Bora Bora - Rarotonga, Cook Eilanden

10-6-2012

Maandagmorgen worden we wakker met het idee, dat we later die ochtend Bora Bora zullen verlaten. Maar ons geduld wordt wederom op de proef gesteld na het bestuderen van de grib files: er staat te weinig wind en de voorspellingen beloven golven van 4 meter en hoger, wat zou resulteren in een onaangenaam dagje op zee. Vanaf dinsdag belooft het echter écht beter te worden en we besluiten daarom nóg maar een dag te wachten. Another day in paradise...

Dinsdag 5 juni is het precies twee jaar geleden dat we aan deze reis begonnen. We zien onszelf in gedachten weer de Seaquest losmaken van de kade in Harlingen, hartverwarmend uitgezwaaid door familie en vrienden. Het is ongelofelijk hoe snel de afgelopen twee jaar voorbij zijn gegaan. Nu zijn we officieel op de helft van onze reis, niet alleen in tijd maar ook in afstand. Zouden we vanaf nu gaan aftellen? Toch nog maar even niet...

Om half 11 die dag gaat het dan eindelijk gebeuren: we maken de Seaquest los van de mooring. Na drie mooie weken verlaten we Bora Bora en daarmee laten we ook een bijzondere tijd in Frans-Polynesië achter ons.

De golven die bij het naar buiten varen van het atol op het rif slaan zijn nu nóg indrukwekkender dan drie weken geleden tijdens het naar binnen varen. In het kielzog van de Luna Verde en de Marita III (die we op Bora Bora hebben ontmoet) koersen we richting Rarotonga, 535 zeemijlen in zuidwestelijke richting. De Camelot volgt een dag later. Via de marifoon en de kortegolfzender houden we onderweg contact met elkaar.

De swell is relatief hoog -ca. 3 meter- maar ook lang, met tussenpozen van meer dan 10 seconden. Daarmee wordt de Seaquest hoog maar ook geleidelijk opgetild. Een heerlijk zeetje. Zoals voorspeld op de grib files staat er de eerste uren nog niet voldoende wind en dat betekent dat we de op de motor moeten varen. Maar daarna zijn de windvoorspellingen goed om mooi te kunnen zeilen.

Al in de loop van dinsdagsmiddag trekt de wind steeds meer aan, tot zo'n 15 knopen, en we gaan onder zeil 'als de brandweer'. We zeilen aan de wind en dat is best weer even wennen na 1,5 jaar alleen maar met ruime wind te hebben gezeild. Even later gaat het nog harder waaien, tot 25 knopen. De zee wordt echter ook onrustiger en het leven aan boord daardoor minder comfortabel. Onregelmatige harde 'schokken' zorgen ervoor dat we alle vier de zeeziekte nog maar nét in de hand hebben. Maar ja, wat wil je ook: pannenkoeken bakken, schoon verbandje aanleggen, afwassen - allemaal niet echt handig onder deze omstandigheden. Als Jannet haar brandt aan de gloeiend hete roomboter is de maat vol en kunnen we nog maar één ding: gaan zitten/liggen en gewoon meedeinen.

We zoeken tijdens de nacht allemaal de plek die ons het beste past: Linde gewoon in bed, Maren op de bank in de kajuit, Huib Jan en Jannet afwisselend hangend in de kuip en in een hoekje van het bed, klem onder de kastjes. Het is 's nachts best koud, tenminste: voor onze begrippen. We trekken een lange broek en vest aan tijdens de wachten - voor het eerst sinds hele lange tijd. Eerlijk gezegd hebben we ons wel eens beter gevoeld.

De tweede dag op zee, woensdag, is er niet één om over naar huis te schrijven. Of misschien juist wel want ook dit soort dagen hoort bij onze reis. De zeeziekte hebben we nog steeds maar nét onder controle, een beetje geholpen door de zeeziektepleisters. Maar daar krijg je weer een droge strot van en je gaat de hele wereld door een wazige bril zien. Het is dus kiezen uit twee kwaden. Een schrale troost: ook de bemanning van de Luna Verde, Marita en Camelot heeft zich wel eens beter gevoeld. En gedeelde smart is halve smart. Gelukkig wordt de zee langzamerhand iets rustiger maar echt pleziervaren is anders. We halen om beurten ons slaaptekort in, eten wat droge crackertjes en nemen zo nu en dan een klein slokje water; niet teveel want dat trekken onze brakke magen niet. En zo scharrelen we de dag wat door. Pluspuntje: we schieten lekker op want de Seaquest lijkt totaal geen last te hebben van de woelige zee. Met 8,5 tot 9 knopen op de teller koersen we recht op Rarotonga af.

