Logboek maart 2013

Rondreis Zuidereiland: de Oostkust

Geplaatst op 20-3-2013

Valse start! We moeten 300 kilometer rijden van Queenstown naar Dunedin en willen vroeg vertrekken. De reis begint echter met een lekke band, waardoor we flink vertraging oplopen. En we zijn nog geen half uur onderweg of we staan al wéér stil; de highway is bedolven onder rotsblokken die spontaan van de berg zijn gerold. We maken er maar het beste van: de kinderen spelen op de snelweg en wij drinken een kopje koffie in de berm.

Als de weg weer 'schoon' is, houdt niets ons meer tegen om naar Dunedin te gaan. We rijden langs fruitgaarden, glooiende gele bergen, weiden bezaaid met rotsblokken, blauwe meren, slingerende riviertjes en door schattige kleine 19e eeuwse dorpjes. We zien dat de herfst langzaam maar zeker haar intrede doet. Aan de temperatuur is dat nog niet echt te merken (nou ja, 's avonds een beetje dan) maar de bladeren kleuren langzamerhand geel en dwarrelen door de lucht. Alle fruit is rijp en valt van de bomen. Overal staan fruitstalletjes of fruitschuren waar je voor weinig geld kisten vol verse vitamines kunt kopen. Opvallend genoeg zien we ook heel veel schapen. Eigenlijk hadden we die al veel eerder en veel meer verwacht. Ons beeld van Nieuw-Zeeland blijkt echter een beetje achterhaald: op veel plaatsen zijn de witte wollige dieren de laatste jaren verdwenen uit het 'straatbeeld', omdat koeien en reeën nu eenmaal rendabeler zijn.

Het landschap wordt steeds glooiender, lieflijker. We naderen de oostkust en de stad Dunedin. En daarmee verandert ook het weer. In Dunedin is het koud, kil en nat. Voor onze begrippen dan. Maar goed, het kan ook niet altijd feest zijn. Dunedin is een studentenstad en vooral ook een Schotse stad, inclusief doedelzakmuziek en Schotse winkels. Het waren dan ook Schotse immigranten die de stad 150 jaar geleden stichtten. Het centrum is gebouwd in de vorm van een octagon, een achthoekig plein net als in Edinburgh, van waaruit de straten in alle windrichtingen lopen. De allure van vroeger is nog duidelijk zichtbaar maar nu is het op veel plekken toch een beetje vergane glorie, op een paar markante gebouwen na. Maar: de sfeer is er goed.

Heel even voelen we ons Sjakie in de chocoladefabriek, als we een rondleiding krijgen door de Cadbury fabriek in Dunedin. Het is vooral leuk om te zien hoe 'Jaffa's', een soort M&M's, worden gemaakt. We zijn na afloop doordrongen van de chocoladegeur en -smaak en zitten zelfs onder de chocoladespetters. Als klap op de vuurpijl krijgen we nog een tas vol chocolade mee als we de paarse fabriek verlaten. Niet dat ik daar nog zin in heb trouwens na zoveel chocola...

Tijd voor wat meer natuur. We gaan op zoek naar de bedreigde Geeloogpinguïns op Katiki Point. Daar moeten we een flink stuk voor rijden maar we hebben geluk, álle geluk zelfs want we zien de pinguïns het strand oplopen en niet één maar wel een stuk of tien en ze komen ook nog eens héél dichtbij, op slechts een paar meter afstand, wow! We gaan zitten om in alle stilte te genieten van dit schouwspel. Even verderop struikelen we bijna over de zeeleeuwen op een prachtig stukje kust aan de Pacific. Wát een bijzondere plek!

We rijden weer terug over de 'gravel road', wat zorgt voor behoorlijk stoffige autoramen. Linde vraagt zich hardop af: "Hoe komt het toch dat onze luiken zo vies zijn?" Beroepsdeformatie zullen we maar zeggen. Maar wel tijd voor de zoveelste wasstraat.

Als we Dunedin verlaten rijden we nog even door Baldwin street, de steilste straat ter wereld volgens het Guinness Book of Records, met een helling van 38 graden. De meeste mensen betreden de straat per voet maar Huib Jan wil de uitdaging wel eens aangaan op vier wielen. Onze ouwe trouwe Saab moet waarachtig echt zijn best doen om boven te komen en de hellingproef die we noodgedwongen doen liegt er ook niet om. Gelukkig heeft onze chauffeur stalen zenuwen.

