Logboek augustus 2013

Oversteek Bali - Christmas Island

Geplaatst op 30-8-2013

Zo, de kop is eraf: de eerste 600 mijlen op de Indische oceaan hebben we glansrijk doorstaan, nou ja, bijna glansrijk...

Met de heerlijke smaak van Indonesië in ons geheugen gaan we dinsdag 27 augustus, na de koffie op de Luna Verde, trossen los. Op naar Christmas Island! We worden uitgezwaaid door Leo en Karen van de Duchess en door Made en zijn crew van Benoa Harbour.

De zee is vlak, de wind zou wat aan mogen trekken mag maar verder is het een prima eerste dag, een dag waarop iedereen aan boord zijn draai altijd even moet vinden en dat doen we door voor ons uit te staren, te slapen, een vislijntje uit te gooien, een boek te lezen, etc. Zo'n eerste dag op zee kun je bijna niet anders dan lui zijn.

's Nachts staren we naar de prachtige sterrenhemel en naar de opkomende halve maan die als een bootje tussen de sterren zweeft. We verwonderen ons over het fosforescerende spoor dat de Seaquest in het water achterlaat. Maren wil samen met mij de eerste wacht lopen. Om 11 uur wordt ze vanzelf in slaap gewiegd door de deining van de oceaan.

De volgende ochtend liggen de gangboorden bezaaid met kleine vliegende visjes. We geven ze allemaal een zeemansgraf, op twee na dan, die (blijkt na een halve dag) liggen te rotten onder de kuipvloer en in de kajuit, bah!

De tweede dag begint minder fraai. De beloofde wind wil maar niet komen en bovendien komt het kleine beetje wind dat we wél krijgen pál van achteren. De boel begint te klapperen en te flapperen en we schieten niet echt op, dit alles tot grote frustratie van onze kapitein. We besluiten de genaker op te zetten, om een beetje meer snelheid te kunnen maken.

En dan gebeurt het: we zijn stuurloos, wat is er aan de hand?!? We maken een rare slag en doordat we plotseling in de wind draaien zit ons hele want ingepakt in genakerdoek. We hebben de genaker in gedachten eigenlijk al afgeschreven maar proberen toch te redden wat er te redden valt. We proberen weer voor de wind weg te draaien waardoor de genaker uit de knoop raakt, wild begint te slaan en uiteindelijk ook nog eens losraakt aan de onderkant. Nee!

Eén meevaller tussen de tegenvallers: op de automatische piloot kunnen we nog sturen maar gek genoeg lukt handmatig sturen niet. Maar goed, we kunnen in ieder geval weer koers houden. Huib Jan tovert zijn oerkrachten tevoorschijn om de genaker binnen te halen, wat lang niet meevalt. Na heel veel zwoegen, zweten en schelden (dat helpt...) krijgt hij het gelukkig voor elkaar. Hij is he-le-maal kapot. Droogjes merkt hij op: "Zo, ik hoop dat je ervan hebt genoten Jannet want voorlopig heisen we dat ding niet weer."

De allergrootste uitdaging blijkt echter ons roer te zijn: het roerliever is losgebroken van de roerkoning. We hebben dringend een lasser nodig, die we op Christmas Island hopen te vinden. Een noodreparatie uitvoeren lukt helaas niet en dat betekent dat we op de automatische piloot de baai bij Christmas Island in zullen moeten varen en een mooring oppakken. Een uitdaging, zeker 's nachts...

Na dit vervelende intermezzo is het de rest van de tocht genieten. De wind trekt aan en de zee blijft vlak; Huib Jan is weer blij en ook de Seaquest is in haar nopjes. Onze snelheid loopt steeds meer op, zonder dat we het eigenlijk in de gaten hebben. Uitschieters boven de 10 knopen zijn geen uitzondering. Zelden hebben we zó hard en tegelijk zó comfortabel gezeild. Kicken!

Vrijdag rond het middaguur hebben we nog 60 mijl te gaan tot Christmas Island. Maren zit in de kuip haar spellingsles te maken, Huib Jan ligt te slapen en Linde maakt samen met mij een Cito-toets. We krijgen bijna een hartverzakking als er plotseling een vliegtuig heel laag overvliegt. En met laag bedoel ik écht laag: ze komen nog nét geen koffie drinken maar dat scheelt zonder overdrijven maar een paar meter. De 'Sealine 32' van de Australische kustwacht blijkt een routinecontrole te doen, goeiemorgen zeg! Op kanaal 16 vragen ze naar onze port of registration ("lima-echo-echo-uniform-whiskey-alfa-romeo-delta-echo-november", we kunnen het inmiddels dromen), port of departure ("Benoa") en port of destination ("Christmas Island") en wensen ons daarna nog een prettige reis. Nou, wij zijn wel even aan een pauze toe!

