Logboek november 2013

Kaapstad

Geplaatst op 26-11-2013

Wát een stad, Kaapstad! Midden in het 'Waterfront', hét winkel- en uitgaansgebied van Kaapstad, liggen de Luna Verde en de Seaquest in de marina. Het is zomer, de terrassen zitten vol, iedereen is vrolijk en straatartiesten maken het gebied nog kleurrijker dan het is. Eén en al energie straalt de stad uit. En toch is het o zo heerlijk rustig als we op de Seaquest zijn, nou ja, op één ding na dan: de zeehonden op de steiger houden ons de eerste nachten behoorlijk wakker met hun geblaf. Maar verder zorgen deze 'huisdieren' vooral voor veel vermaak en mooie plaatjes.

Op nog geen vijf minuten lopen bevindt zich de 'Foodmarket', een levendige plek: ik heb hem nog nooit zo gevarieerd, gezellig, sprankelend, interactief en lekker gezien als hier. Naast de Seaquest bevindt zich een droogdok, nog volop in gebruik. Toeristen en 'locals', industrie en toerisme; alles gaat hier gemoedelijk samen en dat zorgt voor die zo bijzondere sfeer.

Mijn ouders, broer, schoonzus én neefje Rick komen drie weken vakantie vieren in Kaapstad en wij vieren dat met hen mee; een verlate herfstvakantie en vervroegde kerstvakantie in één. Het weerzien met de familie na twee jaar is heel speciaal - en dat op een plek als deze! Maar het meest bijzonder is misschien wel dat we ons neefje Rick voor de állereerste keer 'live' kunnen zien en knuffelen.

Als grote verrassing ontmoeten we deze week ook nog Foppe en Richtsje, die we kennen uit Grou, zomaar ineens op een terrasje. Hoe toevallig is het dat zij nu ook in Kaapstad zijn en dat we elkaar dan ook nog tegen het lijf lopen?

Als we 's ochtends de kuip instappen is het eerste dat we zien de Tafelberg. Al wéér zo'n unieke plek voor de Seaquest. Diezelfde Tafelberg domineert niet alleen ons uitzicht vanuit de kuip maar werkelijk vanuit de hele stad. Het wolkenspel rond de berg is fascinerend: het 'witte tafellaken' plooit zich regelmatig om de top van de Tafelberg heen. Eén van de eerste dingen die we gaan bezichtigen is dan ook de Tafelberg - daar kun je gewoon niet omheen. We gaan met de kabelbaan omhoog, treffen een perfect heldere, windstille dag en genieten van het prachtige uitzicht.

Maar Kaapstad heeft veel meer te bieden dan het Waterfront en de Tafelberg: prachtige stranden, ruige kusten, mooie Kaaps-Hollandse huizen, gezellige markten en kleurrijke wijken. Vooral de wijk Bo Kaap, de oudste woonwijk van Kaapstad, valt op door haar kleurige rijtjeshuizen.

Als we een dag naar het plaatsje Hermanus aan de zuidkust gaan om walvissen te spotten, rijden we langs grote sloppenwijken - een grote tegenstelling met de luxe villawijken in Kaapstad. We hebben tijdens onze reis al heel veel armoede gezien maar door de grootte van de sloppenwijken maakt dit veel indruk.

De walvissen laten het helaas afweten maar goed, het walvisseizoen is dan ook bijna voorbij. Gelukkig hebben we ze op zee al veel gezien. Meer geluk hebben in 'Betty's Bay', waar we werkelijk duizenden pinguïns zien. Het blijven grappige dieren om te zien, waggelend in hun rokkostuums. De weg langs de kust terug naar Kaapstad is een cadeautje: prachtige bergen, ruige kusten, witte stranden, gezellige kustplaatsjes: een lust voor het oog.

Een mooie dag beleven we in Stellenbosch, waar we twee wijnboerderijen bezoeken. De omgeving is wederom schitterend: de witte Kaaps-Hollandse wijnboerderijen steken mooi af tegen de groene wijnranken op de glooiende heuvels. Het Zuid-Afrikaans kom je hier werkelijk overal tegen; in onze ogen een komisch soort Nederlands - maar goed te verstaan. Eén van de regels in 'Oom Samie Se Winkel' luidt: "Moet asseblief nie in die winkel rook nie." Heerlijk toch, dat taaltje! En de wijnen uit de wijnkelders van Stellenbosch? We vinden ze 'baie lekker', oftewel: die smaken naar méér!

