Rondreis Zuidereiland: de Westkust

11-3-2013

Vanuit Nelson rijden we maandag 300 km verder via de State Highway 6 naar Greymouth. We maken een tussenstop bij de Buller Gorge Swingbridge, die met 110 meter de langste hangbrug van Nieuw-Zeeland is. De brug zweeft over de mooie turquoiseblauwe rivier de Buller. Best spannend maar bovenal leuk! Vervelender zijn de zandvliegjes en hommels. Wat gebeurt er als je een hommel en een meisje van vijf samen op een halve vierkante meter zet? Dat is natuurlijk vrágen om problemen. Linde is de klos en wordt gestoken. Huib Jan reageert gelukkig alert en dat voorkomt verdere problemen maar de lol is er wel (heel even maar hoor) vanaf.

We vervolgen maar gauw de SH6, die de meest voor de hand liggende -en meteen ook de mooiste- route volgt: langs de rivier de Buller, een prachtige route door het Paparoa National Park, met het liefelijk stromende riviertje steeds rechts van ons in het dal. We voelen ons klein en nietig tussen de immens groene, hoge bergen om ons heen.

Uiteindelijk wordt de SH6 een 'Coastal Road', met rechts van ons de onstuimige Tasmaanse zee en links de groen begroeide bergen en kliffen van het Paparoa park. Zeemist, regen en zon wisselen elkaar af en dat zorgt voor een bijzondere sfeer. We rijden door tot Punakaiki, waar we de Pancake Rocks bewonderen. Door een wondere speling van moeder natuur (hoe precies weet niemand) zijn hier mooie rotsformaties ontstaan in zee, gelaagd als grote stapels pannenkoeken, en dat levert mooie plaatjes op.

We overnachten in Greymouth, waarvan we niet meer verwachten dan een noodzakelijke tussenstop door alle 'grijze' verhalen in de reisgidsen. We zijn echter blij verrast als we het mooie ruige kiezelstrand aan de Tasmaanse Zee achter ons hotel ontdekken. De zeenevel, een ondergaande zon en de uitgestrektheid maken het tot een prachtplek. We maken een heerlijke wandeling over het strand met ontelbaar veel witte, grijze en groene (jade!) kiezels. Pure energie!

In het gebied rond Greymouth werd vroeger veel naar goud gezocht. We bezoeken het openluchtmuseum Shantytown, een goudwerkersstadje waarvan we eigenlijk meer hadden verwacht. Maar als Maren en Linde goud mogen zeven en met een paar echte goudstofjes op zak het park weer verlaten, is ons uitje toch weer een succes.

De SH6 vervolgt haar weg verder langs de kust, langs riviertjes, langs meren en vervolgens belanden we in de Southern Alps; al wéér grote groene indrukwekkende bergen, het houdt niet op! We stoppen in het dorpje Franz Jozef, pal onder de gletsjer met dezelfde naam. Er heerst een beetje een wintersportsfeer, misschien mede door de naam van het dorp, dat halverwege de 19e eeuw door de Duitse geoloog Julius von Haast naar de toenmalige Oostenrijkse keizer Franz Josef I is genoemd. Hier nemen we drie nachten de tijd om even op adem te komen, om te genieten van de omgeving, om de was te doen en, gewoon, om even niet te hoeven rijden. Ook best lekker.

We maken een helikopervlucht van een half uur over de Franz Josef Glacier en over de 'buurman', de Fox Glacier. Overbodig om te zeggen dat dat een onvergetelijke ervaring is. We zien vanuit de lucht een fascinerend landschap van koud ijs, kale hoge rotsen maar ook: groen en water. Want de het ijs van gletsjers komt heel dicht in de buurt van het groen van het regenwoud en dat is best uniek. De gletsjers monden uit in smalle riviertjes met wit smeltwater, kabbelend c.q. stromend over kleine en grote keien richting de Tasmaanse Zee. Boven op de Franz-Josefgletsjer, op 2300 meter hoogte, landen we even met de helikopter. Daar staan we plotseling op eigen benen midden in de sneeuw, in de koude ijle berglucht, boven op de wondere wereld. Dat is lang geleden zeg...

In de helikopter ontmoeten we Paul en Josje uit Nederland, die samen een jaar op wereldreis zijn. We raken aan de praat, drinken heel gezellig koffie, borrelen, eten en ontbijten de volgende dag zelfs samen - alsof we elkaar al jaren kennen. En daarna is het al weer tijd om afscheid te nemen :-(. Zij reizen namelijk verder naar het noorden en wij gaan zuidwaarts.

De volgende dag maken we een wandeling naar de gletsjertong want we willen dit stukje natuur natuurlijk ook wel eens van de andere kant bekijken. We wandelen door een woestenij van rotsen, stenen en watervallen, langs het slalommende smeltwater. Op gepaste afstand van 300 meter -je moet de natuur respecteren- kijken we na een mooie wandeling omhoog naar Franz Josef. Wow!

