Logboek juni 2012

Het Koninkrijk Tonga

Geplaatst op 27-6-2012

In alle pilots en reisgidsen staat het expliciet vermeld: we zijn in 'The Kingdom of Tonga'. Met de nadruk op Kingdom. Het Koninkrijk Tonga is de oudste en enige nog bestaande monarchie in heel Polynesië en het is de enige natie die nog nooit in vreemde handen is gevallen. En daar is men hier trots op.

 

Tonga bestaat uit 691 km² land, verdeeld over 171 eilandjes (waarvan slechts 36 bewoond), verspreid over 700.000 km² oceaan. Het land is verdeeld in vier eilandengroepen: Tongatapu, de Ha'apai groep, de Vava'u groep en de Niuas. Wij bezoeken de Vava'u groep, waar we na bijna een week op zee tussen de eilandjes en klifjes door naar binnen manoeuvreren: rotsen in de vorm van cupcakes, onderaan weggesleten, soms met grotten, met aan de bovenkant plukken groene begroeiing en palmbomen. De meeste van de eilandjes van de Vava'u groep zijn onbewoond. Jammer genoeg is dit beeld moeilijk vast te leggen want juist al die eilandjes tezamen maken de Vava'u groep zo uniek.

 

In Neiafu meren we eerst af om in te klaren. Met vier man sterk komen ze bij ons aan boord voor de formaliteiten: één man voor quarantaine, één voor immigration, één voor health en één voor customs. Ze kijken met name toe hoe wij de formulieren invullen. Maar ze zijn in ieder geval erg aardig, vrolijk en behulpzaam - dat hebben we wel eens anders meegemaakt! Daarna gaan we aan de mooring liggen in Neiafu Harbor, dat te vergelijken is met een groot meer; we hebben bescherming tegen wind en golven vanaf alle zijden. Precies wat we zochten. Rust! Onze aankomst op Tonga vieren we samen met Thijs en Wilma met een heerlijk diner in het Aquarium Café. Terug op de boot moeten we gewoon wennen aan de rust en het niet schommelen. Het is lang geleden dat we zo konden gaan slapen! We slapen dan ook een gat in de dag. En de rest van de week doen we dat ook.

 

In Neiafu is het een redelijk primitieve maar gezellige bedrijvigheid, met veel mensen op straat, stoffige winkeltjes, loslopende varkens en weinig luxe. Een oud roestig bootje dat afmeert dient blijkbaar als vracht- en passagiersschip tegelijk: de vracht onderin het bootje en (opvallend veel) mensen boven op het dak. Dat kan en mag hier allemaal. Het is ongelooflijk wat er allemaal uit het bootje komt: gevlochten matten, manden, grote balen met groente en fruit en zelfs een paar varkens in een houten kooi. En alles wordt op de schouder verder vervoerd.

 

Utukalongalu market is op zaterdagochtend hét middelpunt van Neiafu. 's Ochtends vroeg gaan ook wij naar de markt, waar echte ´moekes´ (waar zijn de mannen?) hun waar verkopen. We vinden er bekende maar vooral ook minder bekende groente- en fruitsoorten, allemaal supervers, diezelfde ochtend uit de moestuin geplukt. En vers gevangen vis, zo van de haak in de tas. Maar het leukste van de markt is toch wel de bonte verzameling mensen: jong en oud, locals en toeristen, dik en dun, iedereen loopt er door elkaar, onderhandelt met elkaar of maakt gewoon een praatje. Want de markt heeft ook duidelijk een sociale functie. Hier moet je, vooral op zaterdagochtend, gewoon zijn. En de hele familie mag mee.

 

De dress code in Tonga is conservatief: schouders en knieën zijn altijd bedekt en het mag vooral niet uitdagend zijn. Mannen, vrouwen, jongens en meisjes dragen daarom veelal een sarong met daaroverheen een mat van gevlochten padanusblad, ta'ovala genaamd, om de middel geknoopt. De ta'ovala is 'een teken van respect voor God, de koning en het land' en is daarmee een wezenlijk onderdeel van de kleding van de Tongans. Vrouwen kunnen i.p.v. de ta'ovala ook kiezen voor een kiekie, een smalle band met stringen gemaakt van gras, zaden of stof. Met name die kleding maakt Tonga zo Tonga.

