Logboek juni 2014

Horta, Faial, Azoren

Geplaatst op 28-6-2014

Horta is eigenlijk een 'must' voor boten die onderweg zijn van de Caraïben naar Europa. We belanden dan ook in een haven tjókvol boten uit alle windstreken, allemaal met een eigen verhaal. Dat geeft een speciaal sfeertje. Dé plek in Horta is Peter Café Sport, misschien wel het beroemdste zeilerscafé ter wereld. Waarschijnlijk komt dat vooral door de ligging: als je dáár geweest bent, nou, dan ben je echt verder geweest dan de Waddenzee!

We ontmoeten veel Nederlandse zeilers die we nog niet kennen; op de valreep nog een frisse wind door het zeilende oranjelegioen en vooral leuk ook voor het oranjegevoel tijdens het WK Voetballen! Ook Maren en Linde spelen de hele dag dat het een lieve lust is, met oude en met nieuwe vrienden.

Horta heeft opvallend veel oude gebouwen, met indrukwekkende façades die hun glorietijd duidelijk voorbij zijn. In combinatie met de smalle, steile straatjes en de blauwe, geglazuurde tegeltjes zorgen ze voor een gezellig Portugees sfeertje.

Iedere zeiler laat z'n sporen achter door een muurschildering te maken op de beroemde kademuren van de haven van Horta. Daarachter gaat waarschijnlijk vooral een stukje trots schuil. En het schijnt ook nog eens geluk te brengen. Inmiddels zijn er zóveel muurschilderingen gemaakt, dat van de kademuren en van de kades niets meer te zien is. Dat werkt hartstikke aanstekelijk; je moet toch wel van goede huize komen, wil je al die creativiteit kunnen weerstaan! Een beetje overenthousiast ga ook ik daarom aan de slag: al doende maak ik spontaan twéé muurschilderingen: één voor de hele Seaquest bemanning en nóg één speciaal voor Maren en Linde, gewoon, omdat ik zo ontzettend trots op ze ben dat ze de wereld zijn rondgezeild. Na een aantal dagen en heel veel verflagen en wasbenzine verder mag het resultaat er zijn, al zeg ik het zelf. Trots en dubbel verzekerd van geluk!

Maar Faial is meer dan zeilen en alles wat daarmee te maken heeft: het eiland is één grote bloementuin. Vooral de hortensia groeit en bloeit overal uitbundig: langs de kant van de weg, als afrastering tussen perceeltjes, in tuintjes, etc. Zelfs de koeien staan quasi onnozel te grazen achter massa's bloeiende hortensia's. Je kunt niet anders dan daar vrolijk van worden.

Die bloemenzee, de geur van vers gemaaid gras en de pollen in lucht zorgen er echter ook voor dat Huib Jan voor het eerst sinds Nieuw-Zeeland last heeft van hooikoorts. Maar dat mag de pret niet drukken: we genieten vooral van de zingende vogeltjes, de frisse avonden en de energie die in de lucht zit.

We maken een wandeling van 8 km over de oude kraterrand van de 'Caldeira'. Over smalle paadjes, door een zee van hortensia's, bosaardbeitjes en heel veel ander groen, lopen we langs steile afgronden. De indrukwekkende wolkenmassa gunt ons zo nu en dan een blik op de minstens zo indrukwekkende vulkaankrater. We kijken dan 400 meter bijna recht de groene diepte in! Het is, zo concluderen we, één van de mooiste wandelingen die we tijdens onze reis hebben gemaakt.

Tot midden 70-er jaren was de walvisvangst de belangrijkste bron van inkomsten voor de Azoreanen. In de oude walvisverwerkingsfabriek in Horta bevindt zich nu een museum. De filmpjes in het museum geven een goed beeld van hoe men te werk ging: met opvallend kleine bootjes, een harpoen en speren werden de immens grote potvissen gevangen en naar de fabriek gesleept. Daar werd de potvis verwerkt tot o.a. 'vloeibaar goud', oftewel walvisolie. De machines waarin het vlees en de botten werden vermalen staan er nog, net als de grote potten waarin het vet werd gekookt. Zo'n walvis vangen en verwerken, dat ging er nogal bloederig aan toe. Als je door de oude fabriek loopt, dan zie, hoor en ruik je bijna nog hoe dat geweest moet zijn. Niks voor mij!

