Logboek februari 2014

Van Sint-Helena naar Suriname

Geplaatst op 19-2-2014

Wékenlang hadden we geen internetverbinding en daarom nu drie verhalen in één. Enjoy!



Van Sint-Helena naar Fernando de Noronha, 25 januari - 6 februari

Aan het eind van een mooie zaterdagochtend gooien we de mooringlijn los bij Sint-Helena. Uitgezwaaid door de Boomerangers, zetten we de juiste koers, hijsen de zeilen en daar gaan we, alsof het nooit anders is geweest: op naar Brazilië! Er komt een weldadige rust over ons. Dit is het ritme van de oceaan en we vinden het héérlijk.

Op het achterdek, in het zonnetje, schrijf ik de indrukwekkende dagen op Sint-Helena van me af, terwijl de Seaquest gracieus door het water van de zuidelijke Atlantische Oceaan glijdt. Bloggen gaat onder deze omstandigheden moeiteloos.

En met deze vlekkeloze start is meteen de toon gezet voor de 1733 mijl naar Fernando do Noronha: geen stoere verhalen over ruwe zeeën en verraderlijke stormen, nee, het comfort en de rust winnen het met vlag en wimpel. De eindeloze oceaan kabbelt rustig voort, dag in, dag uit en de dagen in ons zelfgecreëerde isolement vloeien bijna onopgemerkt in elkaar over. Dágen achter elkaar varen we met de genaker, zonder dat we er ook maar iets aan hoeven te doen. Heerlijk zeilen is het: de Seaquest lijkt vleugels te krijgen met het gekleurde doek.

Elke dag wordt het een beetje warmer. En de wind lijkt jammer genoeg navenant af te nemen. Als hier mussen zouden zijn, dan zouden ze nu toch echt wel van het dak moeten vallen. We snakken naar een ijskoude douche maar moeten genoegen nemen met een lauw-warme; het water ís gewoon niet kouder. 12 Dagen lang is er geen schip te bekennen aan de horizon. We zijn helemaal alleen op de wereld. Zelfs de vissen laten zich niet zien: geen enkele vis aan de haak, nou ja, m.u.v. een uitgemergelde barracuda dan.

De zuidelijke Atlantic is zó rustig dat je er bijna onrustig van wordt. Met de minder wordende wind stellen we onszelf dan ook regelmatig de vraag wat we nog een acceptabele snelheid vinden. Wanneer zet je de motor aan? We verleggen heel wat 'persoonlijke' grenzen; zelfs bij 3,5 knoop snelheid glimlachen we nog - mits het niet te lang duurt. Het leuke daarvan is: we zijn ineens ontzéttend blij met 5 knopen op de teller, als de wind na een dagje dobberen weer aantrekt.

De enige afleiding krijgen we van vrolijk makende dolfijnen die rond de Seaquest spelen. Dat blijft keer op keer genieten met een grote G. Midden in de nacht krijgen we onverwacht bezoek van een paar vogels die ons de stuipen op het lijf jagen. Denk je eens in: zit je midden in de pikzwarte nacht in je dooie uppie een spannend boek te lezen in de kuip, hoor je ineens een luid "Kaaaa! Kaaaa! Kaaaa!" vlak naast je. Nou, dat werkt meer op je zenuwen dan het allerspannendste boek! 's Nachts lijken ook de vissen op te leven: ze schieten als oplichtende vuurballen door en over het water, een wonderlijk samenspel met het plankton.

Verder zoeken we de afleiding vooral bij elkaar. Iedere dag doen we gezamenlijk een oudhollands spelletje en verder vullen we de dagen met schoolwerk, lezen-lezen-lezen en kleine reparaties aan de boot. De oceaan is zelfs kalm genoeg om een paar kleine gaatjes in de genaker op het voordek te kunnen repareren.

De grootste uitdaging is misschien wel onze radar, die er zomaar ineens mee ophoudt midden in de nacht. Zelfs Huib Jan zit er heel even moedeloos bij - en dat wil wat zeggen want hij laat zich niet zo snel van zijn stuk brengen. Na een onrustige nacht, waarin onze 'chef projecten' deze uitdaging in gedachten helemaal analyseert, gaat hij 's ochtends met frisse moed aan de slag. En warempel: na een paar uur onderduiken in een krap kastje onder de kaartentafel horen we plotseling een vertrouwd gezoem op het achterdek: de radar! Hij doet het weer! Wat ben ik toch trots op die vent van mij :-).

Als we eenmaal over de helft zijn, lijkt de tijd sneller te gaan. Het daglicht verschuift en daarom zetten we de klok weer een uur terug. En een paar dagen later doen we hetzelfde nog een keer. Een paar honderd mijl voor de eindstreep is het genoeg geweest: met 2,5 knoop snelheid liggen we nog nét niet stil. We besluiten de motor aan te zetten en onze blik op Fernando de Noronha te richten. Dan gaat het snel: nog 150 mijl, nog 100, nog 50 en dan: land in zicht! De spitse rotspunt 'Morro do Pico' torent boven alles uit, als een indiaan die trots zijn eiland bewaakt. Tientallen dolfijnen begeleiden ons naar de ankerplek. Opgewonden en nieuwsgierig laten we na 12 etmalen ons anker vallen in een mooie baai bij Fernando de Noronha, onder toeziend oog van 'de indiaan'. We hebben er zin in: lekker een paar dagen rennen, zwemmen, ontdekken, schoon schip maken en onze voorraden aanvullen voordat we verder gaan naar Suriname.



