Rarotonga - Tonga

19-6-2012

Tjonge, wat kan ankeren vermoeiend zijn! Bij Rarotonga is totaal geen beschutting en daardoor is het alsof we midden op de Pacific voor anker liggen. Overdag moeten we ons vasthouden bij elke stap die we zetten en ’s nachts slapen we steeds maar kleine stukjes: we liggen verkrampt in bed en horen de hele nacht klotsen en knallen. Niet echt bevorderlijk voor de nachtrust. De kinderen hoor je niet klagen maar als we één keer een nacht wat rustiger liggen, merkt Linde de volgende ochtend droogjes op: “Goh, ik kon er haast van slapen zeg!”

Gelukkig maakt ons gezelschap (die allemaal in hetzelfde schuitje zitten) veel goed: samen met de Luna Verde, de Camelot en Marita III maken we er een paar gezellige dagen van. En het voortdurende geschud geeft eigenlijk wel een extra dimensie aan onze dagelijkse gezamenlijke sundown.

De koelere lucht op Rarotonga verrast ons. We vinden het best wel even lekker zo: niet meer de hele dag zweten, helder kunnen denken, fris water uit de kraan en ’s nachts slapen bij ‘slechts’ 20 graden Celsius. Met een extra dekentje of pyjama aan is het eigenlijk wel knus. Het voelt als een mooie Hollandse zomer.

Overdag gaan we Rarotonga verkennen om onze evenwichtsorganen weer een beetje tot bedaren te brengen. En nieuwsgierig zijn we natuurlijk ook. We stappen in de lokale bus die helemaal (32 km) rond het eiland rijdt en zo krijgen we in korte tijd een algemene indruk van het leven op één van de 15 Cooks. De archipel is Nieuw Zeelands grondgebied en dus komen er veel toeristen van daar en betalen we met Nieuw Zeelandse dollars. Maar we zijn ook nog steeds overduidelijk in Polynesië, met o.a. veel volronde dames op een scooter, traditionele dansen, kleurrijke kledij, de kerk als het sociale middelpunt en oude gebruiken/rituelen die ons aan Frans-Polynesië doen denken.

Rarotonga is overdadig groen en grillig in het midden maar ook helderblauw en wit bij de lagune. Het meest in het oog springend tijdens onze busrit zijn, behalve de mooie natuur, de vele graven: overleden familieleden krijgen een opvallende plek in de voortuin, gewoon naast de schommel of het terras. En zo bepalen de doden voor een groot deel het straatbeeld van Rarotonga. Klinkt misschien raar maar het is o zo waar.

Met Linde haar voetje gaat het goed. De wond is geheeld en ze loopt, rent, zwemt en snorkelt weer als vanouds. Als ze spontaan een reuzensprong maakt vanaf de kajuittrap, is ze wat ons betreft officieel genezen verklaard.

Ondertussen groeit onze to do lijst weer langzaam maar zeker, net als op de andere boten. De w.c. lekt, de boiler is lek en de douchepomp weigert dienst. We hebben kastjes vol met reserveonderdelen maar deze zitten er natúúrlijk niet bij. Dus lappen we de boel een beetje op zodat we het vol kunnen houden tot we op Tonga of Fiji zijn.

De motor van onze dinghy doet het nog steeds niet goed; er is iets mis met de ontsteking. Hij gaat naar de reparateur, die hem een prima servicebeurt geeft maar overduidelijk moeite heeft met de reparatie. Drie keer brengt hij het motortje terug en nog steeds is het niet opgelost. We besluiten eieren voor ons geld te kiezen en vertrekken. Die reparatie doen we elders wel.

Woensdagmorgen gaan we ankerop, samen met de Luna Verde. De bemanning van de Camelot en Marita III zwaait ons uit,tot een spoedig weerzien. We zijn het oncomfortabele ankeren beu. Als we toch liggen te rollen, dan maar liever op zee, met een doel. Eenmaal op het ruime sop voelt het weer vertrouwd; de Seaquest begint zachtjes te deinen en glijdt rustig over de golven heen. We beginnen meteen ons slaaptekort in te halen. Geef ons maar dit zeetje – kunnen we lekker bijkomen van het ankeren! Het is de omgekeerde wereld.

