Logboek april 2012

Tahiti, Frans-Polynesië

Geplaatst op 29-4-2012

Plof. We landen weer in de bewoonde wereld. Tahiti lijkt synoniem voor snelwegen, files, een drukke stad, megajachten, McDonalds en een grote Carrefour. Dat is wel even wat anders dan de Tuamotu archipel. Maar alles op zijn tijd. We zijn hier vooral om te klussen en dan is een beetje bewoonde wereld toch prettig.

We liggen in Marina Taina, buiten de drukte van de hoofdstad Papeete, met veel klusjesmensen om de hoek. We liggen met de ‘kont’ naar de wal en moeten via onze passerelle (loopplank) aan wal gaan. Dat betekent acrobatentoeren uithalen want de passerelle is bevestigd aan de davits en dat is veel minder stabiel dan een loopplank die gewoon op de wal ligt. Het geval is wiebelig als het slappe koord, er is weinig houvast en bovendien moet je daarna nog een meter springen om niet in het water te vallen. En dat met een kind op de arm en een paraplu in de andere hand! Met knikkende knieën rapen we iedere keer alle moed bij elkaar om vaste grond onder de voeten te krijgen.

Ondertussen regent het pijpenstelen. Bákken met water. Dágenlang. En het lijkt maar niet op te houden. In deze tijd van het jaar is dat ongewoon. Naar verluidt komt dat door La Nina, die het normale weerbeeld verstoort.

We richten onze aandacht maar op onze to do lijst. En die liegt er niet om:
- genua: harp vervangen en zeil opnieuw bevestigen
- warmtewisselaar van de generator vervangen
- dieseltransferpomp vervangen
- startaccu’s vervangen
- scheur in het grootzeil repareren
- problemen met de plotter oplossen
- bimini opnieuw stikken (naden gaan los)
- sprayhood idem
- zonnedekjes voor de luiken aanvullen/ vervangen
- Volvo Penta servicen
- kuipmarifoon vervangen
- transformator vervangen
- kabel van de davits repareren
- blokken vervangen
- fietsspaken repareren
En dan noemen we ‘slechts‘ de grotere klussen…

Zoals verwacht verloopt het afwerken van de lijst niet vlekkeloos. Het is dringen geblazen en héél veel geduld hebben met monteurs, zeilmakers, etc. want de vraag is vele malen groter dan het aanbod van kundige én beschikbare vakmensen. Een schrale troost: bijna alle ARC-schepen zijn druk met onderhoud en reparatie en het is hier een gezellige bedrijvigheid. En ons lijstje is nog heel bescheiden bij de problemen die andere schepen hebben.

Vanuit Nederland krijgen we hulp van diverse mensen. Fred van Combi Noord geeft ons zeer welkom advies en regelt dat we z.s.m. onderdelen uit Amerika krijgen. Marcel regelt nieuwe blokken. En Stein van Raymarine regelt kabeltjes voor de plotter en een nieuwe marifoon. Er is één klein kinkje in de kabel: Thijs komt weer terug uit Nederland maar zijn koffer -waar ook onderdelen voor ons in zitten- is in Parijs blijven staan. Een paar dagen later arriveert deze gelukkig alsnog en kunnen we aan de slag.

De genua zit inmiddels weer op de plek waar die hoort, de dieseltransferpomp hebben we vervangen, de oude warmtewisselaar uitgebouwd, de nieuwe marifoon ingebouwd en zeil/bimini/sprayhood liggen bij de zeilmaker. Dat laatste heeft nogal wat voeten in de aarde want i.v.m. de regen willen we bimini en sprayhood eigenlijk helemaal niet afstaan. Thijs redt ons met een dekzeil over de giek, dat we zo lang van hem mogen lenen.

Een door de ARC georganiseerde dagexcursie is een welkome afwisseling in ons klusprogramma. De dag valt een beetje in het water doordat de weergoden ons nog steeds niet goed zijn gezind. Toch wordt het een gezellige en vooral interessante dag, mede door onze gids Maeve. Zij vertelt met veel liefde en respect over ‘haar’ eiland Tahiti maar laat de problemen (alcohol, drugs, mishandeling) ook niet onaangeroerd. Tahiti is hoog, ruig en groen. Er is één snelweg rond het hele eiland, met hier en daar een kleine afslag en `that’s it`. Verdwalen kan dus bijna niet maar files zijn onvermijdelijk. Want Tahiti telt 180.000 inwoners en 200.000 auto’s!