Een ritje naar de westkant van Faial brengt ons bij Capelinhos, 'het nieuwe land'. Een onderzeese vulkaanuitbarsting zorgde er 50 jaar geleden voor dat Faial ruim twee km2 groter is geworden. Nu is het gebied een soort maanlandschap, waaronder huisjes zijn verdwenen maar waarin een vuurtoren zich wonderbaarlijk genoeg staande wist te houden. In het ingenieus gebouwde ondergrondse informatiecentrum beleven we in een 3D film de vulkaanuitbarsting een beetje mee. En vanuit de vuurtoren hebben we mooi zicht op het nieuwe land, dat er nu vredig en geschoffeld bij ligt.

Op de terugreis naar de Seaquest hebben we wat vertraging: de complete familie koe heeft hier zonder enige discussie voorrang op de weg en neemt daar vooral rustig de tijd voor. Even verderop houdt een boer het verkeer op: hij rijdt met twee vers gevulde ouderwetse melkbussen achter op zijn kar van zijn weilandje naar het volgende dorp. Wat ons rest, is genieten van dit mooie landelijke leven. Want het leven op Faial is goed; eerlijk, groen en zonder franje. En dat vinden we heerlijk.

O ja, tot slot, op veler verzoek: we hopen zaterdag 2 augustus in de namiddag met de Seaquest aan te komen in Harlingen!

Link + foto's

Van Bermuda naar de Azoren

Geplaatst op 18-6-2014

"Mem? Hoeveel horizonnen moeten we eigenlijk nog oversteken tot we in Nederland zijn?" Het is 'zomaar' een vraag van Linde, tijdens ons avondeten in de kuip. Zomaar? Nee, zó denkt een zesjarig meisje dat de wereld is rondgezeild. Logisch. Linde haar uitzicht was vier jaar lang de horizon. En achter 'iedere' horizon ging steeds weer een ander land of eiland schuil. Nu zijn we onderweg van Bermuda naar de Azoren; ontelbaar veel 'horizonnen' verder, in de ogen van Linde. Ik vind het een mooi beeld dat ik graag vast wil houden: van horizon naar horizon varen.

Meteen de eerste dag is het raak. Letterlijk. "Wat gebeurt er?!?" roept Huib Jan vanachter de kaartentafel. "De boot remt af!" Ik zit een beetje suf om me heen te kijken vanuit de kuip, zo van: "Uhuh, zal wel..." Tót ik een paar hele grote vinnen boven het water uit zie steken, direct onder mijn neus, aan stuurboordzijde van de Seaquest. "Huh? Walvissen!" roep ik verbaasd. Wat blijkt? We worden 'geaaid' door een paar walvissen die door het water rollen en de Seaquest 'kopjes' geven als spinnende poezen die het naar de zin hebben bij hun baasje. Ik vraag me af of de walvissen dat ook zo bedoelen, maar goed: wat ze doen kan gelukkig geen kwaad. Het gebeurt allemaal in een flits; op het moment dat ik ze zie, draaien ze zich namelijk om en zwemmen weer weg van de Seaquest. "Jammer," denk ik nog. Maar tegelijk realiseer ik me dat 'm daarin nou juist de clou zit: de natuur is niet op afroep beschikbaar. Juist de korte glimp die we soms toevallig opvangen van iets zorgt ervoor dat het magisch blijft.

Ook daarna krijgen we regelmatig bezoek want de zee zit barstensvol leven. Grote groepen vrolijke, springende dolfijnen begeleiden ons iedere dag, nee: méérdere malen per dag een stukje naar de Azoren. En dat maakt ons iedere keer weer blij.

