Logboek augustus 2012

Tanna, Vanuatu (Melanesië)

Geplaatst op 25-8-2012

Zondag zetten we voet aan wal op het eiland Tanna. Al snel worden we door een jonge vrouw uitgenodigd in haar dorpje, waar we als welkome gasten worden ontvangen. Het leven is er eenvoudig en primitief; de mensen wonen in kleine rieten huisjes zonder enige vorm van luxe. Elektriciteit is er niet en er is slechts één waterkraantje voor het hele dorp. Maar het leven is er goed. Iedereen is vrolijk: kinderen in stoffige broekjes, vrouwen die matten en tasjes vlechten, mannen zittend onder een boom, ja zelfs de loslopende varkens lijken te lachen. De openheid, blijheid en gastvrijheid van de mensen omarmen ons. Links en rechts krijgen we papaya’s, citroenen en bananen toegestopt. Van geld wil men niets weten. Dat is Vanuatu ten voeten uit: rijkdom wordt hier niet gemeten in wat je bezit maar in wat je weg kunt geven. Als we een paar uur later weer bootwaarts gaan, bedankt men ons dat we hier te gast wilden zijn. We zijn overweldigd. Een betere eerste indruk van Vanuatu hadden we ons niet kunnen wensen.

De volgende morgen gaan we naar Lenakel om in te klaren. Achter in een pick-up gaan we op pad, over een hobbelpad dwars door de rimboe van Tanna. Maar liefst 19 man passen er in de auto, plús bagage, zakken meel, stromatten, boodschappen, etc. Als we onze verbazing daarover uitspreken, antwoordt de chauffeur met een glimlach: ‘Ach, als het onze eigen mensen waren geweest, hadden er minstens 25 in gekund!’ Los van de oncomfortabele zitplaats genieten we van de meer dan twee uur durende reis. Het overweldigende groene regenwoud is een lust voor het oog. We passeren het ene na het andere piepkleine dorpje, dat steeds bestaat uit slechts een paar kleine rieten hutjes verscholen tussen het groen, met veel loslopende kippen, varkens, koeien en geiten. De mensen zwaaien en lachen naar ons. We kunnen niet anders dan blij terugzwaaien.

We klaren in – en meteen ook maar weer uit, om onszelf nóg een retourtje over het karrenpad te besparen. Dat we nog een weekje ‘illegaal’ in Vanuatu zullen blijven, vertellen we er maar even niet bij. Daarna bezoeken we de markt, altijd weer één van onze favorieten. De mandarijnen worden kunstig vastgemaakt aan een stok. Die willen wij ook! Na een eenvoudige lunch aanvaarden we de terugreis: een minstens zo lange rit als de heenreis. We stoppen onderweg om steeds weer een andere reden: de chauffeur moet brood kopen, hij wil kava drinken, moet nog wat groente halen, zijn boodschappen thuis afgeven en ga zo maar door. Het kan hier allemaal en wat maakt het eigenlijk uit? Moe, stoffig, met het zand tussen de kiezen én met een gebroken rug komen we aan het eind van de middag weer bij de Seaquest aan. Een slopende maar bijzondere ervaring rijker.

Het kan niet op deze week. We bezoeken de actieve vulkaan Mount Yasur, die we iedere avond vanaf de Seaquest achter de berg zien ‘gloeien’. Achter in de beruchte pick-up gaan we aan het eind van de middag op pad. Via een soort maanlandschap rijden we langzaam maar zeker de helling van de vulkaan op. Eerst staan er nog varens zo groot als bomen langs de kant van de weg maar het landschap wordt steeds meer gereduceerd tot een zwarte woestijn waar niets dan rook uit de berm omhoog komt. Dit wordt serieus!