Na drie nachten reizen we verder door de Southern Alps. We rijden richting Wanaka, al weer een kleine 300 km verderop. Het lijkt of de Higway 6 moeite heeft met afscheid nemen van de westkust want steeds weer doemt de Tasmaanse Zee en haar mooie woeste kust voor of naast ons op. Maar dan plotseling rijden we landinwaarts en al snel duiken we het Mt Aspiring National Park in, met -bijna overbodig te noemen- hoge bergen, veel groen en besneeuwde bergtoppen, zoals we inmiddels van Nieuw-Zeeland mogen verwachten. En nog steeds verveelt zo'n omgeving en zo'n uitzicht geen moment. Even bekruipt me een licht paniekerig gevoel: Help! Hoe leg ik deze mooie omgeving vast? Ik besluit het los te laten. Mijn geheugen lijkt de beste plek, omdat foto's gewoonweg niet kunnen tippen aan het moment maar vooral ook omdat ik dan 100% kan genieten van het hier en nu.

Langs de Haast rivier, via de Haastpas, langs kloven, watervallen, verticale rotsen en zelfs rotsen met een negatieve helling, komen we langzaam maar zeker terecht in het gebied van de Southern Lakes: geen groen meer maar de gele bergen en gele weiden van Otago, gevuld met reeën, schapen en koeien. Je kunt direct zien dat het aan deze kant van de Alpen veel minder regent. Na een poosje zien we rechts van ons Lake Wanaka: groot, blauw en mooi! Even later doet de weg een wisseltruc en zien we links van ons Lake Hawea, 'copy, paste... genieten!'

We zijn blij verrast over de paradijselijke plek waar we terechtkomen in Wanaka. Voor onze kamer ligt een groot groen gazon (zo'n soort Teletubbieland), direct daaraan grenzend Lake Wanaka en dáár weer achter de gele bergtoppen met, niet onbelangrijk, boven ons een strak blauwe lucht. Tien stappen lopen en we zitten op het mooiste terras van Wanaka, met subliem uitzicht op het meer, vooral bij zonsondergang. Een mooie wandeling langs de waterkant leidt ons naar de gezelligheid in het dorpje. We slenteren wat rond, genieten van ons prachtige uitzicht en besluiten de boel de boel te laten; even geen druk programma hier want de topattractie van Wanaka hebben we immers direct voor de deur!

We wijken af van ons normale pad en gaan niet via de SH 6 maar 'binnendoor' naar Queenstown, via de pittoreske Crown Range route. We passeren het goudmijnstadje Cardrona waar we een bezoek brengen aan het nog originele Cardrona Hotel uit 1865. De gevel, het interieur, de tuin, bijpassende live muziek; alles klopt. Aan de andere kant van de wereld is 'lang geleden' echter nooit écht lang geleden...

We vervolgen onze weg door een wintersportgebied, via de Crown Range Road. De vergezichten boven op de 1120 meter hoge bergpas zijn indrukwekkend! We hebben een duizelingwekkend uitzicht over o.a. het Wakatipumeer, de Kawaraukloof en het Hayesmeer. Maar echt duizelig worden we pas bij het zien van de bungy jumpers op een historische houten brug, de Kawarau Suspension Bridge. Dé plek waar het commerciële bungy jumpen ooit is begonnen. Zelf wagen we de sprong in het diepe maar niet.

Het charmante stadje Arrowtown is wederom een oud goudmijnstadje. We wandelen tussen de mooie historische woningen en bezoeken de heropgebouwde 'Chinese Settlement': een nederzetting van Chinese kolonisten die hier hun geluk kwamen beproeven, met huizen die je beter hutjes kunt noemen. Nu is het een idyllisch plaatje maar dat moet vroeger anders zijn geweest.

In Queenstown slaan we ons kamp op voor twee nachten. In Queenstown, 'speelplaats voor avonturiers', zoeken wij wat meer de rustige kant op. We wandelen door het park en langs het Wakatipumeer, genieten van de gezellige terrasjes en van alle amateur straatacrobatiek en -muziek.

In een touringcar gaan we een dag naar de Milford Sound, één van de 14 fjorden in het zuidwesten van Nieuw-Zeeland - allemaal ondergelopen gletsjervalleien. Na een lange rit en via de beroemde Homer tunnel komen we in het 'Fiordland National Park', het grootste nationale park van Nieuw-Zeeland, met een oppervlakte van maar liefst 1,2 miljoen km². Er opent zich een landschap voor ons dat niet in woorden of beelden is uit te drukken.

We maken een twee uur durende cruise over de 16 km lange Milford Sound: overweldigend, indrukwekkend, om stil van te worden... We hebben mazzel: op een plaats waar het gemiddeld 6,5 meter per jaar regent zien wij vooral blauwe luchten. We zien hoge rotsformaties die loodrecht uit het water oprijzen, waarvan de 1700 meter hoge Mitre Peak, in de vorm van een mijter, de bekendste is; maar ook hoge glasheldere watervallen, wit gletsjerijs, luierende zeeleeuwen, vogels, etc. De wolken spelen met de bergen en dat zorgt voor een fascinerend en afwisselend schouwspel. Je hebt in Nieuw-Zeeland mooi, mooier en mooist maar de winnaar is... de Fiordlands!

En zo is er weer een week voorbij met alleen maar hoogtepunten. Wat een bofkonten zijn we toch!

Automatisch op de hoogte blijven van onze reis? Meld je aan via bovenstaande rss-button!