 

In alle pilots en reisgidsen staat dat het bezoeken van een kerkdienst hier een 'must' is, voor de échte Tonga-beleving. En dus gaan we, net als alle (maar dan ook echt álle) Tongans, op zondagmorgen naar de kerk. We worden gemakkelijk opgenomen in de kerkgemeenschap en kunnen zo in verwondering luisteren naar het reciteren en de prachtige gezangen - alsof de kerk gevuld is met een goed geoefend koor. Ook al verstaan we er geen woord van, het maakt indruk. We staan letterlijk hand in hand met de lokale bevolking en krijgen een welgemeende handdruk met 'bless you' op de koop toe. Ondertussen kijken we ons de ogen uit: de prachtige kleding, en met name weer de ta'ovala, is hier nog mooier en opvallender dan 'op straat'. Na de dienst worden complete families weer achter op een truck, in een oud busje of in een rammelende auto geladen voor de zondagse koffie thuis. We hebben nu echt ervaren: de kerk is het kloppende hart van Tonga.

 

Maar Tonga is meer dan een bijzondere cultuur met bijzondere mensen. Tonga, en met name Vava'u, is een paradijs voor zeilers. Vava'u bestaat uit 60 eilandjes en we kunnen kiezen uit alleen maar mooie ankerplekken: goed beschut, leuk snorkelen, witte strandjes en prachtige uitzichten. We vinden wonderlijk mooie schelpen (kan de natuur dit zelf maken?); we varen met de dinghy een grot in waardoor we mooie plaatjes van de boot kunnen schieten; we zwemmen zelfs twee meter diep en vier meter ver onder een rots door naar een verder onbereikbare grot: Mariners Cave. Best spannend maar meer dan de moeite waard want het lichtspel vanuit de grot is werkelijk prachtig. Door de beweging van het water wordt de lucht in de grot vacuüm gezogen, waardoor onze oren in de grot open- en dichtploppen en waardoor het het ene moment mistig is in de grot en dan weer helder.

 

Een bijna hilarische avond beleven we in restaurant La Paella, dat op een verder onbewoond eilandje staat. We eten tapas en paella bij Maria in een stoffig restaurantje met een open vuurplaats, een loslopende geit en een gitaarspelende en zingende opa op pantoffels, die een verrassende show weggeeft. De wijn moeten we zelf meenemen want die hebben ze niet. Het is een unieke avond en een mooie afsluiter van een onvergetelijke week op Tonga.

 

Samen met de Luna Verde maken we ons op voor de volgende 500 mijl naar Fiji. Op zee kunnen we lekker nog drie dagen mijmeren over Tonga; het land waar de tijd écht even heeft stilgestaan.

Link + foto's

Rarotonga - Tonga

Geplaatst op 19-6-2012

Tjonge, wat kan ankeren vermoeiend zijn! Bij Rarotonga is totaal geen beschutting en daardoor is het alsof we midden op de Pacific voor anker liggen. Overdag moeten we ons vasthouden bij elke stap die we zetten en ’s nachts slapen we steeds maar kleine stukjes: we liggen verkrampt in bed en horen de hele nacht klotsen en knallen. Niet echt bevorderlijk voor de nachtrust. De kinderen hoor je niet klagen maar als we één keer een nacht wat rustiger liggen, merkt Linde de volgende ochtend droogjes op: “Goh, ik kon er haast van slapen zeg!”

Gelukkig maakt ons gezelschap (die allemaal in hetzelfde schuitje zitten) veel goed: samen met de Luna Verde, de Camelot en Marita III maken we er een paar gezellige dagen van. En het voortdurende geschud geeft eigenlijk wel een extra dimensie aan onze dagelijkse gezamenlijke sundown.

De koelere lucht op Rarotonga verrast ons. We vinden het best wel even lekker zo: niet meer de hele dag zweten, helder kunnen denken, fris water uit de kraan en ’s nachts slapen bij ‘slechts’ 20 graden Celsius. Met een extra dekentje of pyjama aan is het eigenlijk wel knus. Het voelt als een mooie Hollandse zomer.

