Logboek september 2013

Dagboek oversteek Cocos Keeling - Mauritius

Geplaatst op 29-9-2013

Dag 1, zondag 15 september
Vanaf woensdag bereiden we ons elke dag voor om te vertrekken. We zijn opgeladen en klaar om te gaan - en zakken dan langzaam weer in als we het weerbericht horen en beseffen dat we vandaag níet zullen vertrekken. Buien, harde windstoten en 'rough seas' houden ons woensdag, donderdag, vrijdag én zaterdag op de plek waar we zijn. Ok, er zijn minder leuke plekken om 'vast' te liggen maar als je het één keer in je kop hebt om te vertrekken dan krijg je dat er zelfs in het paradijs niet meer uit. Maar vandaag is het dan eindelijk zover: om 11.00 uur trekken we ons anker uit het spierwitte zand van Cocos Keeling. Samen met onze buddy Luna Verde hebben we 1980 mijlen voor de boeg naar Rodrigues.
Het is een aangename eerste dag op zee. De zee wordt in de gribfiles nog steeds omschreven als 'rough' maar als dit het is, ach, dan doen we het ervoor. We halen de spelletjesdoos tevoorschijn en nemen ons voor iedere dag minstens twee spelletjes te doen.

Dag 2, maandag 16 september
De Seaquest gaat, zelfs zwaar gereefd, als een speer. Maar het waait dan ook bijna 30 knopen. Iedere 12 uur tikken we 100 mijl weg. De zee is knobbelig. We schuilen onder de buiskap voor de zoute 'spray' die we regelmatig vanaf bakboordzijde over ons heen krijgen. Die wordt veroorzaakt door de zuidelijke oceaandeining waar de Indische Oceaan zo 'berucht' om is. Maar meer dan een zoute spray is het niet; wat zijn we toch blij met onze diepe centercockpit!
Maren en Linde doen het geweldig: ze spelen alsof we nog steeds in de beschutting van de lagune liggen maar niets is minder waar; we krijgen vandaag flink op onze donder. Ónze dag bestaat dan ook vooral uit kuiphangen, slapen, lezen en verder eigenlijk niks. Typisch zo'n tweede dag op zee. Gelukkig hebben we nog Antilliaanse kip (ja, Linda!) in de koelkast staan, dus met koken vandaag geen gedoe.

Dag 3, dinsdag 17 september
De dag glijdt gemoedelijk voorbij. Het lijkt wel of we op een compleet andere oceaan zijn beland, zo rustig is de zee vandaag. De golven glijden onder de Seaquest door, i.p.v. bruisend over ons heen te slaan. O wat slapen we lekker! We zijn echter op onze hoede want met de Indische Oceaan weet je het maar nooit. Morgen, nee vandaag nog, kan haar stemming nl. zó weer omslaan... We genieten maar van dit moment.

Dag 4, woensdag 18 september
Zes-en-veer-tig! Onze gangboorden zijn bezaaid met dode vliegende vissen, maar liefst 46 vandaag. O ja: en één inktvis. Gratis en voor niets. Jammer dat je ze niet kunt eten. Huib Jan doet daarom een rondje over het dek en geeft ze stuk voor stuk een zeemansgraf.
We zijn zover uitgelopen op de Luna Verde (zo'n 30 mijl) dat we buiten marifoonbereik zijn. Vanaf nu hebben we daarom twee maal daags contact via de kortegolfzender. De generator op de Luna Verde wil niet meer starten. En aangezien hun dynamo ook al kapot is, is dat op z'n zachtst gezegd érg vervelend. We kunnen ze helaas niet meer dan morele steun geven - maar toch. Een paar uur later horen we dat het probleem is opgelost. Thijs neemt er bij wijze van hoge uitzondering een biertje op. En wij vieren het op de Seaquest met hen mee.
Op school doen we vandaag twee rekenlessen en een taalles voor Maren. En ook voor Linde komt er een reken- en een taalles uit de bank. We eindigen de schooldag met een ouderwets spelletje ganzenbord. Heerlijk, we zitten vandaag écht in het ritme van de oceaan.