Link + foto's

Oversteek Durban - Kaapstad

Geplaatst op 16-11-2013

Maandag 11 november
"Maar mem, hoe moet dat nou? Het is vandaag Sint Maarten! Dan kunnen we toch niet gaan váren?" Maren en Linde zijn het er roerend over eens: varen op 11 november is onmogelijk. Ook al weet niemand in Durban wat Sint Maarten is. "Weet je, er is niet zo vaak een goed moment om van Durban naar Kaapstad te varen" leg ik uit. "Zo'n moment is er nu wél en als we daarvan gebruik maken, zijn we hopelijk in Kaapstad als de familie daar aankomt." Even is het stil. Maar ze zijn overtuigd. Want de familie, díe willen ze niet missen. "Mogen we dan op zee wel zingen met lampionnen?" vraagt Linde nog. "Natuurlijk, dat zou ík niet willen missen!" zeg ik enthousiast.

Rond het middaguur gooien we onze trossen los van de kade in Durban. Met een beetje gezonde spanning kiezen we het ruime sop; we zijn benieuwd wat de zee en het weer deze tocht weer voor ons in petto hebben... In de stromende regen varen we uit, niks aan. Maar: de barometer staat op 1020 en hij zakt in de loop van de dag verder naar beneden. Dat is een bevestiging dat we ons vertrek goed hebben gepland.

Meteen krijgen we een groot cadeau: drie walvissen geven een showtje weg pal naast de Seaquest. Ze rollen door het water, laten regelmatig hun staarten zien en springen zelfs op uit het water. Wauw! Maar tegelijk vinden we het best spannend, die walvissen zó dichtbij. De onfortuinlijke aanvaring van de Boomerang zit ons nog vers in het geheugen...

We gaan op zoek naar de Agulhasstroom, die ons een flink zetje mee zou moeten geven. We gaan af op de dieptelijnen; rond de 200 meter lijn zouden we het meeste voordeel van de stroom hebben. En ja hoor: een paar uur na ons vertrek hebben we hem te pakken, en hoe! Mister Agulhas himself geeft ons een extra duwtje van drie knopen en dat betekent dat we 9 tot 10 knopen over de grond gaan, zonder al te veel inspanning van de motor.

Met prikpen, kleurpotloden, lijm en vloeipapier zijn de dames de hele middag druk in de weer. Net voordat het donker wordt zijn ze (helemaal trots) klaar en kunnen de lampionnen aan. Uit volle borst zingen ze liedjes. "Mogen we nu een snoepje?" vraagt Linde direct daarna. "Nee joh, dat hoor je niet te vragen, dat is niet netjes!" sist Maren in haar oor. Het is net echt -en misschien nog wel leuker- zo midden op zee. En we belonen ze natúúrlijk met een snoepje. Wel twee.

Dinsdag 12 november
Zes knopen. Zes! De Agulhasstroom wordt steeds enthousiaster. En wij ook. Want zes knopen stroom mee, dat is 'best leuk'! We zijn afwisselend aan het zeilen en motorzeilen; door de gigantische stroom varen we de niet al te harde wind die van achteren komt namelijk 'dood'. We gaan als de brandweer: onze 'speed over ground' komt vandaag niet onder de 11 knopen en regelmatig zelfs op 12 knopen dat is echt uniek. In 24 uur leggen we dan ook ruim 250 zeemijlen af. Hier kan ik wel aan wennen!

Huib Jan en Thijs hebben een dagtaak aan het bestuderen van de gribfiles want die zijn érg veranderlijk. Vooral voor het stuk tussen Port Elizabeth en Kaapstad is het lastig inschatten wat het weer en de wind gaan doen. Maar op basis daarvan moeten we wél rond middernacht een keuze maken of we in één keer doorvaren naar Kaapstad of een tussenstop maken in Port Elizabeth. "Doorvaren" beslissen we uiteindelijk. Onze volgende uitwijkmogelijkheid, Mosselbaai, ligt zo'n 200 mijl verderop en daar zien we wel verder.

