Darwin, Australië

6-7-2013

In Darwin is genoeg te beleven. Maar Darwin is, zo ver weg van alles, vooral iets ruwer dan de rest van Australië, een treetje terug op de luxeladder en: een beetje dichter bij het oorspronkelijke Australië.

Ons hoofddoel in Darwin is de visa voor Indonesië definitief rond te maken. Dat betekent opnieuw allemaal papieren invullen én vijf werkdagen wachten op het felbegeerde papiertje in onze paspoorten.

Verder moet onze schroef hoognodig worden gesmeerd maar in Darwin is jammer genoeg (zo blijkt) geen bootlift. Even overwegen we daarom de kiel op het zand te zetten, tegen de palen aan, maar dat durven we toch niet aan. Via zijn ongelooflijk snel opgebouwde lokale netwerk (een biertje en wat charmes openen alle deuren) regelt Huib Jan een nieuwe 'mate', oftewel een duiker, die het voor een appel en een ei aandurft tussen de 'salties' onze schroef te gaan smeren. Daarna loopt de schroef gelukkig weer als vanouds: geen geklap meer en ho is echt ho. Met een gerust hart kunnen we nu verder.

Helaas raakt Huib Jan geblesseerd bij het lanceren van de rubberboot op het strand. Met een zweepslag in zijn kuit moet hij deze week verplicht rust nemen op de Seaquest en alleen als het écht niet anders kan begeeft hij zich strompelend door Darwin. Het ziet er eventjes beroerd uit maar gelukkig is er na een paar dagen verbetering.

Tijd om nog wat van het gebied achter Darwin te zien is er eigenlijk niet en bovendien is dat nogal onhandig met onze geblesseerde kapitein en daarom besluiten we dat plan uiteindelijk maar los te laten en ons op Darwin zelf te richten.

We schipperen wat heen en weer tussen Frances Bay en Fannie Bay. Frances Bay is handig bij weinig wind en het is dichtbij het centrum, bij de supermarkt en de ambassade. Fannie Bay heeft weer heel veel andere leuke dingen en het ligt er rustiger bij zuidoosten wind.

In de lagune met kunstmatige golven hebben Maren en Linde het erg naar de zin. Maren oefent onvermoeibaar de hele dag het surfen op een surfboard en Linde doet niets liever dan in een zwemband meedeinen op de golven.

Vrijdagavond zien we een klein bootje met twee opgeschoten jongens de haven binnenvaren, met naast het bootje aan de haak een springlevende citroenhaai, die groter is dan het bootje zelf. Een nogal onhandige vangst, zeg maar... Ze trekken de haai mee naar de kade, waar vaderlief op het droge een poging doe de haak uit de bek te verwijderen. Maren is er als de kippen bij en maakt meteen van de gelegenheid gebruik de haai te aaien ("net schuurpapier"), voordat die weer het ruime sop kiest. Haar dag kan niet meer stuk!

Op 1 juli is het Northern Territory Day en dat wordt gevierd: de hele avond wordt er vuurwerk afgestoken op het strand. Wij liggen eerste rang, niet geheel zonder gevaar overigens want een verdwaalde vuurpijl zet zowat de boot van de buurman in lichterlaaie...

In Darwin 'tikken' we ook de Boomerang weer even aan. De kinderen halen álles uit de 24 uur dat ze elkaar zien en we vieren 'snel even' de verjaardag van John. Wordt vervolgd in Indonesië...

We bezoeken het 'Art Museum of the Northern Territory', waar we in een notendop -op de valreep- nog wat leren over Australië en Darwin. We zien o.a. een indrukwekkend grote opgezette saltie. Maar vooral de kunst, de verhalen, de geschiedenis van de Aboriginals zijn fascinerend. De verbintenis van de Aboriginals met hun land is in alles voelbaar. "People talk about country in the same way that they would talk about a person: they speak to country, sing to country, visit country, worry about country... country knows, hears, smells, takes notice, takes care, is sorry or happy... because of this richness, country is home, and peace; nourishment for body, mind and spirit; heart's ease."

Maar het aller-, állermooiste in Darwin is misschien wel de zonsondergang in Fannie Bay. Zelden hebben we die zó rood gezien als hier en dat levert echt schitterende plaatjes op.

Donderdag 4 juli kunnen we onze paspoorten weer ophalen bij de Indonesische ambassade en aansluitend gaan we meteen uitklaren bij het douanekantoor. Vertrekken kunnen we daarna helaas nog niet want de wind is, uitgerekend donderdag, vrijdag en zaterdag werkelijk he-le-maal 'op'. Maar zondagmorgen is het dan eindelijk zo ver: we heisen de zeilen voor de oversteek van 460 mijl naar Kupang op West-Timor. We nemen afscheid van Australië. 'Slechts' twee maanden waren we hier maar één zinnetje zal altijd blijven na-echoën in onze hoofden: 'No worries, mate.' Want dát zijn Australiërs, ten voeten uit.

Automatisch op de hoogte blijven van onze reis? Meld je aan via bovenstaande rss-button!