Paramaribo, Suriname

10-3-2014

Bijna drie weken ligt de Seaquest op de Surinamerivier in Paramaribo; weken die in de eerste plaats in het teken staan van 'landen', na 5000 mijl stevig doorvaren op de zuidelijke Atlantic. We maken dan ook dankbaar gebruik van het zwembad, de douches en de WiFi van hotel Torarica: het hotel waarnaast we geankerd liggen. Het gezelschap van Gerard en Adriënne maakt het feest compleet.

Het aan wal komen is soms nogal een uitdaging, sterk afhankelijk van het tij. Soms moeten we twee meter klimmen om op de steiger te komen, oef! Als we op een avond terugkomen bij de steiger is de dinghy weg... Schrik! Wat blijkt? Onze 'buren' van een oude rondvaart-/vissersboot, waaraan we vastlagen, hebben onze dinghy nogal slordig vastgemaakt aan de meerpalen, nadat ze zijn vertrokken. Gevolg: deze is losgegaan op de sterk stromende Surinamerivier. Gelukkig is het tij gunstig en is de dinghy de rivier óp gestroomd, in plaats van richting de oceaan. De Maritieme Politie heeft hem gelukkig gevonden, nota bene ergens tussen de mangroves in de tuin van het werkpaleis van Bouterse. Ze brengen hem een paar uur later met een vriendelijke glimlach terug bij de steiger. En zo kunnen we toch weer veilig en droog bij de Seaquest komen. Dat is nog eens mazzel hebben!

Vanaf de Seaquest kijken we uit op Fort Zeelandia. Het is voor ons de ideale uitvalsbasis, zo midden in het centrum van Paramaribo. Paramaribo is een bijzondere stad. Ze bestaat voor het grootste deel uit witgeschilderde houten huizen, sommige prachtig gerenoveerd, deels in miserabele staat van onderhoud en de meeste zitten daar een beetje tussenin - maar ze zijn allemaal uniek. We wandelen door 'gezellig rommelige' straten met namen als Domineestraat, Keizerstraat en Heerenstraat. Op een terrasje kun je, gewoon in het Nederlands, bij de koffie een stuk appeltaart bestellen en bij de borrel bitterballen en frikadellen. In de supermarkt is het een feest der herkenning: Hollandse iconen als Verkade, Unox, Venco, Bolletje, Nutricia, Liga, Peijnenburg, Melkunie, Koopmans, Hero en Appelsientje lachen ons toe. Het klinkt zó Hollands allemaal maar toch voelt dat niet zo. Paramaribo is eerder een smeltkroes van culturen en invloeden van over de hele wereld. Hindoestanen, Javanen, Chinezen, Creolen; ze leven allemaal vredig naast elkaar of in ieder geval gedóógt men elkaar. Zolang ieder 'zijn eigen ding' maar kan doen is het goed. De mensen zijn vriendelijk, behulpzaam en blij. Typisch Suriname.

Bij een bezoek aan Fort Zeelandia zijn we een beetje geschokt. Het is een eenvoudig maar mooi fort met bastions met namen als Veere en Zierikzee. Strategisch is het fort vroeger van weinig belang geweest. De recente geschiedenis maakt echter des te meer indruk: bij het zien van de kogelgaten in de muren van het fort, een stille getuigenis van de decembermoorden van 1982, worden we even stil... We staan dan buiten op één van de bastions, met prachtig uitzicht op de Surinamerivier en de Seaquest; die komt ineens in een heel ander perspectief te liggen... Onze gids praat er maar mondjesmaat over, bang dat ze te veel speculeert of loslaat over wat er hier ruim 30 jaar geleden is gebeurd.

