Dagboek van een oversteek: van Kaapstad naar Sint-Helena

21-1-2014

Vrijdag 10 januari
Bárstensvol leven zit de zee. Zeehonden, dolfijnen, tonijnen en zelfs een walvis: het lijkt wel of ze een feestje hebben georganiseerd bij de havenuitgang van Kaapstad om ons uitgeleide te doen. En het ís feest. Het zonnetje schijnt, de lucht is blauw, de zee is vlakker dan we hadden durven dromen en we hebben ook nog eens de stroom mee. De Seaquest snijdt gracieus door het water van de Atlantische Oceaan. De 1700 zeemijlen naar Sint-Helena lachen ons toe.
Langzaam maar zeker verdwijnt de Tafelberg uit het zicht; ons afscheid van Kaapstad en Zuid-Afrika. Ook de andere boten die vandaag zijn vertrokken verdwijnen na een paar uur van de horizon. Ons leven speelt zich vanaf dat moment af op slechts een paar vierkante meter, maar wel met een immense watertuin, eindeloze luchten en fascinerende sterrenhemels om ons heen. Ik vind het heerlijk om na de hectiek van de voorbereidingen weer 'los' te zijn: lucht!
Alleen onze jongste matroos heeft het zwaar: binnen een uur na vertrek heeft Linde haar hele hut ondergespuugd. En dat herhaalt zich later die dag nog vele malen, té vaak naar mijn idee. We weten allemaal dat zeeziekte weer overgaat maar nu vind ik het even 'zwaar K'. Wat zou ik het graag van haar overnemen.
Het is tijd om de vishengel uit te gooien. We doen mee aan de viscompetitie van de boten die van Zuid-Afrika naar Brazilië gaan: wie de langste vis vangt, wint. En met de ervaring van Gerard erbij aan boord maken we warempel ook nog best kans! Al moet ik eerlijk zeggen dat ik geen twee meter lange jongen aan de haak hoef te hebben... Als de watermaker kapotgaat, vrees ik even dat we terug moeten naar Kaapstad. Huib Jan laat zich echter niet zo snel van zijn stuk brengen, denkt creatief na en doet een noodreparatie met een potlood, dat op de plaats komt van een klep. Et voilà: hij doet het weer als vanouds.
Aan het einde van de middag horen we geratel achter de boot. Beet! Er hangt een 'yellow jack' van 70 cm aan de haak; ik heb er nooit van gehoord maar hij is niet te versmaden. Leuk, zo'n viswedstrijd!

Zaterdag 11 januari
'Mem, ik heb zo'n trék. Of eigenlijk heb ik hónger. Ik sta gewoon te tríllen!' Gelukkig, Linde is weer Linde. Ze heeft gisteren niet geklaagd maar is wel héél blij dat ze zich nu weer beter voelt. Onze kleine dappere matroos.
De stemming aan boord is opperbest. De Atlantische oceaan is duidelijk een andere oceaan dan de Indische: minder wispelturig, milder, gemoedelijker. Alhoewel... vorige week woei het hier nog 60 knopen. Maar daar merken we nu lekker niks meer van. We gaan met 8 tot 9 knopen op de teller als een tierelier. Aeolus is ons goed gezind, we hebben nog steeds stroom mee en zelfs de temperatuur loopt (nu al!) op.
We slapen heel wat gaten in de dag, raken al aardig ingeschommeld en dat zorgt ervoor dat langzaam maar zeker de roes, zo kenmerkend voor de eerste dagen op zee, in onze hoofden verdwijnt.
Geen vis vandaag; morgen nieuwe rondes nieuwe kansen.

Zondag 12 januari
Ik heb net 7 uren geslapen, wát een luxe op de oceaan! Dat is één van de (vele) voordelen van een extra bemanningslid. Volgens ons wachtschema mocht ik al 6 uren slapen maar Gerard heeft me er nóg een extra uurtje bij gegeven. Pure verwennerij.
De bemanning komt na twee dagen inschommelen nu écht tot leven en dan met name Maren en Linde, die een druk activiteitenprogramma hebben vandaag: schoolwerk, cake bakken, dansen op de minidisco, knutselen, spelletjes Uno en samen tuttelen in de badkamer. Een landleven? Daar hebben ze niet eens tijd voor!
De vissen willen weer niet bijten vandaag.