De wind is soms een beetje wispelturig maar toch is bijna de hele tocht mooi bezeild. Aanvankelijk koersen we richting het eiland Niue maar halverwege de tocht nemen we een resoluut besluit: we slaan Niue over een zeilen in één streep door naar Tonga. Geen 600 maar 850 mijl en dus ruim een dag langer op zee. We willen begin juli nl. in Fiji zijn, om afscheid te kunnen nemen van de ARC. Dat betekent echter dat de tijd begint te dringen. En we hebben inmiddels geleerd: als je iets wilt doen, moet je het goed doen en anders kun je het beter overslaan. Zo gezegd zo gedaan. We creëren extra tijd voor Tonga.

De Luna Verde en de Seaquest zijn weer aardig aan elkaar gewaagd. Na drie etmalen op zee varen we nog steeds pal naast elkaar- we zouden elkaar de hand kunnen schudden! Het onderlinge marifooncontact is praktisch maar vooral ook gezellig. Naast de windvoorspelling, de heading, bearing, de te volgen koers en de zeilvoering gaat het over het eten, dvd’s, boeken, to do lijstjes en andere koetjes en kalfjes.

De vierde dag op zee is een grillige: donkere wolken, regenbuien, wisselende wind en hogere golven. De zeeziektepleisters kunnen voorkomen dat we écht zeeziek worden. Gelukkig is onze Rassy met veel wind ‘in haar sassie’ en we zeilen met ruim 9 knopen recht op Tonga af. Bovendien smaakt de grote pan erwtensoep extra lekker bij dit ‘Hollandse’ weer.

De dagen op zee vliegen voorbij. We spotten geen dolfijnen of walvissen tijdens deze oversteek maar beleven wel twee andere, onzichtbare, hoogtepunten: zondagavond zeilen we de internationale datumgrens over. En daarmee is het in één keer maandagavond, dus 24 uur later. Help! We missen een etmaal! Als je ons zou vragen waar we 18 juni 2012 waren, kunnen we maar één ding antwoorden: we waren er niet, we waren nergens… Even hardop redenerend (want het blijft een hersenbrekertje): deze imaginaire lijn ligt precies tegenover de nulmeridiaan bij Greenwich; normaal gesproken op 180 graden maar om economische redenen is deze hier en daar een beetje opgeschoven. Tonga doet veel zaken met Nieuw Zeeland en om die reden willen ze graag bij ‘de andere helft’ horen, terwijl dat geografisch gezien eigenlijk niet zo is. Dus ligt de datumgrens hier op 172.30 graden west. Door de datumgrens liepen we gisteren nog 12 uren achter op de Nederlandse tijd en liggen we nu ineens 12 uren vóór op Nederland. Sinds ons vertrek uit Nederland hebben we nl. iedere 15 graden (elk 1/24e deel van de omtrek van de aarde) naar het westen de klok een uur teruggezet. Eigenlijk hebben we daarmee iedere keer een uurtje ‘erbij’ gesnoept, en die geven we nu terug. En we geven meteen maar 12 uren extra weg, die we vanaf nu iedere 15 graden terugkrijgen, tot we weer in Nederland zijn. Zo blijft het overdag gewoon licht én zo voorkomen we dat we bij terugkomst in Nederland 24 uur achterlopen. Het heeft even geduurd maar het kwartje is hier gevallen.

Een ander hoogtepunt: we varen zondag langs de top van een ‘onderwaterberg’, de Capricorn Seamount. De top van deze berg ligt op ‘slechts’ 200 meter onder de zeespiegel. Het spectaculaire is, dat het even verderop maar liefst 9,5 km diep is. De bergen zijn hier dus veel hoger dan op het land; er moet zich onder water een werkelijk onvoorstelbaar mooi landschap bevinden en de Seaquest vaart hier gewoon overheen!

Maandagmorgen ehh… pardon: dinsdagmorgen vroeg denderen we de ondieper wordende wateren van Tonga binnen. We hebben de rem erop gegooid om te voorkomen dat we in het donker binnenlopen tussen alle onbekende rifjes en eilandjes door. De genua hebben we helemaal binnengehaald en zo rolt de Seaquest op slechts haar grootzeil tussen het ‘Disney Reef’, de ‘Akkumanes Bank’ en de ‘Campion Breakers’ door. Na vijf etmalen op zee (maar zes etmalen later) proberen we in het doolhof Tonga een rustige ankerplaats te vinden. Met heel veel nadruk op rustig…

Automatisch op de hoogte blijven van onze reis? Meld je aan via bovenstaande rss-button!