Logboek april 2014

Barbuda, St. Eustatius en Saba

Geplaatst op 28-4-2014

Rennen op het strand, duiken in de golven, kilometers lange strandwandelingen maken zonder ook maar één levende ziel tegen te komen, schelpen zoeken (en paaseieren vinden...), bijzondere familiekiekjes maken in het azuurblauwe water, zo nu en dan een tropische bui incasseren, genieten van een pelikaan die onvermoeibaar in het water duikt om een visje te vangen. Ja: zó was het op Barbuda, drie jaar geleden. En zo is het nog steeds. De foto's zeggen genoeg.

Ruim 60 mijl is het daarna zeilen naar St. Eustatius. Alleen de genaker werkt niet mee en die stoppen we, na een uur zwoegen en zweten op het voordek, daarom maar weer onverrichterzake onder oma haar bed in de voorhut. Met vissen hebben we meer succes: de haak hangt nog maar 10 minuten in het water of er zit een wahoo aan. Verder vullen we de dag alle vijf met lezen, lezen en... lezen.

Voor de tweede keer in haar bestaan arriveert de Seaquest na een mooie dagtocht bij St. Eustatius, in de baai voor het dorpje Oranjestad. We hebben ons anker nog niet uitgegooid of de kerkklokken van de Nederlands Hervormde kerk beginnen enthousiast te luiden; in Nederland is dat heel gewoon maar hier krijg ik er gewoon kippenvel van, zo ongewoon maar toch heel vertrouwd Hollands klinkt dat. Op de kade wappert trots de Nederlandse vlag naast de vlag van St. Eustatius - alsof die klokken nog niet genoeg waren! Hoogste tijd voor een oer-Hollands borreltje met Thijs en Wilma.

In de Gouden Eeuw was het een drukte van jewelste op de kade van St. Eustatius: dit was ooit één van de grootste havens ter wereld. Er vond een levendige handel plaats in alles wat los en vast zat. Konden/wilden naties niet rechtstreeks met elkaar zaken doen, dan was St. Eustatius de neutrale en bovendien belastingvrije tussenschakel, waardoor het wél kon. Zo kon het gebeuren dat St. Eustatius in de 17e eeuw 20 miljoen pond suiker exporteerde, terwijl er maar 600.000 pond werd geproduceerd. Smokkelen was hier ook aan de orde van de dag, tot een oplettende admiraal zich verbaasde over het wel érg hoge aantal begrafenissen op een eiland met zo weinig inwoners. Hij liet een doodskist openmaken en wat bleek? Het kerkhof lag vól met goudstukken en juwelen.

De verhalen spreken tot de verbeelding, en de mooi gerestaureerde huizen, Fort Oranje, grafstenen met Hollandse namen en de 'De Graafweg'(!) maken dat beeld alleen maar levendiger. Maar Oranjestad is nu vooral één en al rust. De handelskade beneden is, hoe symbolisch, weggezakt in het zand en opgeëist door de zee. Al snorkelend kun je nu door de geschiedenis van St. Eustatius gaan.

De enige echte bedrijvigheid op dit moment is een grote op- en overslagplaats voor olie, gerund door Amerikanen. Grote olietankers varen af en aan, ongelofelijk voor zo'n klein eilandje in de Caribische Zee. St. Eustatius is daarmee de op twee na grootste haven van Nederland, na Rotterdam en Amsterdam. Jammer genoeg verdient St. Eustatius of de Nederlandse staat daaraan helemaal niets. Onderhandelingsfoutje?

Na een mooie wandeling door Oranjestad besluiten we verder te varen, omdat we niet bepaald rustig op ons anker liggen. Prima voor één nachtje, maar nóg zo'n onderbroken nacht? Nee, dank je.