Maandag 13 januari
De wind draait van het zuiden naar het zuidoosten en dat betekent dat die nu recht van achteren komt, met het nodige heen en weer geslinger tot gevolg. Slapen is dan ook niet meer zo vanzelfsprekend als tijdens de afgelopen dagen. Het is continu zoeken naar de juiste koers en zeilvoering, om het comfort en de snelheid zo hoog mogelijk te houden - terwijl we proberen zoveel mogelijk op het doel af te gaan. Soms varen we pal noord; dat geeft de meest gunstige windhoek. Als we na een halve dag echter regelrecht op Namibië afstormen, veranderen we de zeilvoering maar weer eens want dat is toch niet echt de bedoeling.
Aan het eind van de middag hangt er een joekel van een vis aan de haak, als tenminste het razendsnelle tempo waarmee de vismolen afrolt representatief is voor de grootte van de vis. Dat belooft wat! De euforie is echter van korte duur want even later hangt de vislijn erbij als een oud uitgelubberd elastiekje. Weg vis. We moeten het doen met wortelsoep, versgebakken brood en Kaapse gehaktballetjes. Ook best lekker trouwens.
Via de kortegolfzender hebben we twee keer per dag contact met de Duchess en zo nu en dan komt ook de Purusha 'op bezoek'. We wisselen actuele posities uit, de visstand en andere interessante, minder interessante en grappige wederwaardigheden. Broederschap op zee!
Maren haar dag (nacht) kan niet meer stuk als ze wacht mag draaien met Huib Jan. Rond middernacht trommelen we haar uit haar bed. Ze is hartstikke duf maar vindt het geweldig; vooral de spannende film en het kopje thee mét lekkers midden in de nacht, bij gebrek aan heldere sterrenhemel.

Dinsdag 14 januari
"Pake Gerard! Pake Gerard! Zullen we gaan vissen?" Gerard is nog maar nauwelijks wakker of Maren haar jachtinstinct komt al weer boven. Het is een dagelijks ritueel: wakker worden en -nog vóór het ontbijt- de vislijn uitgooien, samen met Gerard op het achterdek. Maren geniet ervan en haar enthousiasme ebt nooit weg, ook al willen de vissen niet echt bijten.
Maren en Linde bouwen een tent onder de tafel. Ze leven compleet in hun eigen wereldje. Zo nu dan schuiven we wat fruit, drinken en een boterham naar binnen en ze zijn de hele dag zoet. Alleen voor de Unocompetitie wagen ze zich buiten hun territorium.
We passeren voor het eerst na ons vertrek uit Kaapstad een andere zeilboot. Via de marifoon zoeken we contact: het is een Argentijn die rechtstreeks van Kaapstad naar Argentinië gaat en hij verwacht 60 dagen onderweg te zijn. Wat wij doen is slechts kinderspel.
De klok zetten we vandaag een uur terug. Daarmee zitten we na ruim drie jaar weer in dezelfde tijdzone als Nederland. Het is maar tijdelijk, maar tóch.
O JA: WAAR BLIJFT DIE VIS EIGENLIJK?!?

Woensdag 15 januari
's Ochtends vroeg valt de wind he-le-maal weg. Daar liggen we dan te dobberen midden op de grote plas. De voorspellingen zijn niet veel beter: ook de komende dagen staat er weinig tot geen wind, waarbij 'geen' het ook nog eens wint van 'weinig'. Lekker is dat. De vraag is op zo'n moment altijd wat te doen: principieel blijven zeilen (lees: dobberen) of toch maar de motor aanslingeren. We hoeven niet zo lang na te denken en zetten ons ijzeren zeil bij. Morgen zien we wel weer verder.
Tijdens ons avondmaaltje in de kuip horen we de vislijn ratelen. Oeh! Dat klinkt serieus! Met veel moeite halen we onze grote vangst een heel eind binnen. We zien een grote golf achter de boot met daarop en échte zware jongen; de vangst van de eeuw, zeg maar. Yesss! Maar wéér eindigt het stoere verhaal in een anticlimax: op het állerlaatste moment breekt de vislijn op de zwakste schakel. Weg vis, weg droom... Gedesillusioneerd blijven Maren en Gerard achter op het achterdek.

Donderdag 16 januari
Het is feest want we voelen weer een héél klein zuchtje wind, genoeg om te gaan experimenteren: we toveren de halfwinder na lange tijd weer eens tevoorschijn om álles uit het kleine beetje wind te halen wat erin zit. En het werkt! De hele dag trekt het vrolijk gekleurde doek ons precies de goede kant op. Een cadeautje, temeer omdat we er vandaag niet op hadden gerekend. Zelfs 's nachts wagen we het erop en laten we de halfwinder staan; best spannend want dat doen we anders nooit. Rond 4 uur zitten er buien in de lucht. Iedereen wordt meteen uit bed getrommeld om de 240 m2 doek binnen te halen. Jammer van de nachtrust maar safety first.