Vrijdagavond net na zonsondergang lopen we de baai Flying Fish Cove bij Christmas Island binnen. Een paar uur geleden al werden we begroet door honderden Jan van Genten, die rond de Seaquest vlogen, met de wind speelden en op zoek waren naar vis. Een werkelijk schitterend gezicht. In het schemerdonker pikken we een mooring op, sturend op de autopilot: een hele nieuwe ervaring en eigenlijk gaat dat verbazingwekkend goed. We nemen via de marifoon contact op met customs, met wie we morgen om 10 uur afspreken bij de jetty om in te klaren. Maar nu eerst slapen en, o ja, morgen een lasser regelen...

Link + foto's

De Secret Islands en weer naar Bali

Geplaatst op 25-8-2013

Het is langzamerhand tijd om ons voor te bereiden op de komende 5000 zeemijlen naar Zuid-Afrika. We hopen de laatste week van augustus te kunnen vertrekken naar Christmas Island, de eerste 'sprong' in de goede richting. We doen veel boodschappen, gaan met z'n vieren naar de kapper, doen de laatste onderhouds- en reparatieklusjes, etc. etc. Maar tussen de bedrijven door zijn we vooral ook aan het genieten.

Maren en Linde spelen nog vaak en veel met Nick en Luuk, voordat zij gaan vertrekken naar Christmas Island. Wij zijn nog niet zo ver en zijn benieuwd waar en wanneer we ze weer gaan zien. Gelukkig vermaken Maren en Linde zich ook samen prima en bovendien is er veel vertier met Kaan en Sten, de kleinkinderen van Thijs en Wilma die hier vakantie vieren.

De Luna Verde en de Seaquest gaan een paar dagen samen 'op pad', met aan boord van de Luna Verde tevens dochter Nina, schoonzoon Sander en kleinkinderen Kaan en Sten. Met een vleermuis aan de railing (waar komt die nou weer vandaan?) vertrekken we eerst naar het eilandje Nusa Lembongan, als tussenstop. We vinden het er maar druk. Nusa Lembongan is nl. een populaire bestemming voor massa's dagtoeristen, die allemaal in snelle, lawaaierige en knalgele boten het eiland en de baai dagelijks tussen 10 en 4 op de kop zetten. Maar aan het eind van de middag keert de rust weder en daarmee ook het gezellige 'laid back' sfeertje. Wat overblijft zijn een paar fanatieke surfers, die de spectaculaire golven in de baai proberen te berijden, een machtig gezicht. 'Surfer's dream, sailors nightmare' zou ik bijna willen stellen want de ankerplaats is niet echt goed beschut en blijft ook 's nachts érg onrustig.

Na een gebroken nacht besluiten we door te varen naar een rustiger plek, die we vinden bij de zuidelijke Gili-eilanden van Lombok, ook wel veelbelovend 'Secret Islands' genoemd. En inderdaad: die eilandjes doen hun naam eer aan. We vinden een prachtige ankerplek bij het eilandje Gili Asahan: heerlijk beschut en met oogverblindend witte strandjes in een prachtig decor van groene bergen. In geen velden of wegen is een mens te bekennen, nou ja, op een paar speervissers na dan. Er rest ons niets dan zwemmen, snorkelen, slenteren over de strandjes, schelpen zoeken en barbecueën in de kuip. En vlak na zonsondergang krijgen we nota bene ook nog 'green rays' te zien, een uniek natuurverschijnsel met groene stralen in de lucht. Moah... hier raak je niet snel gestrest...

Bij Gili Layar vinden we een unieke snorkelplek die we ook nog eens helemaal voor onszelf hebben, met de naam (hoe kan het ook anders) Secret Reef. We blijven er lang omdat we maar geen genoeg van kunnen krijgen van het koraal en de vissen, wow wat is het hier mooi!