De laatste 150 meter leggen we te voet af. We klimmen door het zwarte zand omhoog tot we op de rand van de krater staan. Wat we daar horen, zien en voelen is onbeschrijflijk. Mount Yasur gorgelt, sist en rookt voortdurend en dat alleen al maakt heel veel indruk. Maar zo nu en dan begint de grond onheilspellend te trillen en plotseling, na een luide explosie, verlicht een fontein van magma de donkere nacht. Moeder aarde laat ons haar állerbinnenste binnen horen, zien en voelen. Ongelooflijk, indrukwekkend en angstaanjagend tegelijk. Linde staat spontaan ‘oohhh!’ te roepen en begint te klappen, alsof ze naar het vuurwerk van de Dokkumer stadsfeesten staat te kijken. Maren zit plotseling bóórdevol inspiratie voor haar eerste spreekbeurt. ‘En als ik 20 of 27 ben, dan ga ik heel hard sparen en dan wil ik wéér naar de vulkaan.’ En wij? Wij zijn er stil van. Dit is echt onvergetelijk.

In de baai, pal naast de Seaquest, zien we de hele week ook al stoom uit het water en de grond omhoog komen. We gaan aan wal om de ‘hot springs’ eens van dichtbij te bekijken. Direct worden we opgevangen door twee meisjes, die ons de weg wijzen naar de bronnen, deels verscholen in het groene woud. De aarde stoomt, sist en borrelt. Het water is zó heet, dat je er een avondmaaltje in kunt koken – en dat doet men dan ook. Op plekken waar het water iets minder heet is, nemen kinderen een warm bad en doen vrouwen de was. De kleigrond op de dampende berghelling is zó kleurrijk, dat het kant-en-klare verfpasta is. Schmink voor Maren!

Regelmatig wordt er bij de Seaquest aangeklopt door een ‘local’ in een kano vol met ruilhandel: fruit en groenten uit eigen tuin in ruil voor onze brandstof, kleding, schoolspullen, visgerei, etc. De bananen komen ons de neus uit maar de lol van het ruilen is zó groot, dat we toch iedere keer weer iets ‘op verzoek’ uit de kast halen. Voor blijde gezichten doen we alles.

Een last-but-not-least hoogtepunt deze week is een uitnodiging voor het bijwonen van een eeuwenoude traditie op Tanna: de Kastom-ceremonie. Jongens tussen de 5 en 10 jaar worden na hun besnijdenis drie weken de bush in gestuurd zonder hun ouders, waar ze door andere mannen op een geheime plek worden voorbereid op het ‘man-zijn’. Op deze feestelijke dag keren de jongens terug uit de rimboe en dat wordt gevierd met dans, muziek, eten en cadeaus. Niks dansshow voor toeristen, dit is het échte Vanuatu in haar volste glorie en wij mogen daar deelgenoot van zijn!

’s Morgens vroeg al gaan we op pad om op tijd bij de ceremonie aanwezig te zijn. We moeten eerst namelijk ruim een uur lopen door het regenwoud. Links en rechts sluiten feestelijk geklede mensen aan bij de steeds langer wordende stoet feestgangers. Alle dorpjes lopen leeg voor de ceremonie. De vrouwen en meisjes zijn gekleed in vrolijk gekleurde strorokjes. Ze dragen pluimen met gekleurde veren in hun kroeshaar en zijn al even kleurrijk geschminkt. In takken van gedroogde wilde hibiscus, die ze met zich meedragen, hangen snoepjes en cadeautjes voor de kinderen. Wij voelen ons maar sobertjes gekleed in de verder zo vrolijke stoet. En dat is misschien wel de juiste plek.

Eenmaal in het dorp is men druk in de weer met de laatste voorbereidingen voor de ceremonie. De mannen maken een soort ‘feeststapels’, één voor iedere stam, te beginnen met hete kolen, met daarop het te bereiden feestmaal. Het eten wordt afgedekt met bladeren en takken, gevlochten matten, héél veel gekleurde lappen stof en tot slot de rest van de cadeaus: gevlochten tasjes, matten, peddels, suikerriet, etc.

