Hoppend van Grenada naar Antigua

6-4-2014

De flens van het spruitstuk van de uitlaat... De wát?!? Ik had er nog nóóit van gehoord maar hij bestaat echt. En: hij kan voor behoorlijk wat rotzooi zorgen, weet ik nu. Tenminste, in het zeldzame geval dat hij afbreekt. En dat doet 'ie dus want zo gaat dat op een boot waarmee je de wereld rondzeilt. Corrosie is de boosdoener. En wij zijn de pisang. Een grote fontein zout water, gemengd met roet, spuit regelrecht de machinekamer in en zet alles in 'no time' op z'n kop. Huib Jan 'stond erbij en keek ernaar'; om moedeloos van te worden... Maar: het is ook een gelukje dat het juist nú, in de marina op Grenada, gebeurt; stel je toch eens voor dat we niets hadden gemerkt en de hele machinekamer blank had gestaan midden op zee! Na het weekend bellen we vol bij elkaar geraapte moed een monteur die ons misschien uit de brand kan helpen. Een nieuw onderdeel heeft hij helaas niet op de plank liggen maar een gebruikte wél en die kan hij dezelfde dag nog installeren. Mazzelaars dat we zijn!

Veel meer dan de machinekamer, verse kruiden -met in de hoofdrol nootmuskaat-, de zeilmaker en een watersportwinkel zien we deze keer niet van 'spice Island' Grenada. Gelukkig hadden we dat drie jaar geleden al gedaan en daarom is het gevoel van 'hebben we niks gemist?' wat minder dringend. Nee, Grenada staat nu vooral in het teken van oma Janneke, die we na een jaar weer in de armen kunnen sluiten. Het is alsof we elkaar gisteren nog hebben gezien.

Als de zoute rommel in de machinekamer weer is opgeruimd, zeilen we in een heerlijk tochtje terug naar de Grenadines. We willen oma graag het 'Horseshoe Reef' laten zien en dat is meteen een goed excuus om zelf nog één keer te genieten van de grazende zeeschildpadden en het azuurblauwe water.

Toen we vorige week in het Horseshoe Reef lagen, heeft de 'bakker' met zijn bootje een vervelende kras op de Seaquest achtergelaten, zo blijkt later. Als we hem deze keer proberen uit te leggen dat we daar niet echt blij van worden en voorzichtig informeren of hij misschien verzekerd is, krijgen we een grote glimlach van herkenning cadeau ("O ja...") en als antwoord: "My wife will make you a fresh bananabread tomorrow!" Dan kun je toch niet meer boos zijn? Hier moeten we het mee doen, het is niet anders, we zijn tenslotte in de Caraïben.

Terwijl we de volgende dag genieten van een versgebakken bananenbrood, zeilen we naar Bequia, één van de eilandjes waarvan we drie jaar geleden erg gecharmeerd waren. We herinneren ons Bequia als 'precies goed': een beetje toeristisch maar niet té; alles is er kleinschalig en gemoedelijk. De boulevard is een smal kronkelend voetpaadje langs het water, geflankeerd door 'gingerbread houses'. De markt is nog net zo klein en gezellig als toen; we herkennen zelfs een van de marktlui! Via groene, smalle maar goed onderhouden weggetjes rijden we omhoog voor een prachtig uitzicht over de zee en de baai. We zien dat de ontwikkeling hier doorgaat: er worden grotere huizen gebouwd, die eigenlijk niet zo passen bij de intieme sfeer van het eilandje. Begrijpelijk maar ook een beetje jammer.

Dat het niet alleen maar spelevaren is in de Caraïben, blijkt maar weer eens als we in een dagtocht van Bequia naar St. Lucia zeilen. De oceaandeining is vervelend tussen de eilanden in, het waait een storm en we zeilen ook nog eens scherp aan de wind: drie factoren die er samen voor zorgen dat de vijfkoppige bemanning half-slap in de kuip hangt. Veel meer dan slapen kunnen we niet, tót we de 'pitons', de zo kenmerkende driehoekige groen begroeide rotsen aan de zuidkant van St. Lucia, naast de Seaquest zien. Dat voelt een beetje als thuiskomen na drie jaar. In de beschutting van het eiland verdwijnt de zeeziekte als sneeuw voor de zon. Maar op de wal staan we een paar uur later nog steeds na te deinen van dit heftige tochtje.