We bezoeken o.a. één van de vele watervallen die Tahiti rijk is. Dichtbij komen lukt niet want we worden gewoon terug geblazen door de kracht van het neerstortende water en de opspattende nevel. Wát een geweld! Ook veel indruk maakt de heilige plaats Marae Arahurahu. Een marae is een plek die vanaf de 10e eeuw werd gebruikt voor ceremoniële, sociale en religieuze activiteiten. Eén ritueel gonst na in onze herinnering: Maeve vertelt dat ze als klein meisje veel in de bergen speelde en niet zelden samen met haar vriendinnetjes op menselijke resten stuitte. De herkomst ervan was in nevelen gehuld en erover praten was taboe. Later ontdekte ze dat eenmaal per jaar op de marae een menselijk offer werd gebracht. Hoewel Maeve het doden van iemand niet goedkeurt, vertelt ze met veel respect en dankbaarheid over het ritueel, de achtergrond ervan en over haar voorouders, waardoor we er toch een beetje begrip voor krijgen. En we beseffen des te meer: we zijn écht in een andere wereld.

 

Terug naar het hier en nu. Na een drukke, natte maar ook gezellige week is het tijd om afscheid te nemen. Eerst nemen we afscheid van Michiel en Corry, crew van de Luna Verde, na een hilarische avond op het terras achter de Seaquest. En zondagmorgen om half 6 zwaaien we ons zeilmaatje van de afgelopen twee maanden, Ido, uit. Zijn afscheid hangt de hele week al als het zwaard van Damocles boven onze hoofden. Maren en Linde vonden het érg gezellig met een ‘grote broer’ aan boord. En wij niet minder. Maar we hebben geleerd: echte vrienden blijven, óók als ze ver weg zijn.

Link + foto's

Tuamotu, Frans-Polynesië

Geplaatst op 23-4-2012

Finding Nemo is deze week favoriet bij Maren en Linde. Logisch, want de vissen en het koraal uit de film komen tijdens het snorkelen tot leven in de grote natuurlijke aquaria die de lagunes op de Tuamotu zijn.

 

De Tuamotu archipel bestaat uit 76 atollen, verspreid over een oppervlakte van maar liefst 1 miljoen km2 , waarvan slechts 775 km2 land is. Moana, de oceaan, is dan ook het kloppende hart van de geschiedenis, cultuur en het leven van de Paumotu, de bewoners van de Tuamotu. Rondom de lagunes, het blauwe hart van de atollen, zijn kleine dorpjes gebouwd, met aan de ene zijde het blauwe water van de lagune en aan de andere kant de oceaan.

Het is moeilijk kiezen uit alle atollen, die stuk voor stuk uniek zijn en die we eigenlijk allemaal wel willen zien. Maar dat is niet te doen en dus gaan we af op de boeken, op de verhalen van anderen en vooral op ons eigen gevoel. Onze eerste kennismaking met de Tuamotu is het atol Takaroa. We loodsen onszelf de lagune in door een smalle en ondiepe doorgang in de ring van koraal. Dat is een hele belevenis want het kleinste navigatiefoutje kan al fataal zijn voor de Seaquest. Eén man staat achter het roer, één bij de dieptemeter / de kaart en één voor op de punt om aanwijzingen te geven. Het past allemaal nét. En dat is genoeg.

Na drie etmalen op zee lunchen we uitgebreid in onze kuip samen met David en Magali van de Ensemble. We zijn de enige twee zeilboten in de hele lagune en dat maakt het extra speciaal. Na de lunch duiken we vanaf de boot het water in, om te snorkelen in het helderblauwe water tussen alle mooie vissen. Het kleine dorpje blijkt ’s avonds niet toeristisch en dus heel puur en authentiek te zijn. De mensen zijn erg gastvrij en willen overal bij helpen. Uiteindelijk belanden we in een pizzeria waar ze -heel opmerkelijk- geen pizza’s serveren. Maar ach, dat heeft hier juist z’n charmes. In het pikkedonker (lichtvervuiling kennen ze hier niet) moeten we daarna weer in de dinghy terug naar de boot. Dat is op zijn zachtst gezegd een uitdaging, tussen alle kleine maar venijnige rifjes door. Gebutst en gedeukt (de dinghy kan er gelukkig tegen) komen we uiteindelijk weer bij de Seaquest, waar we als roosjes in slaap vallen in de beschutting van het atol.