Dag 5, donderdag 19 september
De nachtelijke hemel zit vol met kleine en grotere buien maar we zeilen er -puur toeval- wonderwel tussendoor. Slechts één keer zetten we de motor aan, omdat de wind volledig wegvalt in het staartje van een bui.
Onze accu's baren ons steeds meer zorgen. We moeten té vaak de generator starten om stroom te laden. Twee accu's hadden we al afgeschreven maar de overgebleven zes lijken de moed nu ook op te geven. We bellen Philip Valk, onze technische vraagbaak in Nederland als we het écht even niet meer weten. Ook nu voorziet hij ons weer van bruikbaar advies, waarmee we in ieder geval op Rodrigues kunnen komen.
Aan het eind van de middag worden we ingehaald door een buienfront met regen en harde windstoten. We verwelkomen het zoete hemelwater, dat een flinke laag zout van de Seaquest spoelt. En de wind? Tja, daar hebben we het maar mee te doen. Uitschieters tot 40 knopen zorgen ervoor dat de Seaquest, zelfs zwaar gereefd, met soms wel 12 knopen over de golven surft. Maar het blijft comfortabel aan boord, wat een schip is dit toch! Het leefgedeelte verplaatst zich van de kuip naar de kajuit, waar we een heerlijk herfstgevoel van krijgen...

Dag 6, vrijdag 20 september
Een volle maan verlicht vannacht de hemel, een indrukwekkende schemerlamp aan het firmament. Niets lijkt een 'perfecte volle-maan-nacht' in de weg te staan. Maar dan... Plotseling hoor ik tijdens mijn eerste wacht een hele harde knal achter me, gevolgd door een soort gesis. Even denk ik dat de plotter ontploft of dat er een schoot knapt. Met een zaklantaarn gaan we (Huib Jan staat inmiddels ook met bonzend hart naast me) op zoek naar de oorzaak van de mysterieuze verontrustende knal. Wat blijkt? Ons bakboord raam in de cockpit is kapot gesprongen; in duizenden stukjes hangt het half los, half aan elkaar. Shit! Het is gelukkig geen levensbedreigende maar wel een érg vervelende schade. We plakken er met ducttape een stuk tafelzeil voor, om te voorkomen dat we glas in de kuip krijgen. De rest van de dag moeten we een vervelend rotgevoel over de schade zien te overwinnen.
Het contact met de Luna Verde gaat vooral over schade en over (nood)reparaties. De Luna Verde wordt nl. ook niet gespaard voor tegenslagen: hun generator valt tóch nog steeds uit en ze hebben schade aan het grootzeil, waardoor ze nu alleen op de fok varen.
Het waait nog steeds hard (25 tot 30 knopen en zo nu en dan een flinke uitschieter daarboven) en de zee is venijnig: grote sprays zout water slaan regelmatig over het achterdek en zo nu en dan belandt er één in de kuip. Zolang we binnen zitten óf op dat ene kleine beschutte plekje onder de sprayhood malen we er echter niet echt om.
Een mijlpaal vandaag: we zijn op de helft! Rond het middaguur nog 'slechts' 1000 mijl te gaan naar Rodrigues.

Dag 7, zaterdag 21 september
In het donker worden we opgeschrikt door vier felle lichten aan de horizon. Vreemde lichten, geen navigatieverlichting maar op en neer dansende schijnwerpers lijken het. Even denken we zelfs dat het een laag vliegend vliegtuig is dat recht op ons afkomt. Het zorgt in ieder geval voor een vervelend onderbuikgevoel. Maar het meest verontrustende is dat we niks op de radar zien en dat ze niet reageren op onze marifoonoproep. Uiteindelijk passeren we 'het' op hele kleine afstand. We zijn op onze hoede want we kunnen nog steeds niet zien wát het is. Een vluchtelingenbootje misschien? We zullen het nooit precies weten. Een UFO, unidentified floating object, zullen we maar zeggen. Rare ontmoeting.
We hebben nog steeds veel harde wind en de zee is onveranderd woelig. Huib Jan merkt heel pakkend op: ik voel me soms net zo'n aap die half lopend, half slingerend en hangend door de boot beweegt. Onze zeevastheid wordt weer goed getest: dingen die drie jaar lang zonder problemen op dezelfde plek bleven staan vallen nu plotseling naar beneden en Huib Jan zijn ongebakken eitje blijkt ook last te hebben van de zwaartekracht. Wát een bende in de keuken! Ook onze bimini blijkt niet bestand tegen al dit natuurgeweld: er verschijnt een scheur die alsmaar groter wordt. We hopen dat 'ie aan elkaar blijft hangen tot Rodrigues. Eén voordeel van die ruige zee: de dode vliegende vissen spoelen vanzelf weer van het dek af, terug de oceaan in.