Een absolute highlight van onze reis beleven we ook in Suriname: in het pikkedonker naar het strand bij Matapica, op zoek naar zeeschildpadden die aan land komen om hun eieren te leggen. We hebben er net een lange en vooral ook snelle, natte en zoute tocht opzitten over de Surinamerivier. Maar het doel heiligt de middelen. Onze zoektocht begint met, in het donker, zoeken naar sporen in het zand. Licht maken kan en mag niet want dat schrikt de schildpadden af. Na een lange strandwandeling is het raak: pal voor onze neuzen kruipt een 'joekel' van een 'green turtle' (oftewel soepschildpad, wat een vréselijke naam!) het strand op, op zoek naar een geschikte plek om haar eieren te leggen. We houden gepaste afstand om haar niet af te schrikken en hebben geluk: terwijl wij naar miljoenen sterren liggen te staren, graaft ze een diep gat op een veilige plek. Een half uur later begint ze haar ca. 100 eieren te werpen. Vanaf dat moment verkeert ze in een soort trance en kunnen wij, buikschuivend en zonder licht, het tafereel van dichtbij aanschouwen zonder haar te storen. De eieren lijken net grote pingpongballen maar ze zijn zachter en slijmerig. Plopplopplopplopplop; er lijkt geen eind aan te komen en dat is maar goed ook want we kunnen er geen genoeg van krijgen. Wauw, wat is dit uniek en bijzonder!

Twee dagen later gaan we weer op pad richting de jungle van Suriname. Na een ontbijtje van 'bakabana' (bakbanaan) met overheerlijke pindasaus rijden we in onze 4WD naar Brownsberg. Langzaam maar zeker worden de wegen steeds roder; de grond is hier rijk aan bauxiet en ijzer. De bauxiet wordt in grote hoeveelheden opgegraven en naar Amerika getransporteerd, waar ze er aluminium van maken. Langs de kant van de weg zien we zo nu en dan ook een groepje mensen die, al gravend in het zand van de berm, proberen een graantje mee te pikken van het vele goud dat de bodem hier rijk is. Geen idee of ze succes hebben maar niet geschoten is altijd mis, toch?

Links en rechts van de weg zien we ook steeds meer eenvoudige kleine dorpjes, waar de 'marrons' wonen, afstammelingen van gevluchte slaven. Ze spreken hun eigen taal, waarin veel Portugese invloeden zitten. Onze gids Arrol vertelt dat, net als in bijvoorbeeld Vanuatu, de oudste broer van de moeder een belangrijke rol speelt in de opvoeding van haar kinderen. Als een dochter wil trouwen, moet die oom zijn toestemming daarvoor geven i.p.v. de vader, wat in onze ogen logischer zou zijn.

Veel van de dorpjes die we passeren zijn zgn. transmigratiedorpen: bij de aanleg van de stuwdam van het Brokopondomeer rond 1960 werden zo'n 35 dorpen verhuisd naar een andere plek, omdat die dorpen onder water kwamen te staan. Die mensen kwamen vanuit de jungle terecht in nieuw opgezette, smakeloze dorpjes, met huisjes die hutje-mutje naast elkaar werden geplaatst. Een nogal wrede verandering, zo lijkt het.

Bij het dorpje Brownsweg gaan we de Brownsberg op, een nationaal park en tevens het begin van het Amazonegebied. Even verderop houdt de weg overigens ook op en kun je alleen nog maar verder per korjaal, wat letterlijk vertaald 'uitgeholde boomstam' betekent. Eigenlijk is het ongelooflijk dat er in het grootste gedeelte van Suriname geen wegen zijn en dat een uitgeholde boomstam (met een dikke motor erachter, dat dan weer wel) het nationale vervoermiddel is. In Brownsberg krijgen we een klein tipje van de sluier opgelicht van wat het Amazonegebied te bieden heeft. We horen en/of zien o.a. goudhazen, trompetvogels, brulapen, zijdeaapjes, spinapen, de roepende Piha vogel, padden, hagedissen, heel veel vlinders, een verfrissende waterval, de telefoonboom, apenkammen, monkey pots en als klap op de vuurpijl, jawel: een poepende drietenige luiaard midden op de weg - en dat schijnt nogal uniek te zijn want, lui als ze zijn, komen de luiaards maar één keer per week de boom uit om dat te doen.

Na twee weken samen vakantie vieren zwaaien we Gerard en Adriënne weer uit. Met een beetje een leeg gevoel, maar nagenietend van de fijne tijd samen, zitten we weer met z'n vieren aan de rand van het zwembad. Dat is slechts tijdelijk want twee dagen later brengt de blauwe zwaan nieuw bezoek uit Nederland: Rein Pieter vaart vanaf hier twee weken met ons mee. Aan gezelligheid geen gebrek op de Seaquest!

Automatisch op de hoogte blijven van onze reis? Meld je aan via bovenstaande rss-button!