Logboek mei 2012

Bora Bora, Frans-Polynesië

Geplaatst op 26-5-2012

Wát een week! Van Bora Bora hadden we hoge verwachtingen en daarin zijn we niet teleurgesteld. Integendeel.

We beleven een dag om nooit te vergeten als we met een excursie meegaan om de onderwaterwereld van Bora Bora beter te leren kennen. Zo snorkelen we plotseling tussen héél veel pijlstaartroggen en zwartpuntrifhaaien. Jeetje, wat is dat indrukwekkend! De haaien zwemmen alsmaar rondjes om ons heen (oeps!) maar als we eenmaal zijn gewend aan dat idee, is het intens genieten. De meisjes vinden het natuurlijk best wel spannend maar ze realiseren zich ook dat dit best wel ‘cool’ is. Als Maren echter wordt geraakt door een roggenstaart, raakt ze een beetje in paniek en wil ze maar één ding: terug naar de boot. We hebben haar uitgelegd dat deze roggen geen gif meer in hun staart hebben en dat het dus geen kwaad kan maar daar heeft ze toch haar bedenkingen over. Eenmaal terug op de boot komt ze gelukkig weer een beetje tot bedaren.

Een eindje verderop, in de ‘koraaltuin’, snorkelen we tussen allemaal felgekleurde tropische visjes. Bekend en veilig terrein voor Maren en dus voelt en gedraagt ze haar daar ‘as usual’ als een vis in het water. Linde mag de visjes voeren met een halve dode vis, die ze zonder enige aarzeling vastpakt. Daardoor trekt ze de hele familie vis naar haar toe. Het is een vertederend gezicht, onze kleine meid midden in die vrolijk gekleurde onderwaterwereld.

Alsof het nog niet genoeg is mogen we, weer een eindje verderop, pijlstaartroggen voeren. We staan tot onze middel in het water en de roggen spelen met ons – ze weten wanneer het voedertijd is. Ze ‘aaien’ langs onze benen of, nog liever, zwemmen tussen onze benen door. Soms kruipen ze zelfs langs je lichaam omhoog! Na onze eerste reactie, een mengeling van vreugde- en angstkreten, is het wederom een onvergetelijke ervaring. Vooral Linde geniet met volle teugen en kan er geen genoeg van krijgen. Maren vindt het allemaal maar spannend en kijkt liever eerst even de kat uit de boom, na haar aanvaring met de rog eerder die dag. Op het állerlaatste moment wil ze toch nog even met Huib Jan het water in. Met de voetjes vér boven het water aait ze een rog en vanaf dat moment is ze als betoverd. De tekenlessen op het Seaquest college staan de hele week dan ook in het teken van roggen en haaien.

We sluiten de dag af op een ‘motu’ (klein eilandje), waar we o.a. vers tropisch fruit en kokosbrood krijgen voorgeschoteld, terwijl we worden ingewijd in de wereld van het pareoknopen en Polynesisch dansen. Lachwekkende taferelen. Op de terugweg mag Maren optreden met de ukelele. Ze is helemaal in hoera-stemming na haar overwinning op de rog en steelt natuurlijk de show met haar optreden.

Het houdt niet op met de hoogtepunten deze week. Een dag later gaan we (Huib Jan en Jannet) twee georganiseerde duiken maken. Bij de eerste duik is het meteen al raak: we zwemmen tussen twee mantaroggen! Nu kun je onder water toch al niet zo heel erg veel zeggen maar daar word je toch écht even stil van… Als twee ruimtevaartschepen zweven de onderwaterreuzen met hun grote vleugels keer op keer aan ons voorbij; zonder overdrijven minstens vier vierkante meter per rog en met een bek om ‘u’ tegen te zeggen. Het is alsof we figuranten zijn in de serie Planet Earth van BBC!