Woensdag 13 november
Het is een rommelige nacht met veel buien en een onrustige zee. Maar bij het ochtendgloren is de zee weer zo rustig als het Pikmeer. We varen inmiddels pal west, langs de zuidkust van Zuid-Afrika. De Agulhasstroom werkt nog steeds mee aan onze snelheid maar neemt in de loop van de dag steeds verder af. Het lijkt op een gegeven moment of we niet meer vooruit te branden zijn, wat overigens niet waar is maar vergeleken bij 12 knopen is alles langzaam. Snelheid went snel.

Vandaag hebben we een feestje aan boord want Linde wordt 6 jaar. We vieren het volgende week in Kaapstad maar helemaal onopgemerkt kunnen we deze dag niet voorbij laten gaan. En daarom hangen we slingers op, trekt Linde haar mooiste jurk aan, trakteert ze op het Seaquestcollege op cupcakes, eten we pannenkoeken en krijgt de jarige jet alvast één cadeautje. Via de satelliettelefoon krijgt ze felicitaties uit Nederland en Kenia en Thijs en Wilma van de Luna Verde zingen haar toe door de marifoon. Onze prinses straalt. Het feestje wordt vervolgens ruw onderbroken door een iets te grote vissersboot die op ramkoers ligt. Over tot de orde van de dag.

Net voor zonsondergang zien we zonder overdrijven honderden dolfijnen rondom ons zwemmen, duikelen en springen. Voor de Seaquest, achter de Seaquest, links, rechts, ver weg en dichtbij: waar we ook kijken, ze zitten werkelijk óveral. "Die komen vast mijn verjaardag vieren" zegt Linde helemaal blij. En daarmee is haar feestje nog nooit zo druk bezocht geweest.

Donderdag 14 november
We besluiten ook Mosselbaai voorbij te varen en dat betekent dat het er steeds meer op gaat lijken dat we in één keer van Durban naar Kaapstad kunnen gaan. Haastige spoed is zelden goed maar nu vinden we het verantwoord om door te varen omdat de waarden in de weerkaarten niet extreem zijn. Het grootste offer dat we moeten brengen is diesel; dat zij dan maar zo. Het alternatief is minstens een week wachten in een oninteressante baai, zónder familie. En dat klinkt nog minder aantrekkelijk.

Het lastige stukje is Cape Agulhas; die zit ons eigenlijk gewoon in de weg;-). Met een aantrekkende wind tot 30 knopen recht op de kop wordt het ons wat te gek. We speuren de kaart af naar een oppertje. "Ja, St. Sebastian Bay, de baai vóór de kaap, dat moet lukken" zegt Huib Jan. Met ruimere wind racen we lekker comfortabel de baai in. Daar aangekomen draaien we de kop in de wind en proberen we te ankeren op 5 meter diep water. De wind dendert van de bergen af en giert als een dolle door de mast. "Waarom wil dat rotanker niet meer?!?" overschreeuwt Huib Jan de loeiende wind. Dan blijkt dat de ketting door het geschommel zichzelf klem heeft gezet. Wat volgt is een heel geworstel met de ankerketting, terwijl we de boot op diepte proberen te houden. En dan eindelijk, na 15 minuten, dendert de ketting naar beneden. De wind waait stevig door maar wij liggen rustig. Na het eten gaan we een paar uurtjes lekker bijslapen. Om half 10 's avonds is het, zoals voorspeld, vrijwel windstil. Tijd voor de laatste paar honderd mijl naar Kaapstad!

Vrijdag 15 november
Rond 4 uur 's ochtends ronden we dan eindelijk Cape Agulhas, het meest zuidelijke puntje van Zuid-Afrika. Het is een memorabel moment: we laten de Indische Oceaan nu achter ons en varen na twee jaar weer op de Atlantische Oceaan. Dat voelt toch een beetje als thuiskomen. En: drie oceanen zijn we zonder kleerscheuren overgevaren!

De volgende Kaap is veel kleiner, is niet de zuidelijkste maar is wel veel beroemder/beruchter: Kaap de Goede Hoop. Ook voor vandaag is er harde wind voorspeld maar die komt van achteren en dat kunnen we best hebben, zo schatten we in. We worden op de proef gesteld: met maar liefst 40 knopen wind ronden we 'de' Kaap, terwijl de regen met bakken uit de hemel valt. En even later waait het maar liefst bijna 50 knopen en zitten we in een dikke onweersbui, oef! Voor de zekerheid leggen we een handheld-gps, een marifoon en een gsm in de oven; die geïmproviseerde 'kooi van Faraday' moet onze spullen veilig stellen. Gelukkig zijn onze voorzorgsmaatregelen overbodig en kunnen we 'later' héél stoer zeggen dat het ronden van De Kaap hartstikke goed is gegaan.