In tegenstelling tot veel andere gebieden kloppen de gribfiles op de noordelijke Atlantic precies. Dat is prettig navigeren en de juiste koers kiezen. We weten tijdens de hele oversteek grote depressies met té veel wind te omzeilen maar ook lange windstiltes te voorkomen, door tussen de depressies door te manoeuvreren. Bijna continu houden we een lekker briesje in de zeilen en dat kan wel anders zijn op deze route. Op schaarse momenten staat er écht te weinig wind om te zeilen. In plaats van 'dobberen' doen we die mijlen onszelf cadeau - met dank aan onze ouwe trouwe Volvo Penta.

We zeilen ook deze keer weer samen met de Luna Verde midden op de grote plas. De Seaquest en de Luna Verde; ik vind het nog steeds een prachtig paar. Samen verstaan we de kunst van het synchroonzeilen. Én van het delen van heel veel lief en soms ook leed. We hadden een gedeelde droom en hebben inmiddels ook een waardevolle, gedeelde ervaring. Een Afrikaans spreekwoord zegt het zo pakkend: 'Alleen ga je sneller maar samen kom je verder.'

Naarmate we meer naar het noorden varen wordt het 's avonds steeds langer licht; hier hebben we geen dag- en nachtritme meer van 6 tot 6 uur maar langere, lichte avonden en korte nachten. Die avonden en nachten worden trouwens ook steeds kouder: 17 graden vinden we hartstikke koud na de tropen... Maar ach, ook dat heeft weer zijn charme, met warme sokken aan en een dekentje erbij.

Ook als de zon onder is blijft het relatief licht: een steeds voller wordende maan speelt de hoofdrol in de nachtelijke sterrenhemels. Het opkomen en ondergaan van de maan is iedere keer weer adembenemend mooi; de grote, roodgloeiende bol aan de horizon lijkt zo uit een sprookjesboek te komen.

We versmelten steeds meer met de oceaan, zo lijkt het, alhoewel... soms laat die oceaan ook goed voelen wie er écht de baas is: eerst klinkt het dan alsof iemand met een hele grote moker tegen de romp van de Seaquest slaat. Daarna volgt een ruwe zwieper van links naar rechts - en net zo ruw weer terug. De thee vliegt over de rand van de kopjes, de crackers schuiven van het bord (het bord hadden we 'anti-slip' gezet maar de crackers niet natuurlijk...) en oma maakt, last but not least, een onverwachte zweefsprong en belandt met een plof in een stoel aan de andere kant van de boot. "Oma, wat vind je nou eigenlijk leuker: een oceaanoversteek of de kermis?" vraagt Maren droogjes. "Nou, doe me toch maar die kermis," antwoordt oma lachend, "dan kan ik tenminste even uitstappen!"

Die 'woeste' momenten duren echter maar kort. We genieten bovenal van alles om ons heen en maken het gezellig samen. We bakken cakes, koekjes en pannenkoeken, maken schilderijtjes van tropische schelpen, openen iedere middag om 3 uur de Seaquest bioscoop en spelen heel wat spelletjes Sudoku en Master Mind.

Zo rijgen dagen, nachten en heel veel 'horizonnen' zich aaneen. En dan, 1800 mijl verder en 11 etmalen later, liggen daar plotseling de Azoren groen te wezen midden in de oceaan; gisteren nog áchter maar nu vóór de horizon. Nick en Luuk staan enthousiast te zwaaien op de kade van Faial: "Maren, Linde, zullen we spelen?" Nog voordat we goed en wel vastliggen zijn de kinderen al verdwenen, weer overgeschakeld op het landleven, alsof het nooit anders is geweest. Wij zetten de stap iets bewuster: na bijna vier jaar staan we, met een voldaan gevoel, met beide benen weer op Europese grond. Raar maar waar.