Tijdens de tweede duik, aan de buitenkant van het rif, worden we meteen wéér verrast: we zijn nog maar nét onder water of we staan al oog in oog met een citroenhaai van een paar meter lang. Pál voor onze neuzen, op nog geen meter afstand. Oeps! We steken onze vingers maar even niet uit, stel je voor zeg… Tijdens de duik zwemmen de haaien nog regelmatig aan ons voorbij. Maar ook van de rest van de onderwaterwereld genieten we: koraal, prachtige schelpen en kleurrijke vissen. Moe maar héél voldaan keren we na twee duiken weer bootwaarts. Hier zullen we nog lang van nagenieten! Maren en Linde zijn tijdens de duiken op de Luna Verde geweest bij ‘opa’ Thijs en ‘oma’ Wilma, met wie ze o.a. koekjes hebben gebakken en bruisdrankjes hebben gebrouwen. Een feest!

Bijna zouden we vergeten dat ook de rest van de week op Bora Bora schitterend is. We schipperen een beetje heen en weer binnen het atol tussen de ankerplaats bij het dorpje Vaitepe en mooie ankerplekken aan de andere kant van het eiland; de rustige kant met witte zandstrandjes en verblindend blauw water. Op de lagune is het relaxed varen, nou ja, met uitzondering van een paar venijnige ‘coral heads’ dan, die verstopt zitten in het zo onschuldig ogende water. Dat betekent dat we stapvoets moeten varen en héél goed opletten, met één man (vrouw) voor op de punt. Zo nu en dan moeten we rechtsomkeert, omdat het tóch te penibel wordt. Of omdat boem gewoon hó is… De beloning is een ankerplek uit de folders. We moeten ons zo nu en even in de ogen wrijven: dromen we? Oneindig azuurblauw water, hutjes met rieten daken, witte strandjes en… wij…

Na een kleine week op Bora Bora beginnen we ons op te maken voor vertrek. Hoewel het hier prachtig is, kunnen we niet eeuwig blijven en wat nog vóór ons ligt trekt ook. We zijn eigenlijk helemaal klaar voor de oversteek naar Suwarrow, een kleine 700 mijl, als er op het allerlaatste moment een kink in de kabel komt: de gribfiles laten zien dat er zuidelijk van Suwarrow een depressie zit met harde wind. Op zich hebben we daar geen last van maar dat front neemt wél alle wind weg op de route die wij willen varen. Vijf dagen op de motor varen vinden we toch iets te gek en dus besluiten we te wachten op wind. Nou, die wind komt een paar dagen later: maar liefst 30 knopen en, vervelender, golven van drie meter hoog plús een swell van drie meter. En dat is nou nét weer iets te veel van het goede.

 

Onze weergoeroe ‘Ozzieweather’ mailt ons het volgende bericht: “Hi Guys! Based on current modelling you are safe where you are at Bora Bora. Too late now to be going anywhere near Suwarrow, Southern Cooks or Niue. You'll have to wait till the low clears the general area, that's about 4-5 days time. Cheers, K.” Dat is duidelijke taal. We liggen verwaaid. Verwaaid op Bora Bora. Verwaaid in het paradijs. Moeaahhh… We hadden het slechter kunnen treffen…

Link + foto's

Raiatea, Tahaa en Bora Bora, Frans-Polynesië

Geplaatst op 18-5-2012

De Polynesische taal blijft een verhaal apart. Aanvankelijk struikelden we voortdurend over de bijzondere woorden en klankcombinaties die in niets op de voor ons bekende talen lijken. Polynesiërs hebben een voorkeur voor veel klinkers achter elkaar, die je allemaal apart uitspreekt. En voor herhalingen van klanken in één woord. Namen als Papaiapaapaa, Tereumaramarama en Puuhaahea zijn hier heel gewoon. Maar ook over kortere namen kun je gemakkelijk je tong breken: Faaaha, spreek uit: Fa-a-a-ha, met de h en de a's een beetje overdreven uitgesproken, achter in de keel. Je moet het even weten. Gewoon rustig blijven en je niet gek laten maken door alle letters die nog volgen. En dan ga je uiteindelijk zo'n taal wel waarderen. Het geeft extra kleur aan dit bijzondere werelddeel. Overigens gaat het eigenlijk niet om één taal maar om meerdere talen want iedere archipel van Frans-Polynesië heeft haar eigen taal. Voor ons lijken die talen allemaal op elkaar (we zijn slechts beginners...) maar de bewoners van de verschillende archipels schijnen elkaar totaal niet te kunnen verstaan. De onderlinge voertaal is dan ook Frans.

