Lombok en Gili Air, Indonesië

4-8-2013

We vertrekken vanaf Pulau Moyo voor een nachttochtje van ruim 80 mijl naar de Gili's, bij Lombok. Door een web van kleine vissersbootjes varen we in het donker de baai uit, om vervolgens met een 'perfecte' wind de vlakke Javazee te veroveren. Tussen Sumbawa en Lombok verandert de zee 's nachts heel even in een cakewalk. De wind giert door het want en in het donker zien we de schuimkoppen op het water. Het doet niets af aan onze snelheid: zelfs zwaar gereefd gaan we nog steeds 8 knopen over de grond. Eenmaal boven de kust van Lombok is het weer goed toeven aan boord, al houden windsterkte en windrichting ons flink bezig deze tocht.

's Ochtends bij het ochtendgloren zien we aan bakboordzijde het groene berglandschap van Lombok, deels gehuld in de ochtendnevel. Het ziet er sprookjesachtig uit. Vóór ons verschijnen langzaam maar zeker de Gili's, een paar witte zandplaten met bomen erop - oneerbiedig gezegd want het ziet er prachtig uit. Nog voordat we aan wal gaan zien we het grote verschil met de eilanden waar we de afgelopen weken waren: het strand van Gili Air is bezaaid met kleurrijke terrasjes en relaxte loungeplekken. En dat betekent ook veel toeristen.

Gili Air vinden we bijzonder. Ok, er zijn veel toeristen (waaronder opvallend veel Nederlanders) maar toch doet dat niets af aan de sfeer. Auto's zijn er niet; er rijden uitsluitend kleurrijke paard-en-wagentjes, een handvol fietsers en verder heb je alleen de benenwagen. We maken een ritje in een paard-en-wagen en zien zo in een half uur alles wat er is: één zandpad rond het eiland, kleine kampungs waar de lokale bevolking in traditionele huisjes woont, tuintjes met kleurrijke bloemen, grazende koeien tussen palmbomen, kleine hotelletjes die bestaan uit vrijstaande hutjes en langs de stranden heel veel loungehutjes op palen, met klamboes die uitnodigend wapperen in de wind.

Dagelijks is het een komen en gaan van toeristen, die met bootjes op het strand worden afgezet. Ze lijken in het niets te verdwijnen. Dagelijks ook is er aanvoer van verse groenten en fruit (en zo nu en dan een koelkast) van Lombok. Het is een mooi schouwspel: alles wordt met de hand vanaf de bootjes het strand opgesjouwd en verder vervoerd op het hoofd en/of met de paard-en-wagentjes. Gili Air is eenvoudig, kleinschalig en zóóó relaxed; de luxe is er leuk verpakt, hier kunnen we wel aan wennen!

Na een inspannende maandagochtend op het Seaquestcollege is het tijd voor een verzetje. We nestelen ons in een strandstoel (met uitzicht op de Seaquest), bestellen een cocktail en verse tropische vruchtensappen en hebben een wel héél relaxte middag, zoals je hier eigenlijk niet anders kunt. Een man met twee-kistjes-met-houten-stok-ertussen schilt ananassen en mango's voor ons, zó lekker dat de kinderen hun vingers er bijna bij opeten. Bij zonsondergang hebben we prachtig uitzicht op de wolkenpartijen rond de hoogste vulkaan van Lombok, de Gunung Rinjani. Het leven is perfect.

Als de Boomerang twee dagen later ook bij Gili Air arriveert, besluiten we nog een dagje langer te blijven. En, vooruit, nóg maar een dag. John gaat samen met de kinderen fietsen rond het eiland. Maren vindt het geweldig en héél even wordt haar heimweegevoel naar Nederland (= synoniem voor fietsen) aangewakkerd. Verder maken we heel gezellig kennis met Leo en Karin, Nederlanders uit Singapore die net aan een wereldreis zijn begonnen op hun boot 'Duchess'.

