Mauritius

9-10-2013

Ik zou bijna een boek kunnen schrijven over alle 'projecten' op de Seaquest deze week, over schade bij de woelige kade in Port Louis, over kortsluiting in de accu's, over rondvliegende vonken, over brandgaten in de vloerbedekking, over zaagsel in ons bed, over scherven die (on)geluk brengen, over loshangende plafonds, over glassplinters in de voeten, over de boordcomputer die crasht, over een koelkast die ook nog eens het loodje legt, over alle onderdelen die we dringend nodig hebben maar die ze op Mauritius NIET verkopen, over roet van verbrand suikerriet in de bekleding, etcetera etcetera, maar uiteindelijk gaat het om het resultaat: alles doet het weer en alles is weer gemaakt op de Seaquest!

Ieder eiland heeft wel een 'mannetje' voor de 'yachties': hij kent de weg, kent de mensen, heeft zo zijn adresjes (of vindt die wel) en hij regelt en ritselt alles; hij is gids, taxichauffeur, onderhandelaar, regelneef en uitvoerder in één persoon. Op Mauritius is dat Rachid, een vrolijke man voor wie werkelijk niets te gek is. Mede dankzij hem (maar nog meer dankzij onze kapitein) ziet de Seaquest er in anderhalve week tijd weer spic en span uit.

Verder is het veel interessanter om te vertellen over een eiland dat zo opvallend 'leuk' multi-culti en kleurrijk is als Mauritius. Mauritius, Rodrigues en Réunion worden samen ook wel de Mascarene eilanden genoemd. En samen met Rodrigues vormt Mauritius dan weer het meest oostelijk gelegen Afrikaanse land. Puur Afrikaans is het echter niet; het is een smeltkroes van culturen. O.a. Indiërs, Creolen, Chinezen en Fransen leven hier 'gemoedelijk' samen. Onze eerste kennismaking met de hoofdstad Port Louis is alleszeggend: we zien Indische dames in mooie kleurige gewaden, Afrikanen die van alles en nog wat op straat verkopen, kleurrijk geklede Mongoliërs die dansen opvoeren en Aziatische vissers, in groepjes dolend door de straten op oranje slippers. Maar de allerleukste plek in Port Louis is misschien wel de overdekte groente- en fruitmarkt, die net zo kleurrijk en vrolijk is als de mensen op Mauritius.

Van de Nederlandse tijd in de 17e eeuw op Mauritius zijn eigenlijk alleen een ruïne en de naam Mauritius (naar de toenmalige stadhouder Prins Maurits) overgebleven en als derde dan nog de 'eer' dat de Nederlanders de dodo hebben ontdekt én uitgeroeid. Opvallend is trouwens hoe lang een eiland kan teren op de roem van een uitgestorven vreemde loopvogel: na ruim drie eeuwen wordt er met souvenirs nog steeds veel geld verdiend aan de dodo.

Echt groot is Mauritius niet en daarom krijgen we in twee dagen een goede indruk van het eiland. Op Mauritius wisselen vlakke stukken land en grillige bergen met hoge pieken elkaar af. Het landschap is vrij kaal, met uitzondering van de vele rietsuikervelden en ananasplantages, een belangrijke bron van inkomsten voor de Mauritaniërs. De absolute topper op natuurgebied is het 'Black River Gorges National Park', een prachtig stukje Mauritius met groen beboste bergen. Als wij er zijn regent het -niet voor niets is het er zo groen- maar zelfs dan zijn de vergezichten prachtig.

We rijden door kleine dorpjes en stadjes waar we het échte Mauritius krijgen te zien, ver weg (zo lijkt het) van alle luxe resorts aan de kust. En omdat we veel moeten regelen voor de Seaquest, komen we ook écht in contact met de Mauritaniërs: allemaal vriendelijke, behulpzame en zéér flexibele mensen met een instelling van 'hebben we het niet, dan maken of regelen we het wel, geen probleem.'

We bezoeken de Ganga Talao, een hindoetempel en belangrijk bedevaartsoord gelegen aan het kratermeer Grand Bassin. Veel families brengen er een offer aan de rand van het heilige meer of in één van de omringende tempeltjes. Het markante gouden beeld dat naast het meer staat is... groot.

In 'La Vanille Réserve', een schildpadden- en krokodillenpark, speelt de reuzenschildpad onbetwist de hoofdrol, in ieder geval voor Maren en Linde. Maar liefst 500 schildpadden wandelen er vrij rond door het reservaat en zeg nou zelf: een schildpad aaien en een ritje maken op een reuzenschildpad, dat maak je toch niet iedere dag mee? Maren vindt het 'megacool' en Linde vindt het 'het spannendste wat ik in mijn hele leven heb gedaan". Unieke plaatjes en filmpjes levert het op.

Bij 'Bois Chérie' bezoeken we een kleinschalige theefabriek, waar we kennismaken met het hele proces van theemaken, van de theeplant tot een proeverij van thee. Als fervent theedrinker vind ik dat natuurlijk interessant om te zien en het is vooral ook lekker. De plantage is schitterend gelegen en het groene tapijt van theeplanten op een glooiende heuvelrug is indrukwekkend mooi.

Een prachtig natuurlijk kunstwerk vinden we bij 'Terre des Couleurs': zeven verschillende kleuren golvend zand op een paar honderd vierkante meter, het wonderlijke resultaat van de erosie van vulkanische as. Maren en Linde zouden er het liefst in gaan spelen maar helaas, dat is niet toegestaan.

Op de valreep voor ons vertrek bezoeken we één van de zeven fabriekjes op Mauritius waar ze handmatig scheepsmodellen maken: vakmanschap waar we ons over verbazen en waar heel veel precisie en een jobsgeduld voor nodig is. Als we een tot in de kleinste details nagemaakt model van 'De Friesland' zien staan, tja, dan zijn we verkocht...

Na een drukke anderhalve week op Mauritius gooien we woensdagmiddag onze trossen weer los van de kade in Port Louis. Als 'uitzetter' ontvangen we bij het wegvaren nog een laatste laag roet op ons net schoongespoten dek. Hmmm... zo gaat het al ruim een week: lege suikerrietvelden worden platgebrand, om plaats te maken voor de volgende lichting suikerriet. En de resten van die laatste rietstengels landen precies op de Seaquest. Tja, wat kun je ervan zeggen? Van lucht alleen kun je niet leven, zelfs niet op een eiland als Mauritius.

Automatisch op de hoogte blijven van onze reis? Meld je aan via bovenstaande rss-button!