Vanaf Huahine varen we zaterdag ruim 20 mijl verder naar het atol Raiatea. De golven die breken op de ring van koraal rondom Raiatea zijn indrukwekkend. Maar als we eenmaal 'binnen' zijn is het water zo glad als een spiegel. Het blijft een wonderlijk iets, een atol.

Ons anker gooien we uit bij de monding van het riviertje Faaroa. De volgende dag staan we om 6 uur op om de rivier verder per dinghy te gaan verkennen. Het is alsof we door een grote bloeiende Intratuin varen, met planten en bergen in XXL-formaat. Een mooi wolkenspel en vooral de spiegeling daarvan in het gladde water levert mooie plaatjes op.

Daarna varen we 'binnendoor' (dus in de beschutting van het rif) naar de heilige plaats Marae Taputapuatea. Wéér zo'n naam! We hebben gehoord dat dit 'the father of all sacred sites' is en dat Taputapuatea ooit 'the center of all religious and politic power of all Polynesia' was. Dat maakt natuurlijk nieuwsgierig. Het is een indrukwekkend groot 'complex' en bovendien staat het op een prachtige plek, met uitzicht op zee. Grote blokken koraal liggen/staan gestructureerd naast elkaar opgesteld. We worden gegrepen door een bijzonder -moeilijk te omschrijven- gevoel als we er midden in staan. Hier is veel gebeurd...

We besluiten de nacht te ankeren bij een 'motu', een klein eilandje in het atol. We genieten aan de ene zijde van het uitzicht op de vlakke motu, met een zandstrandje en palmbomen, en aan de andere zijde van het prachtige hoge berglandschap, dat het midden van het atol vult; een soort Oostenrijk aan zee.

De synergie viert hoogtij deze week als Huib Jan en Thijs samen aan het klussen slaan. De onderlijkstrekker van de Luna Verde is geknapt, binnen in de giek, en deze lijkt onbereikbaar voor reparatie. De mannen halen alles uit de kast -van inventief gereedschap tot slapeloze nachten- en krijgen het na een paar dagen verdraaid nog voor elkaar ook de boel te repareren. Dat moet natuurlijk worden gevierd met een bubbeltje!

Raiatea 'deelt' haar lagune met het atol Tahaa. We hoeven dan ook alleen maar een blauw aquarium over te steken om al weer een mooie plek te bereiken. Tahaa wordt ook wel het vanille-eiland genoemd en een bezoek aan een 'vanille farm' is daarom een must. We bezoeken 'La vallée de la vanille', een familiebedrijf waar we een rondleiding krijgen door de gaard. Een vanillestokje blijkt de peul te zijn van de klimmende orchidee, die na het uitbloeien van de bloem tot de juiste lengte wordt gekweekt; de bevruchting vindt handmatig plaats. Pas na twee jaar kunnen de eerste vanillestokjes worden geoogst, waarna ze nog een heel proces ingaan van iedere dag twee uurtjes buiten in de zon en vervolgens in katoenen doeken in een houten kist, om verder te 'broeien'. Dit dagelijkse ritueel herhaalt zich gedurende een paar maanden. De vanille die klaar is wordt er iedere dag handmatig uit gesorteerd en 'gemasseerd' om de aroma's los te maken. We beginnen te begrijpen waarom goede vanille duur is. De familie vertelt met veel gevoel over hun vanille en ontvangt ons heel gastvrij. We kopen natuurlijk wat vanilleproducten en krijgen een stronk bananen op de koop toe. Heerlijk. Dit zijn de leukste rondleidingen die er bestaan.

Dinsdagmiddag varen we door naar Bora Bora. Daar hebben we lang van gedroomd als één of ander onbereikbaar tropisch oord uit de boekjes. Nu wordt het werkelijkheid! Nog net treffen we de andere ARC- schepen, die een dag later vertrekken naar Suwarow. Wij besluiten nog even achter te blijven op Bora Bora, omdat we niet té snel voorbij willen varen aan een uniek stukje wereld.