Na een paar heerlijk dagen gaan we terug naar Bali, waar wij ons gereedmaken voor ons volgende 'uitje': we gaan een nachtje logeren bij Anwar, Sheran, Alya en Michel in het dorpje Kirta, midden op Bali. Daar mogen we meegenieten van hun werkelijk prachtige vakantieverblijf bovenop een groene berghelling, in een net zo prachtige omgeving. Kirta ligt ver weg van alle drukte. We zitten er hoger en dus is het er koeler en groener: één en al energie. Onderweg zien we sawa's 'zoals in de reisgidsen'; dorpjes met heel veel houtsnijwerk, zilverwerk en stenen sculpturen; en overal hindoe-ceremonies, we genieten!

Ons 'gastgezin' uit Bahrein is minstens zo interessant. Anwar, aangestoken door ons verhaal, droomt inmiddels ook van een zeilboot en de gesprekken daarover duren tot diep in de nacht. Maar we praten vooral ook over 'het leven' en over cultuurverschillen. Want Bahrein en Nederland, dat is een wereld apart. En toch vinden we ook veel gemeenschappelijks. Heel bijzonder.

De nacht in Kirta is onrustig: een slang bij de ingang, apen op het dak, spinnen in bad en een nest vol 'mieters grote' mieren in de kamer zorgen al voor een valse start. Maar het meest onverwachte moment beleven we midden in de nacht: rond 2 uur 's nachts horen we gestommel en geroezemoes naast onze kamer. Aanvankelijk zijn we te slaapdronken om te reageren maar we zitten in één keer rechtop in bed als we horen dat 'ze' (wie?) tegen onze ramen aanstaan. Het zullen toch geen inbrekers zijn? Als we vanachter de gordijnen poolshoogte gaan nemen, worden we er niet echt geruster op: we zien wit geklede mannen met lange messen voor ons raam staan! Gelukkig, zo blijkt, is er geen kwade opzet; integendeel. Het hoort allemaal bij een ceremonie die ze houden bij/in het beekje dat langs onze kamer stroomt. Ze schrikken overigens net zo van ons als wij van hun, als ze ons in onze onderbroek achter het raam zien staan. Na een uur vertrekt de stoet weer naar... tja, waar naartoe eigenlijk? Nou ja, in ieder geval, wij kunnen weer slapen. We zijn een beetje verbouwereerd en opgewonden tegelijk. Wát een cadeautje, zo midden in de nacht! Het kost ons misschien onze nachtrust maar het zorgt wél voor een écht Bali gevoel.

De volgende ochtend kunnen we heerlijk relaxen en bijkomen op de strandstoelen, in het zwembad en in de whirlpool, starend naar een magnifiek groene berghelling. Na een heerlijke lunch gaan we weer huiswaarts, naar de Seaquest. We zijn er stil van: wat een bijzondere en gastvrije mensen hebben we toch leren kennen!

In Benoa Harbour gaat de gezelligheid door met Leo en Karen van de Duchess en met Thijs en Wilma van de Luna Verde. We klussen samen, borrelen samen, eten samen en: gaan samen op kookcursus!

Om 6 uur 's ochtends zitten we al in de auto, onderweg naar de markt van Jimbaran. Daar zien, ruiken en proeven we de kruiden die in de Balinese keuken worden gebruikt en we doen inkopen. Op de markt is het een gekrioel van mensen en een mengeling van kleuren en geuren. De kippen zijn met de poten aan elkaar vastgebonden, klaar om verkocht en geslacht te worden. Er is natuurlijk veel verse waar om te eten maar er worden ook opvallend veel 'ingrediënten' verkocht voor de hindoe-offertjes: offermandjes, bloemblaadjes, kleurrijke rijstkogeltjes, etc. Heerlijk, op de markt leer je een land altijd weer wat beter kennen. Linde heeft zo haar eigen mening over de markt: "Ik vind het hier eigenlijk niet zo lekker stinken."

Na ook nog een bezoek aan het strand en de vismarkt van Jimbaran, waar de vissers hun verse vangst aan wal brengen om het daarna meteen te verkopen, gaan we koken. Bagus van restaurant Bumbu Bali is een geweldige kok, die ons een paar uur lang weet te boeien; hij leert ons veel over de Balinese keuken en zijn instructies zijn doorspekt met veel humor. Jong en oud gaan aan de slag; zo vult Linde o.a. een kip, maakt Maren Balinese en Javaanse pindasaus, maken de vrouwen pakketjes van palmbladeren en draaien de mannen vissaté om een stengel citroengras (érrug komisch!) Het is een geweldige dag op ook nog eens een mooie plek en het resultaat van onze inspanningen mag er zijn: onze zelfbereide lunch smaakt voortreffelijk!

