Bali, Indonesië

15-8-2013

De verjaardag van onze kapitein begint goed: om 7 uur 's ochtends gaan we ankerop, om van Lombok naar Bali te varen. Er zijn cadeautjes voor de jarige job en de slingers zijn vandaag heel bijzonder: honderden kleurrijke zeiltjes van traditionele vissersbootjes die ons om de oren vliegen. Het is een feestelijk en vrolijkmakend gezicht op de vroege ochtend.

De hele reis van 50 mijl hebben we de stroom mee. Vlak voor Benoa wordt het zelfs spectaculair als de zee ons maar liefst vijf knopen helpt. We gaan met een snelheid van 11,5 knoop over de grond op ons doel af, woehoe!

Net voordat we er zijn roept John van de Boomerang ons op: ze hebben een walvis gezien. En ja hoor: even later zien wij hem ook, pal voor onze boeg. Hij geeft een showtje weg inclusief spuitend water en staart die haaks op het water staat, voordat hij weer in de diepte verdwijnt. Wow!

Tussen de ondieptes door manoeuvreren we even later de haven van Benoa in. Wát een actie hier: grote hotels, vrachtschepen, knalgele ferry's, speedbootjes met daarachter gillende toeristen op opblaasbananen of vliegende matrassen, té veel kitesurfers per vierkante meter, vliegtuigen die laag overvliegen. Oef, dit is andere koek. We vinden het maar druk en bovendien bloedlink en doen een schietgebedje in de hoop dat er niet een kitesurfer te pletter slaat op het dek van de Seaquest :-(.

Maar Bali heeft gelukkig ook een andere kant. Aan stuurboordzijde van de Seaquest, op slechts een paar meter afstand, staan mensen met rijsthoeden op hun hoofden tot hun middel in het water. Ze staan te vissen en zijn de rust zelve. De tegenstelling met de 'vliegende toeristen' kan niet groter zijn.

Naast de Luna Verde 'parkeren' we even later de Seaquest. De Boomerang ligt een paar meter verderop. We vragen ons serieus af hoe betrouwbaar de steigers hier zijn - want echt sterk zien ze er niet uit. Aan de andere kant: ze liggen er al jaren, dus dan zullen ze (en wij) nu ook wel blijven drijven... toch?

Eenmaal geland is het tijd voor geïmproviseerde taart voor de jarige kapitein, met héél veel glazen koud water want de zon schijnt fel. Met de crew van de Boomerang, de Luna Verde én met de kinderen/kleinkinderen van de Thijs en Wilma, gaan we daarna eten in Sanur. De wijn, het bier, verse tropische vruchtensappen en de cadeautjes vloeien rijkelijk. Maar vooral het gezelschap zorgt voor een onvergetelijke avond.

Gek is dat eigenlijk: zodra we in een haven komen, ontstaat er altijd een hele lange kluslijst die afgewerkt moet worden. En dat doen we dus: dayworkers gaan aan het poetsen, we bestellen een nieuwe ankerketting, Huib Jan repareert de waterpomp van de hoofdmotor en geeft de generator en motor een servicebeurt, we checken de accu's, laten de wieltjes van de dinghy repareren, regelen een tankboot, beginnen met boodschappen inslaan voor de komende oversteek, etc. etc. etc. De hele boot staat op de kop, zowel binnen als buiten. Een ongelukje met vuile olie maakt de chaos compleet: alles maar dan ook werkelijk alles in de achterhut zit onder de zwarte vieze olie: lakens, plafond, vloerbedekking, ahhh! Huib Jan redt wat er te redden valt. Uiteindelijk hoeven we gelukkig alleen maar een laken en een T-shirt weg te gooien.

Na deze nogal hectische introductie op Bali, genieten we vooral van al het moois dat Bali óók te bieden heeft. Het meest kenmerkend voor Bali zijn toch wel de heerlijke geuren, kleuren en klanken. Twee maal per dag leggen vrouwen offertjes op de drempel van huizen, van winkels, van restaurants, bij tempeltjes etc.: Kleurrijke kleine bakjes van gevlochten blad, met eten, bloemblaadjes, wierook en soms geld, een sigaret of een snoepje erin. Overal zie je ze en overal ruik je ze vooral ook. Die wierookgeur, gemengd met de geur van lekker eten, is de geur van Bali. Heerlijk. Met de gamelanmuziek op de achtergrond is de sfeer compleet.

