Rinca, Komodo en Flores, Indonesië

24-7-2013

"Heit! mem! Linde! kom gauw! Ik zie er één! Een échte, écht waar,op het strand! Kom gauw!" Maren staat in de kuip en schreeuwt moord en brand, ze staat te trillen van enthousiasme. Voor het eerst in haar leven ziet ze een komodovaraan. En wij ook trouwens. Gewoon, op het stand waar we gisteren nog waren om te zwemmen. Maandenlang hebben we het er over gehad. En nu loopt 'ie daar doodleuk pal voor onze neuzen leuk te wezen. Ok, het is een kleine en hij is best ver weg maar: het is er één! Maren haar dag kan niet meer stuk. En dan is dit nog 'slechts' een voorproefje van wat ons deze week nog meer te wachten staat...

Maar eerst terug naar het begin van de week. Woensdag na de koffie en na schooltijd verlaten we Savu voor een tocht van 160 mijl over de Savu Zee naar het eiland Rinca. We varen de nacht door, om de volgende ochtend bij het opgaan van de zon verrast te worden door het ongelooflijk mooie landschap van Flores en Rinca: hoge ruige rotsen, vulkanen, indrukwekkende glooiende groene hellingen. Wow, dit is écht de gordel van smaragd!

Bij Rinca zoeken we een geschikte ankerplek, die we uiteindelijk vinden bij Lehok Teluk Ginggo, waar we ruim maar toch prachtig beschut liggen, vlak voor een paar witte strandjes met glashelder water. Alleen de Luna Verde, de Seaquest en een klein houten vissersbootje zijn hier en verder he-le-maal niemand. Wat een rust.

Een beetje aarzelend en behoorlijk op onze hoede, wagen we ons die middag op het strand. Er schijnen hier namelijk komodovaranen te zitten... Met een mengeling van 'gelukkig' en 'helaas' is er die dag echter geen spoor te bekennen van de dieren en we kunnen heerlijk zwemmen, rennen en spelen in en rond het water.

Maren is helemaal gefascineerd door de 'komodo dragons'; in het Engels vindt ze het véél spannender klinken. Ze heeft 's nachts in bed allemaal tactieken bedacht om de 'draken' uit de struiken te lokken: van rauwe biefstukken op het strand leggen tot zelf dan maar de struiken ingaan, gewapend met een lange stok. Wij zijn er niet zo happig op want de dieren zijn ons véél te happig, met de dodelijke bacteriën in hun tanden. Terwijl Maren daarover de volgende ochtend hardop loopt te fantaseren, komt er dus plotseling zo'n 'draak' uit de struiken het strand oplopen. Gelukkig zitten we veilig aan boord. Kunnen we even aan het idee wennen.

's Middags gaan we toch maar weer naar het strand om te zwemmen. We zijn meer op onze hoede dan de dag ervoor maar als de kust veilig lijkt, bewegen we ons steeds vrijer. Uiteindelijk worden we verrast door maar liefst twee komodovaranen, die 'zomaar ineens' het strand op komen lopen. Ze zien er eigenlijk best onschuldig uit. Maar niets is minder waar en we houden daarom gepaste afstand. Ze lijken overigens totaal niet in ons geïnteresseerd - blijkbaar zijn we niet zo'n lekker hapje voor ze. Of misschien hoort deze houding bij hun tactiek? We proberen het maar niet uit...