Link + foto's

Bermuda

Geplaatst op 5-6-2014

Nou, om die bermuda's hoef je hier niet lang te zoeken! De mooie plaatjes van Bermudianen gekleed in bermuda liggen op Bermuda namelijk voor het oprapen. Afhankelijk van wat je aan het doen bent, draag je de bermuda 'traditional', 'smart casual', 'preppy' of als 'Sunday look', zo leren we. Vooral in de hoofdstad Hamilton is het een komen en gaan van de perfect geklede Bermudiaan: in de traditionele 'look', dat wil zeggen: met een donkerblauw colbert erop, kniekousen eronder en met glimmend gepoetste instappers erbij. Ja, de bermuda, dat is een vak apart.

Maar Bermuda is gelukkig veel meer dan de bermuda. Het is een charmant eiland met een laag, heuvelachtig landschap, omringd door heel veel riffen en azuurblauw water. Eigenlijk bestaat Bermuda niet uit één eiland maar uit zo'n 180 eilandjes en rotspunten die boven het water uitsteken, verspreid over een oppervlakte van 50 km2. De zes grootste eilanden zijn bewoond en met bruggen met elkaar verbonden.

Wij liggen voor anker in St. George: een klein stadje met een dorps karakter. De mensen groeten ons hartelijk en helpen ons waar ze maar kunnen, alsof ze ons al jaren kennen. Pastelkleurige huisjes flankeren de smalle straatjes. Opvallend genoeg hebben alle huizen op het eiland spierwitte daken (hoe houden ze die toch zo wit?), waarmee op ingenieuze wijze drinkbaar regenwater wordt opgevangen.

Verder is Bermuda... Brits, met veel Amerikaanse toeristen. Het is kouder, natter, maar ook aangenamer dan in de rest van de Caraïben; we krijgen er gewoon weer energie van! De 'pints' in de pub smaken al weer naar Europa, ons voorland. We rijden langs Engelse huisjes met keurig onderhouden tuintjes. De gemiddelde Bermudiaan heeft het goed.

De zondag op Bermuda wordt -onverwacht- een bijzondere. Er vindt die dag een mis plaats, die in het teken staat van 'The Blessing of the Boats', een jaarlijkse traditie die stamt uit vroeger tijden. De bisschop zelf komt na de mis langs met de reddingsboot om ook de Seaquest te zegenen. Daar zijn we even stil van... Een echt certificaat bewijst dat we het niet hebben gedroomd: "Bless this vessel and all who sail in her; may she be a trustworthy and safe servant." Nou, dat heeft ze al meer dan bewezen!

Fascinerend vind ik de traditionele Bermudiaanse 'Gombey Dance'. Deze dans stamt uit de tijd van de slavernij; het was een soort stil protest tegen de 'meesters'. De dansers zijn gehuld in kleurrijke kleding, ze dragen beschilderde maskers en hoofddeksels met pauwenveren. Hun kleding is verder versierd met belletjes, linten, kraaltjes, spiegeltjes etc., allemaal barstensvol symboliek. De dans, de drums, de maskerade, je kunt niet anders dan je erdoor laten meevoeren.

Ondertussen wurmt Maren zich vol enthousiasme in de organisatie van de enige echte Bermudiaanse Duck Race. Ze versjouwt zakken vol badeendjes, laat ze te water en schept ze even verderop weer uit het water. Ze heeft de middag van haar leven.

Het weer is de hele week het gesprek van de dag. De hamvraag is natuurlijk wanneer het moment geschikt is om naar de Azoren te vertrekken. Hogedrukgebieden, lagedrukgebieden, veel wind, geen wind, tegenwind; ze komen allemaal voorbij. De conclusie? Perfect bestaat, ook hier, niet. En daarom proberen we in ieder geval de eerste helft van de oversteek van 1800 mijl goede wind te 'pakken'. Daarna is het toch koffiedik kijken. Vrijdag 6 juni lijkt het moment daar. We hamsteren, drinken een laatste pint, klaren uit en dan: ankerop, op naar Europa!