Dag 8, zondag 22 september
Het zonnetje schijnt, de lucht is blauw en die woelige zee? Ja, zelfs die verdwijnt al gauw! De zee is heel wat aangenamer dan tijdens de afgelopen dagen en het leven aan boord daarmee ook. Huib Jan presteert het zelfs om de kuip af te spoelen met zoet water, waarmee onze zoutvrije leefruimte weer een paar vierkante meter groter is geworden. Met 'prachtig' uitzicht op onze gescheurde bimini genieten we van deze mooie dag. We hebben de klok inmiddels anderhalf uur terug gezet, waarmee het verschil met Nederland nog maar drie uren is. Hoe zuidelijker we komen, des te frisser de nachten op zee worden. De vestjes kunnen na lange tijd weer uit de kast. Na de spellings- en rekenles krijgen Maren en Linde haakles van juf mem. Ze vinden het geweldig en maken een warme muts, sjaal en pantoffels voor de poppetjes. Laat nu de winter maar komen ;-). Linde is al voor de derde dag achtereen kampioen in de Uno-competitie.

Dag 9, maandag 23 september
En toen waren het er nog maar vier... Eén van de zes overgebleven accu's raakt oververhit en dus moeten we het wederom met twee accu's minder doen. In de achterhut stinkt het naar rotte eieren, een vervelende zwavellucht waarin we liever niet gaan slapen. Gelukkig is de zee rustig en kunnen we voorzichtig een luik openzetten om te ventileren.
Onze oververmoeide accu's doen ons besluiten Rodrigues over te slaan en in één keer door te varen naar 'grote zus' Mauritius. Dat betekent dat we 325 mijlen extra voor de boeg hebben. De oceaan is rustig, de wind is goed en wij zitten helemaal in het ritme van de oceaan, dus die extra mijlen, ach, die doen we er op onze sokken bij.

Dag 10, dinsdag 24 september
Het is een onrustige nacht. Eerst krijgen we een paar buien met variabele wind over ons heen. Een paar uur later gaat de wind opeens helemaal 'raar' doen: de windsnelheid varieert van nihil tot 40 knopen en alles wat daartussen zit en geen minuut is hetzelfde. Nou, dat houdt je wel van de straat! Zo gaat het een paar uur door, tot we de passaat weer oppakken en eindelijk weer lekker kunnen zeilen. Daarna zijn we vooral 'druk' met de accu's, ons zorgenkindje. Iedere 5 kwartier moeten we een half uur laden en we laten ons sturen door alle metertjes, die ervoor moeten zorgen dat de laatste vier accu's het volhouden tot we op Mauritius zijn. Ik heb nog nooit zóveel op het instrumentenpaneel gekeken zeg! En ik had net zo'n spannend boek...
Verder is het een heerlijke dag op zee. De zo'n schijnt volop en de zee wordt alsmaar vlakker. We hebben nog steeds alles gezeild tot nu toe, genieten dus.

Dag 11, woensdag 25 september
We zitten middenin een scheepvaartroute en komen 's nachts daardoor ineens veel vrachtschepen tegen. Dat is weer even opletten geblazen, na ruim een week geen andere levende ziel om ons heen te bekennen (nou ja, behalve die UFO dan). Rond het middaguur is het gedaan met de zeilpret; de wind valt weg. Het ziet er volgens de gribfiles naar uit dat we de laatste twee etmalen op de motor moeten varen. De zee is rustig, dus we brommen gemoedelijk de goede kant op.
Maren en Linde staan werkelijk te popelen om Nick en Luuk weer te zien op Mauritius maar tot die tijd blijf ik me verbazen hoe die meisjes zich op zee kunnen vermaken. Linde is nog steeds aan het vingerhaken, Maren maakt bergen pomponnen en verslindt het boek 'de GVR' en samen houden ze verkleedpartijtjes en spelen ze urenlang met de Playmobil. En, o ja, dan hebben we natuurlijk nog de dagelijkse Uno-competitie.
Op het menu vandaag voor de lunch wortelsoep van onze laatste verse wortels en daarna is de koelkast opvallend leeg. We schakelen over op blik: 's avonds eten we stamppot zuurkool met perzik uit blik toe, om de scheurbuik voor te blijven :-(.