Bora Bora is leuk, misschien nog wel leuker dan in de boekjes, is onze eerste indruk. Toch merk je ook hier, ver weg van de rest van de wereld (zo voelt het), de gevolgen van de crisis. Maar liefst vier hotels om ons heen zijn gesloten. Leeg. Hotels, bestaande uit van die mooie hutjes met rieten daken, zijn veranderd in een spookdorp in het paradijs. Gelukkig is er aan de natuur, en dan met name aan de onderwaterwereld, niets veranderd. En daar willen we volop van gaan genieten.

Link + foto's

Tahiti, Moorea en Huahine, Frans-Polynesië

Geplaatst op 13-5-2012

De Seaquest beweegt weer!

Dinsdag komen zeilen, bimini en buiskap weer retour van de zeilmaker. Die is lang maar ook serieus (tot 's avonds laat) bezig geweest: alle stiknaden lieten los; gewoon 'op', door zee, zon en intensief gebruik en de zeilmaker heeft alles opnieuw moeten stikken. Maar het is naar tevredenheid opgelost en dus (zeggen we nog tegen elkaar...) zijn we klaar voor vertrek. Dat is natuurlijk vrágen om problemen.

Precies een uur later ontdekt Huib Jan in de machinekamer een piepklein gaatje in de zoutwateraanvoer van de airconditioning: precies genoeg om de hele machinekamer langzaam maar zeker met zout water te besproeien. NEE!

Kort crisisoverleg met Thijs leert ons dat het waarschijnlijk om puntcorrosie gaat. Thijs roept nog iets over een 'potentiaal differentiaaltje' maar dat gaat onze pet écht te boven. Er zit gewoon een gat in dat moet worden gedicht. Eigenlijk moeten we de koperen buis gaan solderen maar dat krijgen we op een nationale vrije dag helaas niet meer voor elkaar. We lossen het probleem 'voorlopig definitief' op met rescue tape en een slangenklem. De machinekamer maakt Huib Jan weer helemaal schoon met zoetwater.

Deze laatste 'overwinning' vieren we met door Jannet zelfgemaakte oer-Hollandse bitterballen. Met dank aan de Allerhande, die hier nóg leuker is dan thuis.

De hele haven is dinsdag in rep en roer als er een reuzengrote blauwe marlijn wordt binnengesleept door een visser. De vis is bijna net zo groot als zijn boot! We zijn onder de indruk maar wensen dit zelf nóóit aan de haak te krijgen... 'Onze' vissen zijn slechts de Madurodam-versie van deze grote jongen en dat bevalt ons eigenlijk wel prima.

Woensdag zijn we dan echt klaar om te gaan cruisen door de Society archipel, de laatste archipel van Frans-Polynesië die wij aan zullen doen tijdens onze reis. Op de steiger komt Vosse, die we hebben ontmoet op Tahiti, ons uitzwaaien. Hij heeft Friese roots (dat schept toch een band ;-)) en verrast Huib Jan met een origineel cadeau: Friesland shorts.

Ons anker wordt gelicht in stijl: er komt een duiker met luchtzakken die het anker omhoog begeleidt. Zó chique hebben we nog nooit een haven verlaten! De service is inbegrepen bij het havengeld, om te voorkomen dat het anker achter één van de vele mooringlijnen blijft haken. We gaan nog 'even' tax free diesel tanken en dat zijn dan écht de laatste Polynesische Franken die we op Tahiti besteden. We kiezen na ruim twee weken weer het ruime sop: op naar Moorea, het kleine zusje van Tahiti.

In het kielzog van de Luna Verde gaan we naar de overkant; ruim twee weken hebben we uitzicht gehad op Moorea, nu mogen we er eindelijk naar toe! We schommelen behoorlijk en dat is een mooie gelegenheid om te controleren of alles goed in de kastjes zit. Alle verse boodschappen krijgen een betere plek, zodat ze niet meer rollen, ratelen, tikken of vallen. En ook de borden zetten we klem met theedoeken, vaatdoekjes en keukenrollen. Een boterham smeren is er daarna niet meer bij want frisse zeelucht werkt toch beter op de maag dan op de kop in de kastjes.