We brommen 18 mijl verder naar Saba. Er staat te weinig wind om echt te zeilen en we zetten het grootzeil bij om tegenwicht te bieden aan de slingerende zee. "Eigenlijk gaat het best relaxed zo", zeggen we nog tegen elkaar. En dan... een kort maar vreemd 'krakje'... Intuïtief weet ik meteen dat er iets mis is. En dat gevoel wordt direct daarna bevestigd: geluid van scheurend doek. Hè?!? Onze hele grootzeil ritst open; in één keer helemaal dwars doormidden. En wij? Wij stonden erbij en keken ernaar. Als we van de ergste schrik zijn bekomen besluiten we het zeil naar beneden te halen en in het gangboord te leggen. Inrollen in de mast zou namelijk betekenen dat we hem er nooit meer uitkrijgen. We balen flink van deze schade maar mokken niet té lang. Er toch niets meer aan te doen. Rest ons niets dan te genieten van al wéér een mooie dag.

Voor ons doemt Saba op aan de horizon: een grote steile rots die volledig ontoegankelijk lijkt. En die indruk benadert de waarheid. We hebben een dilemma: ankeren we in een oncomfortabele baai -maar wel de enige plek waar we een kleine kans hebben aan wal te komen- of kiezen we voor een beschutte plek, waar we onmogelijk aan wal kunnen komen? We kiezen voor comfort. Het is een werkelijk schitterende plek naast een paar spitse rotsen, je kunt er prachtig snorkelen tussen naaldrotsen, lavatunnels en schildpadden door en, niet onbelangrijk: we kunnen heerlijk rustig slapen. Maar we willen meer; we willen aan land! Ook de volgende ochtend blijkt het echter onmogelijk om veilig met onze dinghy te landen op Saba. Da's balen! Maar: er gaat een ferry vanaf Sint Maarten naar Saba, zo lezen we. Dus waarom moeilijk doen als het ook makkelijk kan? We besluiten niet af te wachten en door te varen naar Sint Maarten, om onze to do lijst zo snel mogelijk af te kunnen werken.

Op Sint Maarten is het allereerst tijd voor een feestje. Thijs en Wilma kloppen aan bij de Seaquest, met een heerlijk flesje wijn in de tas. Drie jaar geleden is onze gezamenlijke reis -en daarmee een bijzondere vriendschap voor het leven- begonnen in deze baai. Nou, dat vieren we graag met ze mee! Morgen komen de klussen wel.

Link + foto's

Antigua

Geplaatst op 19-4-2014

Antigua is synoniem voor zon, zeilen en gezelligheid. En dat zorgt ervoor dat we hier twee weken blijven 'plakken'. Niet gepland, wél lekker!

Ik blijf me soms verbazen over de toevalligheid waarmee een eiland zich heeft ontwikkeld. Antigua is zo'n voorbeeld: qua natuur behoort het zeker niet tot de mooiste eilanden en toch is het één van de meest toeristische eilandjes in de Caraïben. Het geheim schuilt waarschijnlijk in het feit dat Antigua een speeltuin is voor zeilers, met veel baaitjes én met de ene na de andere regatta, inclusief het après-zeilen, als je dat wilt.

Toch heeft Antigua ook 'aan land' mooie plekjes: kleine witte strandjes, leuke wandelingen, prachtige uitzichten. Ik sta samen met Huib Jan bovenop een heuvel, op de restanten van een fort, met prachtig uitzicht op de Caribische Zee en op de baai met daarin ons huisje, de Seaquest, geankerd. Achter ons een boom die werkelijk bómvol zit met kolibries. Onder onze voeten drie uitgesleten gaten in een rots, waar de scheepslieden van Nelson 300 jaar geleden hun graan maalden. Onze reis, de natuur, de geschiedenis komen samen tijdens een heerlijke inspannende wandeling die we eigenlijk elke dag zouden moeten maken. In de middaguurtjes zwemmen we wat rond de Seaquest en we SUP-en door de baai, manoeuvrerend tussen de zeeschildpadden door. Nee, Antigua is eigenlijk zo gek nog niet.

