Oversteek Nieuw-Zeeland - Australië

24-4-2013

Het is, zoals voorspeld, een herfstachtige week. Maar tussen de buien door schijnt het zonnetje eigenlijk best lekker. Ideaal weer om de laatste voorbereidingen voor de komende oversteek naar Vanuatu te doen: de laatste boodschappen inslaan, onze ouwe trouwe Saab verkopen, de Seaquest technisch voorbereiden op haar komende missie en er i.p.v. een woonboot weer een zeewaardig schip van proberen te maken. Tijdens diverse schippersmeetings met de bemanning van de Boomerang gaan de gesprekken niet zozeer meer over ons landleven in Nieuw-Zeeland maar vooral over 'weather windows', over tropische bestemmingen, over zoutwaterkrokodillen en komodovaranen... Donderdag 25 april is het dan écht zo ver. Het cycloonseizoen in de Pacific is voorbij, de windvoorspelling voor de oversteek naar Vanuatu lijkt perfect en wij zijn er ook klaar voor en hebben er vooral zin in! Donderdagochtend moeten we nog uitklaren, taxfree diesel tanken, een zeeziektepleister achter het oor plakken en dan... trossen los, op naar de tropen!

donderdag 25 april
Het is een mooie dag. De zon staat te stralen aan de hemel en de wind is precies goed voor een mooie zeiltocht richting het noorden. Het is alsof de zee, het avontuur, ons weer roept. Terwijl wij (na de ontzéttend natte dag van gisteren) alles droog proberen te krijgen voor vertrek, spelen, rennen en lachen Maren en Linde nog éven met Nick en Luuk. John en Debby komen een laatste kopje koffie bij ons drinken en dan is het tijd om de Boomerang uit te zwaaien - een afscheid voor slechts een paar weken. Ruim een uur later, rond half 1 's middags, vertrekken wij ook. Met 8,5 knoop stuiven we de Hauraki Gulf uit en beginnen we aan de 1200 zeemijlen naar Port Vila, Vanuatu.
Onder de kust van Nieuw-Zeeland is de wind een beetje wispelturig en dat betekent het ene moment 'hakken' aan de wind, dan weer bijna stil liggen, koers verleggen, zeilen opnieuw zetten en weer door. Soms best pittig maar we kunnen het hebben. Maren en Linde voelen inmiddels feilloos aan wat ze wel en niet moeten doen om de zeeziekte in de hand te houden. Zeuren daarover doen ze niet, ook niet na een half jaar stilliggen. Ik ben trots op mijn stoere zeemeisjes.
Vandaag staan er koude pannenkoeken op het menu, een misschien rare maar overheerlijke Elgersma-traditie tijdens iedere heenreis van een vakantie en voor mij is het lekker makkelijk tijdens zo'n eerste dag op zee.Daarna heeft Linde maar één doel: sterren kijken. Wékenlang heeft ze ernaar uitgekeken. In het licht van de bijna volle maan zien we plotseling een groepje dolfijnen naast de boot zwemmen. Even lijkt het erop dat er één met een driedubbele salto bij ons in het gangboord terecht komt maar het valt gelukkig mee. We genieten van het schouwspel, dat bijna een half uur duurt. Daar kan geen bedverhaaltje tegenop!
Tijdens mijn eerste wacht, alleen in de kuip, is er tijd voor mijmering. Na zes prachtige maanden is dit ons definitieve afscheid van Nieuw-Zeeland, het land waar we ons écht thuis voelden en waar we stiekem wel hadden willen blijven wonen... Maar dit is ook het begin van de tweede helft van ons avontuur en van de reis terug naar Nederland. En dat voelt beter.