Na drie uurtjes varen we de baai Opunohu bij Moorea binnen: we hebben meteen een gevoel van RUST... De baai is een grote tegenstelling met de drukte op Tahiti (of waren wij zélf degenen die druk waren?) We vinden er een combinatie van een strandje, palmbomen, indrukwekkend hoge bergen en, misschien nog het meest opvallend: ontzettend helder water. We kunnen de bodem onder het schip duidelijk zien. Het eerste wat we dan ook doen als we goed en wel liggen is zwemmen, héérlijk dat dat weer kan!

Na een dagje relaxen gaan we donderdagmiddag om half 6 al weer ankerop, nét voordat het donker wordt. We besluiten in een nachttocht naar het atol Huahine te gaan, 80 mijl verderop. Als we eenmaal de baai uit zijn, zeilen we heerlijk - wel en beetje rollend van links naar rechts maar we schieten lekker op; te veel eigenlijk want nog in het donker komen we bij Huahine aan. Met een ruime bocht varen we daarom ruim boven Huahine langs, zodat we bij het eerste daglicht via de pass aan de westkant het atol binnen kunnen varen. Om half 7 laten we ons anker vallen bij het dorpje Fare, pal naast een klein strandje. In de beschutting van het atol duiken we eerst onze kooi maar weer in om de gemiste nachtrust in te halen. We slapen een gat in de dag. Na school, de was en koffiedrinken met Thijs en Wilma gaan we terrein verkennen in het dorpje en op het strand. Huahine is charmant, kleinschalig en nog redelijk authentiek, omdat het grote toerisme het atol nog niet heeft ontdekt.

Opvallend aan de Society archipel is de combinatie van een atol en hoge bergen. Dit in tegenstelling tot de Tuamotu, waar de hoge bergen ontbreken en de lagunes vrijwel 'leeg' zijn, nou ja, op het blauwe water na dan. Navraag leert ons dat de Society archipel vele miljoenen jaren jonger is dan de Tuamotu archipel. Op de Tuamotu zijn de bergen al weer verdwenen onder de zeespiegel. Theoretisch zou het er hier over x-miljoen jaar dus net zo uit moeten zien als op de Tuamotu. Onvoorstelbaar.

Nog een tegenvaller deze week ontdekken we vrijdagavond, als de generator meer lawaai lijkt te maken dan anders. Huib Jan gaat poolshoogte nemen in de machinekamer, gewapend met zaklantaarn. Wat blijkt? Wéér een straal zout water... Nee hè! Wanneer houdt het op? In de demper van de uitlaat van de generator zit een gaatje, waardoor er opnieuw zeewater de machinekamer binnen sproeit; gelukkig niet over de kwetsbare techniek heen deze keer - maar het betekent wél dat we opnieuw de boel moeten spoelen. Én dat er weer iets kapot is. We stoppen het gaatje tijdelijk met een kurk die we toevallig ergens tussen kunnen klemmen en constateren dat ons kluslijstje nu al weer behoorlijk aan het groeien is. Op Bora Bora moet we in ieder geval een rvs-lasser zien te vinden.

Een schrale troost: ook op de Luna Verde gaat het één na het ander kapot. We hebben inmiddels wel geleerd: zelfs op een oersterk schip hebben sommige (veel?) dingen een beperkte houdbaarheidsdatum, vooral tijdens een voor een schip slopende wereldreis. Gelukkig houden wij het zelf nog wel even vol.

Link + foto's

Tahiti, Frans-Polynesië (part II)

Geplaatst op 6-5-2012

Het regent niet meer! Perfect weer om te klussen, nou ja: op de warmte na dan. Maar daar hebben we zelf voor gekozen. En gelukkig kunnen we de airconditioning aanzetten nu we aan de kade liggen.

Huib Jan is chef onderhoud & reparatie. Hij vervangt de -veel sneller dan verwacht- uit Amerika gearriveerde warmtewisselaar. En ook de davits repareert hij met wat her en der bij elkaar gesprokkeld gereedschap. De machinekamer is het belangrijkste werkdomein van onze kapitein deze week. En dat betekent keer op keer zweten bij minimaal 40 graden Celsius. Dat dwingt respect af.

