Van Bermuda naar de Azoren

18-6-2014

"Mem? Hoeveel horizonnen moeten we eigenlijk nog oversteken tot we in Nederland zijn?" Het is 'zomaar' een vraag van Linde, tijdens ons avondeten in de kuip. Zomaar? Nee, zó denkt een zesjarig meisje dat de wereld is rondgezeild. Logisch. Linde haar uitzicht was vier jaar lang de horizon. En achter 'iedere' horizon ging steeds weer een ander land of eiland schuil. Nu zijn we onderweg van Bermuda naar de Azoren; ontelbaar veel 'horizonnen' verder, in de ogen van Linde. Ik vind het een mooi beeld dat ik graag vast wil houden: van horizon naar horizon varen.

Meteen de eerste dag is het raak. Letterlijk. "Wat gebeurt er?!?" roept Huib Jan vanachter de kaartentafel. "De boot remt af!" Ik zit een beetje suf om me heen te kijken vanuit de kuip, zo van: "Uhuh, zal wel..." Tót ik een paar hele grote vinnen boven het water uit zie steken, direct onder mijn neus, aan stuurboordzijde van de Seaquest. "Huh? Walvissen!" roep ik verbaasd. Wat blijkt? We worden 'geaaid' door een paar walvissen die door het water rollen en de Seaquest 'kopjes' geven als spinnende poezen die het naar de zin hebben bij hun baasje. Ik vraag me af of de walvissen dat ook zo bedoelen, maar goed: wat ze doen kan gelukkig geen kwaad. Het gebeurt allemaal in een flits; op het moment dat ik ze zie, draaien ze zich namelijk om en zwemmen weer weg van de Seaquest. "Jammer," denk ik nog. Maar tegelijk realiseer ik me dat 'm daarin nou juist de clou zit: de natuur is niet op afroep beschikbaar. Juist de korte glimp die we soms toevallig opvangen van iets zorgt ervoor dat het magisch blijft.

Ook daarna krijgen we regelmatig bezoek want de zee zit barstensvol leven. Grote groepen vrolijke, springende dolfijnen begeleiden ons iedere dag, nee: méérdere malen per dag een stukje naar de Azoren. En dat maakt ons iedere keer weer blij.

In tegenstelling tot veel andere gebieden kloppen de gribfiles op de noordelijke Atlantic precies. Dat is prettig navigeren en de juiste koers kiezen. We weten tijdens de hele oversteek grote depressies met té veel wind te omzeilen maar ook lange windstiltes te voorkomen, door tussen de depressies door te manoeuvreren. Bijna continu houden we een lekker briesje in de zeilen en dat kan wel anders zijn op deze route. Op schaarse momenten staat er écht te weinig wind om te zeilen. In plaats van 'dobberen' doen we die mijlen onszelf cadeau - met dank aan onze ouwe trouwe Volvo Penta.

We zeilen ook deze keer weer samen met de Luna Verde midden op de grote plas. De Seaquest en de Luna Verde; ik vind het nog steeds een prachtig paar. Samen verstaan we de kunst van het synchroonzeilen. Én van het delen van heel veel lief en soms ook leed. We hadden een gedeelde droom en hebben inmiddels ook een waardevolle, gedeelde ervaring. Een Afrikaans spreekwoord zegt het zo pakkend: 'Alleen ga je sneller maar samen kom je verder.'

Naarmate we meer naar het noorden varen wordt het 's avonds steeds langer licht; hier hebben we geen dag- en nachtritme meer van 6 tot 6 uur maar langere, lichte avonden en korte nachten. Die avonden en nachten worden trouwens ook steeds kouder: 17 graden vinden we hartstikke koud na de tropen... Maar ach, ook dat heeft weer zijn charme, met warme sokken aan en een dekentje erbij.

Ook als de zon onder is blijft het relatief licht: een steeds voller wordende maan speelt de hoofdrol in de nachtelijke sterrenhemels. Het opkomen en ondergaan van de maan is iedere keer weer adembenemend mooi; de grote, roodgloeiende bol aan de horizon lijkt zo uit een sprookjesboek te komen.

We versmelten steeds meer met de oceaan, zo lijkt het, alhoewel... soms laat die oceaan ook goed voelen wie er écht de baas is: eerst klinkt het dan alsof iemand met een hele grote moker tegen de romp van de Seaquest slaat. Daarna volgt een ruwe zwieper van links naar rechts - en net zo ruw weer terug. De thee vliegt over de rand van de kopjes, de crackers schuiven van het bord (het bord hadden we 'anti-slip' gezet maar de crackers niet natuurlijk...) en oma maakt, last but not least, een onverwachte zweefsprong en belandt met een plof in een stoel aan de andere kant van de boot. "Oma, wat vind je nou eigenlijk leuker: een oceaanoversteek of de kermis?" vraagt Maren droogjes. "Nou, doe me toch maar die kermis," antwoordt oma lachend, "dan kan ik tenminste even uitstappen!"

Die 'woeste' momenten duren echter maar kort. We genieten bovenal van alles om ons heen en maken het gezellig samen. We bakken cakes, koekjes en pannenkoeken, maken schilderijtjes van tropische schelpen, openen iedere middag om 3 uur de Seaquest bioscoop en spelen heel wat spelletjes Sudoku en Master Mind.

Zo rijgen dagen, nachten en heel veel 'horizonnen' zich aaneen. En dan, 1800 mijl verder en 11 etmalen later, liggen daar plotseling de Azoren groen te wezen midden in de oceaan; gisteren nog áchter maar nu vóór de horizon. Nick en Luuk staan enthousiast te zwaaien op de kade van Faial: "Maren, Linde, zullen we spelen?" Nog voordat we goed en wel vastliggen zijn de kinderen al verdwenen, weer overgeschakeld op het landleven, alsof het nooit anders is geweest. Wij zetten de stap iets bewuster: na bijna vier jaar staan we, met een voldaan gevoel, met beide benen weer op Europese grond. Raar maar waar.

Automatisch op de hoogte blijven van onze reis? Meld je aan via bovenstaande rss-button!