We maken een tussenstop bij de Moeraki Boulders, een wonderlijke 'verzameling' grote bolvormige stenen op het strand. Die stenen lijken daar zonder enige reden te liggen en dat is nou nét wat ze zo bijzonder maakt. De verzameling grote knikkers geeft een hele andere kijk op een kiezelstrand en ze zorgen voor leuke plaatjes.

Als we het binnenland inrijden, is de wereld eerst nog vlak. Op de geelbruine weiden staan (zonder overdrijven) honderden meters lange sproei-installaties om het gras een beetje groen te houden. Zo groot hebben we ze nog nooit gezien, het is gewoon een bezienswaardigheid!

In de Waitaki Valley volgt de weg de kunstmatig aangelegde meren Waitaki, Benmore en Aviemore, waarvan het water gebruikt wordt om electriciteit op te wekken d.m.v. hele grote stuwdammen. Het mooie weer zorgt voor rimpelloos water, waardoor de meren veranderen in spiegelmeren. Tijd voor een fotostop! Via het wonderlijke melkachtige blauwe Lake Pukaki komen we uiteindelijk bij het minstens zo blauwe Lake Tekapo, waar we ons kamp opslaan voor twee nachten op een betoverende plek.

We beklimmen Mt John via een nogal steil pad naar de top. Baldwin Street is er niets bij ;-). Maar die klim wordt beloond: we hebben prachtig uitzicht op het Mackenzie Basin: de geelbruine 'meadows' -een uitgestrekte vlakte begroeid met beemdgras- omringd door bergen, waaronder de hoogste berg van Oceanië: Mount Aoraki, oftewel Mt Cook. Sprankelende turkooisgekleurde gletsjermeren liggen voor ons, aan de voet van de Zuidelijke Alpen. Je zou bijna denken dat het gephotoshopt is. Maar de unieke blauwe meren blijken hun kleur, puur natuur, te krijgen door fijne gletsjerdeeltjes in het water.

In het dorpje Tekapo brengen we een bezoek aan de 'Church of the Good Shepherd'. Het kleine kerkje is minder oud dan het er uitziet, uit 1935, maar het is wel erg 'charmantisch' (aldus Linde). Voorin staat geen altaar o.i.d. maar er is een groot raam met eersterangs uitzicht op het blauwe Tekapomeer. Altijd handig als de voorganger lang van stof is.

We rijden door de Burke's pass terug naar de oostkust. Het landschap verandert als we de Alpen achter ons laten: geen bergen meer maar de Canterbury Plains, een voor Nieuw-Zeelandse begrippen opvallend groot stuk vlak land.

In Christchurch zijn we diep onder de indruk. De aardbeving van 22 februari 2011 heeft diepe sporen nagelaten op de stad. We hadden al gehoord dat die aardbeving behoorlijke schade had aangericht maar nu we er zelf zijn, zijn we.... stil. Het is echt veel erger dan we ons hadden voorgesteld, zelfs na twee jaar. Bijna alle toeristische hoogtepunten uit onze Lonely Planet van twee jaar oud zijn van de kaart geveegd. Het hele centrum is afgezet met hekken en daarachter is nog een berg werk te verzetten, zien we op afstand. Wat een trieste aanblik is het... en toch... Tegelijk voelen we een enorme 'drive' bij de mensen om er samen wat van te maken, samen de schok en het verdriet te verwerken en samen de stad weer op te bouwen, al zal dat nog jaren duren. Er wordt een tijdelijke kathedraal van papier(!) gebouwd, er is een tijdelijk winkelcentrum gemaakt van zeecontainers - en dat ziet er nog gezellig uit ook. Grote indruk maakt een monument van 185 lege witte stoelen op de plek van een verwoeste kerk, allemaal unieke stoelen, die de 185 slachtoffers van de aardbeving symboliseren. Als ik (schrik!) een witte maxicosy op de voorste rij zie staan, schiet ik vol... Ook de meisjes zijn zwaar onder de indruk. Linde vraagt: "Mem, welke oorlog heeft dat allemaal kapotgemaakt?"