Met een zoete glimlach van overwinning meren we de Luna Verde en de Seaquest vrijdagavond af in de Waterfront Marina van Kaapstad. Achter ons breekt de hel los: waar wij gisteren nog op een spiegelgladde zee voeren, worden nu "very, very dangerous waves" voorspeld op Cape Town Radio. We zijn blij en opgelucht: wat wij op ons dak hebben gehad was slechts kinderspel. En we liggen dan misschien niet droog maar wél veilig in Kaapstad, onze thuisbasis de komende 7 weken!

Link + foto's

Durban - deel 2

Geplaatst op 10-11-2013

De 'oversteek der oversteken' hebben we dan misschien gehad, de komende paar honderd mijl naar Port Elizabeth zijn minstens zo berucht: de Agulhasstroom is hier op zijn sterkst en dat betekent dat we heel goed moet plannen wanneer we vertrekken. Om een wind-tegen-stroomsituatie te voorkomen (met als gevolg daarvan golven zo hoog als twee keer ons huis...), is noordoosten wind een must; depressies met zuidwesten wind zijn funest en uitwijkmogelijkheden zijn er eigenlijk niet. Laat de wind nou nét steeds uit het zuidwesten komen, en niet zelden met 40 knopen, om van de onweersbuien nog maar niet te spreken.

Ons plan om vanuit Durban na één week verder te varen naar Port Elizabeth valt dan ook in het water. We waren er een week geleden helemaal klaar voor: de koelkast zat vol, de boot was vaarklaar en we waren zelfs al uitgeklaard. Maar het gunstige 'weather window' in de gribfiles loste op in het niets. We vonden het te riskant: het weer, de wind, de zee waren te wispelturig om te kunnen vertrekken. En dus belden we customs and immigrations dat het feest voorlopig tóch niet doorging. Weg planning.

We hebben van de nood een deugd gemaakt en genoten een extra week in Durban en we deden wat klusjes aan de boot. Maren en Linde speelden weer heerlijk met Nick en Luuk en Maren verdiende zelfs een zakcentje bij door bij de buurman de mast in te gaan om een val uit de knoop te halen.

In de Yachtclub staat deze week plotseling een Zuid-Afrikaans echtpaar voor ons: Ian en Erica. Ze spreken o.a. Zuid-Afrikaans (héérlijk taaltje!) en dat schept een band. Ze staan erop ons wegwijs te maken in Durban en omgeving. Het allerbelangrijkste, aldus Ian, is een kennismaking met een échte braai. 'Wat is dat mem, een braai?' vraagt Maren. 'Oh, dat is zoiets als een barbecue' antwoord ik iets te snel. Fout natuurlijk. 'Nee Jannet,' zegt Ian luid en duidelijk, 'a barbecue is a barbecue and a braai is a bráái. Never call a braai a barbecue!' Ik moet nog veel leren hier.

In de tuin van Ian en Erica staan 'braais' in alle soorten en maten. En die benutten we állemaal op een prachtige zonnige zondagmiddag. We genieten. Willy en Peter, vrienden van onze gastheer en -vrouw, zijn er ook bij die middag. Als verrassing heeft Willy heerlijke Hollandse bitterballen gemaakt. Wat een verwennerij! De braai krijgt een paar dagen later een gezellig vervolg in het draaiende restaurant van Durban en weer een paar dagen later op één van de prachtige stranden bij Durban.

Nog zo'n spontane ontmoeting: die met Jaden en Talitha. We hebben een klik vanaf het eerste moment en een dag later zitten ze bij ons in de kuip. Overheerlijke gamba's, typisch Zuid-Afrikaanse biltong en de lekkerste wijnen uit Stellenbosch hebben ze voor ons meegenomen. Het wordt een onvergetelijke avond. De gezelligheid en het lekkere eten lijken niet op te kunnen deze week.