Overdag gaan we Rarotonga verkennen om onze evenwichtsorganen weer een beetje tot bedaren te brengen. En nieuwsgierig zijn we natuurlijk ook. We stappen in de lokale bus die helemaal (32 km) rond het eiland rijdt en zo krijgen we in korte tijd een algemene indruk van het leven op één van de 15 Cooks. De archipel is Nieuw Zeelands grondgebied en dus komen er veel toeristen van daar en betalen we met Nieuw Zeelandse dollars. Maar we zijn ook nog steeds overduidelijk in Polynesië, met o.a. veel volronde dames op een scooter, traditionele dansen, kleurrijke kledij, de kerk als het sociale middelpunt en oude gebruiken/rituelen die ons aan Frans-Polynesië doen denken.

Rarotonga is overdadig groen en grillig in het midden maar ook helderblauw en wit bij de lagune. Het meest in het oog springend tijdens onze busrit zijn, behalve de mooie natuur, de vele graven: overleden familieleden krijgen een opvallende plek in de voortuin, gewoon naast de schommel of het terras. En zo bepalen de doden voor een groot deel het straatbeeld van Rarotonga. Klinkt misschien raar maar het is o zo waar.

Met Linde haar voetje gaat het goed. De wond is geheeld en ze loopt, rent, zwemt en snorkelt weer als vanouds. Als ze spontaan een reuzensprong maakt vanaf de kajuittrap, is ze wat ons betreft officieel genezen verklaard.

Ondertussen groeit onze to do lijst weer langzaam maar zeker, net als op de andere boten. De w.c. lekt, de boiler is lek en de douchepomp weigert dienst. We hebben kastjes vol met reserveonderdelen maar deze zitten er natúúrlijk niet bij. Dus lappen we de boel een beetje op zodat we het vol kunnen houden tot we op Tonga of Fiji zijn.

De motor van onze dinghy doet het nog steeds niet goed; er is iets mis met de ontsteking. Hij gaat naar de reparateur, die hem een prima servicebeurt geeft maar overduidelijk moeite heeft met de reparatie. Drie keer brengt hij het motortje terug en nog steeds is het niet opgelost. We besluiten eieren voor ons geld te kiezen en vertrekken. Die reparatie doen we elders wel.

Woensdagmorgen gaan we ankerop, samen met de Luna Verde. De bemanning van de Camelot en Marita III zwaait ons uit,tot een spoedig weerzien. We zijn het oncomfortabele ankeren beu. Als we toch liggen te rollen, dan maar liever op zee, met een doel. Eenmaal op het ruime sop voelt het weer vertrouwd; de Seaquest begint zachtjes te deinen en glijdt rustig over de golven heen. We beginnen meteen ons slaaptekort in te halen. Geef ons maar dit zeetje – kunnen we lekker bijkomen van het ankeren! Het is de omgekeerde wereld.

De wind is soms een beetje wispelturig maar toch is bijna de hele tocht mooi bezeild. Aanvankelijk koersen we richting het eiland Niue maar halverwege de tocht nemen we een resoluut besluit: we slaan Niue over een zeilen in één streep door naar Tonga. Geen 600 maar 850 mijl en dus ruim een dag langer op zee. We willen begin juli nl. in Fiji zijn, om afscheid te kunnen nemen van de ARC. Dat betekent echter dat de tijd begint te dringen. En we hebben inmiddels geleerd: als je iets wilt doen, moet je het goed doen en anders kun je het beter overslaan. Zo gezegd zo gedaan. We creëren extra tijd voor Tonga.

De Luna Verde en de Seaquest zijn weer aardig aan elkaar gewaagd. Na drie etmalen op zee varen we nog steeds pal naast elkaar- we zouden elkaar de hand kunnen schudden! Het onderlinge marifooncontact is praktisch maar vooral ook gezellig. Naast de windvoorspelling, de heading, bearing, de te volgen koers en de zeilvoering gaat het over het eten, dvd’s, boeken, to do lijstjes en andere koetjes en kalfjes.

De vierde dag op zee is een grillige: donkere wolken, regenbuien, wisselende wind en hogere golven. De zeeziektepleisters kunnen voorkomen dat we écht zeeziek worden. Gelukkig is onze Rassy met veel wind ‘in haar sassie’ en we zeilen met ruim 9 knopen recht op Tonga af. Bovendien smaakt de grote pan erwtensoep extra lekker bij dit ‘Hollandse’ weer.