De volgende ochtend staan we om 6 uur al weer op. Samen met de Ensemble varen we naar het atol Manihi, zo’n 60 mijl verderop. We vertrekken zo vroeg om er zeker van te zijn dat we bij daglicht aankomen; een must bij atollen. Het wordt een vervelende en vooral vermoeiende slingertocht, omdat we geen steun krijgen van ons gescheurde grootzeil. En dus is de Seaquest een speelbal van de golven. Juf mem valt tijdens het lesgeven een paar keer bijna letterlijk uit de stoel door een grote roller, tot grote hilariteit van Maren en Linde natuurlijk.

Halverwege de middag varen we Manihi binnen. Dat is al weer spectaculair, niet alleen omdat het smal en ondiep is maar vooral omdat er een erg sterke stroming staat, waar we tegen in moeten varen met vol gas. Maar dan belanden we al weer in een paradijsje met azuurblauw water, waar we samen met de Ensemble voor anker gaan. De ‘sundown’ doen we voor op de Ensemble. Terwijl de kinderen genieten op de trampoline van de catamaran, genieten wij van de cocktails die David en Magali voor ons hebben gebrouwen.

Een van de mooiste snorkelplekken die we tot nu toe hebben gezien, ontdekken we bij de ‘pass’ van het atol. Meestal stroomt het er te hard om te kunnen snorkelen maar bij doodtij zien we prachtig gekleurde vissen, grote murenes en zelfs ‘white tip sharks’… We kijken ons de ogen uit en krijgen er maar geen genoeg van. Helaas dwingt de sterk toenemende stroming er ons toe terug te gaan naar de dinghy.

Zaterdagochtend om 9 uur worden we door onze broodleverancier Fernand, tevens parelkweker van beroep, opgehaald met een snelle boot voor een excursie naar zijn parelkwekerij. Midden op de lagune maken we onze eerste stop: de kraamkamer voor jonge oesterschelpen. Grote stringen met piepkleine schelpjes moeten uiteindelijk voor de mooiste parels zorgen. Na 18 maanden worden de schelpen verplaatst naar de volgende plek, waar ze na nog eens 18 maanden volgroeid zijn. Op die plek mogen we zelf het water in gaan, om stringen met pareloesters op te duiken. Dat is niet zo’n eenvoudige klus: we hangen op de kop een paar meter onder water en moeten dan, voordat we buiten adem zijn, een knoop weten los te peuteren. Maar oefening baart kunst en een half uur later hebben we een grote stapel schelpen verzameld in de boot. Dan varen we door naar een idyllische plek met een klein hutje op palen, dat de werkplek van Fernand blijkt te zijn. Moeahhh… een sick building syndroom loop je hier niet gauw op…

Kenmerkend voor de Tuamotu archipel zijn parels in allerlei grijsschakeringen. Fernand laat ons zien hoe de parel wordt gekweekt – want vanzelf gaat het niet. Kort samengevat: het is een precisiewerkje en je moet er een jobsgeduld voor hebben. Er is een 1e, 2e, 3e en 4e generatie parels, waarbij de parels steeds groter en perfecter worden, d.w.z. helemaal rond en gaaf. Die parels worden via Tahiti verscheept naar Korea, waar ze voor veel geld worden verkocht.

Dan komt het leukste van de dag: we mogen ieder twee schelpen van de grote stapel uitzoeken en openmaken. En wie mazzel heeft… vindt een parel! Nou, daar worden we wel een beetje hebberig van ;-). Maren vindt al snel haar eerste felbegeerde parel die ze mag houden. En het geluk is met ons want een uurtje later gaan we met een handjevol parels weer naar de Seaquest. Op het menu staan die avond o.a. scallops, ‘vlees’ uit de schelpen die wij diezelfde ochtend hebben opengemaakt.