Dag 12, donderdag 26 september
Hoe zachtjes glijdt ons bootje... De zee is werkelijk spiegelglad vandaag. Is dit dezelfde oceaan als een week geleden? Windkracht 1.
's Avonds 8 uur, ik citeer Linde:
"De sterren hebben straaltjes!"
"Hoe ontstaan sterren eigenlijk?"
"Waar is mijn sterrenbeeld ook al weer?"
"Dus dit is nou de échte Melkweg?"
"Opa is daar vast aan het genieten."
"Nu kan ik héél lekker slapen."
Maren denkt mee met het thuisfront: "Mem, dit móeten we filmen want iedereen móet weten hoe mooi dit is!"
Onnodig om te zeggen dat onze laatste volle nacht op zee er één uit duizenden is. We staren naar de sterren en planeten en de Melkweg zien we zelfs gespiegeld in het water. In het water naast de Seaquest zien we een fel oplichtend spoor van plankton. We doen alle lichten uit en genieten met z'n vieren van dit magische moment. En dan: een vallende ster...

Dag 13, vrijdag 27 september
Raar maar waar: op de Luna Verde is vandaag óók een ruit in de cockpit kapot gegaan, hoe is het mogelijk! Gedeelde smart is halve smart - maar wel dubbele kosten :-(.
Rond het middaguur worden we getrakteerd op een groep dolfijnen rond de Seaquest. De oceaan is zo rustig, dat we met z'n vieren naar de boeg kunnen gaan om te genieten. Met minstens tien op een rij maken ze precies tegelijk een mooie sprong uit het water, zoals we hem in het dolfinarium nog nooit hebben gezien. Maar Maren en Linde vinden de moederdolfijn met haar jong het állermooiste. Ze lijken de kunst van het synchroonzwemmen samen perfect te verstaan. Wat is dat toch, dat we hier zelfs na drie jaar en héél veel dolfijnen verder nog steeds zo vrolijk van worden?
's Middags zien we steeds meer vogels rond de boot zweven en de geur van de zee maakt langzaam maar zeker plaats voor de geur van land; de voorbodes van Mauritius! Nog voor zonsondergang zien we de eerste contouren van Mauritius. 'Land in zicht' na bijna twee weken op zee betekent feest en daarom bakken we pannenkoeken. 's Nachts om 1 uur -ruim 12 etmalen na ons vertrek vanaf Cocos Keeling- gooien we het anker uit voor de haveningang van Port Louis, de hoofdstad van Mauritius. Na een heerlijke nacht slapen mogen we naar binnen maar we besluiten eerst maar eens de glassplinters van het dek te spoelen en schoon schip te maken. Daarna varen we op ons dooie gemakje naar de kade voor de formaliteiten. Customs, immigration en quarantaine hebben vandaag niet zo'n zin, wij mooi mazzel want binnen een kwartier hebben we de benodigde stempels bemachtigd. We varen door naar de haven, meren af en dan ligt Mauritius aan onze voeten. Met een voldaan gevoel kijken we terug op een mooie oversteek. We zijn benieuwd wat we hier, naast een lange to do list, allemaal weer gaan beleven!

Link + foto's

Cocos Keeling, Indische Oceaan

Geplaatst op 9-9-2013

Fregatvogels en boobies zwaaien ons dinsdagmiddag uit bij Christmas Island. Vanaf dat moment zijn we bezig met vooral niet té hard varen, anders lopen we nl. in het donker binnen bij Cocos Keeling en dat moeten we niet willen met alle riffen daar. Dat valt echter nog niet mee met continu 20 tot 30 knopen wind én ook nog eens stroom mee. Of we de Genua reven of zelfs helemaal inrollen, het maakt allemaal niet echt veel verschil; de Seaquest dendert maar enthousiast door. De zee is soms een beetje rommelig maar ach, dat hoort erbij. Al met al is het een prima oversteek; de 525 mijl van Christmas Island naar Cocos Keeling zijn voorbij voordat we er erg in hebben.

Vrijdagochtend vroeg (ja, goed getimed: het is al licht!) komen we aan bij Cocos Keeling: een groot atol middenin de Indische Oceaan met langs de rand van de lagune 27 eilandjes, waarvan de meeste onbewoond. Net als de Britse kapitein Keeling in 1609 varen we het atol binnen, dat regelrecht uit de vakantiefolders lijkt te komen: witte strandjes, azuurblauw water, palmbomen, wauw!

Het welkomsttteam van Cocos Keeling bestaat uit een grote groep dolfijnen die ons tussen de 'nogal uitdagende' koraalhoofen door vergezeld naar de ankerplaats bij het onbewoonde Direction Island. Alsof we nog niet genoeg een paradijsgevoel hadden! In het spierwitte zand laten we ons anker vallen. Onder de Seaquest zwemmen zwartpunthaaien in het glasheldere water, die er overigens verre van bedreigend uitzien.

