Nuku Hiva, Ua Huka en Ua Pou (Marquesaseilanden, Frans-Polynesië)

8-4-2012

 Een kort maar hobbelig tochtje brengt ons aan de noordzijde van Nuku Hiva, in Anaho Baai. Onderweg blijven we ons verwonderen over het groene, ruige en dramatische landschap van de Marquesas archipel. Steeds opnieuw worden we verrast door wonderlijk gevormde rotsen in de vorm van hanenkammen, een taart met kaarsjes, een Disney kasteel, kathedraal of dromedaris. Het verveelt geen moment.

Anaho Baai blijkt een gelukstreffer: het is een prachtige rustige baai, verscholen tussen imposante bergen. Er staat vrijwel geen deining, we kunnen er mooi snorkelen tussen (voor ons) allemaal nieuwe vissen, koraal en schelpdieren, tussen schildpadden en roggen en: er is wit een zandstrandje – een schaars goed op de Marquesas. Iedere ochtend als we de zijluiken opendoen voor een beetje wind, is het net of we een prachtig schilderij aan de muur hangen. We voelen ons de koning te rijk!

De Luna Verde en haar bemanning hebben we inmiddels uitgezwaaid voor een paar weken. Zij varen linea recta naar Tahiti, om van daaruit naar Nederland te vliegen voor het huwelijk van hun jongste dochter.

We verheugen ons op een wandeling door de bergen naar een dorpje in een baai verderop. Op slippers (hoe dom kun je zijn?) beginnen we vol goede moed aan de bergetappe. De vele regen heeft de berg echter veranderd in één grote klei- en blubberpoel. Op ons schaarse schoeisel blijkt het daardoor ‘ganz unmöglich’ om boven te komen; we glijden gewoon terug. Opgeven komt niet voor in ons vocabulaire en dus besluiten we verder te gaan op blote voeten. Al glibberend proberen we op grote hoogte te genieten van het prachtige uitzicht op de baai en de Seaquest. Huib Jan is verstandig en gaat halverwege terug naar de boot om ons eventueel op te kunnen halen. En dat is maar goed ook, blijkt later…Na een wandeling van drie uren (in plaats van de verwachte 1,5 uur) komen we aan in het dorpje in de volgende baai. We hebben onszelf een groot glas koud drinken beloofd maar alles is dicht. Wat nu? De terugweg te voet zien we niet direct zitten met de meisjes, een gewone weg is er niet en ook watertaxi’s schitteren hier door afwezigheid. Gelukkig heeft Huib Jan een voorzienende blik gehad en na een noodoproep gaat hij ankerop, vaart naar de volgende baai en redt zijn uitgeputte crew van de kade.

Lange tijd zijn we aan het poetsen om alle klei van schoenen, slippers, tenen, benen en kleding te krijgen. Maar nóg langer staan we te poetsen in de keuken van de Seaquest. Want in de haast is Huib Jan vergeten alles binnen zeevast te zetten. Onze yoghurt-in-de-maak valt van het aanrecht en zorgt voor een complete ravage. Het zure goedje drupt tussen de vloerdelen door onder de vloer, in alle naadjes en gaatjes en over onze voorraad heen. GRRRR!!! Met doekjes, water, keukenpapier en tandenborstels zijn we een paar uur in de weer om alles weer fris en glimmend te krijgen.

Na een paar dagen genieten maken we ons los van deze prachtplek. Eigenlijk willen we oversteken naar de Tuamotu archipel, de volgende eilandengroep van Frans-Polynesië die we aan willen doen op onze reis. Maar er staat helaas totaal geen wind en 500 mijl op de motor varen is ons toch iets te gortig. Om de tijd te vullen tot zich een goed ‘weather window’ aandient (en dat is beslist geen straf), varen we door naar het eiland Ua Huka. De 30 mijlen varen zijn een cadeautje, helemaal als we onderweg een grote groep ‘pilot whales’ zien. In de baai Hane gaan we, net als de nacht is ingevallen, voor anker. De volgende ochtend willen we het eiland gaan verkennen maar helaas… de golven zijn te hoog om met goed fatsoen aan wal te kunnen komen en dus mogen we alleen maar kijken naar weer een adembenemende omgeving.

We kiezen eieren voor ons geld en zetten koers richting het eiland Ua Pou. In Hakahau baai gaan we voor anker en dat blijkt een gouden greep, in de eerste plaats omdat we hier wél aan wal kunnen komen. En dat is de moeite waard: een klein maar fijn dorpje met gastvrije mensen in een prachtige omgeving.

Travestie is algemeen aanvaard op de Marquesas en het komt in bijna iedere familie voor. Dat hadden we al ‘ontdekt’ maar op Ua Pou worden we onverwacht in alle heftigheid geconfronteerd met dit ‘verschijnsel’: op de kade ontmoeten we een gezin, met o.a. een schattig meisje van een jaar of drie, met een snoezig gezichtje en mooie staart in het haar. Linde maakt direct contact met haar en dat is een aandoenlijk tafereeltje… tót we ontdekken (het kindje is bloot) dat het geen meisje is maar een jongetje. We are shocked! Het zegt waarschijnlijk meer over onszelf dan over dit gezin want zij hebben er totaal geen moeite mee, zo blijkt. Travestie is heel normaal en blijkbaar gaat het zó ver, dat het volledig geaccepteerd is dat in een gezin een jongen als meisje wordt opgevoed.

Het paasweekend beginnen we in de kerk, samen met de crew van de Gunvor en de Ensemble. Als we voet aan wal zetten, is in het hele dorp is geen levende ziel meer te bekennen. Nou ja, op de vele honden na dan. Wij worden aangetrokken door het paasvuur dat bij het kerkje brandt in de verder onverlichte nacht. Er is een plechtigheid gaande voor de kerk en wij worden daar ongepland toeschouwer en deelnemer van. Het is een sereen, indrukwekkend gebeuren. Iedereen is gekleed in het wit en alles is overvloedig versierd met witte bloemen. Bij het naar binnengaan steekt iedereen een zelf meegebrachte kaars aan met het paasvuur en dan gaat de dienst binnen verder: voordrachten en liederen in de voor ons onverstaanbare Polynesische taal. De kaarsen in de handen bewegen van links naar rechts op de muziek. Maren en Linde krijgen de kaars van hun achterbuurman in de handen gedrukt en kunnen daardoor meedoen met het ritueel. Het is een indrukwekkende avond tussen gastvrije mensen die we niet snel zullen vergeten. Een mooier afscheid van de Marquesas hadden we ons niet kunnen wensen.

Automatisch op de hoogte blijven van onze reis? Meld je aan via bovenstaande rss-button!