Het volgende atol dat we aandoen op onze reis is Fakarava, 100 mijl naar het zuiden. We vinden er een heerlijk rustige ankerplaats bij het dorpje Rotoava. Het water is blauw en nodigt uit om van de boot af te springen. Dan ontdekken we al snel dat er rond de boot zandhaaitjes zwemmen. We voeren ze met brood, tot groot vermaak van de kinderen. Huib Jan en Jannet besluiten een paar keer te gaan duiken, na enthousiaste verhalen van medezeilers. Nou, die verhalen waren niet overdreven. Wat een kleurrijke onderwaterwereld! Tijdens een zgn. ‘drift dive’ zwemt Huib Jan zonder overdrijven tussen honderden nurse sharks. Ook Ido wordt aangestoken door het duikvirus en hij start met een duikcursus, die hij af zal ronden op Tahiti.

Het laatste atol van de Tuamotu dat wij bezoeken is Toau. In een klein azuurblauw baaitje gaan we aan de mooring. Er wonen slechts twee gezinnen en drie honden. Bij Gaston en Valentine thuis schuiven we die avond aan bij het diner en we mogen meesmullen van al het lekkers dat de pot die avond schaft: o.a. kreeft van de barbecue, sashimi van tonijn, rauwe vis met kokosmelk en limoen en nog veel meer lekkers. Een mooiere laatste avond op de Tuamotu hadden we ons niet kunnen wensen.

Vrijdagmorgen is het al weer tijd om te vertrekken. Er is nog veel meer te ontdekken op de Tuamotu maar ons to-do-lijstje groeit gestaag en met name een paar grote klussen (grootzeil, plotter en generator) beginnen druk uit te oefenen op onze gemoedsrust. Dus op naar Tahiti, 200 mijl verderop. We hebben nog steeds een kapot grootzeil en daardoor wordt het wéér een irritante schommelende tocht, waarbij we niet zelden een grote roller van links naar rechts maken. We proberen er maar het beste van te maken, “veel erger dan dit kan het niet worden”, denken we…

Tijdens het avondeten midden op de oceaan ziet Ido plotseling een witte schim in zijn ooghoeken. Direct daarna mindert de boot vaart. Oh oh, dit is foute boel, weten we instinctief. Wat blijkt? Onze Genua is naar beneden gevallen en sleept nu door het water naast de Seaquest. De mannen gooien bijna letterlijk hun eten aan de kant, trekken zwemvesten aan en gaan in het schemerdonker naar het voordek. Alle spierballen moeten uit de kast om het zeil weer binnenboord te krijgen. Na een half uur zwoegen en zweten ligt het witte doek eindelijk weer in het gangboord. Zo goed en zo kwaad als dat gaat maken we het vast aan de railing. De harp bovenin blijkt verbogen te zijn en is losgeschoten, met zeil en al. De kapitein wil nu nog maar één ding: GAS! We starten de motor en letten deze keer even niet op het dieselverbruik. Zaterdagmiddag varen we de baai van Tahiti binnen. Na een nachtje wachten aan de mooring, omdat de haven vol is, leggen we zondag de Seaquest aan de kade. Met de kapitein gaat het dan meteen stukken beter; aan de ene kant hebben we prachtig uitzicht op zee en aan de andere kant liggen we pal voor het mooiste terras in de hele omgeving. Als we dan toch moeten klussen, dan maar hier!

Link + foto's

Oversteek Marquesas - Tuamotu archipel

Geplaatst op 12-4-2012

Op eerste Paasdag om half 1 ’s middags verlaten we Ua Pou en daarmee de Marquesas. Of er voldoende wind zal zijn? Dat is nog maar de vraag maar de voorspellingen zijn iets verbeterd en dus wagen we het erop. Nog vervuld van alle mooie indrukken beginnen we aan de oversteek naar de Tuamotu archipel, een kleine 500 mijl naar het zuidwesten. In het kielzog van de Ensemble en met de Gunvor (nog) achter ons gaan we samen weer op zoek naar nieuwe oorden. Een paar keer per dag hebben we contact met elkaar via de marifoon of kortegolfzender (afhankelijk van de afstand). We wisselen praktische, leuke en minder leuke zaken met elkaar uit.