Vanuit Christchurch gaan we met de TranzAlpine trein naar Arthur's Pass, de hoogste route over de Alpen. We hebben het idee om daar, op bijna 1000 meter hoogte, te gaan wandelen en te genieten van de natuur en het mooie weer. De reis is prachtig, langs rivieren, door tunnels, over bruggen, door kloven en over bergen. Maar eenmaal in Arthur's Pass is de teleurstelling groot. Het is er grijs, grauw, koud en het regent. Die mooie wandeling kunnen we wel vergeten en de voorspelling belooft ook niet veel goeds, integendeel. Binnen vijf minuten (gelukkig kan Huib Jan altijd snel schakelen...) zitten we daarom weer in de trein, de mensen om ons heen verbaasd dat we er weer zijn, terwijl we net afscheid hebben genomen. We rijden door naar het eindpunt, naar Greymouth, waar het deze keer echt 'grey' is. We kruipen een cafeetje in, waar we opwarmen met een grote kom tomatensoep en stappen daarna weer op de trein terug naar Christchurch. Met spelletjes ganzenbord, kaarten en vier-op-een-rij verdrijven we de tijd want van de mooie omgeving zien we niet veel meer door de laaghangende bewolking. Drie bussen vol Taiwanezen, die halverwege de terugreis bij ons in de coupé komen zitten, vrolijken de boel onverwacht een beetje op. Ze verwennen Maren en Linde met allerlei Taiwanees lekkers en wij hen met Hollandse koekjes. Hilariteit alom, het lijkt wel een schoolreisje!

In de regen rijden we de volgende morgen naar Kaikoura. Direct links van ons zien we voor de laatste keer de hellingen van de Alpen en direct rechts hebben we ruim zicht op de Pacific. Linde is 'zeeziek' (aldus de patiënt); haar vijfjarige maag is tegenwoordig beter bestand tegen de zee dan tegen autorijden, hebben we in de afgelopen weken helaas meerdere malen ontdekt. Deze keer hebben we gelukkig niet de hele auto maar alleen de hele stoep eronder.

De regen houdt aan en dat is even schakelen want dat zijn we niet meer gewend. Eigenlijk zijn we gewoon vérwend... Die regen zorgt er echter wel voor dat de kurkdroge grond weer wordt gevoed met water, dat stroompjes weer veranderen in echte rivieren en: dat op de bergen de eerste verse sneeuw van dit seizoen verschijnt! Als na twee dagen het zonnetje weer gaat schijnen is de wereld hier dan ook nóg mooier geworden.

Hoogtepunt van Kaikoura is het spotten van de 'sperm whales', oftewel potvissen. Dat heeft nogal wat voeten in de aarde want de boottrip die we hadden geboekt gaat i.v.m. de weersomstandigheden niet door. Op de valreep (we moeten de ferry naar het Noordereiland halen) krijgen we een alternatief aangeboden: of we met een klein vliegtuigje de walvissen willen spotten. Nou, dat willen we natuurlijk wel! Al snel zien we twee potvissen, allebeide 15 tot 20 meter lang en allebeide mannetjes, leren we. In hun tienerjaren komen de mannetjes naar Nieuw-Zeeland, omdat ze hier een perfecte voedingsbodem vinden. Pas als ze volwassen zijn keren ze terug naar de vrouwtjes, naar de warmere wateren van hun geboortegrond, in bijvoorbeeld Fiji of Tonga. We genieten vanuit de lucht van de twee zeereuzen, net zo lang tot hun staart recht omhoog komt, hét teken dat ze weer in de diepte verdwijnen.

Hals over kop haasten we ons daarna naar de ferry. We werpen een laatste blik op het geweldig mooie Zuidereiland, dat ons hart heeft gestolen. We vonden het écht 'Supercalifragilisticexpialidocious', om maar eens in Mary Poppins termen te spreken: "weer eens wat anders dan reusachtig, mooi en prachtig, een woord dat alles slaat, hoewel het niet in woordenboeken staat."