vrijdag 26 april
Daar zitten we dan: terug bij af. Nou ja, bijna dan. Niks afscheid van Nieuw-Zeeland! Vannacht om half 2 gebeurde het. Ik lig net te slapen in de achterhut, na mijn eerste wacht. Plotseling horen we een onbekend geluid. Op de één of andere manier weet je op zo'n moment gewoon dat er iets flink mis is. Huib Jan komt de achterhut binnenstormen en doet meteen alle lichten aan. Hij heeft een korte maar krachtige mededeling: "Jannet, MEEKOMEN, je moet me NU helpen!"
Huib Jan gaat in de donkere nacht naar het voordek om poolshoogte te nemen. Wat blijkt? Het voorlijk van de genua is van beneden naar boven helemaal losgescheurd van de furler. Nee hè! Het zeil hangt nu heftig klapperend boven de oceaan. We proberen het (letterlijk) te vangen en bij elkaar te rapen. Dat valt nog niet mee met zoveel vierkante meter doek. Maar met hangen, wurgen en een portie geluk krijgen we het uiteindelijk toch voor elkaar.
Tja, en dan? Veel keuze hebben we niet: we moeten terug naar de vaste wal om de boel te laten repareren. De dichtstbijzijnde mogelijkheid is 30 mijl verderop, in Opua. Wat een mazzel dat we nog in de buurt van Nieuw-Zeeland zijn! Huib Jan belt de douane om de situatie uit te leggen en om toestemming te vragen nog keer aan land te gaan. Ze doen gelukkig niet moeilijk. De zeilmaker die we hebben gebeld staat ons 's ochtends om 9 uur al op te wachten als we in Opua afmeren. Hij vertelt ons dat het een vervelende schade is maar gelukkig wel reparabel. Alsof het nog niet genoeg is, moeten we de rigger ook nog bellen, omdat de val vast blijkt te zitten in de mast. Ook hij komt direct langs. Topmensen hier! Alle reparaties worden binnen een uur in gang gezet, zodat wij zo snel mogelijk weer kunnen vertrekken.
Onze eerste poging om Nieuw-Zeeland te verlaten is mislukt. Maar we laten ons niet uit het veld slaan: morgen is er weer een dag!

 

Zaterdag 27 april

We zeilen weer! De zeilmaker in Opua haalt werkelijk alles uit de kast om onze genua snel en goed te repareren. Om 2 uur ’s middags komt hij het zeil terugbrengen en een uur later gaan we voor de tweede keer deze oversteek trossen los. Precies 38 uren nadat de genua is gescheurd zijn we weer op het punt waar we waren gebleven. We hebben nog 1100 mijlen te gaan naar Vanuatu. Onder de kust van Nieuw-Zeeland lijkt de zee net een wasmachine – het is een pittige tweede start. De meisjes voelen zich maar zo-zo. Hun boterhammen blijven onaangeroerd op tafel staan; ze gaan liever liggen en slapen en daarmee hebben ze de zeeziekte in de hand. Ik ben zo dom geweest geen zeeziektepleister achter het oor te plakken. Na een paar uur kom ik daar op terug. Dan maar een droge strot en stekeblind, vervelende bijwerkingen van zo'n klein pleistertje. Alles beter dan zeeziek! Ik betrap mezelf erop dat ieder piepje, kraakje, geluidje verdacht klinkt na de valse start van eergisteren maar gelukkig komt het vertrouwen in de Seaquest  al gauw terug. Als ze met 8,5 knopen door het steeds rustiger wordende water snijdt, recht op het doel af, kan het grote genieten beginnen!

Zondag 28 april

Het is een koude nacht. Gehuld in lange broek, sokken, trui, jas én ook nog twee fleecedekens, kan ik het nog steeds niet echt warm noemen. Nog een paar honderd mijl en dan zal dat anders zijn, heerlijk! De meisjes voelen zich weer kiplekker als ze wakker worden. Ze ontbijten met smaak en spelen vervolgens met de poppen en auto’s, kijken naar een oude aflevering van ‘Kinderen voor Kinderen’ en doen gewoon hun dagelijkse dingen. De wind neemt steeds meer af en langzaam maar zeker komen we (zoals verwacht) in een windstil gebied terecht. Hier moeten we gewoon even doorheen, om daarna de trade winds op te pakken. We houden het lang vol onder zeil, tot we net voor de nacht minder dan 4 knopen snelheid maken. We besluiten de motor aan te zetten. Via de kortegolfzender hebben we contact met de andere Nederlandse boten die vanuit Nieuw-Zeeland onderweg zijn naar één van de tropische bestemmingen in de Pacific. Het zgn. Nederlandse netje is elke dag weer een moment om naar toe te leven;  het is gezellig, het verbindt en is goed voor de moraal. Geen vis aan de haak vandaag. In plaats van vis daarom pasta pesto op het menu.