Terwijl Huib Jan vier dagen schippert op de Duchess tijdens de Oyster Regatta, blijven de dames op de Seaquest, op een ankerplek die op het eerste gezicht perfect lijkt. Maar de praktijk is anders... Ik klaag niet hoor, nee, integendeel. Maar dit bewijst maar weer eens dat het leven van een kapteinse niet altijd alleen maar over rozen gaat. Huib Jan heeft zijn hielen nog niet gelicht of Neptunus en Aeolus beginnen een gemeen spelletje met ons te spelen. De hele dag houd ik verplicht ankerwacht en ook mijn nachtrust wordt regelmatig onderbroken. Een chagrijnige buurman maakt de stemming er niet beter op. Deels terecht, want we liggen wel een beetje ongelukkig te draaien en te zwieren op ons anker, maar om nou meteen bulderend met de verzekering beginnen te schermen.... béétje overdreven, toch? Ik gooi mijn vrouwelijke charmes in de strijd gooi en al gauw koelt buurman heethoofd een beetje af.

Aan het eind van de middag kies ik toch maar eieren voor mijn geld, al is het alleen al om de buurman te 'pleasen'. John helpt mij de Seaquest te verleggen naar een plek waar we hopelijk beter slapen. Dan blijkt dat onze ankerketting halverwege achter een rotsblok is blijven haken, waardoor we bewegen alsof we maar 15 meter ketting hebben uitgegooid. En dát in een baai waar het toch al wat krap is allemaal, waar het raar stroomt en de wind vreemd doet, tja, dat gaat niet goed natuurlijk...

Ondertussen zeilt Huib Jan de sterren van de hemel. Het begin is wat onverwacht en stroef, de tweede dag gaat het al wat beter, de derde dag wordt het echt leuk en na de laatste zeildag staat de crew van de Duchess op het podium op de, jawel, DERDE plek, na een dag geweldig zeilen!

Maren is druk met de laatste CITO toetsen van groep 5 en ze neemt haar allerlaatste rapport van het Seaquest college trots (en terecht!) in ontvangst. Linde had groep 2 al eerder afgerond en is al druk aan het lezen, schrijven en rekenen. De komende maanden zitten we overigens niet stil: we blijven lesstof herhalen en gaan ons voorbereiden op resp. groep 3 en groep 6.

Steeds meer zijn we bezig met thuiskomen. We zoeken en vinden een vaste ligplaats voor de Seaquest in Makkum; Maren en Linde melden we weer aan bij hun oude school in Leeuwarden; we denken veel na over een opknapbeurt van ons huis dat vier jaar lang niet ons thuis was; maken plannen voor het werk, etc. etc. Maren en Linde dromen ondertussen van een eigen fiets en over winters met héél veel sneeuw.

De Duchess zwaaien we na de regatta uit; zij vertrekken nu al richting de Azoren. Op datzelfde moment verschijnt aan de horizon een vertrouwde donkergroene vlek: de Luna Verde is 'back in town'! Voor het eerst sinds Kaapstad zien we Thijs en Wilma weer. We hebben veel stof om bij te praten en maken leuke plannen voor het laatste traject van onze reis.

Gek is dat eigenlijk: toen we drie jaar geleden in de Caraïben waren, vonden we dat we héél ver van huis waren. Nu is onze referentie duidelijk anders: we hebben het gevoel dat we al bijna weer thuis zijn. Toch hebben we nog zo'n 4500 mijl te gaan. Maar in ons hart zijn we al stukken dichterbij.