Na een paar dagen in het paradijs varen we naar het plaatsje Senggigi op het eiland Lombok. We gooien ons anker uit vlak voor een aantal resorts. We 'stranden' bij het Sheraton Hotel, waar we aan de praat raken met de medewerkers van het hotel, die onze reis heel bijzonder vinden. Ze komen de volgende dag koffiedrinken op de Seaquest en daarna kunnen we natuurlijk wel een potje breken: we mogen heerlijk op een strandstoel aan het zwembad zitten, mét glijbaan die de kinderen in een paar dagen tijd bijna verslijten.

Op het strand ontmoeten we ook Anwar, Sheran, Alya en Michel, een gezin uit Bahrain. Ook zij zijn helemaal gefascineerd door onze reis en ze vragen ons de oren van het hoofd. Het blijken ontzéttend aardige en boeiende mensen te zijn. We praten veel maar zijn nog lang niet uitgepraat en daarom spreken we af dat we elkaar over een paar weken weer gaan zien op Bali.

In een 4WD maken we een rit over Lombok. We zigzaggen tussen de vele paard-en-wagens, brommers en andere auto's door en kijken ons de ogen uit. We rijden door traditionele dorpjes waar mensen heel eenvoudig leven. We bezoeken een werkplaats waar ze houten meubels maken en bewerken: het hout wordt met de hand uitgesneden en vervolgens gevuld met piepkleine stukjes nautilusschelp. Wát een werk! Maren en Linde mogen helpen met het lakken van de meubels. Ze zijn het er roerend over eens: dit is de leukste knutselopdracht van de week.

In het Narmada Park bezoeken we een hindoetempeltje, waar we onze hoofden 'reinigen' met heilig water en een glaasje van het water drinken om eeuwig jong te blijven. Nu maar afwachten of het werkt... De pandit (priester) wenst ons 'safe travels' als we weer naar buiten gaan.

We rijden verder langs groene sawa's, langs tabaksplantages met hoge roodstenen droogtorens waarin de tabak wordt gedroogd en langs maïsvelden. Het is hier GROEN. Onderweg eten we dingen die we nog nooit hebben gegeten, zoals 'salak', de slangenhuidvrucht en 'kue bantal', cake kussentjes van rijst en banaan, gestoomd in kokosblad.

Langzaam maar zeker rijden we de bergen in. Het wordt er koeler en nóg groener, de weg wordt steeds uitdagender en langs de weg zien we steeds meer aapjes die nieuwsgierig komen kijken én weer wegschieten in de 'bush'.

Bovenop de berg, met prachtig uitzicht, willen we gaan lunchen. Die schattige aapjes zien dat ook wel zitten en binnen een paar tellen confisqueren ze de helft van onze lunch. Apenstreken! We kiezen eieren voor ons geld, bang dat we straks helemaal niets meer te eten hebben en gaan dan maar lunchen aan de voet van de berg. Maren en Linde mogen daar meehelpen mie goreng te maken en ze laten het zich vervolgens goed smaken.

Na de lunch gaan we écht off road, op verzoek van Maren, en dat is 'vet cool' in zo'n 4WD! Als we niet verder kunnen, stappen we uit om te genieten van het uitzicht op de heilige vulkaan Rinjana. Onze gids brengt op,die 'machtige' plek een offertje van rijstkorrels, zaden en twee Mentos (ja, ook dat vinden de goden lekker). Het is een Indrukwekkend en toch zo alledaags ritueel.

We slingeren terug via een prachtige route langs de kust, door afgelegen dorpjes, langs ongerepte kusten en hagelwitte stranden. We kopen wat groente en fruit op een lokale markt en gaan dan moe maar voldaan terug naar de Seaquest.

Lombok, goh, we waren er eigenlijk veel te kort. Maar de tijd tikt door en daarom zeilt de Seaquest weer door naar haar volgende bestemming: Bali!

Automatisch op de hoogte blijven van onze reis? Meld je aan via bovenstaande rss-button!