Port Douglas en Low Island, Australië

16-6-2013

O o, we komen tijd tekort! Begin juli willen we in Indonesië zijn en dat is nog best ver varen: nog een kleine 500 mijl omhoog tot Cape York, vervolgens een kleine 800 mijl over de Arafura Zee naar Darwin en dán nog de oversteek van 500 Mijl naar Kupang in West Timor. En, o ja, eigenlijk willen we óók nog graag wat zien van de eilandjes en riffen in het Great Barrier Reef én van de outback van Australië. Dat ene woordje, eigenlijk, zegt alles: twee weken is krap, érg krap. Het betekent dat we keuzes moeten maken. En vooral de vaart erin houden.

We beginnen donderdag met een klein hopje van 50 mijl van Cairns naar het chique badplaatsje Port Douglas. Er staat geen wind maar 'time flies' en dus besluiten we dat stukje maar op de motor te doen. Gelukkig is de zee net zo rustig als de wind. Aan het eind van de middag varen we bij Port Douglas het steeds smaller wordende, kronkelende riviertje op. Tussen de mangrove gooien we, bijna helemaal aan het einde van de kreek, ons anker uit. Wat een onverwacht mooi plekje en wát een rust!

Er is hier echter één maar: vanaf de wal liggen -naar verluidt- de enige echte 'salties' naar ons te loeren... Extra voorzichtig stappen we hier daarom in en uit de dinghy en onze vingers en tenen steken we voorlopig ook maar even niet in het water. De volgende ochtend horen we al vroeg gestommel op het dek. Maren en Linde zijn bij het eerste zonnestraaltje opgestaan om samen vanuit de kuip krokodillen te spotten. Zonder resultaat :-(

Onverwacht krijgen we even later bezoek: John en Jenny, die in Port Douglas wonen, kloppen bij ons aan. De avond ervoor hebben we een kort praatje met ze gemaakt en ze willen ons graag beter leren kennen, aangetrokken door wat wij aan het doen zijn. We hebben meteen een klik en zo krijgt ons bezoek aan Port Douglas een onverwachte wending. Ze nodigen ons uit om samen met hun kinderen, Jack en Katie, een hapje te gaan eten en willen ons graag meer van de omgeving laten zien. 's Middags zijn we te gast op hun (toeristen)boot, de 'Lady Douglas', voor een cruise over het riviertje waar we zelf geankerd liggen. Doel: krokodillen spotten. Joepie! We zien maar liefst vijf zoutwaterkrokodillen, variërend van een halve meter tot vier meter lengte. En allemaal met grote bekken, gevaarlijk scherpe tanden en oogjes die ons voortdurend in de gaten houden... Maren en Linde hun dag is goed!

De volgende dag hebben we weer een 'programma', waarin we ons graag laten leiden door deze ontzettend gastvrije mensen. We gaan naar het regenwoud in de Mossman Gorge, waar de 'Kuku Yalanji' ons vertellen over hun cultuur, hun tradities en over de bomen, planten en vruchten, die ze werkelijk overal voor gebruiken: als wondermiddeltje, als verf, als gif, als eten, als natuurlijke zeep, om hutten te bouwen, etc. Vooral het verhaal over de giftige 'yellow walnut' valt op, die ze fijnmalen en in het water gooien. Vissen komen na een minuut of tien dan slapend bovendrijven, waarna je ze zó uit het water kunt pakken. Een visje vangen leek nog nooit zo eenvoudig.

Na een heerlijke en gezellige lunch bij John en Jenny thuis gaan we aan het eind van de middag gezamenlijk ankerop; zij met hun zeilboot Popeye en wij met de Seaquest. We verruilen ons prachtige plaatsje op de rivier voor een mooie ankerplek bij Low Island, een eilandje op slechts een uur varen van Port Douglas. Daar hebben we het erg gezellig samen: de kinderen kunnen lekker rennen en spelen op het strand, we barbecueën in de kuip en snorkelen (eindelijk weer!) tussen schildpadden, prachtig koraal, zeeslangen en 'giant clams'. Na een rondje om het eiland -dat is precies 5 minuten wandelen maar dat terzijde- genieten we van een sundowner op het strand, met magnifiek zicht op het avondrood en de bergen achter Port Douglas. Ondertussen vertellen John en Jenny ons veel over Australië en ze voorzien ons van informatie over de beste snorkelplekken, ankerplekken en dé plekken voor 'beachcombing'. We hebben één probleem: we komen tijd tekort...

Zondagmiddag is het na een korte maar gezellige tijd samen helaas al weer tijd om afscheid te nemen. Dat blijft een nadeel van een wereldreis, al dat afscheid nemen, maar John, Jenny, Jack en Katie hebben een extra kleurtje gegeven aan ons verblijf in Australië en dat zal ons altijd bijblijven.

Halverwege dezelfde middag gaan we ankerop samen met de Luna Verde, die net daarvoor zijn gearriveerd. We varen in een nachttocht van ruim 100 mijl naar Lizard Island, in het eeuwenoude kielzog van kapitein Cook. Links van ons is het vasteland: bergen met regenwoud, héél veel regenwoud en rechts van ons passeren we de vele riffen en eilandjes van het Great Barrier Reef. De doorgang wordt steeds smaller en dus is het uitkijken geblazen, vooral omdat er ook nog eens verdraaid veel vissersbootjes varen midden in de nacht. Bij het passeren van Endeavour Reef kijk ik toch even (in het donker) naar rechts. Hier liep Cook dus in 1770 met zijn schip op het rif. Slik! Dat is wel het laatste wat wij willen.

De rest van de nacht zeilen we lekker door. Want het voordeel van zo vlak achter de riffen varen is dat er geen swell staat en we hebben bovendien een mooie constante wind, heerlijk! Om half 8 's ochtends -ik lig net lekker te slapen na mijn laatste wacht- hoor ik de lieren boven mijn hoofd draaien. Ik ben in één keer klaarwakker. Huib Jan haalt de zeilen binnen, hét teken dat we er zijn. We varen Watson's Bay binnen bij Lizard Island, manoeuvreren tussen de andere boten door, gooien het anker over de rand, 30 meter ketting er achteraan et voilà: zomaar ineens in wéér een paradijs.

Automatisch op de hoogte blijven van onze reis? Meld je aan via bovenstaande rss-button!