De dagen op zee vliegen voorbij. We spotten geen dolfijnen of walvissen tijdens deze oversteek maar beleven wel twee andere, onzichtbare, hoogtepunten: zondagavond zeilen we de internationale datumgrens over. En daarmee is het in één keer maandagavond, dus 24 uur later. Help! We missen een etmaal! Als je ons zou vragen waar we 18 juni 2012 waren, kunnen we maar één ding antwoorden: we waren er niet, we waren nergens… Even hardop redenerend (want het blijft een hersenbrekertje): deze imaginaire lijn ligt precies tegenover de nulmeridiaan bij Greenwich; normaal gesproken op 180 graden maar om economische redenen is deze hier en daar een beetje opgeschoven. Tonga doet veel zaken met Nieuw Zeeland en om die reden willen ze graag bij ‘de andere helft’ horen, terwijl dat geografisch gezien eigenlijk niet zo is. Dus ligt de datumgrens hier op 172.30 graden west. Door de datumgrens liepen we gisteren nog 12 uren achter op de Nederlandse tijd en liggen we nu ineens 12 uren vóór op Nederland. Sinds ons vertrek uit Nederland hebben we nl. iedere 15 graden (elk 1/24e deel van de omtrek van de aarde) naar het westen de klok een uur teruggezet. Eigenlijk hebben we daarmee iedere keer een uurtje ‘erbij’ gesnoept, en die geven we nu terug. En we geven meteen maar 12 uren extra weg, die we vanaf nu iedere 15 graden terugkrijgen, tot we weer in Nederland zijn. Zo blijft het overdag gewoon licht én zo voorkomen we dat we bij terugkomst in Nederland 24 uur achterlopen. Het heeft even geduurd maar het kwartje is hier gevallen.

Een ander hoogtepunt: we varen zondag langs de top van een ‘onderwaterberg’, de Capricorn Seamount. De top van deze berg ligt op ‘slechts’ 200 meter onder de zeespiegel. Het spectaculaire is, dat het even verderop maar liefst 9,5 km diep is. De bergen zijn hier dus veel hoger dan op het land; er moet zich onder water een werkelijk onvoorstelbaar mooi landschap bevinden en de Seaquest vaart hier gewoon overheen!

Maandagmorgen ehh… pardon: dinsdagmorgen vroeg denderen we de ondieper wordende wateren van Tonga binnen. We hebben de rem erop gegooid om te voorkomen dat we in het donker binnenlopen tussen alle onbekende rifjes en eilandjes door. De genua hebben we helemaal binnengehaald en zo rolt de Seaquest op slechts haar grootzeil tussen het ‘Disney Reef’, de ‘Akkumanes Bank’ en de ‘Campion Breakers’ door. Na vijf etmalen op zee (maar zes etmalen later) proberen we in het doolhof Tonga een rustige ankerplaats te vinden. Met heel veel nadruk op rustig…

Link + foto's

Bora Bora - Rarotonga, Cook Eilanden

Geplaatst op 10-6-2012

Maandagmorgen worden we wakker met het idee, dat we later die ochtend Bora Bora zullen verlaten. Maar ons geduld wordt wederom op de proef gesteld na het bestuderen van de grib files: er staat te weinig wind en de voorspellingen beloven golven van 4 meter en hoger, wat zou resulteren in een onaangenaam dagje op zee. Vanaf dinsdag belooft het echter écht beter te worden en we besluiten daarom nóg maar een dag te wachten. Another day in paradise...

Dinsdag 5 juni is het precies twee jaar geleden dat we aan deze reis begonnen. We zien onszelf in gedachten weer de Seaquest losmaken van de kade in Harlingen, hartverwarmend uitgezwaaid door familie en vrienden. Het is ongelofelijk hoe snel de afgelopen twee jaar voorbij zijn gegaan. Nu zijn we officieel op de helft van onze reis, niet alleen in tijd maar ook in afstand. Zouden we vanaf nu gaan aftellen? Toch nog maar even niet...