De jongetjes keren met veel ritueel terug uit het bos. Het emotionele jammeren van één van de moeders gaat ons door merg en been. De jongens zijn ‘verstopt’ tussen de mannen en na veel zang en dans worden ze ‘bevrijd’ uit de kring en mogen ze terugkeren naar hun familie. De stapels worden afgebroken en de cadeaus en het eten worden verdeeld. Veel cadeaus zijn bestemd voor de oudste broer van de moeder van de jongetjes, die een belangrijke rol in de familie heeft. De ‘jonge mannen’ (in onze ogen nog érg klein) zijn gehuld in een strorokje en op hun gezicht is o.a. een snor geschminkt. Ze lijken er wat gelaten onder, ondergaan wat ze moeten ondergaan en genieten vooral van alle lekkers en de cadeautjes. Maren bekijkt het ritueel samen met een paar jongens vanuit een boomhut-uit-haar-dromen.

Het feest gaat nog tot diep in de nacht door maar wij gaan weer naar ons eigen vertrouwde eilandje, de Seaquest. Vanuatu heeft ons hart veroverd. We zitten vol van de indrukken. En eigenlijk lopen we een beetje over, zó veel indruk maakt Vanuatu. Het is tijd om verder te reizen maar Vanuatu verdient een tweede ronde. Volgend jaar hopelijk meer…

Link + foto's

Oversteek Fiji – Vanuatu

Geplaatst op 19-8-2012

De aanvankelijk voorspelde 8 meter hoge golven zijn gelukkig verdwenen als sneeuw voor de zon en dus maken we ons op voor vertrek naar Vanuatu. Nog één keer gaan we zwemmen (mét glijbaan) in het Radisson Hotel en we krijgen een dansshow op de koop toe. Ons allerlaatste Fijische geld, plús dat van de Luna Verde, besteden we aan boodschappen en souvenirs en dan is het tijd om uit te klaren in Lautoka.

‘Customs and immigrations’ zitten in hetzelfde kleine kantoortje maar dat betekent niet automatisch dat ze er dezelfde spelregels op nahouden: customs verwacht dat we binnen 24 uren na het uitklaren Fiji hebben verlaten. Sounds reasonable. Maar immigratie eist dat we binnen één uur zijn vertrokken. Ze vergeten dat het in de praktijk soms anders werkt. We praten als brugman om iets langer te mogen blijven maar ze lijken onvermurwbaar. Als de betrokken beambte uiteindelijk van boord gaat, meldt hij op de valreep tussen neus en lippen door: “Maar we hebben niet gezegd hoe hard je moet varen en we controleren ook niet zo vaak...” We got the message. En dat laten we ons geen twee keer zeggen!

Woensdagmorgen varen we daarom weg uit Lautoka met de mededeling dat we Fiji onmiddellijk zullen verlaten maar in werkelijkheid gooien we ons anker nog één keer uit bij een klein tropisch eilandje even verderop. Buiten het zicht van de beambten wel te verstaan. En onze AIS hebben we voor de zekerheid ook maar even uitgezet. We snorkelen er heerlijk en gaan ’s nachts aan de mooring bij Musket Cove; het eilandje waar het voor ons allemaal begon in Fiji. En zo is de cirkel weer rond.

Donderdagmiddag om 2 uur is het dan écht zo ver: we beginnen aan de oversteek van 460 mijl naar Vanuatu. Er staat meer wind dan voorspeld (as usual…) maar dat kunnen we best hebben. De Luna Verde en de Seaquest koersen onder zeil richting de ‘uitgang’. Uitgezwaaid door een paar dolfijnen varen we een uurtje later tussen de laatste riffen door. Wég beschutting. Tijd voor het echte werk.