Maar de climax is toch wel een 'close encounter' met een 'joekel' van een komodovaraan. Tijdens een wandeling bij Loh Buaya op Rinca komt hij als een duvel uit een doosje plotseling tevoorschijn uit de bosjes en hij loopt ons zomaar tegemoet. Oeh! Dit wordt serieus... Maren en Linde kruipen weg maar gluren toch heel nieuwsgierig vanachter onze ruggen naar 'de draak'. De gids staat met zijn stok in de aanslag, klaar om een evt. aanval af te wenden. De ontmoeting is kort maar ontzettend indrukwekkend. Met zijn drie meter lengte, priemende ogen, eng lange tong en het sisgeluid zó dichtbij kunnen we nu écht zeggen dat we oog in oog hebben gestaan met een komodovaraan. Én dat het goed is afgelopen gelukkig ;-)

Rinca heeft nog meer voor ons in petto. Op het strand zien we herten en aapjes vrij rondlopen. Het lijkt hier wel een dierentuin! Vooral Linde vindt het schitterend: best spannend hoor, die komodovaranen, maar aapjes en hertjes zijn véél schattiger.

Tussen Rinca, Komodo en Flores kan het behoorlijk hard stromen. Soms zit het mee maar soms zit het ook behoorlijk tegen. Van Rinca naar Komodo kólkt het water gewoon, golfjes breken en onze snelheid over de grond is op een gegeven moment nog maar één knoop, terwijl we toch echt volle kracht vooruit varen.

Bij Pantai Merah, bij Komodo, gooien we ons anker uit, tussen de Luna Verde, de Boomerang en Lady of the Lowlands. Vier Nederlandse boten in één baai voor Komodo voor anker, uniek! Meteen worden we geënterd door een paar kleine houten bootjes met mensen die van alles en nog wat aan ons willen verkopen. Ok, het is even wennen maar we zijn weer op toeristisch terrein en dan hoort dit erbij. We kopen een klein houten komodovaraantje en geven ze wat kinderkleding en stiften.

Maren en Linde pakken de dinghy en varen samen naar hun vriendjes op de Boomerang om te spelen, wat ze minstens zo leuk vinden als het zien van de komodovaranen. Daarna gaan we prachtig snorkelen rond een rifje, met kleurrijk koraal en visjes die we nooit eerder hebben gezien. John en Debby kopen vier levende kreeften van een paar vissers, die we samen bereiden en verorberen bij een uitgebreide borrel op de Boomerang met alle 'Dutchies'. Het leven is zó goed :-).

Onderweg naar Flores vallen we weer van de ene verbazing in de andere. Als ik na een korte powernap wakker wordt op het achterdek, zie ik aan stuurboordzijde de glooiende groene heuvels, met daarachter de imposante ruige rotsen. Aan bakboordzijde zijn vissers in vissersbootjes in de weer met hun netten. Speervissers bewegen atletisch met hun speer in helderblauw ondiep water. Dolfijnen duikelen in slow motion langs de boeg van de Seaquest. Dit moet het paradijs zijn.

In Labuan Bajo, op West-Flores, maken we een praktische tussenstop: onze verse voorraden zijn helemaal op. We vinden er een opvallende mix van locals en toeristen. De markt is er héél 'basic'. We sprokkelen wat groenten en fruit bij elkaar: de minst verrotte wortels, kousenband, papaya's en ander exotisch lekkers. Dat is óók de charme van een wereldreis.

Met een min of meer gevulde koelkast varen we door naar het eilandje Gili Lawa Laut. Hier blijven we een dagje om te snorkelen. We maken een driftsnorkel samen met de bemanning van de Luna Verde en Boomerang, tussen de eilandjes Gili Lawa Laut en Gili Lawa Darat. We laten ons door de stroom meevoeren door de pas, met de dinghy op sleeptouw, en zien schildpadden, haaitjes, koffervissen, etc. Maar het hoogtepunt is toch wel de mantarog die onder onze neuzen doorzwemt. Een vis van een paar meter, die gracieus door het water zweeft, het blijft indrukwekkend. Door de sterke stroming worden we snel weer weggedreven van de mantarog maar dat maakt de ontmoeting misschien alleen maar magischer.

Indonesië, we vinden het magisch mooi. Daar kan geen dierentuin tegenop.

Automatisch op de hoogte blijven van onze reis? Meld je aan via bovenstaande rss-button!