Kupang, West-Timor, Indonesië

12-7-2013

Zondag 7 juli rond het middaguur lichten we het anker, tegelijk met de Luna Verde. We verlaten Darwin en daarmee ook Australië, op naar Indonesië! De eerste dag op zee staat er te weinig wind om te zeilen -dat wisten we- maar de zee is vlak en zo is het tóch prettig varen. Een dag later pakken we de beloofde wind op, die pál van achteren komt. We slingeren van links naar rechts; slapen, koken en afwassen is daardoor wat lastig maar ach, verder gaat het leven aan boord gewoon door. Wind en windstiltes wisselen elkaar ook de rest van deze tocht af maar al met al schieten we lekker op.

Uit onverwachte hoek krijgen we maandagmorgen bezoek: een roodwit vliegtuigje van de Australische kustwacht komt twee keer héél laag overvliegen. Ze vragen waar we vandaan komen, waar we naar toegaan en wat onze thuishaven is en wensen ons nog een hele prettige reis.

Dinsdagochtend om 5 uur zit ik alleen in de kuip in de roetzwarte nacht, als ik plotseling word opgeschrikt door een vuurbal in de lucht pal voor de Seaquest. Chips! Ik heb het hart in de keel zitten. Geef me regen, geef me harde wind, geef me ruige zeeën maar géén onweer alsjeblieft! Op de radar zie ik dat de bui gevaarlijk dichterbij komt en ik besluit Huib Jan wakker te maken. Samen rollen we het grootzeil in en we sturen 30 graden op. Op die manier proberen we de bui te ontwijken. En onze tactiek werkt; we krijgen slechts een staartje mee van het noodweer, dat na een achtervolging uiteindelijk in het niets oplost.

De lucht is warm en zwoel, zelfs 's nachts op zee. Voor de vorm doen we 's nachts een T-shirtje aan maar eigenlijk kun je net zo goed in je zwembroek blijven zitten. Ja, dit voelt toch echt weer als de Tropen!

Het Seaquest college bestaat tijdens deze oversteek voornamelijk uit Indonesische les: Maren en Linde leren tellen tot 10 in het Indonesisch, hallo en dank je wel zeggen, etcetera en ze krijgen natuurlijk een beetje geschiedenisles. Herhaaldelijk heb ik met Linde een discussie over de naam 'Indonesië'. Ze vindt het maar ingewikkeld: we zijn straks 'in Onesië' (de 'd' vergeet ze voor het gemak) en daarom gaan we nu toch náár Onesië? Leg dan maar eens uit dat we náár Índonesië gaan...

Hoe dichter we bij Timor komen, hoe meer vissersboten we tegenkomen: grote houten boten, primitief maar heel kleurrijk. Ze zijn moeilijk te traceren: ze hebben geen AIS, varen zonder marifoon, soms zelfs zonder navigatieverlichting en ze zijn van hout en daarom reflecteren ze slecht op de radar. Op de boten zitten complete families. Dit is hun huis, hun bron van inkomsten, hun fabriekje, hun alles-in-één midden op de oceaan. We varen een paar keer heel dicht langs elkaar. De hele familie komt aan dek om naar ons te zwaaien, te lachen, te wijzen, geweldig! We zwaaien terug en Maren en Linde blijven alsmaar 'salam!' roepen. Het is onze voorbode van het bijzondere land waar we naar toe gaan. Mijn hart maakt een gelukssprongetje.

De laatste 100 mijl naar Kupang kunnen we gelukkig zeilen. Een perfecte ruime wind blaast ons met ruim 8 knopen vooruit. Woensdagochtend heel vroeg zien we een lichtgloed voor ons opdagen. Timor! Maar daarvóór nog ruiken we Timor al. Dat blijft bijzonder, de geur van land als je aankomt na een oversteek.

Een paar uur later gooien we ons anker uit voor Kupang. Al voordat we aan wal gaan worden we overspoeld door de geluiden: toeterende auto's, snerpende fluitjes, vijf keer per dag de oproep tot het gebed door de luidspreker van de moskee. Wow, dit is... veel. We besluiten eerst nog héél even aan boord te blijven, voordat we gaan inklaren. Na een bezoekje van de crew van de Boomerang wagen we ons op de kant. Meteen staan er kinderen bij de dinghy, die willen helpen. Voor een snoepje natuurlijk, dat we gelukkig in de tas hadden gestopt.

Aan wal is het een lawine aan indrukken, vooral zo'n eerste dag. Gelukkig vangt Napa ons op. Napa regelt alle papierwerk (en dat is hier nogal wat) voor de boten die willen inklaren. Napa is onze gids en onze vriend, die ons op subtiele wijze wegwijs maakt in Kupang. Met zijn scooter volgt hij ons waar hij dat nodig vindt en ondertussen gaat hij van ambtenaar naar ambtenaar voor de benodigde stempels en handtekeningen.