Met een mooie halve wind racen we de volle zee op, gewapend met kotterfok en gereefd grootzeil: 9 knopen op de teller, joehoe! Maar na een ‘nogal spectaculair’ begin van de tocht wordt diezelfde tocht ‘nogal misselijkmakend’, zelfs met de zeeziektepleister achter het oor. En dus brengen we de rest van de middag bij voorkeur liggend in de kuip of half slapend in bed door. We moeten weer even inslingeren na zes weken Fiji. ’s Nachts gaat het met de hele familie gelukkig al weer stukken beter.

Maar dan houdt plotseling de generator er mee op. Oververhit. Onze ketelbink gaat de volgende morgen de machinekamer in en dat is geen sinicure op een schommelend schip. Een kapotte impeller blijkt de oorzaak te zijn van de oververhitting. Het vervelende daarvan is, dat de schoepjes in ‘het systeem’ terecht zijn gekomen. Midden op zee alles uit elkaar halen is geen optie en daarom gaan we er voor het gemak maar vanuit dat de schoepjes wel doorgespoeld zullen zijn.

Onze tweede dag op zee zeilen we nog steeds heerlijk én recht op ons doel af. Er is echter één probleem: als we in dit tempo doorgaan, komen we véél te vroeg (lees: in het pikkedonker) aan bij Vanuatu. Normaal gesproken hoeft dat geen probleem te zijn maar de kaarten zijn hier dusdanig onbetrouwbaar, dat we perse bij daglicht aan willen komen. We moeten dus afremmen en niet zo’n beetje ook. De genua rollen we volledig in en daarmee leveren we twee knopen snelheid in. Eigenlijk is het best komisch: normaal gesproken doen we er alles aan om de Seaquest harder te laten lopen maar nu halen we alles uit de kast om haar af te remmen. En dat valt nog niet mee. We doen een spoedcursus ‘zeer foute zeilvoering’ en daarmee weten we uiteindelijk de snelheid terug te brengen naar 5,5 tot 6 knopen. Minder zit er echt niet in.

Ondertussen wordt de zee steeds onrustiger en wij gaan op en neer en heen en weer. We zitten inmiddels helemaal in het ritme van de oceaan en voor alle losse spullen hebben we een overvloed aan antislip matjes aan boord. Wijzelf en ook de boterhammen met vruchtenhagel staan dan ook zeevast. Maar we hebben niet gerekend op een golf die weliswaar geen invloed heeft op de plaats van het bord maar wél op wat er óp dat bord ligt. De vruchtenhagel vliegt Linde letterlijk om de oren en rolt vervolgens achter de bank, onder de vloerdelen en op nog veel meer plekken waar we dat liever niet willen. Chips! Nou ja, we kunnen er maar beter om lachen want dit hoort gewoon bij het leven op zee.

De laatste nacht op zee is het rustig. Er staat weinig wind en de zee wordt alsmaar gladder. Rond middernacht slingeren we, voor het eerst tijdens deze oversteek, de Volvo Penta aan en zo leggen we de laatste mijlen af op de motor. Onze ‘bewust foute zeilvoering’ van de afgelopen dagen heeft gewerkt: precies bij het ochtendgloren zien we Vanuatu liggen. Het eiland rijst op uit de zee, met aan top een helderrode gloed met een rookwolk erboven. Wow! Dit moet de vulkaan zijn!

Zondagmorgen in alle vroegte gooien we ons anker uit in de baai Port Resolution bij het eiland Tanna. Meteen worden we welkom geheten door ene Tom in een kano. Hij maakt ons een beetje wegwijs, biedt ons papaya’s en broodfruit uit eigen tuin aan en vraagt of wij zijn mobiel aan de stroom willen zetten om op te laden. Als dank nodigt hij ons uit in het dorpje waar hij woont. Tanna lonkt naar ons. Maar we duiken eerst nog even onze bedjes in. Alles op zijn tijd.