Link + foto's

Rondreis Zuidereiland: de Westkust

Geplaatst op 11-3-2013

Vanuit Nelson rijden we maandag 300 km verder via de State Highway 6 naar Greymouth. We maken een tussenstop bij de Buller Gorge Swingbridge, die met 110 meter de langste hangbrug van Nieuw-Zeeland is. De brug zweeft over de mooie turquoiseblauwe rivier de Buller. Best spannend maar bovenal leuk! Vervelender zijn de zandvliegjes en hommels. Wat gebeurt er als je een hommel en een meisje van vijf samen op een halve vierkante meter zet? Dat is natuurlijk vrágen om problemen. Linde is de klos en wordt gestoken. Huib Jan reageert gelukkig alert en dat voorkomt verdere problemen maar de lol is er wel (heel even maar hoor) vanaf.

We vervolgen maar gauw de SH6, die de meest voor de hand liggende -en meteen ook de mooiste- route volgt: langs de rivier de Buller, een prachtige route door het Paparoa National Park, met het liefelijk stromende riviertje steeds rechts van ons in het dal. We voelen ons klein en nietig tussen de immens groene, hoge bergen om ons heen.

Uiteindelijk wordt de SH6 een 'Coastal Road', met rechts van ons de onstuimige Tasmaanse zee en links de groen begroeide bergen en kliffen van het Paparoa park. Zeemist, regen en zon wisselen elkaar af en dat zorgt voor een bijzondere sfeer. We rijden door tot Punakaiki, waar we de Pancake Rocks bewonderen. Door een wondere speling van moeder natuur (hoe precies weet niemand) zijn hier mooie rotsformaties ontstaan in zee, gelaagd als grote stapels pannenkoeken, en dat levert mooie plaatjes op.

We overnachten in Greymouth, waarvan we niet meer verwachten dan een noodzakelijke tussenstop door alle 'grijze' verhalen in de reisgidsen. We zijn echter blij verrast als we het mooie ruige kiezelstrand aan de Tasmaanse Zee achter ons hotel ontdekken. De zeenevel, een ondergaande zon en de uitgestrektheid maken het tot een prachtplek. We maken een heerlijke wandeling over het strand met ontelbaar veel witte, grijze en groene (jade!) kiezels. Pure energie!

In het gebied rond Greymouth werd vroeger veel naar goud gezocht. We bezoeken het openluchtmuseum Shantytown, een goudwerkersstadje waarvan we eigenlijk meer hadden verwacht. Maar als Maren en Linde goud mogen zeven en met een paar echte goudstofjes op zak het park weer verlaten, is ons uitje toch weer een succes.

De SH6 vervolgt haar weg verder langs de kust, langs riviertjes, langs meren en vervolgens belanden we in de Southern Alps; al wéér grote groene indrukwekkende bergen, het houdt niet op! We stoppen in het dorpje Franz Jozef, pal onder de gletsjer met dezelfde naam. Er heerst een beetje een wintersportsfeer, misschien mede door de naam van het dorp, dat halverwege de 19e eeuw door de Duitse geoloog Julius von Haast naar de toenmalige Oostenrijkse keizer Franz Josef I is genoemd. Hier nemen we drie nachten de tijd om even op adem te komen, om te genieten van de omgeving, om de was te doen en, gewoon, om even niet te hoeven rijden. Ook best lekker.

We maken een helikopervlucht van een half uur over de Franz Josef Glacier en over de 'buurman', de Fox Glacier. Overbodig om te zeggen dat dat een onvergetelijke ervaring is. We zien vanuit de lucht een fascinerend landschap van koud ijs, kale hoge rotsen maar ook: groen en water. Want de het ijs van gletsjers komt heel dicht in de buurt van het groen van het regenwoud en dat is best uniek. De gletsjers monden uit in smalle riviertjes met wit smeltwater, kabbelend c.q. stromend over kleine en grote keien richting de Tasmaanse Zee. Boven op de Franz-Josefgletsjer, op 2300 meter hoogte, landen we even met de helikopter. Daar staan we plotseling op eigen benen midden in de sneeuw, in de koude ijle berglucht, boven op de wondere wereld. Dat is lang geleden zeg...

In de helikopter ontmoeten we Paul en Josje uit Nederland, die samen een jaar op wereldreis zijn. We raken aan de praat, drinken heel gezellig koffie, borrelen, eten en ontbijten de volgende dag zelfs samen - alsof we elkaar al jaren kennen. En daarna is het al weer tijd om afscheid te nemen :-(. Zij reizen namelijk verder naar het noorden en wij gaan zuidwaarts.