De reis begint goed: als we voorbij het eiland zijn pakken we ruim 15 knopen wind en daarmee zeilen we met een snelheid van 8 knopen recht op het doel af: het atol Takaroa in de Tuamotu archipel. En dat op een vrijwel vlakke zee. Hmmm… zo houden we het wel drie etmalen vol! De vreugde is echter van korte duur, als de wind er na drie uren zeilen mee ophoudt. We slingeren de motor aan en brommen verder. Zoals verwacht wisselen wind / geen wind elkaar voortdurend af tijdens deze drie dagen durende oversteek. Haast hebben we echter niet want de oceaan blijft opvallend kalm. We gaan in de ‘relax-stand’, staren voor ons uit, slaan aan het kokkerellen, lezen een boek, kijken een filmpje, gaan vissen, uitgebreid knutselen en ga zo maar door.

We pakken ons oude wachtschema weer op, waarbij we om beurten drie uren wacht draaien. Met drie volwassenen aan boord gaat ook dat heel relaxed. De nachten worden bijgelicht door een bijna volle maan, na - keer op keer- een prachtige maanopkomst. En daarna is het genieten.

De paashaas bezoekt tweede paasdag midden op de Pacific de Seaquest en brengt heerlijke half gesmolten paaseieren voor de kinderen met zich mee. Ook de volwassen kinderen is hij goed gezind want niet veel later zit er een tonijn aan de haak. Wel enigszins geholpen door Ido overigens, die kort daarvoor een haak heeft gepimpt met aluminiumfolie.

Dat een wereldreis ook op culinair vlak je blik verruimt, blijkt in de kombuis van de Seaquest. Deels is dat noodgedwongen, door het beperkte/geen aanbod van bekende producten of juist door een overvloed aan andere/onbekende producten. Anderzijds (nog meer) is het ook uit nieuwsgierigheid. Van ‘onbekend maakt onbemind’ naar ‘onbekend maakt juist bemind’. Zo ontstaan er op de Seaquest compleet nieuwe gerechten met onbekende ingrediënten (zie hieronder). Of nieuwe gerechten met bekende ingrediënten (de grote bananenberg aan boord -allemaal gratis gekregen- proberen we weg te werken met het bakken van bananenbrood). Of we maken bekende gerechten nu helemaal zelf, in plaats van ze kant en klaar of als halffabrikaat te kopen (yoghurt, brood, soep, etc.)

Deze week is de broodvrucht aan de beurt. Overal op de Marquesas zagen we ze in de bomen hangen: immens grote groene, een beetje pokdalige vruchten. Maar nergens kun je ze kopen. Tót je een local ernaar vraagt en dan is er altijd wel iemand die iets voor je kan regelen (uit eigen tuin dus). Overigens wordt de broodvrucht ons bijna letterlijk opgedrongen: als we op een avond teruglopen naar de boot, na een gezellig avondje met medezeilers, wordt Ido bijna geplet door een overrijpe broodvrucht die plotseling in de donkere nacht uit de boom ploft. Het scheelt een haar. De schrik en vervolgens hilariteit is natuurlijk groot.

Enige navraag leert ons dat de smaak van broodfruit het ergens houdt tussen groente en fruit en dat je er eigenlijk alles mee kunt maken: van soep tot punch en van salade tot chips. De smaak lijkt op die van aardappel - maar dan voller en smeuïger. Afhankelijk van de rijpheid smaakt hij zelfs een beetje zoet. Veel recepten en tips spreken elkaar tegen en dus gaan we zelf experimenteren (jippie!). Kok Jannet brouwt soep en knutselt frites en salade in elkaar. De recensies zijn lovend.

Dinsdag matigen we ons tempo behoorlijk, omdat we anders het risico lopen in het donker aan te komen bij Takaroa. En dat is niet echt wenselijk bij een atol met veel ondiepten. Later die dag ontdekken we tot onze grote schrik dat ons grootzeil is gescheurd. Er zat al een piepklein scheurtje in, dat we op Tahiti wilden laten repareren – te laat dus. Want dat kleine scheurtje is nu een wel hele grote jaap over de volle breedte van het grootzeil geworden. Een pijnlijke en kostbare constatering. In een dikke squall (regen, harde wind en onweer op zee, bah!) kunnen we niet anders dan het zeil inrollen. Daarmee lopen we het risico dat we het later niet meer fatsoenlijk uit kunnen rollen. Even overwegen we linea recta door te varen naar Tahiti maar we besluiten ons niet gek te laten maken.