Om half 11 die dag gaat het dan eindelijk gebeuren: we maken de Seaquest los van de mooring. Na drie mooie weken verlaten we Bora Bora en daarmee laten we ook een bijzondere tijd in Frans-Polynesië achter ons.

De golven die bij het naar buiten varen van het atol op het rif slaan zijn nu nóg indrukwekkender dan drie weken geleden tijdens het naar binnen varen. In het kielzog van de Luna Verde en de Marita III (die we op Bora Bora hebben ontmoet) koersen we richting Rarotonga, 535 zeemijlen in zuidwestelijke richting. De Camelot volgt een dag later. Via de marifoon en de kortegolfzender houden we onderweg contact met elkaar.

De swell is relatief hoog -ca. 3 meter- maar ook lang, met tussenpozen van meer dan 10 seconden. Daarmee wordt de Seaquest hoog maar ook geleidelijk opgetild. Een heerlijk zeetje. Zoals voorspeld op de grib files staat er de eerste uren nog niet voldoende wind en dat betekent dat we de op de motor moeten varen. Maar daarna zijn de windvoorspellingen goed om mooi te kunnen zeilen.

Al in de loop van dinsdagsmiddag trekt de wind steeds meer aan, tot zo'n 15 knopen, en we gaan onder zeil 'als de brandweer'. We zeilen aan de wind en dat is best weer even wennen na 1,5 jaar alleen maar met ruime wind te hebben gezeild. Even later gaat het nog harder waaien, tot 25 knopen. De zee wordt echter ook onrustiger en het leven aan boord daardoor minder comfortabel. Onregelmatige harde 'schokken' zorgen ervoor dat we alle vier de zeeziekte nog maar nét in de hand hebben. Maar ja, wat wil je ook: pannenkoeken bakken, schoon verbandje aanleggen, afwassen - allemaal niet echt handig onder deze omstandigheden. Als Jannet haar brandt aan de gloeiend hete roomboter is de maat vol en kunnen we nog maar één ding: gaan zitten/liggen en gewoon meedeinen.

We zoeken tijdens de nacht allemaal de plek die ons het beste past: Linde gewoon in bed, Maren op de bank in de kajuit, Huib Jan en Jannet afwisselend hangend in de kuip en in een hoekje van het bed, klem onder de kastjes. Het is 's nachts best koud, tenminste: voor onze begrippen. We trekken een lange broek en vest aan tijdens de wachten - voor het eerst sinds hele lange tijd. Eerlijk gezegd hebben we ons wel eens beter gevoeld.

De tweede dag op zee, woensdag, is er niet één om over naar huis te schrijven. Of misschien juist wel want ook dit soort dagen hoort bij onze reis. De zeeziekte hebben we nog steeds maar nét onder controle, een beetje geholpen door de zeeziektepleisters. Maar daar krijg je weer een droge strot van en je gaat de hele wereld door een wazige bril zien. Het is dus kiezen uit twee kwaden. Een schrale troost: ook de bemanning van de Luna Verde, Marita en Camelot heeft zich wel eens beter gevoeld. En gedeelde smart is halve smart. Gelukkig wordt de zee langzamerhand iets rustiger maar echt pleziervaren is anders. We halen om beurten ons slaaptekort in, eten wat droge crackertjes en nemen zo nu en dan een klein slokje water; niet teveel want dat trekken onze brakke magen niet. En zo scharrelen we de dag wat door. Pluspuntje: we schieten lekker op want de Seaquest lijkt totaal geen last te hebben van de woelige zee. Met 8,5 tot 9 knopen op de teller koersen we recht op Rarotonga af.

Langzamerhand wordt de zee wat rustiger en daarmee wordt de stemming aan boord ook beter. We genieten van het mooie lichtspel van zon en wolken, van dubbele regenbogen en van de maanopkomst: een indrukwekkend grote rood-oranje bol die oprijst uit de zee.

