Lizard Island, Torres Strait, Seisia en oversteek naar Darwin, Australië

27-6-2013

Niet alleen op het water maar ook op het land volgen we het spoor van kapitein Cook: vanuit Watsons Bay wandelen/klimmen we naar Cooks Look, de plek waar Cook in 1770 ook omhoog klom, naarstig op zoek naar een uitgang naar open zee tussen de riffen van het Great Barrier Reef door met zijn inmiddels weer gerepareerde 'Endeavour'.

De pittige wandeling is zeer de moeite waard. We hebben 360 graden uitzicht over het eiland, op de omringende helderblauwe lagune en over de vele andere eilandjes en riffen van het Great Barrier Reef. Onderweg zien (en soms helaas ook voelen) we veel grote groene mieren, mierennesten en grote mierenhopen. Bijzonder zijn de hagedissen van wel een meter lang die we tegenkomen, met scherpe klauwen en een lange tong, de zgn. 'gould's goannas'. Deze zorgden er overigens voor dat Cook de naam 'Lizard Island' koos voor dit eilandje. Helemaal op de top laten we onze namen achter in het 'Cook lookout visotors log' en we leggen allemaal een symbolische steen bovenop de grote stapel stenen, verzameld door iedereen die ons voorging.

Eenmaal weer beneden is het op en rond de Seaquest goed toeven. Vanaf het witte strand kunnen we heerlijk zwemmen in het heldere warme water. Als we etensresten overboord gooien, springen de vissen en haaien omhoog uit de zee: maanvissen, zandhaaitjes, zwartpunthaaien, wow! Dat willen we wel eens van dichterbij zien! We gaan snorkelen in de baai, waar we pal naast de boot een prachtige onderwaterwereld aantreffen: een mooie koraaltuin, tropische vissen, reuzenoesters en: Nemo, "precies zoals in de film," aldus Linde.

Woensdagmiddag gaan we weer ankerop. Samen met de Luna Verde racen we, met de wind in de rug, de baai bij Lizard Island uit. We hebben besloten de 300 mijl naar de top van Australië in één keer af te leggen, zonder tussenstops; beslist geen straf in de beschutting van de riffen, zalig zeilen zo!

We zigzaggen tussen de vele rifjes en ondieptes door; ons afscheid van het Great Barrier Reef. Zo nu en dan moeten we uitkijken voor een vrachtschip of een vissersbootje maar vooral moeten we uitkijken voor elkaar want de Luna Verde en de Seaquest zijn goed aan elkaar gewaagd. Sterker nog: ze lijken soms als magneten naar elkaar toe te trekken, vooral 's nachts...

Aan bakboordzijde hebben we steeds land in zicht, nu we langs het schiereiland Cape York varen. Het is het grote niemandsland. Geen stad of dorp te bekennen, geen verharde wegen en: nergens internetverbinding, dus even geen blog.

Vrijdag in alle vroegte zijn we bij het noordelijkste puntje van Australië. Onze timing kan niet beter: we kunnen in één keer doorvaren naar de Albany Pass, onze poort naar de Torres Straat. Daar moeten we met opkomend tij doorheen, zodat we de sterke stroming die hier staat mee hebben en de zee door de wind wordt gladgestreken in plaats van andersom. Met bijna 11 knopen op de teller stuiven we door de pas heen en dan: de Torres Straat, de engte tussen Australië en Papoea-Nieuw-Guinea en wij (wij!) varen daar! Een mijlpaal in onze reis. Het is ons afscheid na anderhalf jaar van de zo bijzondere Pacific maar ook onze kennismaking met weer een nieuwe zee, de Arafura Zee. Op naar andere oorden!

Na het ronden van Cape York zeilen we door naar Seisia, een klein dorpje 'net om de hoek' van de kaap, temidden van... niets. Wat is het toch wonderlijk dat er op deze plek nog mensen wonen. We hebben het gevoel dat we in een andere wereld belanden; eenvoudiger, armer(?) en warmer. Hierna -en eigenlijk ook ervóór al- houdt de bewoonde wereld écht op. De aarde is er rood. De enige auto's die we zien rijden zijn 4WD's bedekt met heel veel rood stof. We brengen onze stinkende zak vuilnis weg, kopen wat verse groente en fruit, integreren in de lokale vissersclub, beleven weer waardevolle en gezellige momenten met Thijs en Wilma, halen de gemiste slaap in en bereiden ons voor op de komende oversteek van ruim 700 mijl naar Darwin. Helaas nog steeds geen internet hier.