Maar de bonus van de dag volgt daarna: Restaurant Bumbu Bali beschermt nl. jonge schildpadjes door de eitjes in bakken met zand te 'bewaken' en uit te laten komen. Als de schildpadjes na twee maanden sterk genoeg zijn, worden ze vrijgelaten in zee. En uitgerekend WIJ mogen dat doen! Voor Maren en Linde is het een uniek moment, waaraan ze nog heel vaak terug zullen denken. En datzelfde geldt voor ons. Wat een blij gevoel geeft dit!

Link + foto's

Bali, Indonesië

Geplaatst op 15-8-2013

De verjaardag van onze kapitein begint goed: om 7 uur 's ochtends gaan we ankerop, om van Lombok naar Bali te varen. Er zijn cadeautjes voor de jarige job en de slingers zijn vandaag heel bijzonder: honderden kleurrijke zeiltjes van traditionele vissersbootjes die ons om de oren vliegen. Het is een feestelijk en vrolijkmakend gezicht op de vroege ochtend.

De hele reis van 50 mijl hebben we de stroom mee. Vlak voor Benoa wordt het zelfs spectaculair als de zee ons maar liefst vijf knopen helpt. We gaan met een snelheid van 11,5 knoop over de grond op ons doel af, woehoe!

Net voordat we er zijn roept John van de Boomerang ons op: ze hebben een walvis gezien. En ja hoor: even later zien wij hem ook, pal voor onze boeg. Hij geeft een showtje weg inclusief spuitend water en staart die haaks op het water staat, voordat hij weer in de diepte verdwijnt. Wow!

Tussen de ondieptes door manoeuvreren we even later de haven van Benoa in. Wát een actie hier: grote hotels, vrachtschepen, knalgele ferry's, speedbootjes met daarachter gillende toeristen op opblaasbananen of vliegende matrassen, té veel kitesurfers per vierkante meter, vliegtuigen die laag overvliegen. Oef, dit is andere koek. We vinden het maar druk en bovendien bloedlink en doen een schietgebedje in de hoop dat er niet een kitesurfer te pletter slaat op het dek van de Seaquest :-(.

Maar Bali heeft gelukkig ook een andere kant. Aan stuurboordzijde van de Seaquest, op slechts een paar meter afstand, staan mensen met rijsthoeden op hun hoofden tot hun middel in het water. Ze staan te vissen en zijn de rust zelve. De tegenstelling met de 'vliegende toeristen' kan niet groter zijn.

Naast de Luna Verde 'parkeren' we even later de Seaquest. De Boomerang ligt een paar meter verderop. We vragen ons serieus af hoe betrouwbaar de steigers hier zijn - want echt sterk zien ze er niet uit. Aan de andere kant: ze liggen er al jaren, dus dan zullen ze (en wij) nu ook wel blijven drijven... toch?

Eenmaal geland is het tijd voor geïmproviseerde taart voor de jarige kapitein, met héél veel glazen koud water want de zon schijnt fel. Met de crew van de Boomerang, de Luna Verde én met de kinderen/kleinkinderen van de Thijs en Wilma, gaan we daarna eten in Sanur. De wijn, het bier, verse tropische vruchtensappen en de cadeautjes vloeien rijkelijk. Maar vooral het gezelschap zorgt voor een onvergetelijke avond.

Gek is dat eigenlijk: zodra we in een haven komen, ontstaat er altijd een hele lange kluslijst die afgewerkt moet worden. En dat doen we dus: dayworkers gaan aan het poetsen, we bestellen een nieuwe ankerketting, Huib Jan repareert de waterpomp van de hoofdmotor en geeft de generator en motor een servicebeurt, we checken de accu's, laten de wieltjes van de dinghy repareren, regelen een tankboot, beginnen met boodschappen inslaan voor de komende oversteek, etc. etc. etc. De hele boot staat op de kop, zowel binnen als buiten. Een ongelukje met vuile olie maakt de chaos compleet: alles maar dan ook werkelijk alles in de achterhut zit onder de zwarte vieze olie: lakens, plafond, vloerbedekking, ahhh! Huib Jan redt wat er te redden valt. Uiteindelijk hoeven we gelukkig alleen maar een laken en een T-shirt weg te gooien.