 

P.S. Foto`s vorige stukje zijn toegevoegd

Link + foto's

Fiji: Port Denarau en Robinson Crusoe Island

Geplaatst op 12-8-2012

Hiep hiep hoera! Onze kapitein viert zondag zijn 46e verjaardag! We worden die dag wakker bij het eiland Waya in de stromende regen. De sfeer is er niet minder om maar toch besluiten we in de loop van de ochtend ankerop te gaan. We wilden op de Yasawa's nog gaan snorkelen met mantaroggen, we wilden graag naar de baai waar de film The Blue Lagoon is opgenomen, we wilden... Maar in de regen worden de blauwe baaitjes en witte strandjes van de Yasawa's toch minder aantrekkelijk. We kiezen daarom voor wat meer bewoonde wereld en varen terug naar Port Denarau Marina op het eiland Viti Levu. De donkere dreigende wolken achter de Seaquest, boven de Yasawa's, lijken onze keuze kracht bij te zetten. Bijkomend voordeel: zondagavond hebben we weer een goede internet- en telefoonverbinding. Huib Jan kan daardoor ongelimiteerd Skypen met familie en vrienden en felicitaties vanaf de andere kant van de wereld in ontvangst nemen.

In Denarau slaan we aan het klussen: al een paar maanden trilt/klapt er iets onder de boot als we op de motor varen en dat geluid wordt langzaam maar zeker erger. En wij worden navenant onrustiger. Is het de aquadrive? Of toch de schroef? Of...? Na veel onderzoek, navraag en mailcontact met leveranciers en monteurs in Nederland tasten we nog steeds in het duister over de oorzaak en we zijn er niet echt gerust op. Ons onderbuikgevoel zegt dat er meer aan de hand is. Maar wat? En houden we het zo wel vol tot Nieuw-Zeeland? Wordt vervolgd...

Ook op huishoudelijk vlak moet er het nodige worden gerepareerd. Onze vaatwasser weigert dienst, omdat de circulatiepomp kapot is. Balen maar ach, er zijn ergere dingen. Gelukkig hebben we nog een afwasborstel in de kast liggen. Ook de pomp van het toilet is stuk. Dat is zo'n rotklusje waarvan je weet dat het een keer gaat komen maar als het dan écht zo ver is, word je toch nog onaangenaam verrast. Als Huib Jan de slangen loshaalt, kan Maren haar niet echt meer concentreren op haar schrijftoets, door de poepdampen die niet van de lucht zijn. Onze kapitein lijkt immuun voor de luchten en vervangt de oude pomp door een gloednieuwe, die we 'toevallig' al twee jaar onder de vloer hadden liggen, met dank aan de vorige eigenaar van de boot. Vieze haren en klompen met zeezout hebben de oude pomp de nek omgedraaid.

We varen halverwege de week naar 'Robinson Crusoe Island', waar we een paar dagen willen gaan genieten van het strand maar helaas... wéér komt het met bakken uit de hemel. 's Avonds gaan we, gewapend in regenjassen en met paraplu's, toch nog van boord voor een spectaculaire show met vuurdansers, vuurspuwers, mensen die op hete kolen lopen en dansende Fiijiaanse schonen, gekleed in slechts een topje van twee halve kokosnoten en een strorokje. We smullen ondertussen van een traditioneel bereide 'lovo', die vorige week aan onze neuzen voorbij ging toen we halsoverkop ankerop moesten gaan. En zo wordt het toch nog een leuke dag.

Aan het eind van de week is onze 'familie' weer compleet en zelfs uitgebreid: Thijs en Wilma komen terug uit Nederland en ook Michela vaart de komende weken mee op de Luna Verde. Watertandend staan we bij de gate Thijs en Wilma op te wachten want we weten wat ze in de tas hebben: Hollandse kaas! Huib Jan kijkt smachtend over het randje van de schermen of hij ze (de kazen) al ziet maar achter de schermen voltrekt zich een klein drama: de kazen, vier stuks maar liefst, worden in beslag genomen...