Zondagmorgen om half 10 gaan de ankers van de Luna Verde en de Seaquest weer uit het zand. Gebroederlijk gaan we op naar Darwin, onze laatste stop in Australië. De eerste uren is het heerlijk varen op een blauwer dan blauwe en opvallend vlakke zee, ook als we al mijlenver uit de kust zijn. Langzaam maar zeker wordt de zee echter onrustiger en onze magen daarmee ook - maar met een beetje 'kuiphangen' hebben we dat gelukkig in de hand. Van slapen komt de eerste nacht weinig terecht, omdat we ouderwets gelanceerd worden in bed, zo ruw slingeren we van het ene op het andere oor.

Na een etmaal even op de tanden bijten draait de wind langzaam door naar het zuidoosten, de zee wordt dieper, de golven daardoor langer en de Seaquest ligt veel rustiger in het water. Vanaf dat moment is het prachtig zeilen en dat komt het comfort en de stemming aan boord ten goede.

Het is vochtig warm en na een paar weken in de tropen krijgen we nu eindelijk écht een tropengevoel. Zoute nevel bedekt de hele buitenkant van de Seaquest en van haar bemanning (of is dat zweet?) Overdag brandt de zon op onze lijven. De bimini is vanaf nu weer zoiets als een eerste levensbehoefte. We verslinden heel veel boeken en knutselen krokodillen, schelpendoosjes en verrassingen voor Nick en Luuk. Want Maren en Linde staan te trappelen van ongeduld om hun vriendjes van de Boomerang weer te zien.

Ook 's nachts is het genieten. Een echte 'green ray' na zonsondergang en vallende sterren (inclusief eentje die gevaarlijk dichtbij lijkt te komen...) verwonderen ons. Maar het állermooiste blijft toch de maanopkomst, zo'n grote roodoranje bol die omhoog klimt aan de horizon, wow... Die volle maan verlicht onze nachten op zee, waardoor het eigenlijk nooit écht donker is.

Dinsdagochtend vroeg ronden we Cape Wessel, een reeks eilandjes die als een pier uitsteken in zee en voor ons het 'eindpunt' van de Gulf de Carpentaria markeren. De tweede helft van deze oversteek varen we langs de noordkust van de Northern Territory, die we overigens nog niet kunnen zien, en langs veel eilandjes en ondieptes. Thijs en Huib Jan zijn vooral druk met de getijstroom want die is hier nogal wispelturig maar wel allesbepalend voor onze snelheid - die daardoor varieert van 4 tot 10 knopen. Soms zit het mee, soms zit het tegen.

Na een paar dagen werkelijk prachtig zeilen besluiten we woensdagmiddag de motor aan te zetten. Er staat staat te weinig wind om nog vooruit te komen onder zeil. We willen donderdag graag vóór de nacht binnen zijn en dat halen we op ons 'ijzeren zeil' precies. Als we de Van Diemen Gulf invaren, onze poort naar Darwin, wordt de zee nóg vlakker dan die al was. Zelfs de glazen kunnen gewoon op tafel blijven staan, zonder het risico dat ze omvallen. Zo is een wereldomzeiling wel héél relaxed!

Met een goed en uitgerust gevoel gooien we de volgende dag aan het einde van de middag ons anker over de rand in Frances Bay, met uitzicht op Darwin. We drinken een afzakkertje samen met Thijs en Wilma in de kuip van de Seaquest. Er is genoeg stof om bij te praten na bijna vijf etmalen op zee, ook al hadden we onderweg steeds marifooncontact met elkaar.

En zo zijn we in één blog ruim 1000 mijl = 2000 km verder, alsof het allemaal niets is. Morgen eerst maar eens onze visa voor Indonesië definitief proberen rond te maken, na twee weken ons blog eindelijk weer eens bijwerken en: 'buurtverkennen', leuk!

Automatisch op de hoogte blijven van onze reis? Meld je aan via bovenstaande rss-button!