De volgende dag maken we een wandeling naar de gletsjertong want we willen dit stukje natuur natuurlijk ook wel eens van de andere kant bekijken. We wandelen door een woestenij van rotsen, stenen en watervallen, langs het slalommende smeltwater. Op gepaste afstand van 300 meter -je moet de natuur respecteren- kijken we na een mooie wandeling omhoog naar Franz Josef. Wow!

Na drie nachten reizen we verder door de Southern Alps. We rijden richting Wanaka, al weer een kleine 300 km verderop. Het lijkt of de Higway 6 moeite heeft met afscheid nemen van de westkust want steeds weer doemt de Tasmaanse Zee en haar mooie woeste kust voor of naast ons op. Maar dan plotseling rijden we landinwaarts en al snel duiken we het Mt Aspiring National Park in, met -bijna overbodig te noemen- hoge bergen, veel groen en besneeuwde bergtoppen, zoals we inmiddels van Nieuw-Zeeland mogen verwachten. En nog steeds verveelt zo'n omgeving en zo'n uitzicht geen moment. Even bekruipt me een licht paniekerig gevoel: Help! Hoe leg ik deze mooie omgeving vast? Ik besluit het los te laten. Mijn geheugen lijkt de beste plek, omdat foto's gewoonweg niet kunnen tippen aan het moment maar vooral ook omdat ik dan 100% kan genieten van het hier en nu.

Langs de Haast rivier, via de Haastpas, langs kloven, watervallen, verticale rotsen en zelfs rotsen met een negatieve helling, komen we langzaam maar zeker terecht in het gebied van de Southern Lakes: geen groen meer maar de gele bergen en gele weiden van Otago, gevuld met reeën, schapen en koeien. Je kunt direct zien dat het aan deze kant van de Alpen veel minder regent. Na een poosje zien we rechts van ons Lake Wanaka: groot, blauw en mooi! Even later doet de weg een wisseltruc en zien we links van ons Lake Hawea, 'copy, paste... genieten!'

We zijn blij verrast over de paradijselijke plek waar we terechtkomen in Wanaka. Voor onze kamer ligt een groot groen gazon (zo'n soort Teletubbieland), direct daaraan grenzend Lake Wanaka en dáár weer achter de gele bergtoppen met, niet onbelangrijk, boven ons een strak blauwe lucht. Tien stappen lopen en we zitten op het mooiste terras van Wanaka, met subliem uitzicht op het meer, vooral bij zonsondergang. Een mooie wandeling langs de waterkant leidt ons naar de gezelligheid in het dorpje. We slenteren wat rond, genieten van ons prachtige uitzicht en besluiten de boel de boel te laten; even geen druk programma hier want de topattractie van Wanaka hebben we immers direct voor de deur!

We wijken af van ons normale pad en gaan niet via de SH 6 maar 'binnendoor' naar Queenstown, via de pittoreske Crown Range route. We passeren het goudmijnstadje Cardrona waar we een bezoek brengen aan het nog originele Cardrona Hotel uit 1865. De gevel, het interieur, de tuin, bijpassende live muziek; alles klopt. Aan de andere kant van de wereld is 'lang geleden' echter nooit écht lang geleden...

We vervolgen onze weg door een wintersportgebied, via de Crown Range Road. De vergezichten boven op de 1120 meter hoge bergpas zijn indrukwekkend! We hebben een duizelingwekkend uitzicht over o.a. het Wakatipumeer, de Kawaraukloof en het Hayesmeer. Maar echt duizelig worden we pas bij het zien van de bungy jumpers op een historische houten brug, de Kawarau Suspension Bridge. Dé plek waar het commerciële bungy jumpen ooit is begonnen. Zelf wagen we de sprong in het diepe maar niet.

Het charmante stadje Arrowtown is wederom een oud goudmijnstadje. We wandelen tussen de mooie historische woningen en bezoeken de heropgebouwde 'Chinese Settlement': een nederzetting van Chinese kolonisten die hier hun geluk kwamen beproeven, met huizen die je beter hutjes kunt noemen. Nu is het een idyllisch plaatje maar dat moet vroeger anders zijn geweest.

In Queenstown slaan we ons kamp op voor twee nachten. In Queenstown, 'speelplaats voor avonturiers', zoeken wij wat meer de rustige kant op. We wandelen door het park en langs het Wakatipumeer, genieten van de gezellige terrasjes en van alle amateur straatacrobatiek en -muziek.