Fernando de Noronha, Brazilië, 6-9 februari

Met een grote sprong vanaf de Seaquest duikt Maren in het water. Om haar heen zwemmen tientallen dolfijnen. Daar gaat ze: kopje op, kopje onder, met sierlijke bewegingen, alsof ze één van de dolfijnen is. "Mem, dit is zó cool! Ik zwem gewoon tussen ze in!" En floep, weg is ze weer. Even later komt ze weer boven: "Ik hoor ze met elkaar babbelen! Ze fluiten naar elkaar!" En plons, weer een duik het diepe in, tot ze bovenkomt om adem te halen en haar verhaal te doen: "Er is ook een jonkie bij dat boven zijn moeder zwemt en precies alles nadoet!" En er zwemt er eentje op zijn rug, die is echt aan het genieten, kijk, ik doe hem na! Mem, dit is zóóó gaaf!" Maren is in haar element. Linde luistert, met de oren onder water, vanaf een afstandje mee en ze is minstens zo enthousiast als haar zus bij het horen van de dolfijnengeluiden. Hun onderonsje met de dolfijnen is er (al weer...) één om nooit te vergeten.

De Braziliaanse archipel Fernando de Noronha bestaat eigenlijk uit 21 eilandjes en rotspuntjes, waarvan de grootste Fernando de Noronha zelf is. Alleen daar mogen wij ankeren in één baai. Tegen een fikse vergoeding, dat wel, maar ach, dan heb je ook wat: we liggen midden in een speeltuin van dolfijnen, zeeschildpadden, fregatvogels en nog veel meer natuurschoon. Het water voelt als een warm bad en dat nodigt natuurlijk uit tot het maken van bommetjes vanuit het gangboord en vooral ook tot heel veel zwemmen rond de Seaquest.

Meerdere malen daags komen groepjes 'spinner' dolfijnen ons bezoeken. De dieren doen hun naam eer aan want ze maken continu doldrieste verticale sprongen en pirouetten uit het water, een prachtig spektakel dat blijft fascineren.

Ook aan wal is het nodige te zien. We huren een knalgroene 'buggy', een soort speelgoedautootje waarin we met opgetrokken knieën met veel plezier rondrijden om het eilandje te gaan verkennen. Onze 'toy' beschikt gelukkig over een goede vering en dat is maar goed ook want naast de pittoreske 'hoofdweg' (uhuh...) is er niets dan hobbelwegen en zandpaden.

Het toerisme is hier 'gecontroleerd' ontwikkeld; massatoerisme ontbreekt, omdat slechts een beperkt aantal toeristen gelijktijdig op het eiland aanwezig mag zijn. De sfeer is goed, 'laid back', zeg maar. De voertaal is Portugees, Portugees en... Portugees: prima te begrijpen als je het leest maar ja, die uitspraak hè? We hebben dan ook veel handen- en voetenwerk nodig én een beetje lef om dingen te regelen - en dat is voldoende.

Fernando de Noronha bestaat voor een groot deel uit beschermd natuurgebied. Begrijpelijk, maar het jammere daarvan is dat het eiland voor ons voor een groot deel niet of zeer beperkt toegankelijk is en bovendien zeer prijzig. Een aantal highlights van het eiland laten we dan ook schieten. Het is een klein dompertje op de feestvreugde maar goed, de 'hoofdattractie', hebben we dan wel weer gratis en voor niks pal naast de Seaquest.

Dieseltanken is nogal een uitdaging op het eiland. Onze groene buggy toveren we voor die gelegenheid om tot tankauto en de dinghy tot tankschip. Een auto vol geleende jerrycans vullen de mannen af bij de pomp, om ze vervolgens in de buggy over het strand tot de waterrand te brengen. Daar hevelen ze ze over naar de dinghy, die ze het strand op hebben gevaren, tussen de strandgasten in. En dan, in een meer dan afgeladen dinghy, op naar de Seaquest! Gerard zit in de dinghy en Huib Jan staat aan boord om de diesel m.b.v. een pompje en slangetje vanuit de jerrycans over te hevelen naar onze tank. In een baai met heel veel deining wel te verstaan... Aan het eind van het liedje is Gerard meer diesel dan mens maar: de tanks zijn gevuld! Helaas kan niemand een trucje verzinnen om ook onze gastanks bij te vullen, dus dat gaat vanaf nu op rantsoen.

Na vier dagen is het tijd om door te varen. We maken de boot weer vaarklaar, doen verwoede pogingen om wat verse groente en fruit te vinden -niet echt succesvol- en, last but not least: we springen nog één keer tussen de dolfijnen in het water. Wauw... Dit nemen ze ons nooit meer af!



