Oversteek Fiji – Vanuatu

19-8-2012

De aanvankelijk voorspelde 8 meter hoge golven zijn gelukkig verdwenen als sneeuw voor de zon en dus maken we ons op voor vertrek naar Vanuatu. Nog één keer gaan we zwemmen (mét glijbaan) in het Radisson Hotel en we krijgen een dansshow op de koop toe. Ons allerlaatste Fijische geld, plús dat van de Luna Verde, besteden we aan boodschappen en souvenirs en dan is het tijd om uit te klaren in Lautoka.

‘Customs and immigrations’ zitten in hetzelfde kleine kantoortje maar dat betekent niet automatisch dat ze er dezelfde spelregels op nahouden: customs verwacht dat we binnen 24 uren na het uitklaren Fiji hebben verlaten. Sounds reasonable. Maar immigratie eist dat we binnen één uur zijn vertrokken. Ze vergeten dat het in de praktijk soms anders werkt. We praten als brugman om iets langer te mogen blijven maar ze lijken onvermurwbaar. Als de betrokken beambte uiteindelijk van boord gaat, meldt hij op de valreep tussen neus en lippen door: “Maar we hebben niet gezegd hoe hard je moet varen en we controleren ook niet zo vaak...” We got the message. En dat laten we ons geen twee keer zeggen!

Woensdagmorgen varen we daarom weg uit Lautoka met de mededeling dat we Fiji onmiddellijk zullen verlaten maar in werkelijkheid gooien we ons anker nog één keer uit bij een klein tropisch eilandje even verderop. Buiten het zicht van de beambten wel te verstaan. En onze AIS hebben we voor de zekerheid ook maar even uitgezet. We snorkelen er heerlijk en gaan ’s nachts aan de mooring bij Musket Cove; het eilandje waar het voor ons allemaal begon in Fiji. En zo is de cirkel weer rond.

Donderdagmiddag om 2 uur is het dan écht zo ver: we beginnen aan de oversteek van 460 mijl naar Vanuatu. Er staat meer wind dan voorspeld (as usual…) maar dat kunnen we best hebben. De Luna Verde en de Seaquest koersen onder zeil richting de ‘uitgang’. Uitgezwaaid door een paar dolfijnen varen we een uurtje later tussen de laatste riffen door. Wég beschutting. Tijd voor het echte werk.

Met een mooie halve wind racen we de volle zee op, gewapend met kotterfok en gereefd grootzeil: 9 knopen op de teller, joehoe! Maar na een ‘nogal spectaculair’ begin van de tocht wordt diezelfde tocht ‘nogal misselijkmakend’, zelfs met de zeeziektepleister achter het oor. En dus brengen we de rest van de middag bij voorkeur liggend in de kuip of half slapend in bed door. We moeten weer even inslingeren na zes weken Fiji. ’s Nachts gaat het met de hele familie gelukkig al weer stukken beter.

Maar dan houdt plotseling de generator er mee op. Oververhit. Onze ketelbink gaat de volgende morgen de machinekamer in en dat is geen sinicure op een schommelend schip. Een kapotte impeller blijkt de oorzaak te zijn van de oververhitting. Het vervelende daarvan is, dat de schoepjes in ‘het systeem’ terecht zijn gekomen. Midden op zee alles uit elkaar halen is geen optie en daarom gaan we er voor het gemak maar vanuit dat de schoepjes wel doorgespoeld zullen zijn.

Onze tweede dag op zee zeilen we nog steeds heerlijk én recht op ons doel af. Er is echter één probleem: als we in dit tempo doorgaan, komen we véél te vroeg (lees: in het pikkedonker) aan bij Vanuatu. Normaal gesproken hoeft dat geen probleem te zijn maar de kaarten zijn hier dusdanig onbetrouwbaar, dat we perse bij daglicht aan willen komen. We moeten dus afremmen en niet zo’n beetje ook. De genua rollen we volledig in en daarmee leveren we twee knopen snelheid in. Eigenlijk is het best komisch: normaal gesproken doen we er alles aan om de Seaquest harder te laten lopen maar nu halen we alles uit de kast om haar af te remmen. En dat valt nog niet mee. We doen een spoedcursus ‘zeer foute zeilvoering’ en daarmee weten we uiteindelijk de snelheid terug te brengen naar 5,5 tot 6 knopen. Minder zit er echt niet in.

Ondertussen wordt de zee steeds onrustiger en wij gaan op en neer en heen en weer. We zitten inmiddels helemaal in het ritme van de oceaan en voor alle losse spullen hebben we een overvloed aan antislip matjes aan boord. Wijzelf en ook de boterhammen met vruchtenhagel staan dan ook zeevast. Maar we hebben niet gerekend op een golf die weliswaar geen invloed heeft op de plaats van het bord maar wél op wat er óp dat bord ligt. De vruchtenhagel vliegt Linde letterlijk om de oren en rolt vervolgens achter de bank, onder de vloerdelen en op nog veel meer plekken waar we dat liever niet willen. Chips! Nou ja, we kunnen er maar beter om lachen want dit hoort gewoon bij het leven op zee.

De laatste nacht op zee is het rustig. Er staat weinig wind en de zee wordt alsmaar gladder. Rond middernacht slingeren we, voor het eerst tijdens deze oversteek, de Volvo Penta aan en zo leggen we de laatste mijlen af op de motor. Onze ‘bewust foute zeilvoering’ van de afgelopen dagen heeft gewerkt: precies bij het ochtendgloren zien we Vanuatu liggen. Het eiland rijst op uit de zee, met aan top een helderrode gloed met een rookwolk erboven. Wow! Dit moet de vulkaan zijn!

Zondagmorgen in alle vroegte gooien we ons anker uit in de baai Port Resolution bij het eiland Tanna. Meteen worden we welkom geheten door ene Tom in een kano. Hij maakt ons een beetje wegwijs, biedt ons papaya’s en broodfruit uit eigen tuin aan en vraagt of wij zijn mobiel aan de stroom willen zetten om op te laden. Als dank nodigt hij ons uit in het dorpje waar hij woont. Tanna lonkt naar ons. Maar we duiken eerst nog even onze bedjes in. Alles op zijn tijd.

 

P.S. Foto`s vorige stukje zijn toegevoegd

Automatisch op de hoogte blijven van onze reis? Meld je aan via bovenstaande rss-button!