Langzamerhand wordt de zee wat rustiger en daarmee wordt de stemming aan boord ook beter. We genieten van het mooie lichtspel van zon en wolken, van dubbele regenbogen en van de maanopkomst: een indrukwekkend grote rood-oranje bol die oprijst uit de zee.

De laatste nacht op zee begint de wind 'vreemd' te doen: hij valt zo nu en dan helemaal weg om kort daarna weer behoorlijk aan te trekken. En de windrichting is net zo variabel. Zo gaan we bijvoorbeeld van meer dan 20 knopen ruime wind plotseling naar 6 knopen wind pal van achteren - en weer terug. En dat binnen vijf minuten. Zo raar hebben we het nog nooit meegemaakt! Het betekent dat we voortdurend moeten 'spelen' met de autopilot; steeds wat oploeven en dan weer afvallen om een beetje vaart te houden en de zeilen niet kapot te laten klapperen. Iedere keer als we denken : "Nou is het genoeg geweest, we starten de motor", begint het ineens weer te waaien. Nou ja, het houdt ons in ieder geval lekker bezig. Rond middernacht staat er structureel te weinig wind om mooi te kunnen zeilen. Er zit niks anders op: de laatste 70 mijl moeten we op de motor doen. Gelukkig is de zee weer redelijk vlak en die laatste mijlen zijn dan ook best comfortabel. Als vrijdagochtend de zon opkomt zien we Rarotonga voor ons aan de horizon opdoemen. Precies drie etmalen na vertrek komen we aan op onze plaats van bestemming.

We roepen de harbour master van Rarotonga op via de marifoon, om permissie en instructies te krijgen om naar binnen te gaan. Maar die vertelt ons doodleuk dat we niet naar binnen kunnen, omdat ze bezig zijn met graafwerk in de haven. Buiten mogen we echter wel liggen, op eigen anker. Nou, dat moet dan maar. Eenmaal op anker voelen we ons de hoofdattractie van de kermis, zo worden we heen en weer geslingerd. Gelukkig zijn we goed ingeschommeld.

Eerst spoelen we de boot maar eens af. Want alles, maar dan ook werkelijk álles op en aan de Seaquest is bedekt met een dikke laag zeezout. Dan volgt een grotere uitdaging: we moeten de dinghy lanceren om aan wal te komen. Met de klotsende zee gaat de Seaquest iedere keer een paar meter omhoog en weer naar beneden. Zie dan maar eens de dinghy los te maken van de kabels van de davits én dan ook nog het motortje erop te hijsen! Huib Jan maakt halsbrekende toeren in de bijboot, Jannet doet hetzelfde aan dek en we proberen te redden wat er te redden valt. Maar helaas kunnen we niet voorkomen dat het motortje tot zeker de helft wordt ondergedompeld in de zoute zee. Oeps! Nog lang is Huib Jan daarna in de weer om de boel weer aan de praat te krijgen. Het duurt even maar: het lukt. Gelukkig... De vreugde is echter van korte duur want twee dagen later houdt het motortje er alsnog mee op. En deze keer krijgen we hem niet meer aan de praat...

Het bijna onvermijdelijke tijdens een reis als deze gebeurt deze week: als Jannet een angstaanjagende gil geeft vanuit de kombuis, denkt de rest van de Seaqrew dat ze minstens een vinger kwijt is. Het valt mee: ze staat oog in oog staat met een kakkerlak... Ahhh! Bijna alle collega-zeilers die we tegenkomen hebben ze aan boord gehad of nog steeds aan boord en ze doen geen vlieg kwaad maar het idéé... néé! Wij zijn deze dans steeds ontsprongen maar nu moeten we er toch ook echt aan geloven. Waarschijnlijk is onze nieuwe passagier meegelift met fruit, groenten of in een kartonnen verpakking. Maar zeker zullen we dat nooit weten. De anti-kakkerlak doosjes, die we uit voorzorg al heel lang aan boord hadden, halen we nu uit de verpakking en plaatsen we in en rond de keuken. Op hoop van zegen.

Automatisch op de hoogte blijven van onze reis? Meld je aan via bovenstaande rss-button!