Fernando de Noronha - Suriname, 10 - 19 februari

Omringd door zeeschildpadden, dolfijnen en zelfs een paar grienden verlaten we maandag rond het middaguur de baai bij Fernando de Noronha. Het begint bijna een gewoonte te worden: de genaker gaat in top en we glijden weer heel gemoedelijk over de oceaan. De eerste drie etmalen blijft dat zo. De equatoriale stroom geeft ons gedurende het hele traject een flinke duw in de rug, maar liefst 2 tot 3 knopen. Best leuk varen zo :-). Iedere dag krijgen we bezoek van dolfijnen, soms zelfs een hele middag lang. Ze duiken onder ons door, surfen mee op de golven en maken sprongen uit het water pal naast onze neuzen. Daar kan geen dolfinarium tegenop!

Midden in een gigantische regenbui, inclusief harde wind, racen we donderdagavond met 10 knopen snelheid over de evenaar. Het gaat zó snel dat we 'hét' moment zelfs missen. Neptunus laat zich door onze snelheid echter niet van de wijs brengen en stapt gewoon bij ons aan boord, samen met een beeldschone zeemeermin. Ze heten ons van harte welkom aan de andere kant van de evenaar en wensen ons nog een goede vaart. Het is een bijzonder moment: na twee jaar zijn we weer terug op het noordelijk halfrond. In dat opzicht zijn we dus al thuis!

Het lijkt bijna een verworven recht, het relaxte varen, na meer dan een maand / 4000 mijl niets dan rust rust rust. Maar niets is minder waar: na het passeren van de evenaar volgt de 'grande finale' van deze Atlantische oversteek: dikke donkere dreigende wolken, regenbuien, harde wind en een onstuimige zee dienen zich aan. Zo nu en dan maakt de Seaquest een flinke zwieper, waardoor er dingen (en soms ook mensen...) door de boot vliegen die in vier jaar tijd nog nooit zijn gevallen. Oef! Zo kan het dus ook; we waren het bijna vergeten... Maar goed, we kunnen het prima hebben, alleen moeten we ons leefpatroon aan boord drastisch aanpassen. De afgelopen weken leek de Seaquest namelijk meer op een luxe bungalow met uitzicht op zee dan op een zeegaand schip.

Heel even dreigen we na het passeren van de evenaar in de doldrums terecht te komen maar dat blijkt loos alarm: slechts drie uren hoeven we de motor bij te zetten om de belabberde wind door te komen. Daarna gaan we onverminderd hard verder, met een topsnelheid van 11,8 knopen op alleen de genua! We racen langs de Amazone delta, al zien we daarvan niets, omdat we 200 mijl uit de kust varen. Maar we voelen hem wel degelijk: de zee wordt nóg onrustiger, venijnig zelfs.

Al ver voordat we bij Îles du Salut zijn begint de dieptemeter weer te werken; het teken dat de diepte onder de 100 meter komt. De waterkleur verandert van diepblauw naar lichtgroen als het nóg ondieper wordt. Ik word er gewoon onrustig van: 'slechts' vijf meter onder het schip! Ooit, thuis op het Wad of het IJsselmeer vonden we een paar meter onder de kiel heel normaal maar als je duizenden mijlen achter elkaar op een kilometers diepe oceaan hebt gevaren, dan is dit weer even wennen.

Binnen zeven etmalen, véél eerder dan verwacht, zijn we weer 1330 mijl verder. We laten het anker zakken bij onze laatste 'halte' vóór Suriname: Îles du Salut, drie piepkleine eilandjes voor de kust van Frans-Guyana. Daar komen we even een nachtje op adem en genieten van de tropische eilandjes met heel veel palmbomen, kokosnoten, goudhazen, papegaaien, kaaimannen en krekels. De eilandjes, waaronder Duivelseiland, dienden tot 1946 als verbanningsoord voor misdadigers. We lopen door de overwoekerde ruïnes van de gevangenissen; tevens de plek waar de film 'Papillon' zich afspeelt. De natuur en de geschiedenis zorgen samen voor een bijzonder sfeertje.

Een dag later gaan we rond het middaguur weer ankerop voor de laatste 180 mijl naar Paramaribo; even één nachtje doorvaren. We varen 'met een ruime bocht' naar de Surinamerivier, om te voorkomen dat we te veel in de ondieptes en aan lagerwal raken. Het resultaat is een prachtige tocht zeilen.

Woensdagochtend bereiken we de 'ingang' van de Surinamerivier. Het is er één grote, ondiepe, bruine, zanderige watermassa. De laatste 12 mijl de rivier op varen we tussen een paar eenzame vissersbootjes en wrakken door. Langs de oevers liggen plaatsjes met namen als Voorburg, Nieuw-Amsterdam en Domburg. Wat is dit toch een speciaal gevoel, op eigen kiel de Suriname rivier opvaren en voor Paramaribo het anker uitgooien!

Inmiddels is ook Gerard 'zijn' Adriënne met het vliegtuig gearriveerd in Paramaribo. Samen gaan we nog een paar weekjes 'vakantie' vieren in Suriname. Even geen zeemijlen maar een stabiel landleven de komende weken; we vinden het een héérlijk vooruitzicht.

Link + foto's