Hoera Hauraki!

9-2-2013

Onze verkenningstocht door de Hauraki Gulf is verrassend en vooral ook afwisselend. De zeiltochten, het weer, de natuur: geen moment en geen plekje is hetzelfde.

Waiheke Island is het wijneiland, een andere wereld op slechts een paar uurtjes varen vanaf Auckland en: 'het eiland waar de zon altijd schijnt', volgens de gidsen. Nou, dat zien we wel zitten! Maar wat hebben wij? Donkere dreigende luchten en vervolgens harde wind en héél veel regen... Het lijkt wel herfst! Maar dan wel bij 25 graden :-). De donkere dag is voorbij voordat we er erg in hebben: gezelschapsspelletjes, weblog updaten, boek lezen, etc. Het is benauwd in de boot met alle luiken dicht maar het enige alternatief is nat worden. 'Noodgedwongen' brengen we een paar uur door op het beschutte balkon van Oyster Inn, een leuk restaurant waar we heerlijk lunchen. Daar moeten we wel een onstuimig en vooral nat ritje in de dinghy voor over hebben, maar ach, eenmaal terug op de boot liggen we lekker in de luwte van het eiland, dus wie doet ons wat? We slapen lekker op het fluiten van de wind.

De volgende morgen rond zes uur worden we wakker doordat de boot zachtjes begint te wiegen. De wind is gedraaid en dat betekent dat we nu plots aan lagerwal liggen. Het zachte wiegen verandert al snel in een wreed geschommel en de Seaquest ligt onrustig aan de ankerketting te rukken. Dat is rottig wakker worden, vooral voor matroos Bauwina die voor in de punt ligt, pal naast de ankerketting, en die op dat moment verlangt naar vaste grond onder de voeten. Alle boten om ons heen zijn inmiddels al ankerop zijn gegaan, op één boot na dan, die op de rotsen is gelopen, slik! Ook wij kiezen eieren voor ons geld en we vertrekken met het ontbijt nog vers tussen de kiezen. En dat is een goede keuze want de zuidwesten wind die ons in de baai nog parten speelde, is nou nét de juiste wind die we nodig hebben om op onze volgende bestemming te komen: Great Barrier Island, zo'n 40 mijl verderop.

Na een pittige maar prachtige tocht van zo'n zes uurtjes, waarbij het steeds zonniger wordt, zien we een mooi eiland voor ons opdoemen. Groot, heuvelachtig en vooral ook begroeid met groene bossen. Dit is Aotea, oftewel Great Barrier Island! We zijn aangenaam verrast. In de beschutting van Rarohara Bay gooien we ons anker uit. We worden die avond in slaap gezongen door de krekels, het schapengeblaat en een koor van vogelgeluiden. De complete rust doet de rest. We kunnen na twee nachten eindelijk weer rustig slapen...

De volgende dag maken we een prachtige wandeling naar een verkoelende waterval door de bossen en over de heuvels van Great Barrier Island; door het frisse groene bos met varens, loof- naald- en palmbomen en hoppend over riviertjes met keien. Het kleine dorpje FitzRoy, de grootste plaats van het eiland, bestaat uit slechts een paar huisjes en een winkeltje. Er is geen elektriciteitsnet en geen centrale watervoorziening op het eiland. De tijd heeft hier stilgestaan, knappe jongen die hier gestrest raakt!

Een mooie wind (later geholpen door het ijzeren zeil) brengt ons de volgende dag in een rustig tochtje terug bij Coromandel Peninsula. Massa's vogels vliegen over de Hauraki Gulf en onderweg hebben we maar liefst drie maal een 'close encounter' met een haai. De Coromandel bestaat uit glooiende hellingen met vooral gras, grazende koeien en hier en daar wat plukjes bomen. Tussen de koeienvlaaien door beklimmen we de heuvels, waar we net voor zonsondergang een prachtig uitzicht hebben op zowel het schiereiland als de Hauraki Gulf.

We proberen aan wal te gaan maar dat wordt nogal een project: omdat het een ondiepe baai is en we met de Seaquest niet dicht bij de wal kunnen komen, moeten we behoorlijk ver varen in de dinghy. Maar het ergste is: op blote voeten moeten we een heel eind door de blauwe drek met scherpe schelpen om de dinghy aan wal te krijgen. Bauwina zakt er een paar keer tot de knieën in weg, op zich lachwekkend, ware het niet dat ze twee fototoestellen veilig en droog naar de kant probeert te brengen; een uitdagend project. Uiteindelijk besluiten we de dinghy aan het anker te leggen en zonder verder te gaan. Dat navigeren op een landkaart óók in de dinghy niet verstandig is, blijkt als we eindelijk aan wal zijn: we blijken heel ergens anders uit te komen dan gepland...

Een vriendelijke Ier, die we toevallig op het strand treffen, biedt ons spontaan een lift aan naar ons doel voor die dag: the driving creek railway. We belanden daar midden in het levenswerk van de inmiddels 77-jarige Barry Brickell. In 35 jaar tijd heeft hij eigenhandig de spoorweg aangelegd door een zelf geplant 'toekomstig natuurgebied', waar hij de oorspronkelijke flora en fauna van Nieuw-Zeeland probeert terug te brengen en in stand te houden. Het lijkt een waanzinnig en onhaalbaar idee. Maar als we in het kleine treintje door het jonge bos rijden, over bruggetjes en door tunneltjes, verbazen we ons over het unieke en zeer geslaagde resultaat van tientallen jaren inspanning van een idealist.

Terug bij de dinghy is de blauwe drek nergens meer te bekennen: inmiddels is het hoogwater en de 'tender to me' ligt vrolijk te dobberen midden in de baai. Huib Jan (onze held) zwemt in onderbroek naar ons vervoermiddel en haalt de dames op bij het strand, waar we met schone voeten in kunnen stappen.

Na een heerlijke week cruisen gaan we weer terug naar Auckland. Van daaruit gaan we Nieuw-Zeeland de komende tijd op vier wielen verkennen. Nieuw-Zeeland, we komen eraan!

Automatisch op de hoogte blijven van onze reis? Meld je aan via bovenstaande rss-button!