In een touringcar gaan we een dag naar de Milford Sound, één van de 14 fjorden in het zuidwesten van Nieuw-Zeeland - allemaal ondergelopen gletsjervalleien. Na een lange rit en via de beroemde Homer tunnel komen we in het 'Fiordland National Park', het grootste nationale park van Nieuw-Zeeland, met een oppervlakte van maar liefst 1,2 miljoen km². Er opent zich een landschap voor ons dat niet in woorden of beelden is uit te drukken.

We maken een twee uur durende cruise over de 16 km lange Milford Sound: overweldigend, indrukwekkend, om stil van te worden... We hebben mazzel: op een plaats waar het gemiddeld 6,5 meter per jaar regent zien wij vooral blauwe luchten. We zien hoge rotsformaties die loodrecht uit het water oprijzen, waarvan de 1700 meter hoge Mitre Peak, in de vorm van een mijter, de bekendste is; maar ook hoge glasheldere watervallen, wit gletsjerijs, luierende zeeleeuwen, vogels, etc. De wolken spelen met de bergen en dat zorgt voor een fascinerend en afwisselend schouwspel. Je hebt in Nieuw-Zeeland mooi, mooier en mooist maar de winnaar is... de Fiordlands!

En zo is er weer een week voorbij met alleen maar hoogtepunten. Wat een bofkonten zijn we toch!

Link + foto's

Rondreis Zuidereiland: de Noordkust

Geplaatst op 3-3-2013

Op maandagochtend gaan we vroeg uit de veren, om in de auto te vertrekken richting het Zuidereiland. We overnachten in Rotorua, waar we alle geothermische activiteit (nogmaals) in vogelvlucht bewonderen. Maren denkt bij het zien van een warmwaterbron hardop: "Als iemand hier nu honderden tomaten in zou gooien, heb je dan in één keer een hele grote pan tomatensoep?" Tja...

Terwijl de meisjes lekker achter in de auto liggen te slapen, maken wij de volgende dag een flinke ruk van Rotorua naar Wellington. We genieten onderweg van de prachtige uitzichten en het gevarieerde landschap. We rijden achtereenvolgens langs drie totaal verschillende bergen: eerst de glooiende Mount Tongariro, vervolgens de bijna perfect conische (nog actieve) Mount Ngauruhoe en tot slot de Mount Ruapehu met haar besneeuwde bergtop. Tijdens de reis wisselen vlakke landschappen en hoge bergen elkaar af, meren, riviertjes, bossen, kleine dorpjes: er is genoeg te zien onderweg.

In Wellington, de hoofdstad van Nieuw-Zeeland, hebben we maar een middag tijd. We gaan in de 'cable car' naar een mooi uitzichtpunt, bezoeken het planetarium en regelen in grote lijnen onze route en onderkomens voor het Zuidereiland. De rest van de stad bewaren we voor als we hier terugkomen over drie weken.

Met de 'Interislander' steken we donderdagmorgen de Cooks Strait over naar Picton, op het Zuidereiland. We zijn nog maar net vertrokken, of we zien opvallend veel dolfijnen rond de ferry springen. 's Avonds horen we op het nieuws dat dat heel uniek is bij de haveningang. Op de ferry krijgen we een beetje het 'Vlieland-gevoel': een vertrouwd brommend geluid van de motoren, de kinderen in de speelhoek en wij een kopje koffie, broodje en krantje. Alleen als we om ons heen kijken beseffen we dat we toch echt aan de andere kant van de wereld zijn. De zee is gelukkig rustig op een plek waar het vaak behoorlijk kan spoken. Het laatste deel van de drie uur durende oversteek varen we door de mooie Marlbourough Sounds: mooie inhammen en baaien, geflankeerd door groen begroeide berghellingen. Zo komen we wel in de stemming!

Vanaf Picton is het nog een half uurtje rijden naar Blenheim, waar we twee nachten doorbrengen. Blenheim ligt in de Marlbourough Region, een bekende wijnstreek. En onze eerste kennismaking met dit stadje bevestigt dat: we passeren heel veel wijngaarden en zelfs een 'wine drive thru', nou ja!