Link + foto's

Hoppend van Grenada naar Antigua

Geplaatst op 6-4-2014

De flens van het spruitstuk van de uitlaat... De wát?!? Ik had er nog nóóit van gehoord maar hij bestaat echt. En: hij kan voor behoorlijk wat rotzooi zorgen, weet ik nu. Tenminste, in het zeldzame geval dat hij afbreekt. En dat doet 'ie dus want zo gaat dat op een boot waarmee je de wereld rondzeilt. Corrosie is de boosdoener. En wij zijn de pisang. Een grote fontein zout water, gemengd met roet, spuit regelrecht de machinekamer in en zet alles in 'no time' op z'n kop. Huib Jan 'stond erbij en keek ernaar'; om moedeloos van te worden... Maar: het is ook een gelukje dat het juist nú, in de marina op Grenada, gebeurt; stel je toch eens voor dat we niets hadden gemerkt en de hele machinekamer blank had gestaan midden op zee! Na het weekend bellen we vol bij elkaar geraapte moed een monteur die ons misschien uit de brand kan helpen. Een nieuw onderdeel heeft hij helaas niet op de plank liggen maar een gebruikte wél en die kan hij dezelfde dag nog installeren. Mazzelaars dat we zijn!

Veel meer dan de machinekamer, verse kruiden -met in de hoofdrol nootmuskaat-, de zeilmaker en een watersportwinkel zien we deze keer niet van 'spice Island' Grenada. Gelukkig hadden we dat drie jaar geleden al gedaan en daarom is het gevoel van 'hebben we niks gemist?' wat minder dringend. Nee, Grenada staat nu vooral in het teken van oma Janneke, die we na een jaar weer in de armen kunnen sluiten. Het is alsof we elkaar gisteren nog hebben gezien.

Als de zoute rommel in de machinekamer weer is opgeruimd, zeilen we in een heerlijk tochtje terug naar de Grenadines. We willen oma graag het 'Horseshoe Reef' laten zien en dat is meteen een goed excuus om zelf nog één keer te genieten van de grazende zeeschildpadden en het azuurblauwe water.

Toen we vorige week in het Horseshoe Reef lagen, heeft de 'bakker' met zijn bootje een vervelende kras op de Seaquest achtergelaten, zo blijkt later. Als we hem deze keer proberen uit te leggen dat we daar niet echt blij van worden en voorzichtig informeren of hij misschien verzekerd is, krijgen we een grote glimlach van herkenning cadeau ("O ja...") en als antwoord: "My wife will make you a fresh bananabread tomorrow!" Dan kun je toch niet meer boos zijn? Hier moeten we het mee doen, het is niet anders, we zijn tenslotte in de Caraïben.

Terwijl we de volgende dag genieten van een versgebakken bananenbrood, zeilen we naar Bequia, één van de eilandjes waarvan we drie jaar geleden erg gecharmeerd waren. We herinneren ons Bequia als 'precies goed': een beetje toeristisch maar niet té; alles is er kleinschalig en gemoedelijk. De boulevard is een smal kronkelend voetpaadje langs het water, geflankeerd door 'gingerbread houses'. De markt is nog net zo klein en gezellig als toen; we herkennen zelfs een van de marktlui! Via groene, smalle maar goed onderhouden weggetjes rijden we omhoog voor een prachtig uitzicht over de zee en de baai. We zien dat de ontwikkeling hier doorgaat: er worden grotere huizen gebouwd, die eigenlijk niet zo passen bij de intieme sfeer van het eilandje. Begrijpelijk maar ook een beetje jammer.

Dat het niet alleen maar spelevaren is in de Caraïben, blijkt maar weer eens als we in een dagtocht van Bequia naar St. Lucia zeilen. De oceaandeining is vervelend tussen de eilanden in, het waait een storm en we zeilen ook nog eens scherp aan de wind: drie factoren die er samen voor zorgen dat de vijfkoppige bemanning half-slap in de kuip hangt. Veel meer dan slapen kunnen we niet, tót we de 'pitons', de zo kenmerkende driehoekige groen begroeide rotsen aan de zuidkant van St. Lucia, naast de Seaquest zien. Dat voelt een beetje als thuiskomen na drie jaar. In de beschutting van het eiland verdwijnt de zeeziekte als sneeuw voor de zon. Maar op de wal staan we een paar uur later nog steeds na te deinen van dit heftige tochtje.