Vrijdag 17 januari
De dag glijdt gemoedelijk voorbij. De halfwinder gaat 's ochtends weer in top en trekt de Seaquest de rest van de dag bijna onopgemerkt door het water. Een grote pan erwtensoep maken, buikspieroefeningen doen op het achterdek, de was ophangen aan de railing; het lijkt allemaal de normaalste zaak van de wereld. Zelfs de playmobil staat al twee dagen op tafel zonder dat het omvalt.
Een prachtige volle maan verlicht de nachtelijke hemel. Deze verlicht de onzichtbare grens die we rond middernacht over gaan: we passeren de nulmeridiaan en varen na anderhalf jaar weer op het westelijk halfrond.
De vislijn hangt al twee dagen werkeloos achter de boot.

Zaterdag 18 januari
De nacht is erg 'rommelig': er zitten veel buien in de lucht en dat zorgt ervoor dat we continu de zeilen moeten bijstellen en weinig nachtrust krijgen. Maar 's ochtends klaart de lucht gelukkig op en trekken we de halfwinder weer onder Gerard zijn bed vandaan. De Seaquest is in haar element onder deze omstandigheden. En de bemanning trouwens ook.
Het feestelijkste moment komt aan het eind van de middag: we hebben een mahi mahi aan de haak! Maren is in hoerastemming. De vis geeft zich ook nu niet zomaar gewonnen maar deze keer zijn wij de slimste: we halen de prachtig felgekleurde geel-blauwe vis binnen. 88 centimeter schoon aan de haak! Even later ligt hij keurig gefileerd en geportioneerd in de koelkast: ons maaltje voor morgen. Onder een heldere sterrenhemel genieten we na van al weer een mooie dag.

Zondag 19 januari
Het is een grauwe dag maar wel een dag met mooi zeilen, nog steeds achter de vrolijkmakende halfwinder aan. De wind, de zee, de genaker en de Seaquest zijn al dagenlang in perfecte balans met elkaar. Wat is dít toch mooi zeilen!
De mahi mahi die we gisteren hebben gevangen eten we vandaag in twee varianten, zó lekker! Wat zullen we die écht verse vis straks, als we weer thuis zijn, gaan missen... Het aftellen naar Sint-Helena is begonnen, nog maar 200 mijl te gaan.

Maandag 20 januari
Het zeilen met de halfwinder blijft onverminderd mooi. En de vissen bijten ook: Maren haalt eigenhandig een mooie goudmakreel binnen. Linde bekijkt het tafereel op het achterdek met een dubbel gevoel. 'Mag ik 'm even aaien, pake?' vraagt ze. Naast heel veel trots klinkt er toch ook wel een beetje medelijden door in haar stem.
Met nóg een grote jongen aan de haak verspelen we even later een belangrijk deel van ons visgerei maar dat kan de pret niet meer drukken.
De laatste mijlen naar Sint-Helena zijn net zo mooi als de rest van de tocht. 40 mijl voor het eiland zien we lichtjes opdoemen aan de horizon. Ook de marifoon komt weer tot leven: er is druk verkeer tussen Sint-Helena Radio en alle jachten die na anderhalve week isolement op zee nu weer samenkomen op Sint-Helena, alsof we samen een fuik invaren.
Sint-Helena rijst als de schim van een slapende hond in de donkere nacht op aan bakboordzijde.
Met het einddoel letterlijk in zicht horen én voelen we plotseling een doffe dreun onder de boot. Heel even wordt de boot opgetild. Huh? Wat was dat?!? We hebben nog steeds 60 meter diepte onder het schip, dus we raakten niet de grond. Maar wat kan het dan geweest zijn? Waarschijnlijk zwemt er nu ergens een walvis met een hersenschudding rond... Gelukkig heeft de Seaquest geen centje pijn en komt de bemanning met de schrik vrij.
In het licht van de maan leggen we de Seaquest om 4 uur 's nachts met een voldaan gevoel aan een mooring, vlak voor het stadje Jamestown. Wat een unieke, bijzondere tocht hebben we gehad! Als de perfecte oversteek al bestaat, dan was dit 'm wel.

Automatisch op de hoogte blijven van onze reis? Meld je aan via bovenstaande rss-button!