St. Lucia ontwikkelt zich in rap tempo. We zien veel verschillen met drie jaar geleden: luxere restaurants, grotere huizen, meer hotels en een winkelcentrum dat een enorme sprong heeft gemaakt. We genieten er twee dagen en nachten, om vervolgens in een prachtige nachttocht van 120 mijl van St. Lucia naar Îles des Saintes te varen; geen zeeziekte deze keer maar een heldere sterrenhemel, vlakke zee en de Seaquest die een oplichtend spoor door het water trekt. We zeilen langs de lichtjes van Martinique en Dominica, om de volgende ochtend nét na het ochtendgloren aan te komen bij Îles des Saintes. De Seaquest leggen we aan de mooring bij het eilandje Terre-de-Haute, vlak voor het enige stadje van 'Les Saintes'. Een groepje dolfijnen speelt rond de boot, alsof ze poolshoogte komen nemen wie deze nieuwelingen zijn.

En dan zijn we plotseling in Frankrijk, niet alleen officieel maar ook qua 'look and feel'. Het stadje is... Frans. Witte huisjes met rode daken bedekken de heuvelrug. Boulangeries, crêperies en boutiques rijgen zich aaneen in de smalle straatjes: ik kan het nog het beste omschrijven als een Bretons stadje met een Caribisch sausje. Zelfs de bewoners zien er hartstikke Frans uit, naar het schijnt omdat dit een van de weinige eilandjes is waar vroeger geen slavernij is geweest.

Vanaf de Saintes zeilen we naar Guadeloupe. Een mooie tussenstop maken we bij Pigeon Island. Het snorkelen in het Cousteau Underwater Parc is nog net zo mooi als in onze herinnering; er is en grote diversiteit aan prachtige vissen en koraal.

Bij Guadeloupe gooien we een paar uur later ons anker uit bij Deshaies, een klein gezellig vissersdorpje dat inmiddels ook door toeristen is ontdekt. Wéér zwemmen er dolfijnen naast de Seaquest en naast de dinghy en we genieten vanuit de kuip van een prachtige ondergaande zon.

Guadeloupe wordt door de locals 'Karukera' genoemd, oftewel 'eiland van het mooie water'. Daarmee is niets teveel gezegd, al zou de naam 'overweldigend groen' ook heel passend zijn, zo ontdekken we als we dag een auto hebben gehuurd om het eiland te verkennen. Hoge groene bergen met regenwouden, diepe valeien, watervallen, kratermeren, tropische fruitbomen, bijzondere vogels, suikerriet, langgerekte stranden, zon in overvloed maar ook: felle tropische regenbuien; Guadeloupe heeft het allemaal.

Na nog eens 40 mijl mooi zeilen doen we verwoede pogingen om een ankerplek te vinden in English Harbour, bij Antigua. Dat valt valt nog niet mee want het is erg druk met boten en ons anker krabt. Bij de vijfde poging liggen we (hèhè) eindelijk naar tevredenheid van onze kapitein. Meteen komen Nick en Luuk aan gepeddeld op de SUP-plank om te spelen met Maren en Linde. "Zullen we een achteruitbommetje maken, een draaibommetje of een vriendschapsbommetje?" hoor ik ze roepen vanuit het gangboord. Ervaren bommetjesmakers hebben blijkbaar bommetjes in alle soorten en maten ;-). Die zijn voorlopig wel even zoet met elkaar!

We besluiten een week 'pauze' te nemen op Antigua; alle tijd om bij te praten en te genieten met John en Debby van de Boomerang en met Leo en Karin van de Duchess. Het is genieten in de Caraïben. Ieder eiland heeft zijn eigen sfeertje, als je tenminste even verder kijkt dan je neus lang is. Maar het geheim zit 'm vooral in de zekerheid dat het hier overal heerlijk zeilen én goed toeven is. En het lijkt of we dat nu nóg meer waarderen dan drie jaar geleden.

Automatisch op de hoogte blijven van onze reis? Meld je aan via bovenstaande rss-button!