Leo (van de Mutiara Laut) maakt ons een beetje klus-wijs op Bali. Hij heeft veel connecties en weet waar we moeten zijn, waardoor we onze zaakjes goed en snel kunnen regelen. Bij Leo en Martha thuis beleven we bovendien een gezellige middag en avond. Frans heeft heerlijk Indonesisch voor ons gekookt, een dag voordat hij weer terugvliegt naar Nederland.

Terwijl Huib Jan gaat klussen en golfen, gaan de dames van de Seaquest een dag op stap samen met Thijs en Wilma. Bestemming: Oost-Bali. Bij de Goa Lawah tempel, een tempel bij een vleerhondengrot, is het een drukte van jewelste. Hindoes bezoeken de tempel om er te bidden en een offer te brengen t.g.v. de dag van Saraswati, godin van de kennis. Op het tempelplein ondergaan ook wij het ritueel waarbij we worden gezegend met heilig water en rijst op het voorhoofd. Iedereen brengt een offer mee, van hele kleine offertjes tot manden vol. Zo zien we gevlochten manden met volwassen en jonge eendjes, klaar om geofferd te worden aan de zee. Vooral door dat laatste is Maren geschokt, boos en ook verdrietig. Onze chauffeur legt haar met heel veel begrip en geduld uit waarom ze dit doen: de natuur geeft veel maar je hoort ook terug te geven. Bovendien komen de jonge eendjes in een volgend leven sterker terug, aldus de gids. Maren begrijpt zijn verhaal maar het met hem eens zijn? Nooit van haar leven! Onze kleine dappere moraalridder.

Tenganan is een traditioneel dorpje in de bergen, waar afstammelingen wonen van de vroegste bewoners van Bali. Inmiddels is het dorpje ontdekt door toeristen maar de sfeer is er nog 'echt'. Nou ja, met uitzondering dan van de roze en groen geverfde hanen, die worden 'gebruikt' bij de hanengevechten. We zien vooral heel veel handnijverheid, waaronder de dubbele ikats, waarbij zowel de schering- als de inslagdraden worden geverfd voordat ze worden samengeweven. Het maken van een sarong van deze kwaliteit is een echte kunst en kan wel vijf jaar duren! Maar we zien meer handwerk: de vervaardiging van een soort opvouwbaar boekje van bamboebladeren, met tekeningen en sanskrietteksten erop; het bakken van ornamenten van lavasteen; het maken van traditionele muziekinstrumenten, van geweven manden, etc. En ondertussen leggen de vrouwen kippen op een houtskoolvuurtje voor de lunch en sjouwen mannen met snoeiafval.

De watertempel van Tirtagangga is eigenlijk 'gewoon' een mooie tuin met heel veel waterpartijen met daarin beelden, bruggetjes en heel veel groen. Op de achtergrond zien we de Gunung Agung, de hoogste vulkaan van Bali. We hoppen tussen de beelden door over stapstenen die in het water liggen. Zo'n tempel willen Maren en Linde elke dag wel bezoeken! Als klap op de vuurpijl mag Maren een slang vasthouden, spannend (vooral voor moeders...) maar wel stoer!

Door een prachtig landschap met veel sawa's rijden we naar Amed, oorspronkelijk een dorpje aan de oostkust dat leefde van de visserij en zoutwinning maar tegenwoordig ook populair bij duikers en snorkelaars. Het strand is overdag driedubbel bezaaid met vissersbootjes, een mooi gezicht.

Via de 'coastal route' rijden we weer richting het zuiden, een prachtige slingerweg langs de spectaculaire oostelijke kust van Bali, met mooie vergezichten over zee en dwars door heel veel dorpjes die nog niet door toeristen zijn ontdekt. In Seraya stoppen we even, omdat er een weverscoöperatie is gevestigd. We zien daar het hele proces van het weven: de katoenplant, het spinnen van garen op een ouderwets spinnenwiel, het kleuren van de katoen (werkelijk prachtige kleuren van schors, wortel, zaden, hout en bloemen) en uiteindelijk het fijne weefwerk zelf. Als we weer in de auto zitten vraagt Linde of ik vanavond het verhaal van Doornroosje wil voorlezen.

Na een lange dag zijn we terug in Benoa Harbour, waar we weer aan boord stappen van de Seaquest en de Luna Verde, met een gevoel van: dít is Bali en het smaakt naar méér!

Automatisch op de hoogte blijven van onze reis? Meld je aan via bovenstaande rss-button!