We hebben mazzel: er komt net een boot van Customs afmeren bij Direction Island om een aantal schepen die gaan vertrekken uit te klaren en wij mogen meteen inklaren. Dat is maar liefst voor de vierde keer in Australië, na Norfolk Island, Christmas Island en Australië zelf.

We liggen geankerd tussen een stuk of 10 andere zeilboten van allerlei komaf. Sommige 'yachties' zijn oude bekenden, anderen treffen we voor het eerst. Maar allemaal hebben we er al behoorlijk wat zeemijlen opzitten en allemaal zijn we onderweg naar Zuid-Afrika. Dat schept een band.

De barbecue op het strand met de andere yachties is dan ook gezellig. We eten versgevangen vis, T-bones uit de vriezer, drinken melk uit een kokosnoot die nét niet op onze hoofden is gevallen en bakken broodjes aan een stok boven het kampvuur. Maren en Linde organiseren een krabbenrace op het strand, samen met hun Noorse vriendjes Selma en Magnus van de boot Hero. Daarna schommelen ze zich 'een slag in de rondte' op de schommel (mét inscriptie) die onze vrienden van de Boomerang hier een week geleden hebben achtergelaten op het strand. Leuk!

Boodschappen doen we op het even verderop gelegen Home Island, één van de slechts twee bewoonde eilandjes. De bewoners zijn Islamitische Maleisiërs, die er rondrijden in golfkarretjes en quads in alle soorten en maten. Het dorpje bestaat uit allemaal dezelfde golfplaten woningen, een beetje smakeloos maar wel schoon en netjes. We kopen in het supermarktje wat verse groenten, fruit en eieren en verder besluiten we vooral onze kastjes maar eens leeg te eten, aangezien de prijzen hier behoorlijk hoog zijn; logisch natuurlijk, zo middenin de oceaan. Op zaterdagmiddag gaan de kinderen naar de film in de 'cyclone shelter', die nu gewoon even dorpshuis is.

Helemaal aan de andere kant van het atol is West Island, waar de Australische bevolking woont. In de dinghy steken we over naar Home Island, een half uurtje varen door een 'tropisch zwembad', om vervolgens de ferry te nemen naar West Island. Tussen de schildpadden door meert de ferry af. Ook daar is het, net als op Home Island, opvallend stil, relaxed, bijna uitgestorven... Alles gaat hier in de laagste versnelling. Het enige verschil is dat we hier wél een kopje koffie kunnen bestellen.

Je zou toch bijna vergeten dat we ook nog productief zijn: de mannen repareren o.a. een scheur in het grootzeil van de Luna Verde, Huib Jan is weer 'druk' met het accumanagament en de dames werken flink door op het Seaquest college, nu de boot eindelijk even een paar dagen niet schommelt.

Maar verder bestaan onze dagen vooral uit zwemmen, driftsnorkelen in de 'pass' tussen de riffen door, luieren in de hangmat, bommetjes maken vanaf een vlot en, last but not least: spelevaren in de dinghy met de dolfijnen! Onze vrolijk dansende zeevrienden komen zelf naar ons toe als we met de dinghy door de baai varen. Ze duikelen vervolgens alsmaar voor ons, achter ons, naast ons en onder ons door, op nog geen meter afstand. Zij genieten, wij genieten; een cadeautje!

En zo zijn een paar dagen in het paradijs zomaar weer voorbij. Onze batterijen zijn weer helemaal opgeladen voor de komende 2000 mijl naar Rodrigues. Woensdag ankerop!

Link + foto's

Christmas Island, Indische Oceaan

Geplaatst op 2-9-2013

"We wish you a merry Christmas, we wish you a merry Christmas, we wish you a merry Christmas..." klinkt het zaterdagochtend tijdens het ontbijt op de Seaquest, de ochtend nadat we hier zijn gearriveerd. Maren en Linde vinden het maar een leuke naam. Christmas Island heeft echter niets met kerst te maken, behalve dan dat kapitein Mynors van het schip 'Koninklijke Mary' van de Engelse Oost-Indische Compagnie hier op kerstdag 1643 langszeilde en het eiland deze naam gaf.

Onze eerste indruk van Christmas Island is misschien niet de meest charmante: we liggen op een onrustige ankerplek, kijken uit op een lange industriële pier die gebruikt wordt voor het laden van fosfaat voor de export en zien identiteitsloze, trieste flatwoningen in het Maleisische dorpje waar we naast liggen. Hmmm...

