Tuamotu, Frans-Polynesië

23-4-2012

Finding Nemo is deze week favoriet bij Maren en Linde. Logisch, want de vissen en het koraal uit de film komen tijdens het snorkelen tot leven in de grote natuurlijke aquaria die de lagunes op de Tuamotu zijn.

 

De Tuamotu archipel bestaat uit 76 atollen, verspreid over een oppervlakte van maar liefst 1 miljoen km2 , waarvan slechts 775 km2 land is. Moana, de oceaan, is dan ook het kloppende hart van de geschiedenis, cultuur en het leven van de Paumotu, de bewoners van de Tuamotu. Rondom de lagunes, het blauwe hart van de atollen, zijn kleine dorpjes gebouwd, met aan de ene zijde het blauwe water van de lagune en aan de andere kant de oceaan.

Het is moeilijk kiezen uit alle atollen, die stuk voor stuk uniek zijn en die we eigenlijk allemaal wel willen zien. Maar dat is niet te doen en dus gaan we af op de boeken, op de verhalen van anderen en vooral op ons eigen gevoel. Onze eerste kennismaking met de Tuamotu is het atol Takaroa. We loodsen onszelf de lagune in door een smalle en ondiepe doorgang in de ring van koraal. Dat is een hele belevenis want het kleinste navigatiefoutje kan al fataal zijn voor de Seaquest. Eén man staat achter het roer, één bij de dieptemeter / de kaart en één voor op de punt om aanwijzingen te geven. Het past allemaal nét. En dat is genoeg.

Na drie etmalen op zee lunchen we uitgebreid in onze kuip samen met David en Magali van de Ensemble. We zijn de enige twee zeilboten in de hele lagune en dat maakt het extra speciaal. Na de lunch duiken we vanaf de boot het water in, om te snorkelen in het helderblauwe water tussen alle mooie vissen. Het kleine dorpje blijkt ’s avonds niet toeristisch en dus heel puur en authentiek te zijn. De mensen zijn erg gastvrij en willen overal bij helpen. Uiteindelijk belanden we in een pizzeria waar ze -heel opmerkelijk- geen pizza’s serveren. Maar ach, dat heeft hier juist z’n charmes. In het pikkedonker (lichtvervuiling kennen ze hier niet) moeten we daarna weer in de dinghy terug naar de boot. Dat is op zijn zachtst gezegd een uitdaging, tussen alle kleine maar venijnige rifjes door. Gebutst en gedeukt (de dinghy kan er gelukkig tegen) komen we uiteindelijk weer bij de Seaquest, waar we als roosjes in slaap vallen in de beschutting van het atol.

De volgende ochtend staan we om 6 uur al weer op. Samen met de Ensemble varen we naar het atol Manihi, zo’n 60 mijl verderop. We vertrekken zo vroeg om er zeker van te zijn dat we bij daglicht aankomen; een must bij atollen. Het wordt een vervelende en vooral vermoeiende slingertocht, omdat we geen steun krijgen van ons gescheurde grootzeil. En dus is de Seaquest een speelbal van de golven. Juf mem valt tijdens het lesgeven een paar keer bijna letterlijk uit de stoel door een grote roller, tot grote hilariteit van Maren en Linde natuurlijk.

Halverwege de middag varen we Manihi binnen. Dat is al weer spectaculair, niet alleen omdat het smal en ondiep is maar vooral omdat er een erg sterke stroming staat, waar we tegen in moeten varen met vol gas. Maar dan belanden we al weer in een paradijsje met azuurblauw water, waar we samen met de Ensemble voor anker gaan. De ‘sundown’ doen we voor op de Ensemble. Terwijl de kinderen genieten op de trampoline van de catamaran, genieten wij van de cocktails die David en Magali voor ons hebben gebrouwen.

Een van de mooiste snorkelplekken die we tot nu toe hebben gezien, ontdekken we bij de ‘pass’ van het atol. Meestal stroomt het er te hard om te kunnen snorkelen maar bij doodtij zien we prachtig gekleurde vissen, grote murenes en zelfs ‘white tip sharks’… We kijken ons de ogen uit en krijgen er maar geen genoeg van. Helaas dwingt de sterk toenemende stroming er ons toe terug te gaan naar de dinghy.