De laatste nacht op zee begint de wind 'vreemd' te doen: hij valt zo nu en dan helemaal weg om kort daarna weer behoorlijk aan te trekken. En de windrichting is net zo variabel. Zo gaan we bijvoorbeeld van meer dan 20 knopen ruime wind plotseling naar 6 knopen wind pal van achteren - en weer terug. En dat binnen vijf minuten. Zo raar hebben we het nog nooit meegemaakt! Het betekent dat we voortdurend moeten 'spelen' met de autopilot; steeds wat oploeven en dan weer afvallen om een beetje vaart te houden en de zeilen niet kapot te laten klapperen. Iedere keer als we denken : "Nou is het genoeg geweest, we starten de motor", begint het ineens weer te waaien. Nou ja, het houdt ons in ieder geval lekker bezig. Rond middernacht staat er structureel te weinig wind om mooi te kunnen zeilen. Er zit niks anders op: de laatste 70 mijl moeten we op de motor doen. Gelukkig is de zee weer redelijk vlak en die laatste mijlen zijn dan ook best comfortabel. Als vrijdagochtend de zon opkomt zien we Rarotonga voor ons aan de horizon opdoemen. Precies drie etmalen na vertrek komen we aan op onze plaats van bestemming.

We roepen de harbour master van Rarotonga op via de marifoon, om permissie en instructies te krijgen om naar binnen te gaan. Maar die vertelt ons doodleuk dat we niet naar binnen kunnen, omdat ze bezig zijn met graafwerk in de haven. Buiten mogen we echter wel liggen, op eigen anker. Nou, dat moet dan maar. Eenmaal op anker voelen we ons de hoofdattractie van de kermis, zo worden we heen en weer geslingerd. Gelukkig zijn we goed ingeschommeld.

Eerst spoelen we de boot maar eens af. Want alles, maar dan ook werkelijk álles op en aan de Seaquest is bedekt met een dikke laag zeezout. Dan volgt een grotere uitdaging: we moeten de dinghy lanceren om aan wal te komen. Met de klotsende zee gaat de Seaquest iedere keer een paar meter omhoog en weer naar beneden. Zie dan maar eens de dinghy los te maken van de kabels van de davits én dan ook nog het motortje erop te hijsen! Huib Jan maakt halsbrekende toeren in de bijboot, Jannet doet hetzelfde aan dek en we proberen te redden wat er te redden valt. Maar helaas kunnen we niet voorkomen dat het motortje tot zeker de helft wordt ondergedompeld in de zoute zee. Oeps! Nog lang is Huib Jan daarna in de weer om de boel weer aan de praat te krijgen. Het duurt even maar: het lukt. Gelukkig... De vreugde is echter van korte duur want twee dagen later houdt het motortje er alsnog mee op. En deze keer krijgen we hem niet meer aan de praat...

Het bijna onvermijdelijke tijdens een reis als deze gebeurt deze week: als Jannet een angstaanjagende gil geeft vanuit de kombuis, denkt de rest van de Seaqrew dat ze minstens een vinger kwijt is. Het valt mee: ze staat oog in oog staat met een kakkerlak... Ahhh! Bijna alle collega-zeilers die we tegenkomen hebben ze aan boord gehad of nog steeds aan boord en ze doen geen vlieg kwaad maar het idéé... néé! Wij zijn deze dans steeds ontsprongen maar nu moeten we er toch ook echt aan geloven. Waarschijnlijk is onze nieuwe passagier meegelift met fruit, groenten of in een kartonnen verpakking. Maar zeker zullen we dat nooit weten. De anti-kakkerlak doosjes, die we uit voorzorg al heel lang aan boord hadden, halen we nu uit de verpakking en plaatsen we in en rond de keuken. Op hoop van zegen.

Link + foto's

Bora Bora (II), Frans-Polynesië

Geplaatst op 3-6-2012

Nog steeds zijn we op Bora Bora. En nog steeds is het geen straf om hier te zijn. Het weerbeeld is sterk wisselend maar nooit gunstig genoeg om te vertrekken naar de Cook Eilanden.

De windmeter loopt in het weekend op tot 30 knopen en meer en ook de luchten worden alsmaar grauwer. Het lijkt een vreemde tegenstelling: Hollandse luchten, harde wind en tropische regenbuien maar ook: azuurblauw water en temperaturen van 30 graden. Iets klopt er niet aan het ideaalplaatje dat we hadden van Bora Bora. Steeds moeten we denken aan een Amerikaans echtpaar dat we hebben ontmoet. Ze hebben slechts vijf dagen vakantie op Bora Bora, een droom. En die valt nu letterlijk in het water... Ons hoor je dus niet klagen. Na het weekend klaart de lucht gelukkig weer op maar van de wind blijft helaas ook weinig over. Dus wéér wachten...