Maandag 29 april (door Linde)

Voor het eerst in mijn leven heb ik een dood vogeltje gezien. Hij had heel lang gevlogen over de oceaan en hij was heel erg moe. Toen kwam hij op de Seaquest. Hij ging in de kuip zitten en ook binnen. Hij wilde niet meer eten en drinken en toen ging hij dood. Dat vond ik zielig want het was een heel lief klein vogeltje. We gaan hem begraven in de zee.

 

Dinsdag 30 april

Het is kermis op de Pacific. Sinds gistermiddag zeilen we weer; nog niet zo snel maar toch voldoende om de motor uit te zetten en de zeilen te hijsen. De toenemende wind doet onze snelheid ’s nachts navenant toenemen. Maar de rest verandert ook. De zee, de luchten, alles is onstuimig vandaag. We gaan als de brandweer, met een snelheid van soms wel 10 tot 11 knopen en zelfs zwaar gereefd gaan we nog 8 tot 9 knopen. Vervelender is het geslinger, alsof we in een roller coaster. Vinden we dit leuk? Moahhh… niet echt... maar soms is het wel lachwekkend, bijvoorbeeld als we de afwas doen. Dan lijkt het hier wel een wildwaterbaan. We heroverwegen ons reisdoel. Willen we nog steeds naar Vanuatu? Of kiezen we ervoor rechtstreeks naar Australië te gaan? Of…? We besluiten ons de komende dagen te laten leiden door de wind, de zee en vooral ook het leefcomfort aan boord. O ja: ondanks het geschommel weten we vandaag nog wel een oranjetaart te bakken én te verorberen. Voor een héél klein beetje het oranjegevoel.

Woensdag 1 mei

We hakken, moe van de knobbelige zee, de knoop door: het roer gaat om, pal naar het westen, naar Bundaberg in Australië. Eenmaal overstag is het meteen een stuk comfortabeler aan boord. We zijn door ons besluit langer op zee: nog 1000 mijl voor de boeg. Langzaam maar zeker wordt het warmer. De zon begint overdag echt weer te branden en ook ’s nachts hoeven we ons niet meer zo dik aan te kleden. De dag glijdt voorbij zonder dat we er eigenlijk erg in hebben.

Donderdag 2 mei

17 stuks maar liefst. In één nacht allemaal onfortuinlijk geland op de Seaquest. Vliegende vissen: boven het water een boeiend gezicht maar in onze gangboorden betekent het niets anders dan de geur van rottende vis bij het ontbijt. Op onze nuchtere magen bezorgen we daarom de pechvogels, uh, pardon: -vissen een zeemansgraf. Het is een dagelijks terugkerend ritueel. Nee, geef me dan maar de geur van versgebakken krentenbollen, uit het kleine oventje in de kombuis. Geen tot weinig wind vandaag. We starten de motor maar weer eens. Gelukkig is de zee opvallend vlak. We slapen als roosjes!

Vrijdag 3 mei

Bolle zeilen. Bewolkte dag. Bikini. Boeken. Barbies. Bejeweled. Bijslapen… Al wéér een dag voorbij. Om 21.00 uur nog 500 mijl naar Bundaberg.

Zaterdag 4 mei

Hallo-o! Kan iemand even een helikopter sturen? Wát een akelig, misselijkmakend, oncomfortabel stukje rotzee hier. Kermis voor gevorderden. En ik voel me het watje van de week. Van voor naar achter, van links naar rechts, van boven naar beneden; waar komt deze zee zo plotseling vandaan? En wanneer houdt het op? We starten de motor, om hier zo snel mogelijk doorheen te zijn. Tot die tijd doe ik maar net of ik het leuk vind…

12 uren later: alles gaat voorbij, óók een rotzee. Het leven aan boord wordt gelukkig weer wat normaler. Wel is de wind vandaag wispelturig; van geen wind tot heel veel wind en alles wat daartussen zit. En de windrichting speelt ook een spel met ons. Ach, het houdt ons van de straat…

 

Zondag 5 mei

Vandaag een lekker dagje. Na een week  op zee lijkt eindelijk alles te kloppen. Wij zitten in het ritme, de oceaan is ons goed gezind en de wind is wispelturig maar toch steeds goed. ’s Avonds om 21.00 uur is het nog 150 mijl naar de aanloop van Bundaberg en we gaan als een speer, 8 tot 9 knopen op de teller!