Link + foto's

Van de BVI's naar Bermuda

Geplaatst op 1-6-2014

Bermuda: ik kende het vroeger eigenlijk alleen van de beruchte Driehoek. Én van de korte broeken natuurlijk. Die Driehoek klonk en klinkt niet echt aantrekkelijk. En toch trekt Bermuda. Waarom eigenlijk? Een geruststellende gedachte: áls we gaan, varen we slechts over het 'randje' van de Bermuda Driehoek. Verder laten we 'm links liggen. Dat moet goed komen, toch? Op naar Bermuda dus, zo besluiten we. Maar de (ontbrekende) wind bepaalt dat we wederom een paar extra dagen op de BVI's moeten blijven. Oké, ook goed, we vermaken ons wel.

Maandag 26 mei, klokslag half 10 's ochtends, Cane Garden Bay, Tortola. Eindelijk is het dan zover: we kunnen vertrekken! We varen nog een rondje langs de 'Isola', waar Rosa, Julian, David en Esther ons uitzwaaien: "Tot over twee maanden, tot in Nederland!" roepen de kinderen enthousiast. En dan kiezen we het ruime sop. 836 Mijl 'to go' geeft de plotter aan. Dat valt mee, een dag of vijf varen.

De eerste 400 mijl gaan we als de brandweer richting het noorden, in het kielzog van de Luna Verde. Met een half windje van zo'n 15 knopen gemiddeld is het prima zeilen. De wind waait door onze haren, het water klotst tegen de boot, er verschijnt een prachtige halo rond de zon en met een zout laagje op de huid worden we op de oceaandeining in slaap gewiegd; dit is het ultieme gevoel van vrijheid!

Na twee volle etmalen zeilen we op de 23,5e breedtegraad zomaar ineens de tropen uit; weer een hoofdstuk van onze reis afgesloten! Daarna houdt (toevallig) ook de wind op te waaien. De gribfiles hadden dat al voorspeld maar toch hoop je in zo'n geval dat ze ernaast zitten. Gelukkig is de oceaan zo glad als een spiegel en dat zorgt ervoor dat, zelfs met de motor aan, het leefcomfort hoog blijft. We kunnen ongestoord school doen -zelfs de schrijfles gaat moeiteloos- en oma geeft daarna voor de afwisseling tekenles. We lezen veel, luisteren naar muziek, kijken een filmpje en genieten vooral van onze eindeloze watertuin. Maren gooit de vislijn maar eens uit. Helaas levert dat alleen maar kilo's zeewier op.

De wolken stapelen zich op in een verder blauwe hemel: het is overdag een mooi schouwspel; we zien er alle mogelijke figuren in: "Een cowboyhoed! Een hond! Een suikerspin! Een monster! Een bril!" Diezelfde mooie wolken zorgen echter 's nachts voor onweer. Niet alleen het water licht op in het donker, ook de lucht - met felle bliksemschichten en daar word ik altijd een beetje onrustig van op zee... De buien komen een paar keer gevaarlijk dicht bij de Seaquest, zien we ook op de radar. Gelukkig ontspringen we op het nippertje de dans.

Ook de volgende dag is het water zo vlak als een spiegel en het 'waait' windkracht 1. Langzaam maar zeker draait de-wind-die-er-eigenlijk-niet-is vanuit het oosten door naar het westen. De lucht wordt iets koeler en de watertemperatuur gaat een heel stuk naar beneden. Maar nog altijd is het weer aangenaam, misschien zelfs wel aangenamer. En ja hoor: na anderhalve dag windstilte komt er steeds meer wind! Eerst niet veel, maar steeds meer en genoeg om te zeilen. Tijd voor een mooie finale van deze oversteek!

Met een snelheid van 7 tot 8 knopen leggen we de laatste 200 mijlen af. Na precies vijf etmalen op zee zien we Bermuda naast de Seaquest liggen. Dat is een fijn gevoel en toch... we zaten net zo lekker in het ritme van de oceaan en het is jammer om dat te moeten doorbreken. Zo gaat dat: aan het oceaanleven raak je verslaafd.

Die Bermuda Driehoek? Daar hebben we niks van gemerkt, zelfs geen storing in het kompas, defecte klokjes of op tilt geslagen metertjes. Gelukkig maar. Nu op naar die korte broeken ;-)

Link + foto's