Na deze nogal hectische introductie op Bali, genieten we vooral van al het moois dat Bali óók te bieden heeft. Het meest kenmerkend voor Bali zijn toch wel de heerlijke geuren, kleuren en klanken. Twee maal per dag leggen vrouwen offertjes op de drempel van huizen, van winkels, van restaurants, bij tempeltjes etc.: Kleurrijke kleine bakjes van gevlochten blad, met eten, bloemblaadjes, wierook en soms geld, een sigaret of een snoepje erin. Overal zie je ze en overal ruik je ze vooral ook. Die wierookgeur, gemengd met de geur van lekker eten, is de geur van Bali. Heerlijk. Met de gamelanmuziek op de achtergrond is de sfeer compleet.

Leo (van de Mutiara Laut) maakt ons een beetje klus-wijs op Bali. Hij heeft veel connecties en weet waar we moeten zijn, waardoor we onze zaakjes goed en snel kunnen regelen. Bij Leo en Martha thuis beleven we bovendien een gezellige middag en avond. Frans heeft heerlijk Indonesisch voor ons gekookt, een dag voordat hij weer terugvliegt naar Nederland.

Terwijl Huib Jan gaat klussen en golfen, gaan de dames van de Seaquest een dag op stap samen met Thijs en Wilma. Bestemming: Oost-Bali. Bij de Goa Lawah tempel, een tempel bij een vleerhondengrot, is het een drukte van jewelste. Hindoes bezoeken de tempel om er te bidden en een offer te brengen t.g.v. de dag van Saraswati, godin van de kennis. Op het tempelplein ondergaan ook wij het ritueel waarbij we worden gezegend met heilig water en rijst op het voorhoofd. Iedereen brengt een offer mee, van hele kleine offertjes tot manden vol. Zo zien we gevlochten manden met volwassen en jonge eendjes, klaar om geofferd te worden aan de zee. Vooral door dat laatste is Maren geschokt, boos en ook verdrietig. Onze chauffeur legt haar met heel veel begrip en geduld uit waarom ze dit doen: de natuur geeft veel maar je hoort ook terug te geven. Bovendien komen de jonge eendjes in een volgend leven sterker terug, aldus de gids. Maren begrijpt zijn verhaal maar het met hem eens zijn? Nooit van haar leven! Onze kleine dappere moraalridder.

Tenganan is een traditioneel dorpje in de bergen, waar afstammelingen wonen van de vroegste bewoners van Bali. Inmiddels is het dorpje ontdekt door toeristen maar de sfeer is er nog 'echt'. Nou ja, met uitzondering dan van de roze en groen geverfde hanen, die worden 'gebruikt' bij de hanengevechten. We zien vooral heel veel handnijverheid, waaronder de dubbele ikats, waarbij zowel de schering- als de inslagdraden worden geverfd voordat ze worden samengeweven. Het maken van een sarong van deze kwaliteit is een echte kunst en kan wel vijf jaar duren! Maar we zien meer handwerk: de vervaardiging van een soort opvouwbaar boekje van bamboebladeren, met tekeningen en sanskrietteksten erop; het bakken van ornamenten van lavasteen; het maken van traditionele muziekinstrumenten, van geweven manden, etc. En ondertussen leggen de vrouwen kippen op een houtskoolvuurtje voor de lunch en sjouwen mannen met snoeiafval.

De watertempel van Tirtagangga is eigenlijk 'gewoon' een mooie tuin met heel veel waterpartijen met daarin beelden, bruggetjes en heel veel groen. Op de achtergrond zien we de Gunung Agung, de hoogste vulkaan van Bali. We hoppen tussen de beelden door over stapstenen die in het water liggen. Zo'n tempel willen Maren en Linde elke dag wel bezoeken! Als klap op de vuurpijl mag Maren een slang vasthouden, spannend (vooral voor moeders...) maar wel stoer!

Door een prachtig landschap met veel sawa's rijden we naar Amed, oorspronkelijk een dorpje aan de oostkust dat leefde van de visserij en zoutwinning maar tegenwoordig ook populair bij duikers en snorkelaars. Het strand is overdag driedubbel bezaaid met vissersbootjes, een mooi gezicht.