Langzamerhand gaan we ons opmaken voor de oversteek naar Vanuatu. Alhoewel... Er is tot 30 knopen wind voorspeld en (erger) een golfhoogte van 8,5 meter. We genieten dus nog maar even op Fiji, tot zich een geschikt 'weather window' aandient. Geen straf overigens.

Link + foto's

Fiji: de Yasawa's

Geplaatst op 4-8-2012

We hebben het er maar druk mee deze week: het vinden van een geschikte ankerplek. Maar 'geschikte' is dan ook een zéér veranderlijk begrip.

Eerst even terug naar het begin van de week. De zon schijnt weer volop en de harde wind heeft plaatsgemaakt voor een mooi zeilbriesje. Zondag verlaten we daarom Musket Cove; op naar de Yasawa's, zo'n 30 mijl verderop, waar we al een paar weken van dromen. De Yasawa-groep is de meest noordwestelijk gelegen eilandengroep van Fiji en de eilanden zijn 'bemind' om hun witte stranden, blauwe baaien, grillige berglandschappen, authentieke dorpjes en mooie snorkelplekken. Onder zeil manoeuvreren we tussen het ene na het andere onbewoonde eilandje door. Het is erg verleidelijk om meteen al bij het eerste eilandje ons anker uit te gooien, een kokosnoot uit de boom te halen en met onze billen bloot op het strand te gaan zitten. Maar we weerstaan de verleiding.

Het is een heerlijke tocht en net voordat het donker wordt willen we ons anker uitgooien in een aantrekkelijk uitziend baaitje. Maar daar klappen we plotseling keihard met ons roer op een koraalrif. Oeps! En er liggen er nog veel meer verscholen onder het wateroppervlak. We spelen liever op safe en kiezen voor een andere baai: Waikoka baai, tussen de eilandjes Waya en Waya Lailai. Inmiddels is het donker als we daar aankomen en dus is ankeren alsnog een gok. Maar onze inmiddels zeer ervaren kapitein loodst ons in het licht van de maan naar een veilige ankerplek. Helemaal alleen ligt de Seaquest in een prachtig beschutte baai met wijds uitzicht op zee, wát een uniek gevoel!

Op maandagochtend willen we, voordat we met school beginnen, even lekker naar het strand om wakker te worden. De boterhammen, een fles mangosap en vers fruit nemen we mee als ontbijt. Nog voordat we voet aan wal zetten worden we welkom geheten door de lokale jeugd met een blij 'Bula!' vanaf het strand, waar we helemaal vrolijk van worden. Ze vinden het maar wát leuk dat we er zijn, laten ons dan ook geen moment alleen en vragen ons de oren van het hoofd. Ons ontbijt verdelen we in kleinere porties en zo is er voor iedereen wat lekkers bij. Samen gaan we daarna schelpjes zoeken (Linde), hardloopwedstrijdjes doen (Maren) en slenteren over het strand. Bij eb zijn de twee eilanden zijn door een smalle 'sand bridge' met elkaar verbonden: een prachtplek met speervissende vrouwen die het plaatje helemaal áf maken. De kinderen van Waya Lailai moeten naar school (en wij trouwens ook) en daarom nemen we na een paar uurtjes weer afscheid van elkaar. Wát een onverwacht unieke ochtend!

We varen naar Likuliku baai aan de noordwestkant van Waya, waar we ons anker uitgooien bij Octopus resort. 's Nachts liggen we behoorlijk te rollen in de baai en dus ook in onze bedjes. Oei. Dat is toch weer even wennen, na drie weken zo vast als een huis te hebben gelegen in de beschutting van een marina. En het is compleet tegen alle voorspellingen in. Ach, denken we nog, als we eenmaal weer gewend zijn aan het schommelen valt het vast wel mee...