Nu we toch met ons to do-lijstje bezig zijn halen we de dieselpomp, die vorige week sluiting heeft gemaakt, er ook maar ‘even’ uit. Huib Jan moet daarvoor twee uren lang ondersteboven onder de vloer in de bilge hangen, bij een temperatuur van 30+ graden… Maar hij krijgt het uiteindelijk voor elkaar. En hij heeft bovendien de ambitie hem zelf te repareren. Wordt vervolgd.

Dat afstanden betrekkelijk zijn, daar maakt een vierjarig meisje aan boord van de Seaquest ons even haarfijn op attent. Als we Linde dinsdagavond vertellen dat we de volgende ochtend zullen aankomen op de ‘Tomateneilanden’, na drie etmalen op volle zee, is haar reactie: “Wat? Nú al?!?” Toegegeven: ook voor ons is het gevoel van afstand veranderd sinds ons vertrek uit Nederland. Waren we voorheen wekenlang bezig met de voorbereidingen voor een oversteek van twee dagen naar Engeland, nu halen we gewoon ons anker op en we vertrekken als we drie dagen de zee op gaan.

Tja, en dan? Woensdagochtend 9 uur. Hoewel we nog steeds in Frans-Polynesië zijn, zijn we in een compleet andere wereld beland. Van indrukwekkend hoog en groen op de Marquesas naar opvallend vlak en blauw op de Tuamotu archipel. Een tipje van de sluier: thuis zullen de foto’s volgende week weer veel oh-ah-eh momenten opleveren. Maar zelf hebben we de primeur: verblind door de prachtige omgeving sluiten we nog even onze ogen voor de problemen met ons grootzeil. We dompelen ons onder in azuurblauw water…

Link + foto's

Nuku Hiva, Ua Huka en Ua Pou (Marquesaseilanden, Frans-Polynesië)

Geplaatst op 8-4-2012

 Een kort maar hobbelig tochtje brengt ons aan de noordzijde van Nuku Hiva, in Anaho Baai. Onderweg blijven we ons verwonderen over het groene, ruige en dramatische landschap van de Marquesas archipel. Steeds opnieuw worden we verrast door wonderlijk gevormde rotsen in de vorm van hanenkammen, een taart met kaarsjes, een Disney kasteel, kathedraal of dromedaris. Het verveelt geen moment.

Anaho Baai blijkt een gelukstreffer: het is een prachtige rustige baai, verscholen tussen imposante bergen. Er staat vrijwel geen deining, we kunnen er mooi snorkelen tussen (voor ons) allemaal nieuwe vissen, koraal en schelpdieren, tussen schildpadden en roggen en: er is wit een zandstrandje – een schaars goed op de Marquesas. Iedere ochtend als we de zijluiken opendoen voor een beetje wind, is het net of we een prachtig schilderij aan de muur hangen. We voelen ons de koning te rijk!

De Luna Verde en haar bemanning hebben we inmiddels uitgezwaaid voor een paar weken. Zij varen linea recta naar Tahiti, om van daaruit naar Nederland te vliegen voor het huwelijk van hun jongste dochter.

We verheugen ons op een wandeling door de bergen naar een dorpje in een baai verderop. Op slippers (hoe dom kun je zijn?) beginnen we vol goede moed aan de bergetappe. De vele regen heeft de berg echter veranderd in één grote klei- en blubberpoel. Op ons schaarse schoeisel blijkt het daardoor ‘ganz unmöglich’ om boven te komen; we glijden gewoon terug. Opgeven komt niet voor in ons vocabulaire en dus besluiten we verder te gaan op blote voeten. Al glibberend proberen we op grote hoogte te genieten van het prachtige uitzicht op de baai en de Seaquest. Huib Jan is verstandig en gaat halverwege terug naar de boot om ons eventueel op te kunnen halen. En dat is maar goed ook, blijkt later…Na een wandeling van drie uren (in plaats van de verwachte 1,5 uur) komen we aan in het dorpje in de volgende baai. We hebben onszelf een groot glas koud drinken beloofd maar alles is dicht. Wat nu? De terugweg te voet zien we niet direct zitten met de meisjes, een gewone weg is er niet en ook watertaxi’s schitteren hier door afwezigheid. Gelukkig heeft Huib Jan een voorzienende blik gehad en na een noodoproep gaat hij ankerop, vaart naar de volgende baai en redt zijn uitgeputte crew van de kade.