We pinnen een paar miljoen Rupiah en de meisjes krijgen hun eerste Indonesische zakgeld: Maren 30.000 en Linde 20.000 Rupiah = €2,50 en €1,50. Ze voelen zich ontzéttend rijk en, eerlijk is eerlijk, voor dat geld kun je hier ook ontzéttend veel kopen.

Het straatbeeld van Kupang wordt bepaald door bemo's, brommers, scooters, kraampjes met duizend en één keer dezelfde koopwaar en, last but not least: heel veel glimlachende mensen. Bemo's zijn kleine opgepimpte minibusjes waarin mensen soms bijna letterlijk worden opgestapeld. Als je je hand opsteekt, stopt er één voor je en dan kun je voor 3000 rupiah = 24 eurocent zo'n 20 minuten meerijden. Huib Jan is te lang voor de busjes en zit daarom de hele rit verplicht dubbelgevouwen op een bankje. Maar: dan krijgen we wel Keiharde (met een hoofdletter K) muziek met een diepe bas op de koop toe. Onze trommelvliezen kunnen het maar amper aan. Mensen springen in en uit het busje op de meest onmogelijke momenten. Naast de chauffeur heb je nog zijn hulpje, die meestal half buiten het busje hangt om nieuwe klanten bijna letterlijk het busje in te trekken. We krioelen tussen de vele andere bemo's, brommers en scooters door, die links en rechts aan ons voorbijschieten, of omgekeerd. Langs de straatkant staan overal houten rekjes met kleine flesjes, gevuld met benzine: samen met een trechter vormen ze kleine geïmproviseerde tankstationnetjes. De bemo is een belevenis op zich.

Aan het eind van de middag komt de stad pas écht tot leven. Het is een drukte van jewelste: nóg meer brommers en scooters en het is een gekrioel van mensen met houten karretjes met 'wandelende koopwaar'. En omdat het vandaag het begin van de Ramadan is, is het nu nog eens extra druk. We snoepen gezellig mee van alle zoetigheid die na zonsondergang wordt verkocht.

Maren en Linde met hun blonde haren zijn een bezienswaardigheid in Kupang. Wildvreemde vrouwen raken glimlachend hun haren aan en strelen hun wangen alsof het geluk brengt. Kinderen trekken giechelend hun aandacht en roepen 'hellohowarrjoe?' Bedrijven worden spontaan stilgelegd, omdat het personeel op de foto wil met onze filmsterretjes. Onze meisjes ondergaan hun nieuwverworven positie aanvankelijk een beetje gelaten, vervolgens worden ze steeds enthousiaster (als ze merken dat ze overal een snoepje krijgen) maar op een gegeven moment is het genoeg, in ieder geval voor vandaag. Er komt in één keer zóveel binnen in die kleine hoofdjes...

Op het strand past een man met één been en een houten stelt de hele dag op onze dinghy, voor slechts 5000 rupiah = 40 eurocent. De man is er blij mee en tóch voel ik me een beetje schuldig. 40 cent! We bedenken dat we hem onze laatste dag in Kupang wat extra zullen belonen voor zijn diensten, zodat hij het schoolgeld voor zijn kinderen kan betalen.

Als we vrijdag een tour maken buiten de drukte van Kupang, kunnen we ook even aan het ándere Timor proeven. We zien eenvoudige maar nette huisjes langs een weg die zéér wisselend van kwaliteit is. We rijden langs sawa's, stoppen is een klein vissersplaatsje, bezoeken een zoutfabriekje en een werkplaats waar ze sasando's maken: instrumenten die een beetje op een harp lijken, gemaakt van bamboe en palmbladeren en oorspronkelijk afkomstig van het eiland Roti. We vinden het zo'n bijzonder instrument, dat we er één kopen. Géén idee hoe we die weg gaan stouwen en heel gaan houden tot in Nederland maar dat is voor later zorg. We kopen nog wat souvenirs van een iel mannetje dat op een betelnoot zit te kauwen, waardoor zijn tanden, tandvlees en lippen felrood gekleurd zijn. Echt gezond ziet het er niet uit.

Als Napa onze papieren voor Indonesië na een paar dagen helemaal gereed heeft, hebben we groen licht om Indonesië verder te gaan verkennen. En dat is maar goed ook want we lopen over van alle indrukken op dit bijzondere eiland. We verlangen naar een rustige baai, een wit strand en wuivende palmen. Op naar Roti!

Automatisch op de hoogte blijven van onze reis? Meld je aan via bovenstaande rss-button!