We beginnen de volgende ochtend met een bezoek aan het Omaka Aviation Heritage Centre, opgezet door Sir Peter Jackson, het brein achter o.a. The Lord of the Rings en The Hobbit. Het museum heeft een bijzondere collectie originele en replica vliegtuigen uit de eerte wereldoorlog, opgesteld in 'scènes' die zo uit een film lijken te komen.

Daarna is het tijd voor waar we hier eigenlijk voor gekomen zijn. We bezoeken twee wijnboerderijen: de Highfield Winery, gelegen op een mooie heuvel in Toscaanse stijl, en de Wither Hills, één van de succesvolste wijnproducenten in een modern vormgegeven gebouw, met restaurant en tuin. Na de wijnproeverij zakken we onderuit in de zitzakken in het gras en we bestellen een heerlijke lunch 'mét' want 'a meal without wine is like a day without sunshine'. De overige wijngaarden laten we maar schieten want zowel de zonneschijn als de wijn is er in overvloed.

Over de 'Queen Charlotte Drive' rijden we van Blenheim naar Nelson. Het is een weg met heel veel bochten, over de steile kusten en langs de vele mooie baaien van de Marlborough Sounds. Het overweldigende groen van de dichtbegroeide hellingen grenst aan het diepe blauw van het water in de baaien en daar komt geen einde aan.

Vanuit Nelson, een klein gezellig stadje, nemen we de volgende dag de 'Inland highway' naar Motueka; al weer zo'n mooie route, tussen de fruitbomen door deze keer. Appels, peren, pruimen, kiwi's, druiven, aardbeien, etc., werkelijk alles groeit hier en: wéélderig. We passeren het plaatsje Braeburn, de plek waar mijn favoriete appelras ooit toevallig werd ontdekt, leuk! We plukken, een beetje stout, vier appels uit een boom en smikkelen die lekker op - verser kan het niet. De rest van onze vitaminevoorraad kopen we bij één van de vele fruitstalletjes onderweg.

Na Motueka rijden we het Abel Tasman National Park in. We komen oooh's en aaah's tekort want o, wat is het hier mooi! Nieuw-Zeeland is, in al haar bescheidenheid, groots en indrukwekkend: massief groene hellingen met grote, hóge bomen; weidse grasvlaktes, gelardeerd met rotsblokken en 'bezaaid' met grazende koeien en schapen; zwevende roofvogels; mooie rotsformaties; helderblauwe baaien; witte stranden: het Abel Tasman Park heeft het allemaal. Het is werkelijk adembenemend, Abel moest eens weten wat hij heeft gemist...

We maken een wandeling langs de 'Wainui Falls track'. Al snel zien we de Wainui rivier ver onder ons stromen. Wij wandelen tussen de palmen, zilvervarens en andere bomen door, prachtig! De wandeling zelf is een mooie uitdaging, vooral voor Linde, hoppend over het riviertje, klimmend over boomwortels, slippend over smalle paadjes en langs steile afgronden. Net voordat we de waterval bereiken, passeren we een 'swingbridge', oftewel hangbrug, best spannend! Maar de grootste uitdaging is het gevecht tegen de zandvliegjes, kleine venijnige zwarte vliegjes die 24 uur per dag in de aanval gaan en dagenlang vervelend jeukende muggenbeten achterlaten. We spuiten onszelf bijna plat met de OFF en dat werkt - een gewaarschuwd mens telt voor twee. Bij de Wainui Fall is het natuurlijk tijd voor een familieplaatje, cheese!

Aan het eind van de middag rijden we dezelfde route weer terug door het National Park want de wegen houden op na de waterval. In de potdichte mist rijden we terug over de top van Takaka Hill. Diepe afgronden, slingerwegen, hmmm... Wat we op de heenweg nog zo prachtig vonden, heeft door de mist nu het tegenovergestelde effect op onze zintuigen. Ik heb het zweet in mijn handen. Gelukkig klaart het 'op de begane grond' weer op en dan kan ik weer met een gerust hart genieten van het landschap.

Na onze eerste week op het Zuidereiland kunnen we maar één ding concluderen: Nieuw-Zeeland is écht 'awesome', een hier veel gebruikt woord, wat in populaire zin zoveel betekent als 'fantastisch, geweldig, cool'. Wordt vervolgd...

Link + foto's