Via de 'coastal route' rijden we weer richting het zuiden, een prachtige slingerweg langs de spectaculaire oostelijke kust van Bali, met mooie vergezichten over zee en dwars door heel veel dorpjes die nog niet door toeristen zijn ontdekt. In Seraya stoppen we even, omdat er een weverscoöperatie is gevestigd. We zien daar het hele proces van het weven: de katoenplant, het spinnen van garen op een ouderwets spinnenwiel, het kleuren van de katoen (werkelijk prachtige kleuren van schors, wortel, zaden, hout en bloemen) en uiteindelijk het fijne weefwerk zelf. Als we weer in de auto zitten vraagt Linde of ik vanavond het verhaal van Doornroosje wil voorlezen.

Na een lange dag zijn we terug in Benoa Harbour, waar we weer aan boord stappen van de Seaquest en de Luna Verde, met een gevoel van: dít is Bali en het smaakt naar méér!

Link + foto's

Lombok en Gili Air, Indonesië

Geplaatst op 4-8-2013

We vertrekken vanaf Pulau Moyo voor een nachttochtje van ruim 80 mijl naar de Gili's, bij Lombok. Door een web van kleine vissersbootjes varen we in het donker de baai uit, om vervolgens met een 'perfecte' wind de vlakke Javazee te veroveren. Tussen Sumbawa en Lombok verandert de zee 's nachts heel even in een cakewalk. De wind giert door het want en in het donker zien we de schuimkoppen op het water. Het doet niets af aan onze snelheid: zelfs zwaar gereefd gaan we nog steeds 8 knopen over de grond. Eenmaal boven de kust van Lombok is het weer goed toeven aan boord, al houden windsterkte en windrichting ons flink bezig deze tocht.

's Ochtends bij het ochtendgloren zien we aan bakboordzijde het groene berglandschap van Lombok, deels gehuld in de ochtendnevel. Het ziet er sprookjesachtig uit. Vóór ons verschijnen langzaam maar zeker de Gili's, een paar witte zandplaten met bomen erop - oneerbiedig gezegd want het ziet er prachtig uit. Nog voordat we aan wal gaan zien we het grote verschil met de eilanden waar we de afgelopen weken waren: het strand van Gili Air is bezaaid met kleurrijke terrasjes en relaxte loungeplekken. En dat betekent ook veel toeristen.

Gili Air vinden we bijzonder. Ok, er zijn veel toeristen (waaronder opvallend veel Nederlanders) maar toch doet dat niets af aan de sfeer. Auto's zijn er niet; er rijden uitsluitend kleurrijke paard-en-wagentjes, een handvol fietsers en verder heb je alleen de benenwagen. We maken een ritje in een paard-en-wagen en zien zo in een half uur alles wat er is: één zandpad rond het eiland, kleine kampungs waar de lokale bevolking in traditionele huisjes woont, tuintjes met kleurrijke bloemen, grazende koeien tussen palmbomen, kleine hotelletjes die bestaan uit vrijstaande hutjes en langs de stranden heel veel loungehutjes op palen, met klamboes die uitnodigend wapperen in de wind.

Dagelijks is het een komen en gaan van toeristen, die met bootjes op het strand worden afgezet. Ze lijken in het niets te verdwijnen. Dagelijks ook is er aanvoer van verse groenten en fruit (en zo nu en dan een koelkast) van Lombok. Het is een mooi schouwspel: alles wordt met de hand vanaf de bootjes het strand opgesjouwd en verder vervoerd op het hoofd en/of met de paard-en-wagentjes. Gili Air is eenvoudig, kleinschalig en zóóó relaxed; de luxe is er leuk verpakt, hier kunnen we wel aan wennen!

Na een inspannende maandagochtend op het Seaquestcollege is het tijd voor een verzetje. We nestelen ons in een strandstoel (met uitzicht op de Seaquest), bestellen een cocktail en verse tropische vruchtensappen en hebben een wel héél relaxte middag, zoals je hier eigenlijk niet anders kunt. Een man met twee-kistjes-met-houten-stok-ertussen schilt ananassen en mango's voor ons, zó lekker dat de kinderen hun vingers er bijna bij opeten. Bij zonsondergang hebben we prachtig uitzicht op de wolkenpartijen rond de hoogste vulkaan van Lombok, de Gunung Rinjani. Het leven is perfect.