Alle gezelligheid zou ons toch bijna doen vergeten dat we nog een eindje hebben te gaan naar Kaapstad en dat de tijd begint te dringen, omdat de familie 19 november op de luchthaven in Kaapstad staat. We staren ons bijna blind op de gribfiles. Een welkome aanvulling op dat gestaar is het advies van locals. Als we onze buurman vragen wat hij ervan vindt, haalt hij alle tijd en geduld uit de kast om ons een goed vertrekmoment te laten kiezen. In één ding is hij duidelijk: 'You don't wanna go play up there.' En hij zet zijn advies nog eens kracht bij met een aantal voorbeelden van mensen die iets te laconiek zijn vertrokken en van boten die zijn vergaan op het komende traject. We got the message... 'I would definitely say Monday the 11th is the right day', besluit hij zijn verhaal. Daarmee geeft hij ons het laatste zetje om definitief te besluiten dat we maandag gaan. We doen alles wat we een week geleden ook deden om te kunnen vertrekken en we klaren voor de tweede keer uit. Deze keer is het gelukkig niet vergeefs.

P.s.: Zaterdag 16 november as. staan we in de rubriek 'Radicaal Reizen' in de Volkskrant: onze reis 'verpakt' als reistips voor de thuisblijvers!

Link + foto's

Durban en op safari

Geplaatst op 2-11-2013

Over Durban doen de wildste verhalen de ronde. Een deel daarvan is waarschijnlijk waar. Als we echter álle verhalen en goedbedoelde waarschuwingen in de Yachtclub moeten geloven, worden we eerder vandaag dan morgen beroofd, gekidnapt en misschien zelfs wel om zeep geholpen. Dat is keiharde taal, te hard misschien. Ok, naïef de straat opgaan is niet echt verstandig maar enige nuancering is wel gepast. Je moet gewoon de spelregels kennen. In bepaalde wijken kun je als blanke beter niet alleen de straat opgaan, vooral niet 's avonds en in het weekend. Het centrum is berucht. En laten wij nou nét midden in dat centrum liggen... Toch voel ik me hier niet onveilig, integendeel. We hebben ontzettend aardige mensen ontmoet in álle kleurschakeringen en dat beeld wil ik graag vasthouden. Maar 's avonds gaan we toch maar niet de straat op.

Lastiger vind ik de apartheid. Die is dan misschien officieel afgeschaft, in de praktijk werkt het anders: de zwarte mensen 'bedienen' nog steeds de veelal blanke mensen in restaurants en winkels, een constatering waarvan ik eigenlijk best wel schrik. Het is wel duidelijk waar het geld zit. Aan de andere kant: het is tegenwoordig bij de wet verboden blanke mensen in dienst te nemen en dus starten blanke mensen noodgedwongen hun eigen bedrijf en huren ze mensen in. Of ze gaan emigreren, elders hun heil zoeken. Bedrijven met een blanke top betalen tegenwoordig meer belasting dan bedrijven met een volledig zwarte top. De rollen zijn omgedraaid. Alle Engelse straatnamen zijn drie jaar geleden veranderd in Zulu namen, in een poging de Britse geschiedenis uit te wissen. In de praktijk worden de oude en de nieuwe straatnamen echter nog steeds door elkaar gebruikt, wat natuurlijk voor veel verwarring zorgt. Er kriebelt véél onderhuids en de balans is duidelijk nog niet gevonden in dit mooie land. Daarbij voel ik me niet altijd op mijn gemak. Maar wat kan/mag ik ervan vinden? Elk verhaal heeft twee kanten.

We belanden in een totaal andere wereld als we samen met Thijs en Wilma een paar dagen op safari gaan in het Hluhluwe Imfolosi Park. Samen met onze gids Sotiris doorkruisen we drie dagen lang het park in alle mogelijke richtingen: prachtig heuvellandschap doorspekt met wilde dieren, van piepklein tot kolossaal groot. En de kunst is natuurlijk die allemaal te 'spotten', turend door de verrekijker, glurend tussen de struiken. Het spotten van de 'big five', dáár heeft iedereen het over: de leeuw, de olifant, het luipaard, de neushoorn en de waterbuffel. Toch is de rest minstens zo indrukwekkend. Maren heeft één hoofddoel: een échte mannetjesleeuw zien. Haar verwachtingen zijn hooggespannen.