We maken van de nood een deugd en nemen alle kastjes eens flink onder handen. De meisjes bouwen binnen een hut en willen taart bakken. Ook de kleine klusjes (die we iedere keer weer voor ons uit hebben geschoven) pakken we op. Alsof het een paar dagen herfst is.

Huib Jan en Thijs (alias Snip en Snap) hebben heel wat projectjes om samen uit te voeren, of in ieder geval uitgebreid voor te bespreken. In de knaldemper van onze generator zitten drie piepkleine gaatjes. Thijs en Huib Jan repareren die weer met vloeibaar metaal. De watermaker van de Luna Verde heeft kuren. Ook dat lost zich min of meer op (dat er nu licht gezouten water uit de kraan komt is voor later zorg...)

Dan besluit Huib Jan maar weer eens op de kop onder de kaartentafel te gaan, nu het geen 35 maar 'slechts' 30 graden is, om het terugkerende probleem met de plotter voor eens en voor altijd op te lossen. Na een dag zwoegen, zweten en mopperen komt hij tot de conclusie dat de oplossing niet in een snoertje of stekkertje zit. Er is waarschijnlijk iets aan de hand met de software. Wordt vervolgd.

Samen met Thijs en Wilma delen we lief en leed én de inhoud van beide (koel)kasten, waardoor het gezellig is en er iedere avond weer iets lekkers op tafel staat. Alleen het aantal gecalculeerde flessen wijn per week overschrijden we een beetje.

We besluiten een fietstocht te maken rondom het eiland, een tocht van 35 km. De grootste uitdaging is het vinden van geschikte fietsen voor onze expeditie. We hebben twee vouwfietsen aan boord, één voor Huib Jan en één voor Maren. Dan hoeven we alleen nog maar een fiets te huren voor Jannet en Linde. Maar dat is nog niet zo eenvoudig want fietsen met bagagedrager en kinderzitjes zijn hier gewoon niet te huur, zo blijkt. Daarmee lijken onze plannen even in het water te vallen, tót de kokkin van het restaurant waar we vlakbij liggen ons spontaan haar eigen fiets uitleent.

We genieten 35 km lang van de mooie omgeving, die we vanaf het eiland toch weer vanuit een ander perspectief zien dan vanaf het water. Eén indrukwekkend hoge berg met prachtig groene begroeiïng, direct grenzend aan azuurblauw water. Mensen die daken vlechten, een man die kokosnoten 'slacht', vissers die hun verse vangst aan wal brengen; het is een gemoedelijke bedrijvigheid onderweg. En: de weg rond het eiland is vrijwel vlak en dat is lekker fietsen voor ons Hollanders. Helaas krijgt Linde nét voor de eindstreep haar voetje tussen de spaken. Met een gekneusde enkel en een open hak belanden we bij de dokter, die de wond verzorgt en haar voet verbindt. Hinkelend gaat ze nu door de boot (wat ze overigens verdraaid handig doet) en ze mag voorlopig niet zwemmen. Het is een domper op een mooie dag.

Als we voor de zoveelste keer boodschappen hebben gedaan voor de komende oversteek, zijn we wederom klaar voor vertrek. Nou ja, op de eieren na dan. Die blijken schaars goed te zijn in Frans-Polynesië. Overal zijn opvallend veel loslopende kippen maar eieren? Ho maar! Als het vrachtschip met eieren aankomt, snelt Thijs naar de supermarkt en koopt het halve schap leeg voor de Luna Verde en de Seaquest. Zo, we kunnen weer héél veel pannenkoeken bakken onderweg. Nu is nog de hamvraag: zouden de weergoden ons goed gezind zijn?

Alles wijst erop dat we maandagochtend kunnen vertrekken. Niet zoals gepland naar Suwarrow, één van de noordelijke Cook eilanden, maar naar Rarotonga, één van de zuidelijke Cooks. Ach, als zeiler moet je flexibel zijn, toch?

Link + foto's