Lange tijd zijn we aan het poetsen om alle klei van schoenen, slippers, tenen, benen en kleding te krijgen. Maar nóg langer staan we te poetsen in de keuken van de Seaquest. Want in de haast is Huib Jan vergeten alles binnen zeevast te zetten. Onze yoghurt-in-de-maak valt van het aanrecht en zorgt voor een complete ravage. Het zure goedje drupt tussen de vloerdelen door onder de vloer, in alle naadjes en gaatjes en over onze voorraad heen. GRRRR!!! Met doekjes, water, keukenpapier en tandenborstels zijn we een paar uur in de weer om alles weer fris en glimmend te krijgen.

Na een paar dagen genieten maken we ons los van deze prachtplek. Eigenlijk willen we oversteken naar de Tuamotu archipel, de volgende eilandengroep van Frans-Polynesië die we aan willen doen op onze reis. Maar er staat helaas totaal geen wind en 500 mijl op de motor varen is ons toch iets te gortig. Om de tijd te vullen tot zich een goed ‘weather window’ aandient (en dat is beslist geen straf), varen we door naar het eiland Ua Huka. De 30 mijlen varen zijn een cadeautje, helemaal als we onderweg een grote groep ‘pilot whales’ zien. In de baai Hane gaan we, net als de nacht is ingevallen, voor anker. De volgende ochtend willen we het eiland gaan verkennen maar helaas… de golven zijn te hoog om met goed fatsoen aan wal te kunnen komen en dus mogen we alleen maar kijken naar weer een adembenemende omgeving.

We kiezen eieren voor ons geld en zetten koers richting het eiland Ua Pou. In Hakahau baai gaan we voor anker en dat blijkt een gouden greep, in de eerste plaats omdat we hier wél aan wal kunnen komen. En dat is de moeite waard: een klein maar fijn dorpje met gastvrije mensen in een prachtige omgeving.

Travestie is algemeen aanvaard op de Marquesas en het komt in bijna iedere familie voor. Dat hadden we al ‘ontdekt’ maar op Ua Pou worden we onverwacht in alle heftigheid geconfronteerd met dit ‘verschijnsel’: op de kade ontmoeten we een gezin, met o.a. een schattig meisje van een jaar of drie, met een snoezig gezichtje en mooie staart in het haar. Linde maakt direct contact met haar en dat is een aandoenlijk tafereeltje… tót we ontdekken (het kindje is bloot) dat het geen meisje is maar een jongetje. We are shocked! Het zegt waarschijnlijk meer over onszelf dan over dit gezin want zij hebben er totaal geen moeite mee, zo blijkt. Travestie is heel normaal en blijkbaar gaat het zó ver, dat het volledig geaccepteerd is dat in een gezin een jongen als meisje wordt opgevoed.

Het paasweekend beginnen we in de kerk, samen met de crew van de Gunvor en de Ensemble. Als we voet aan wal zetten, is in het hele dorp is geen levende ziel meer te bekennen. Nou ja, op de vele honden na dan. Wij worden aangetrokken door het paasvuur dat bij het kerkje brandt in de verder onverlichte nacht. Er is een plechtigheid gaande voor de kerk en wij worden daar ongepland toeschouwer en deelnemer van. Het is een sereen, indrukwekkend gebeuren. Iedereen is gekleed in het wit en alles is overvloedig versierd met witte bloemen. Bij het naar binnengaan steekt iedereen een zelf meegebrachte kaars aan met het paasvuur en dan gaat de dienst binnen verder: voordrachten en liederen in de voor ons onverstaanbare Polynesische taal. De kaarsen in de handen bewegen van links naar rechts op de muziek. Maren en Linde krijgen de kaars van hun achterbuurman in de handen gedrukt en kunnen daardoor meedoen met het ritueel. Het is een indrukwekkende avond tussen gastvrije mensen die we niet snel zullen vergeten. Een mooier afscheid van de Marquesas hadden we ons niet kunnen wensen.

Link + foto's