Als de Boomerang twee dagen later ook bij Gili Air arriveert, besluiten we nog een dagje langer te blijven. En, vooruit, nóg maar een dag. John gaat samen met de kinderen fietsen rond het eiland. Maren vindt het geweldig en héél even wordt haar heimweegevoel naar Nederland (= synoniem voor fietsen) aangewakkerd. Verder maken we heel gezellig kennis met Leo en Karin, Nederlanders uit Singapore die net aan een wereldreis zijn begonnen op hun boot 'Duchess'.

Na een paar dagen in het paradijs varen we naar het plaatsje Senggigi op het eiland Lombok. We gooien ons anker uit vlak voor een aantal resorts. We 'stranden' bij het Sheraton Hotel, waar we aan de praat raken met de medewerkers van het hotel, die onze reis heel bijzonder vinden. Ze komen de volgende dag koffiedrinken op de Seaquest en daarna kunnen we natuurlijk wel een potje breken: we mogen heerlijk op een strandstoel aan het zwembad zitten, mét glijbaan die de kinderen in een paar dagen tijd bijna verslijten.

Op het strand ontmoeten we ook Anwar, Sheran, Alya en Michel, een gezin uit Bahrain. Ook zij zijn helemaal gefascineerd door onze reis en ze vragen ons de oren van het hoofd. Het blijken ontzéttend aardige en boeiende mensen te zijn. We praten veel maar zijn nog lang niet uitgepraat en daarom spreken we af dat we elkaar over een paar weken weer gaan zien op Bali.

In een 4WD maken we een rit over Lombok. We zigzaggen tussen de vele paard-en-wagens, brommers en andere auto's door en kijken ons de ogen uit. We rijden door traditionele dorpjes waar mensen heel eenvoudig leven. We bezoeken een werkplaats waar ze houten meubels maken en bewerken: het hout wordt met de hand uitgesneden en vervolgens gevuld met piepkleine stukjes nautilusschelp. Wát een werk! Maren en Linde mogen helpen met het lakken van de meubels. Ze zijn het er roerend over eens: dit is de leukste knutselopdracht van de week.

In het Narmada Park bezoeken we een hindoetempeltje, waar we onze hoofden 'reinigen' met heilig water en een glaasje van het water drinken om eeuwig jong te blijven. Nu maar afwachten of het werkt... De pandit (priester) wenst ons 'safe travels' als we weer naar buiten gaan.

We rijden verder langs groene sawa's, langs tabaksplantages met hoge roodstenen droogtorens waarin de tabak wordt gedroogd en langs maïsvelden. Het is hier GROEN. Onderweg eten we dingen die we nog nooit hebben gegeten, zoals 'salak', de slangenhuidvrucht en 'kue bantal', cake kussentjes van rijst en banaan, gestoomd in kokosblad.

Langzaam maar zeker rijden we de bergen in. Het wordt er koeler en nóg groener, de weg wordt steeds uitdagender en langs de weg zien we steeds meer aapjes die nieuwsgierig komen kijken én weer wegschieten in de 'bush'.

Bovenop de berg, met prachtig uitzicht, willen we gaan lunchen. Die schattige aapjes zien dat ook wel zitten en binnen een paar tellen confisqueren ze de helft van onze lunch. Apenstreken! We kiezen eieren voor ons geld, bang dat we straks helemaal niets meer te eten hebben en gaan dan maar lunchen aan de voet van de berg. Maren en Linde mogen daar meehelpen mie goreng te maken en ze laten het zich vervolgens goed smaken.

Na de lunch gaan we écht off road, op verzoek van Maren, en dat is 'vet cool' in zo'n 4WD! Als we niet verder kunnen, stappen we uit om te genieten van het uitzicht op de heilige vulkaan Rinjana. Onze gids brengt op,die 'machtige' plek een offertje van rijstkorrels, zaden en twee Mentos (ja, ook dat vinden de goden lekker). Het is een Indrukwekkend en toch zo alledaags ritueel.

We slingeren terug via een prachtige route langs de kust, door afgelegen dorpjes, langs ongerepte kusten en hagelwitte stranden. We kopen wat groente en fruit op een lokale markt en gaan dan moe maar voldaan terug naar de Seaquest.

Lombok, goh, we waren er eigenlijk veel te kort. Maar de tijd tikt door en daarom zeilt de Seaquest weer door naar haar volgende bestemming: Bali!

Link + foto's