Cocos Keeling, Indische Oceaan

9-9-2013

Fregatvogels en boobies zwaaien ons dinsdagmiddag uit bij Christmas Island. Vanaf dat moment zijn we bezig met vooral niet té hard varen, anders lopen we nl. in het donker binnen bij Cocos Keeling en dat moeten we niet willen met alle riffen daar. Dat valt echter nog niet mee met continu 20 tot 30 knopen wind én ook nog eens stroom mee. Of we de Genua reven of zelfs helemaal inrollen, het maakt allemaal niet echt veel verschil; de Seaquest dendert maar enthousiast door. De zee is soms een beetje rommelig maar ach, dat hoort erbij. Al met al is het een prima oversteek; de 525 mijl van Christmas Island naar Cocos Keeling zijn voorbij voordat we er erg in hebben.

Vrijdagochtend vroeg (ja, goed getimed: het is al licht!) komen we aan bij Cocos Keeling: een groot atol middenin de Indische Oceaan met langs de rand van de lagune 27 eilandjes, waarvan de meeste onbewoond. Net als de Britse kapitein Keeling in 1609 varen we het atol binnen, dat regelrecht uit de vakantiefolders lijkt te komen: witte strandjes, azuurblauw water, palmbomen, wauw!

Het welkomsttteam van Cocos Keeling bestaat uit een grote groep dolfijnen die ons tussen de 'nogal uitdagende' koraalhoofen door vergezeld naar de ankerplaats bij het onbewoonde Direction Island. Alsof we nog niet genoeg een paradijsgevoel hadden! In het spierwitte zand laten we ons anker vallen. Onder de Seaquest zwemmen zwartpunthaaien in het glasheldere water, die er overigens verre van bedreigend uitzien.

We hebben mazzel: er komt net een boot van Customs afmeren bij Direction Island om een aantal schepen die gaan vertrekken uit te klaren en wij mogen meteen inklaren. Dat is maar liefst voor de vierde keer in Australië, na Norfolk Island, Christmas Island en Australië zelf.

We liggen geankerd tussen een stuk of 10 andere zeilboten van allerlei komaf. Sommige 'yachties' zijn oude bekenden, anderen treffen we voor het eerst. Maar allemaal hebben we er al behoorlijk wat zeemijlen opzitten en allemaal zijn we onderweg naar Zuid-Afrika. Dat schept een band.

De barbecue op het strand met de andere yachties is dan ook gezellig. We eten versgevangen vis, T-bones uit de vriezer, drinken melk uit een kokosnoot die nét niet op onze hoofden is gevallen en bakken broodjes aan een stok boven het kampvuur. Maren en Linde organiseren een krabbenrace op het strand, samen met hun Noorse vriendjes Selma en Magnus van de boot Hero. Daarna schommelen ze zich 'een slag in de rondte' op de schommel (mét inscriptie) die onze vrienden van de Boomerang hier een week geleden hebben achtergelaten op het strand. Leuk!

Boodschappen doen we op het even verderop gelegen Home Island, één van de slechts twee bewoonde eilandjes. De bewoners zijn Islamitische Maleisiërs, die er rondrijden in golfkarretjes en quads in alle soorten en maten. Het dorpje bestaat uit allemaal dezelfde golfplaten woningen, een beetje smakeloos maar wel schoon en netjes. We kopen in het supermarktje wat verse groenten, fruit en eieren en verder besluiten we vooral onze kastjes maar eens leeg te eten, aangezien de prijzen hier behoorlijk hoog zijn; logisch natuurlijk, zo middenin de oceaan. Op zaterdagmiddag gaan de kinderen naar de film in de 'cyclone shelter', die nu gewoon even dorpshuis is.

Helemaal aan de andere kant van het atol is West Island, waar de Australische bevolking woont. In de dinghy steken we over naar Home Island, een half uurtje varen door een 'tropisch zwembad', om vervolgens de ferry te nemen naar West Island. Tussen de schildpadden door meert de ferry af. Ook daar is het, net als op Home Island, opvallend stil, relaxed, bijna uitgestorven... Alles gaat hier in de laagste versnelling. Het enige verschil is dat we hier wél een kopje koffie kunnen bestellen.

Je zou toch bijna vergeten dat we ook nog productief zijn: de mannen repareren o.a. een scheur in het grootzeil van de Luna Verde, Huib Jan is weer 'druk' met het accumanagament en de dames werken flink door op het Seaquest college, nu de boot eindelijk even een paar dagen niet schommelt.

Maar verder bestaan onze dagen vooral uit zwemmen, driftsnorkelen in de 'pass' tussen de riffen door, luieren in de hangmat, bommetjes maken vanaf een vlot en, last but not least: spelevaren in de dinghy met de dolfijnen! Onze vrolijk dansende zeevrienden komen zelf naar ons toe als we met de dinghy door de baai varen. Ze duikelen vervolgens alsmaar voor ons, achter ons, naast ons en onder ons door, op nog geen meter afstand. Zij genieten, wij genieten; een cadeautje!

En zo zijn een paar dagen in het paradijs zomaar weer voorbij. Onze batterijen zijn weer helemaal opgeladen voor de komende 2000 mijl naar Rodrigues. Woensdag ankerop!

Automatisch op de hoogte blijven van onze reis? Meld je aan via bovenstaande rss-button!