in twee dagen de aangroei, zo goed en zo kwaad als dat gaat. Pas dan heeft de kapitein rust in de kont en kunnen we terrein gaan verkennen.

Het dichtstbijzijnde dorpje, 20 minuten lopen vanaf de baai, blijkt te bestaan uit drie winkels, een minimarkt en een museum gewijd aan de kunstenaar Paul Gaugin en zanger Jacques Brel. Beiden hebben op Hiva Oa gewoond en beiden hebben er hun laatste rustplaats gevonden. En dat is geen willekeurige keuze geweest.

We worden welkom geheten door de bewoners van Hiva Oa met traditionele dans en muziek, met lokale gerechtjes en versgeplukte fruitsoorten. De rituele dansen worden nog meer kracht bijgezet door krachtige oerkreten van in strorokjes geklede mannen met heel veel tattoos, die zó uit de bush lijken te komen. Opgekropte frustraties kennen ze hier vast niet. Maren en Linde zijn zwaar onder de indruk en verschuilen zich achter de ‘gewone’ mensen, tot ze de lol er wel van inzien en lachend meehossen met de ‘gekke meneren’. Wilma haar verjaardag krijgt zo wel een héél bijzonder tintje. Eerder die dag hebben we gezellig koffie gedronken en geborreld in de kuip van de Luna Verde. Een speciaal voor Wilma gecomponeerd verjaardagslied (op de oceaan hadden we zeeën van tijd…) maakt het feest compleet.

Maren en de mannen gaan een middag vissen met Jan Bart van de Victory. Van hem valt nog veel te leren want als het over vissen gaat, weet en kan hij eigenlijk alles. Zo wordt de hengel van oom Lieuwe, die we bij vertrek uit Nederland van hem hebben gekregen, eindelijk eens écht goed ingewijd. Ze vangen een paar vissen maar een echt vismaaltje zit er nog niet in. We (en vooral Maren) hebben echter de smaak te pakken. Diezelfde middag zijn Huib Jan en Ido de helden van de baai, als ze een aantal boten redden, die op drift zijn geslagen door een plotselinge verandering van wind in een toch al krappe baai. Urenlang zijn ze in de weer met dinghy, lijntjes en ankers om andere boten van de ondergang te redden. De hilariteit (én de opluchting) is groot als de booteigenaren later nietsvermoedend hun boot op een heel andere plek terugvinden.

Een dagtour over het eiland brengt ons bij de heilige plaats Ta’a Oa. Hier werd in de 18e eeuw o.a. de nieuwe ‘chief’ van het eiland gekozen. Dit was op zijn zachtst gezegd een risicovolle onderneming voor de kandidaten want degenen die niet werden gekozen, werden gevangen genomen, onthoofd en… opgegeten. Ahum! Kannibalisme vierde hier hoogtij in die dagen. Bij Me’ae Iipona, een andere heilige plaats, zien we tiki’s (beelden) van rond 1700. Huib Jan heeft het wel een beetje gehad met alle heilige plekken en roept iets over ‘al weer een bult met stenen’, waarna we beginnen aan de terugreis. Dat is natuurlijk de goden verzoeken en niet veel later staan we met een lekke band langs de kant van de weg, ‘in the middle of nowhere’. Eigenlijk wel logisch want de wegen zijn eerder kronkelende keienpaden en de autobanden hebben 0,0 profiel. Onze gids/taxichauffeur heeft blijkbaar nog nooit zelf een band verwisseld en dus moeten we zelf actief. Thijs, Ido, Huib Jan en Maren klaren het klusje in no time. We genieten weer van de prachtige groene omgeving en de torenhoge bergen die oprijzen uit de oceaan. Wat een wonderschone wereld is het hier! De hobbelpaden en dus spierpijn en stijve nek nemen we op de koop toe.

Regen en zon wisselen elkaar voortdurend af op de Marquesas. Niet voor niets is het hier zo mooi groen. En ach, de temperatuur blijft gewoon 30+. Het lastige is, dat de luiken constant open en dicht, open én weer dicht moeten. Want een beetje wind door de boot is hier bijna een eerste levensbehoefte. Maar alles nat? Daar zitten we ook niet op te wachten. Die vele regen zorgt echter ook voor veel lekkers in de bomen en op het land. Pompelmoezen, mango’s, bananen, kokosnoten, carambola’s en avocado’s worden vers geplukt waar we bijstaan en: we mogen uitgebreid voorproeven. Nou, dat laten we ons geen twee keer zeggen! Andere versinkopen doen we op een parkeerplaats in het dorpje, vers vanuit de achterbak en nog diezelfde ochtend geplukt in de moestuin. Het assortiment mag dan misschien wat beperkt zijn maar de kwaliteit is ‘top’. En dus eten we gewoon heerlijk van wat het land ons die dag te bieden heeft.

Dinsdag gaan we ankerop, voor een kort tochtje naar het eiland Tahuata. Daar vinden we een mooi wit strandje en helderblauw water. Dat nodigt natuurlijk uit om te gaan zwemmen. Net op het moment dat Huib Jan als eerste het water in wil springen, zien we een grote schim onder water. EEN HAAI!!! Tegen alle verwachtingen in gaat Huib Jan even later (van de schrik bekomen…) tóch het water in, voor een close encounter met de haai. De rest van de Seaqrew volgt na enige aarzeling want het strand lokt te veel. En voor de zekerheid doen we onze zwemvliezen aan – alsof dat zou helpen…

Als we lekker hebben gezwommen, gerend en gespeeld, gaan we om 7 uur ’s avonds al weer ankerop, voor een nachttochtje van ca. 80 mijl naar Nuku Hiva. Het wordt een ‘bumpy ride’, waardoor de zeeziekte voortdurend op de loer ligt. Bovendien gaat de impeller van de generator kapot. Wie heeft die dingen in vrédesnaam bedacht? Na een onrustige nacht zijn we daarom blij dat we er de volgende ochtend vroeg zijn. In Taiohae Bay gooien we ons anker uit, om vervolgens nog even het slaaptekort in te halen. De rest van de ochtend vullen we met schooltoetsen, het vervangen van de impeller en wachten tot het droog wordt. Want het komt met bakken tegelijk uit de hemel. Als de lucht weer een beetje is opgeklaard, gaan we terrein verkennen. Op de wal worden we weer geconfronteerd met haaien, die wild happend door de baai zwemmen, daar waar vissers hun afval in het water gooien. Eén ding weten we zeker: onze zwemvliezen zijn niet bestand tegen die gretige haaientanden!

Donderdagmiddag varen we door naar een andere baai op Nuku Hiva: Hakahaa baai. Daar vieren we Jannet haar verjaardag, verscholen tussen overweldigend groen, met de crew van de Gunvor XL, de Luna Verde en de Bronwyn. Ze wordt toegezongen in heel veel verschillende talen en ook de cadeaus zijn internationaal: een úu (soort staf) en een tiki (beeld). Een onvergetelijke dag met onvergetelijke mensen op een onvergetelijke plek.

Automatisch op de hoogte blijven van onze reis? Meld je aan via bovenstaande rss-button!