Zaterdagochtend om 9 uur worden we door onze broodleverancier Fernand, tevens parelkweker van beroep, opgehaald met een snelle boot voor een excursie naar zijn parelkwekerij. Midden op de lagune maken we onze eerste stop: de kraamkamer voor jonge oesterschelpen. Grote stringen met piepkleine schelpjes moeten uiteindelijk voor de mooiste parels zorgen. Na 18 maanden worden de schelpen verplaatst naar de volgende plek, waar ze na nog eens 18 maanden volgroeid zijn. Op die plek mogen we zelf het water in gaan, om stringen met pareloesters op te duiken. Dat is niet zo’n eenvoudige klus: we hangen op de kop een paar meter onder water en moeten dan, voordat we buiten adem zijn, een knoop weten los te peuteren. Maar oefening baart kunst en een half uur later hebben we een grote stapel schelpen verzameld in de boot. Dan varen we door naar een idyllische plek met een klein hutje op palen, dat de werkplek van Fernand blijkt te zijn. Moeahhh… een sick building syndroom loop je hier niet gauw op…

Kenmerkend voor de Tuamotu archipel zijn parels in allerlei grijsschakeringen. Fernand laat ons zien hoe de parel wordt gekweekt – want vanzelf gaat het niet. Kort samengevat: het is een precisiewerkje en je moet er een jobsgeduld voor hebben. Er is een 1e, 2e, 3e en 4e generatie parels, waarbij de parels steeds groter en perfecter worden, d.w.z. helemaal rond en gaaf. Die parels worden via Tahiti verscheept naar Korea, waar ze voor veel geld worden verkocht.

Dan komt het leukste van de dag: we mogen ieder twee schelpen van de grote stapel uitzoeken en openmaken. En wie mazzel heeft… vindt een parel! Nou, daar worden we wel een beetje hebberig van ;-). Maren vindt al snel haar eerste felbegeerde parel die ze mag houden. En het geluk is met ons want een uurtje later gaan we met een handjevol parels weer naar de Seaquest. Op het menu staan die avond o.a. scallops, ‘vlees’ uit de schelpen die wij diezelfde ochtend hebben opengemaakt.

Het volgende atol dat we aandoen op onze reis is Fakarava, 100 mijl naar het zuiden. We vinden er een heerlijk rustige ankerplaats bij het dorpje Rotoava. Het water is blauw en nodigt uit om van de boot af te springen. Dan ontdekken we al snel dat er rond de boot zandhaaitjes zwemmen. We voeren ze met brood, tot groot vermaak van de kinderen. Huib Jan en Jannet besluiten een paar keer te gaan duiken, na enthousiaste verhalen van medezeilers. Nou, die verhalen waren niet overdreven. Wat een kleurrijke onderwaterwereld! Tijdens een zgn. ‘drift dive’ zwemt Huib Jan zonder overdrijven tussen honderden nurse sharks. Ook Ido wordt aangestoken door het duikvirus en hij start met een duikcursus, die hij af zal ronden op Tahiti.

Het laatste atol van de Tuamotu dat wij bezoeken is Toau. In een klein azuurblauw baaitje gaan we aan de mooring. Er wonen slechts twee gezinnen en drie honden. Bij Gaston en Valentine thuis schuiven we die avond aan bij het diner en we mogen meesmullen van al het lekkers dat de pot die avond schaft: o.a. kreeft van de barbecue, sashimi van tonijn, rauwe vis met kokosmelk en limoen en nog veel meer lekkers. Een mooiere laatste avond op de Tuamotu hadden we ons niet kunnen wensen.

Vrijdagmorgen is het al weer tijd om te vertrekken. Er is nog veel meer te ontdekken op de Tuamotu maar ons to-do-lijstje groeit gestaag en met name een paar grote klussen (grootzeil, plotter en generator) beginnen druk uit te oefenen op onze gemoedsrust. Dus op naar Tahiti, 200 mijl verderop. We hebben nog steeds een kapot grootzeil en daardoor wordt het wéér een irritante schommelende tocht, waarbij we niet zelden een grote roller van links naar rechts maken. We proberen er maar het beste van te maken, “veel erger dan dit kan het niet worden”, denken we…

Tijdens het avondeten midden op de oceaan ziet Ido plotseling een witte schim in zijn ooghoeken. Direct daarna mindert de boot vaart. Oh oh, dit is foute boel, weten we instinctief. Wat blijkt? Onze Genua is naar beneden gevallen en sleept nu door het water naast de Seaquest. De mannen gooien bijna letterlijk hun eten aan de kant, trekken zwemvesten aan en gaan in het schemerdonker naar het voordek. Alle spierballen moeten uit de kast om het zeil weer binnenboord te krijgen. Na een half uur zwoegen en zweten ligt het witte doek eindelijk weer in het gangboord. Zo goed en zo kwaad als dat gaat maken we het vast aan de railing. De harp bovenin blijkt verbogen te zijn en is losgeschoten, met zeil en al. De kapitein wil nu nog maar één ding: GAS! We starten de motor en letten deze keer even niet op het dieselverbruik. Zaterdagmiddag varen we de baai van Tahiti binnen. Na een nachtje wachten aan de mooring, omdat de haven vol is, leggen we zondag de Seaquest aan de kade. Met de kapitein gaat het dan meteen stukken beter; aan de ene kant hebben we prachtig uitzicht op zee en aan de andere kant liggen we pal voor het mooiste terras in de hele omgeving. Als we dan toch moeten klussen, dan maar hier!

Automatisch op de hoogte blijven van onze reis? Meld je aan via bovenstaande rss-button!