We genieten van de dieren die letterlijk op ons pad komen. Meteen bij de ingang van het park is het raak: olifanten, groot en héél dichtbij. Oeh! Dit is toch echt anders dan in een dierentuin of circus! Het is meteen duidelijk wie hier de touwtjes in handen hebben - en dat is níet de mens. Ons 'scorelijstje' van de eerste dag mag er zijn: olifanten, witte neushoorns, giraffen, zebra's, nyala's, impala's, waterbuffels, wrattenzwijnen en kudu's. En onderweg naar het park hebben we ook nog eens heel veel nijlpaarden gezien. Drie van de grote vijf 'hebben' we maar vast! Nu nog op zoek naar een leeuw en een luipaard. Maren moet nog even een nachtje geduld hebben.

Op dag twee gaan we vroeg uit de veren. Want hoe eerder je op pad gaat, des te meer kans op succes. Om half zes zit we vol verwachting in de auto. We rijden weer heel wat kilometers en wederom zien we veel dieren, net als op dag één, plus wildebeesten, groene meerkatten ('Oh, wat een schattige aapjes!'), bavianen, schildpadden, bijzondere vogels en heel veel kevers, die behendig met een bal van mest rollen.

Aan het eind van de dag maken we nog een 'night game drive', een geheel nieuwe ervaring. Fel oplichtende oogjes staren ons aan vanuit de struiken en daardoor zien we, naast de grote jongens, veel andere en kleinere dieren dan overdag: hyena's, gennets, uilen, duikers, kikkers, vogels en zelfs een krokodil. Huib Jan vraagt zich (érg grappig) hardop af: 'Wat als ze me hier nou moederziel alleen achter zouden laten, helemaal midden in de bush?' Nou, één ding weet ik zeker: Durban is véél veiliger. Onze gids doet er nog een schepje bovenop: 'Zelfs je schoenen zouden ze niet terugvinden.' Prettige gedachte, met twee kinderen naast me... Van leeuwen en luipaarden helaas wéér geen spoor te bekennen vandaag. Maren haar geduld wordt bijzonder op de proef gesteld.

Op de laatste ochtend doen we, nog voor het ontbijt, een laatste poging om leeuwen te spotten. Even denken we dat we daarvoor toch naar de dierentuin moeten gaan maar dan, zomaar ineens, liggen er vlak voor onze auto twee leeuwen te luieren midden op de zandweg. De ontmoeting is kort maar Maren is tevreden. En wij ook. We vieren dit met een kopje koffie boven op een heuveltop. Práchtig uitzicht over het park hebben we daar. Huib Jan tuurt uit gewoonte nog even door de verrekijker en ziet tot zijn verbazing maar liefst 10 leeuwen op de heuvelrug tegenover ons. Wel een half uur lang kunnen we genieten van deze privéshow. Het is het grand dessert van onze safari, de kers op de slagroom. Maren haar dag, wat: haar jáár is goed!

En dan de domper. Als we de hoteldeur openen om onze spullen te pakken, worden we besprongen door vier groene meerkatten. Die 'schattige aapjes' zijn hártstikke agressief! Ze hebben zich verschanst in onze hotelkamer en zich tegoed gedaan aan onze appelvoorraad en de restjes van de barbecue van de vorige avond. De hele hotelkamer staat op de kop; overal liggen etensresten en ze hebben alles ondergescheten, ondergeplast en mijn toilettas kapot getrokken. Grrrrr! Wat blijkt? We hadden alle ramen en deuren potdicht gedaan tegen de apen maar zijn vergeten het haakje op de schuifpui te doen. En apen zijn slim genoeg om daar iets mee te doen. Rotapen! Of hoort dit er gewoon bij midden in de 'bush'?

Op de terugweg genieten we nog één keer van alle dieren die ons pad kruisen; opvallend veel dieren in grote kuddes vandaag. Iedere dag op safari is uniek. Van het luipaard helaas nog steeds geen spoor te bekennen en daarom bezoeken we onderweg naar de Seaquest een cheetah opvangcentrum; een goede 'tweede keuze', alleen vallen die lelijke hekken zo ontzettend op na een prachtige safari op de grote vlakte;-(. Maren en Linde vinden het echter geweldig dat ze éindelijk eens een dier mogen aaien, een baby-serval, zonder dat ze met huid en haar worden opgegeten. En dat vind ik eigenlijk best wel een geruststellende gedachte.

Link + foto's