 

Maandag 6 mei

Iets te vroeg gejuicht… Onze laatste 100 mijl tot de aanloop naar Bundaberg is zonder overdrijven wederom ‘a bumpy ride’. We varen pal voor de wind, een andere optie is er eigenlijk niet (behalve terug gaan dan…) en de Seaquest is een speelbal van de oceaan. Maar goed, het einde is in zicht en ons krijgen ze niet meer gek! We moeten voor de kust van Australië een ‘gaatje’ vinden tussen de zandbanken en riffen door, om bij Bundaberg te komen. Pas na uren varen (ja: Australië is gróót…) vindt Huib Jan een smalle doorgang, type ‘kan nèt’ en omdat dat ruim een uur varen scheelt met het type ‘officiële doorgang’, gaan we voor de eerste optie. Juist op het moment dat we tussen de riffen en zandbanken door manoeuvreren krijgen we een dikke bui met heel veel (tot 40 knopen) wind over ons heen. Met 10 tot 11 knopen snelheid racen we, geholpen door wind en tij, tussen de ondiepten door, alsof het niets is. Eenmaal in de beschutting van het rif is de zee gelukkig iets rustiger. Dan zijn we er overigens nog steeds niet want tot Bundaberg moeten we nóg eens 45 mijl varen. En we hebben nog steeds geen land gezien (ja, Australië is gróót…). We koersen na een paar uur varen, in het pikkedonker en in de stromende regen, tussen de verlichte boeitjes door en om 21.00 uur zijn we dan eindelijk waar we moeten zijn. Thijs van de Luna Verde loodst ons in het donker naar de juiste plek en heeft voor ons geregeld dat we morgenochtend de inklaringsprocedure kunnen doen. Vannacht moeten we echter verplicht voor anker met de gele quarantaine vlag in het want. Regels zijn regels. We vallen als een blok in slaap, na bijna 1800 mijl varen in 1,5 week tijd. Wát een tocht… We hadden flink de sokken erin (gemiddeld 190 mijl per etmaal!) maar comfortabel was het absoluut niet. Neptunus en Aeolus speelden een ruw spel.

 

Dinsdag 7 mei

Om 8 uur ’s ochtends staan we paraat om de medewerkers van Quarantaine, Customs en Immigrations aan boord te ontvangen. Omdat de Seaquest te groot is voor het quarantaine dock, mogen we rechtstreeks naar onze ligplaats in de haven varen, op voorwaarde dat we nog niet van boord gaan. Daar zullen de beambten ons opvangen om de inklaringsprocedure te doorlopen. Wij blij; dat scheelt een extra rondje varen en een handje erbij op de steiger is ook altijd prettig. De medewerker van Quarantaine blijkt niet de grote boeman te zijn die we hadden verwacht, na heel veel spookverhalen van andere zeilers. Hij gaat secuur te werk: op de knieën, gewapend met een zaklamp controleert hij zorgvuldig alle kastjes en opslagruimte onder de vloer. Maar we hoeven slechts onze vuilnis, wat aardappels en uien in te leveren en krijgen zelfs complimenten over hoe schoon en opgeruimd de Seaquest is. Ook van de dames van Customs en Immigrations krijgen we na wat papierwerk en een grondige inspectieronde al snel groen licht. De gele vlag kan naar beneden, Maren en Linde springen op de steiger en rennen naar de Luna Verde, die tegenover ons ligt. Daar weten ze het kastje met speelgoed nog feilloos te vinden en even later zitten ze daar als vanouds te spelen onder de tafel in de salon. En om de hereniging van de Luna Verde en de Seaquest te vieren, zitten wij aan de koffie met Wilma haar inmiddels wereldberoemde appelcake. Het voelt alsof we onze ‘bijna-familie’ gisteren nog hebben gezien, we hebben elkaar veel te vertellen en maken weer volop plannen. Hèhè, we zijn geland. Australië ligt aan onze voeten. Nu op zoek naar kangoeroes!

Automatisch op de hoogte blijven van onze reis? Meld je aan via bovenstaande rss-button!