Onze tweede indruk maakt echter veel goed: we liggen aan de mooring voor een indrukwekkende groen begroeide rotswand. Naast ons een strandje. En de beste snorkelplek van het eiland? We hoeven alleen maar overboord te springen en we liggen er middenin!

We besluiten aan wal te gaan. Bij het inklaren gaat het al goed: de mensen zijn hier ontzettend aardig, behulpzaam en relaxed. Inklaren doen we 'gewoon' op de kade en ze doen helemaal niet moeilijk, een grote tegenstelling met het 'vasteland' van Australië. De bevolking, zo'n 1500, is een mengeling van Chinezen, Maleisiërs en Australiërs. Ze leven gemoedelijk samen. En daarnaast schijnen er héél veel bootvluchtelingen te zijn die hier Australië proberen binnen te komen. 'Big business' hier, getuige de marineschepen die voortdurend aan het patrouilleren zijn.

Maar eerst het technische gedeelte. Huib Jan en Thijs sleutelen het roerliever van het roer. Nu zijn we écht stuurloos, niet echt een prettige gedachte... Ze gaan op zoek naar een lasser, die ze op een eiland als dit zelfs op zaterdagmiddag om 5 uur zó hebben gevonden. De instelling van de lasser typeert Christmas Island: de man vindt het érg vervelend voor ons en maakt -in het weekend- meteen tijd om ons probleem op te lossen. Want problemen heb je hier niet alleen, nee, problemen heb je hier samen en die los je ook samen op. Geweldig. Wát een eiland.

We proberen een auto te huren maar een huurauto is hier niet (meer) te vinden. En eigenlijk (zo blijkt) is dat ook niet nodig want we hebben onze duim nog niet opgestoken of we krijgen al een lift aangeboden, op zoek naar de lasser, het toeristenbureau of de supermarkt. Voor een rondje om het eiland willen we echter toch graag 'iets meer' zien te regelen. De oplossing is dichterbij dan we denken: een Australiër op het strand biedt ons spontaan voor een paar uur zijn auto te leen aan met de opmerking: "No worries, mate..." Geweldig natuurlijk!

De natuur is uitbundig, overvloedig: we zien regenwouden, grotten, prachtige kusten, indrukwekkende 'blowholes', broedende boobies, zwevende fregatvogels maar vooral ook héél veel krabben. Allereerst wonen hier in het regenwoud miljoenen(!) rode landkrabben. Ze zijn bekend door hun massale jaarlijkse migratie vanuit het regenwoud naar de zee én weer terug, om eitjes te leggen. Voor die massale trek zijn we te vroeg in het jaar maar links en rechts zien we krabben genoeg; prachtige felrode beestjes.

Nog meer indruk maken misschien wel de robberkrabben, oranjeblauw gekleurde krabben die zo groot kunnen worden als een voetbal. En dat is gróót! Ze lopen gewoon op de weg en als we niet opletten rijden we ze zo de scharen van het lijf. Ze wijken namelijk geen meter en dat is ook niet 'des Christmas Islands' want hier wijken de mensen voor de krabben i.p.v. omgekeerd. Maren vindt de robberkrab 'machtig interessant' en wil hem wel eens van dichtbij bekijken. Linde daarentegen vindt hem dóódeng en ze smeekt ons huilend haar op te tillen. En eerlijk is eerlijk: het is ook wel héél veel krab naast een meisje van vijf jaar.

Als maandag het roerliever weer gemaakt en gemonteerd is, kunnen we ons op gaan maken voor de volgende 530 mijl naar Cocos Keeling. Dan zien we ineens een marineboot met vluchtelingen langs de Seaquest varen. En nog één. En nog één. En zo gaat het maar door. Mensen uit Somalië, Afghanistan, Syrië, etc. die in Australië het beloofde land hopen te vinden. Een jonge moeder met een baby bijvoorbeeld. Ze worden aan wal gebracht, gefouilleerd en in een bus naar één van de drie asielzoekerscentra op het eiland gebracht. Het onverwachte 'tafereel' pal naast de Seaquest grijpt me aan. Hoe nijpend moet de situatie in je thuisland zijn, wil je deze stap zetten? Wat zou er nu door hun hoofden gaan? Wat staat hen te wachten? We zijn er stil van. Des te groter is het besef hoe gelukkig en bevoorrecht wij zijn: morgen gooien we ons lijntje los om te vertrekken naar wéér een paradijs. Gewoon, omdat we er zin in hebben...

Link + foto's