St. Lucia ontwikkelt zich in rap tempo. We zien veel verschillen met drie jaar geleden: luxere restaurants, grotere huizen, meer hotels en een winkelcentrum dat een enorme sprong heeft gemaakt. We genieten er twee dagen en nachten, om vervolgens in een prachtige nachttocht van 120 mijl van St. Lucia naar Îles des Saintes te varen; geen zeeziekte deze keer maar een heldere sterrenhemel, vlakke zee en de Seaquest die een oplichtend spoor door het water trekt. We zeilen langs de lichtjes van Martinique en Dominica, om de volgende ochtend nét na het ochtendgloren aan te komen bij Îles des Saintes. De Seaquest leggen we aan de mooring bij het eilandje Terre-de-Haute, vlak voor het enige stadje van 'Les Saintes'. Een groepje dolfijnen speelt rond de boot, alsof ze poolshoogte komen nemen wie deze nieuwelingen zijn.

En dan zijn we plotseling in Frankrijk, niet alleen officieel maar ook qua 'look and feel'. Het stadje is... Frans. Witte huisjes met rode daken bedekken de heuvelrug. Boulangeries, crêperies en boutiques rijgen zich aaneen in de smalle straatjes: ik kan het nog het beste omschrijven als een Bretons stadje met een Caribisch sausje. Zelfs de bewoners zien er hartstikke Frans uit, naar het schijnt omdat dit een van de weinige eilandjes is waar vroeger geen slavernij is geweest.

Vanaf de Saintes zeilen we naar Guadeloupe. Een mooie tussenstop maken we bij Pigeon Island. Het snorkelen in het Cousteau Underwater Parc is nog net zo mooi als in onze herinnering; er is en grote diversiteit aan prachtige vissen en koraal.

Bij Guadeloupe gooien we een paar uur later ons anker uit bij Deshaies, een klein gezellig vissersdorpje dat inmiddels ook door toeristen is ontdekt. Wéér zwemmen er dolfijnen naast de Seaquest en naast de dinghy en we genieten vanuit de kuip van een prachtige ondergaande zon.

Guadeloupe wordt door de locals 'Karukera' genoemd, oftewel 'eiland van het mooie water'. Daarmee is niets teveel gezegd, al zou de naam 'overweldigend groen' ook heel passend zijn, zo ontdekken we als we dag een auto hebben gehuurd om het eiland te verkennen. Hoge groene bergen met regenwouden, diepe valeien, watervallen, kratermeren, tropische fruitbomen, bijzondere vogels, suikerriet, langgerekte stranden, zon in overvloed maar ook: felle tropische regenbuien; Guadeloupe heeft het allemaal.

Na nog eens 40 mijl mooi zeilen doen we verwoede pogingen om een ankerplek te vinden in English Harbour, bij Antigua. Dat valt valt nog niet mee want het is erg druk met boten en ons anker krabt. Bij de vijfde poging liggen we (hèhè) eindelijk naar tevredenheid van onze kapitein. Meteen komen Nick en Luuk aan gepeddeld op de SUP-plank om te spelen met Maren en Linde. "Zullen we een achteruitbommetje maken, een draaibommetje of een vriendschapsbommetje?" hoor ik ze roepen vanuit het gangboord. Ervaren bommetjesmakers hebben blijkbaar bommetjes in alle soorten en maten ;-). Die zijn voorlopig wel even zoet met elkaar!

We besluiten een week 'pauze' te nemen op Antigua; alle tijd om bij te praten en te genieten met John en Debby van de Boomerang en met Leo en Karin van de Duchess. Het is genieten in de Caraïben. Ieder eiland heeft zijn eigen sfeertje, als je tenminste even verder kijkt dan je neus lang is. Maar het geheim zit 'm vooral in de zekerheid dat het hier overal heerlijk zeilen én goed toeven is. En het lijkt of we dat nu nóg meer waarderen dan drie jaar geleden.

Link + foto's