De hele week is het een invasie van mannen aan boord, die helpen bij het wegwerken van onze kluslijst. En die kluslijst wordt alleen maar langer want we vallen van de ene tegenvaller in de andere: met de accu’s is het slechter gesteld dan we hadden gehoopt en ze moeten (voor de derde keer tijdens onze reis…) allemaal worden vervangen. Dat is even slikken. Maar het moet gewoon gebeuren, anders zitten we straks op een onbewoond eiland in de problemen. Nog dezelfde dag staan de nieuwe accu’s op de kade en een paar uur later op de plek waar ze horen. De spierpijn zal onze kapitein nog lang herinneren aan deze klus. Maar hopelijk is driemaal scheepsrecht. Inmiddels zijn we stukken wijzer en we hopen het met deze accu’s vol te houden tot in Nederland.

Ook met de generator hebben we meer problemen dan verwacht. De communicatie verloopt wat stroefjes met een totaal NIET Engels sprekende monteur maar de moraal van het verhaal is duidelijk: er moet wat gebeuren. De boel lekt nog steeds en de isolatie is aan vervanging toe. Bovendien blijkt de waterpomp van de Volvo te lekken. Maar de mannen (en vooral Huib Jan) doen hun werk secuur en inmiddels lijkt alles weer te werken.

Jannet is ondertussen juf en vooral ook chef boodschappen. Met een grote Carrefour op loopafstand kan ze haar helemaal uitleven. Iedere dag rijdt ze een afgeladen boodschappenkar naar de kade achter de Seaquest, onderweg geholpen door sterke mannen die helpen de kar de stoepen op en af te sjouwen. Dit is voor het eerst sinds Panama dat we een grote supermarkt tegenkomen en het zal voorlopig ook weer de laatste zijn. Dus daar profiteren we van.

De bewoners van Tahiti zijn gastvrij en behulpzaam, zo ervaren we. De witte bloem, de tiara, is hét symbool van Tahiti. De tiara symboliseert respect voor anderen. Bijna iedereen loopt met zo’n bloemetje achter het oor. Leuk detail: draag je `m links, dan ben je getrouwd/bezet, draag je `m rechts, dan ben je ‘vrij’ (en draag er één achter beide oren, dan vráág je gewoon om problemen…)

 

Oók typisch Tahiti (maar dan op een heel ander vlak): telefoon-/ internetpalen zijn hier tot kunst verheven. Zijn ze elders vaak een storende factor in het straatbeeld - hier zijn ze, vermomd als palmboom, bijna een lust voor het oog. Jammer dat palmbomen in Nederland misstaan!


Tussen het klussen door hebben we het als vanouds gezellig met Thijs en Wilma van de Luna Verde want ‘Wilma’s back in town!’ Ze neemt een tas vol verrassingen voor ons mee, met o.a. stroopwafels, een Allerhande en cadeautjes voor Maren en Linde. Genieten!

Maren heeft het fenomeen ‘heitje voor een karweitje’ ontdekt; zo mag ze o.a. de dinghy van de Luna Verde poetsen. Haar taak neemt ze erg serieus maar bovenal heeft ze er erg veel plezier in.

 

Als we op een avond gezellig in de kuip zitten met een borreltje, schrikken we ons rot als we plotseling worden geramd door een drijvende feestbak. Huib Jan breekt bijna zijn benen om onze belager af te houden maar de klap is enorm. Nee hè! Ook dat nog! Met zaklampen proberen we de schade te inventariseren. Het lijkt met een sisser af te lopen, omdat we precies op de stootlijst zijn geraakt; die doet zijn werk gelukkig goed. De veroorzaker van de aanvaring heeft de schrik zelf ook goed te pakken en komt even later zijn oprechte excuses aanbieden. Dat maakt alles goed.

Het grote wachten is op de zeilmaker. Alleen de bimini hebben we inmiddels terug maar die gaat maandag weer retour, omdat er nog steeds een grote scheur inzit. Grootzeil, buiskap en hoesjes voor de luiken hopen we begin volgende week te ontvangen. We zijn benieuwd…

We proberen ons niet op te laten jagen door de ARC. Beter is het te genieten van de mooie omgeving en de gezellige mensen om ons heen, tot we klaar zijn om verder te reizen. En dat doen we dan maar.

Link + foto's