De concentratie in de schommelende schoolbanken is die ochtend echter ver te zoeken, zowel bij de juf als bij de leerlingen. We maken van de nood een deugd en vluchten 's middags naar het resort waar we meer dan welkom zijn en gebruik mogen maken van alle faciliteiten, inclusief zwembad. Nou, daar kunnen we wel aan wennen! Maar de vreugde is van korte duur want even later is de branding angstaanjagend en verderop zien we de Seaquest wild tekeer gaan. Tijd voor actie. Tijd voor ankerop. We wagen ons in de dinghy door de branding heen, springen op een gunstige golf aan boord van de Seaquest en varen naar de oostkant van Waya, in de beschutting van het eiland. Dat blijkt een goede keuze.

Na een rustige nacht proberen we het een dag later opnieuw bij Octopus Resort maar de geschiedenis herhaalt zich: opnieuw gaan we aan het eind van de middag halsoverkop ankerop en opnieuw brengen we de nacht noodgedwongen door aan de oostkant van Waya. Deze keer hebben we pech want de baai is niet meer zo beschut als de nacht ervoor. Dat is ronduit vermoeiend en we besluiten daarom de volgende ochtend een eiland noordelijker te gaan, naar Naviti. Dat is slechts 7 mijl varen maar het is een pittig tochtje: strak aan de wind en veel gehannes met ons grootzeil, dat vast komt te zitten in de mast. Net als altijd loopt het ook deze keer goed af maar het geeft toch een hoop stress.

Dat onze eigen waarneming tijdens het varen minstens zo belangrijk is als een kaart, blijkt maar weer eens als we tussen de riffen bij Naviti door varen. De kaarten zijn hier namelijk niet altijd (lees: altijd niet) zo betrouwbaar als thuis. Als we de kaart op de plotter hadden gevolgd, dan was ons schip nu gezonken en waren wij onderweg naar huis geweest. Gelukkig hebben we nog een paar goede ogen en een beetje gezond verstand maar toch blijft het een raar gevoel als je volgens de kaart pal over een rif heen vaart.

We vinden een min of meer beschutte ankerplek maar echt lekker slapen doen we wéér niet, aangezien de wind aantrekt en we daardoor steeds onrustiger liggen. En dus gaan we de volgende dag wéér ankerop, op zoek naar een rustigere plek. Die vinden we in Cuvu baai, waar we die nacht heerlijk slapen. Hèhè! Eindelijk een mooie én rustige plek gevonden! Niet dus...

Zaterdagmiddag gaan we in onze dinghy naar het resort om de hoek. We maken daar kennis met een traditionele manier van voedsel bereiden, de 'lovo': in een gat in de grond wordt op hete kolen een complete maaltijd, verpakt in bananenbladeren en afgedekt met o.a. bladeren en aarde, in twee uur gaar gekookt/gerookt. We maken helaas alleen de bereiding van de lovo mee want als we vanaf het strand een blik op de Seaquest werpen, is de baai veranderd in één grote kermis. Waar we net nog vredig aan de ankerketting lagen, gaat de Seaquest nu 'als een gek' tekeer. Zo blijkt maar weer, de natuur laat niet met zich sollen en we hebben geen keus: terug naar de boot en ankerop. Er is één probleem: het wordt al donker en nergens bij Naviti is wél een geschikte ankerplek te vinden. Wat nu? We gaan rechtsomkeert naar Waya, naar de baai waar we eerder onze toevlucht zochten. Dat is een uur varen in het donker maar we kennen de baai dus dat durven we wel aan. Het is in ieder geval beter dan blijven liggen.

De vraag is wat we nu gaan doen. De weersvoorspellingen zijn niet echt gunstig voor een plek als de Yasawa's: veel regen en de wind blijft zo onvoorspelbaar als wat. Hoe mooi de Yasawa's ook zijn, we willen een geschiktere plek. Een plek die niet zo aan verandering onderhevig is wel te verstaan .

Link + foto's